Pain is gain, óók bij de Thai!

IMG_7080

Van Jezelf Houden: een belangrijk inzicht in het ontwakend zelfbewustzijn van velen. Hierbij hoort lief zijn voor jezelf en wat mij betreft, betekent dit aandacht, tijd en cadeautjes. Allemaal voor me, myself and I. Te beginnen met een fijne massage …

Op mijn buik lig ik te wachten, slechts een klein broekje aan mijn lijf. Een fluisterend muziekje, een vlaag van warme lavendelolie in een donker gemaakt kamertje. Alles voor het gevoel van comfortabele ontspanning. De deur gaat open en iemand komt binnen.

“Waah jij las van?!”, knalt het overal dwars doorheen.

Verschrikt kijk ik om. Een kleine maar woest-kijkende Thaise kijkt vorsend op mij neer.

“Uhhhm, sorry, wat vroeg u?” Als een konijn in de koplampen staar ik haar aan.

“Waah.Jij.Lás.Van!?!!”

Een onverwachte sensatie

Nog voordat ik kan antwoorden dat ik hier lig als cadeau aan mezelf en dat ik volgens mij niet echt ergens specifiek last van heb, voel ik twee handen in moordend tempo naar boven stampen. Via kuiten, dijen, onderrug en langs mijn ruggengraat omhoog, lijkt het alsof zij met zes mokers tegelijk mijn gehele achterkant bewerkt.

Mijn ogen puilen uit hun kassen. Ik kan een vloek nog net binnenhouden en wat eruit komt is een harde snik gevolgd door de hik van een lach. Holy Fúck en -Cow tegelijk, wat een pijn doet dit!

Ontspanning..

Terwijl ik mijn adem zoek, verlegt mijn woeste-masseuse-met-belachelijk-sterke-handen het handdoekje dat horizontaal over bovenbenen en bil ligt, zó dat mijn gehele rechterbeen vrij komt.

Met snelle bewegingen begint ze mijn kuit te massseren. Haar handen, mijn huid en de spieren eronder worden één. Gelukzalig ontspan ik me, klaar om volledig op te kunnen gaan in dit vloeiende ritme. En net als ik met een weldadige zucht  mijn hoofd neerleg en alles loslaat om optimaal te kunnen genieten, zet zij haar duimen vol in de kuitspier die kennelijk stijf staat van spanning.

SM?!

Een oer-kreun ontsnapt uit mijn keel; ik grijp naar de bovenkant van het matras en klamp me eraan vast alsof mijn leven er vanaf hangt. Elke vezel in mijn lijf zet zich schrap om deze aanval te weerstaan.

Waar en wanneer heb ik in godsnaam het idee opgevat dat Thaise massage lekker en ontspannend zou zijn? Dat ik mezelf eens fijn mocht verwennen omdat dit lief-zijn was voor mezelf? Ik had poezelige typetjes verwacht met fluwelen pootjes en nu blijk ik door een Thaise Attila met ijzeren hand bewerkt te worden.

SM staat voor mij vanaf nu voor Sado Massage!

Tussen hoop en vrees

Ik voel de neiging opkomen deze martelgang af te breken en het hazenpad te kiezen. Maar een ander, zachter, stemmetje maant me te blijven liggen en dit te ondergaan. Alweer komt uit de diepte van mijn buik een schaterlach omhoog. Een bijwerking van de adrenaline-rush die bij mij kennelijk langs mijn lachspier giert.

Kim -zo heet ze- moet nu ook grinniken. En dat blijft ze doen terwijl ik me gedurende het volgende uur met witte knokkels, als een drenkeling met bijhorende geluiden, aan alles vasthoud waar ik bij kan.

Ont-knoping

“Jij heb véél las: want niet genoeg ontspannen.”

Ineens besef ik dat Kim mij met haar bodywork van top tot teen heeft kunnen lezen. Met haar duimen alle pijnlijke plekken heeft gevonden, ingeduwd en doorgeduwd, zodat de rotzooi die daar verstopt zat, de komende dagen mijn lichaam kan verlaten.

Deze pijnlijke lief-voor-mij-massage krijgt ineens een onverwachte waarde en diepere betekenis.

Pain = gain

Lief zijn voor jezelf is niet alleen maar jezelf aaien. Het is óók jezelf faciliteren om naar je pijn te gaan en deze eens goed te voelen. Jezelf de kans te geven ergens doorheen te gaan om daarna fris verder te kunnen.

En als je er dan zelf niet bij kunt? Helemaal niets mis mee een ander te vragen je te helpen. Ik kan je mijn Kim van harte aanbevelen!

Deze blog schreef ik voor UrbanChicks maar is per definitie Van Dichtbij

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Freeze, froze, frozen: als je de ene voet niet meer voor de andere krijgt

image

Franse Alpen + kinderen = avontuur-activiteiten, I like! In mijn enthousiasme vergeet ik dat ik minder houd van gapende dieptes. Balancerend boven een ravijn slaat de angst en daarmee een freeze toe: HELP! Hoe, in hemelsnaam, krijg ik mijn controle terug?

Daar sta ik dan, halverwege een 40 meter lange staalkabel die gespannen is over een ravijn van minimaal evenzoveel meter diep. Een woest bergbeekje stroomt hard onderdoor in die genadeloze diepte. Mij extra benadrukkend dat ik ergens ben waar ik niet wil zijn.

Een zekering is nog geen vérzekering

Natuurlijk ben ik gezekerd, via twee stevige staalkabels aan weerszijden van mij. Niets aan het handje, zou je denken. Maar ik krijg, na de eerste 15 meter al wiebelend vooruit geschuifeld te zijn, ineens de ene voet niet meer voor de andere. Stokstijf stil met gekruiste benen en een totale verstijving in mijn lijf en hoofd.

Gewiebel en geduw

Wat niet helpt, is de jolige wiebelaar zo’n 20 meter vóór mij, die de kabels voor mijn gevoel een meter doet uitslaan en de hijgende adem van mijn 7-jarige in mijn nek. Hij gaat ook over deze kabel. Natuurlijk; hij doet het allemaal en alles met een noodgang. Ongeduldig geremd in zijn snelheid, vraagt hij zich af waarom zijn moeder zo tergend langzaam gaat en vooral waarom híj of all people de pech heeft achter haar te zitten.

Stoere moeder

“Mahammm!! Schiet eens op, mam! Mamáááá, mag ik al? Wáárom sta jij de hele tijd stil? Je staat trouwens heel raar met je BIL naar achter…. Nou, ik GA hoor!! Pfffffff, jij bent toch zo stoer?!” Zijn misgenoegen druipt ervanaf en ik vind mijn eigen kind onberedeneerd een ontzettende naarling.

Grond voelen

Mijn hele leven al vind ik dieptes eng. Zolang ik een vorm van vaste grond onder mijn voeten heb, is er niet veel aan de hand, slechts af en toe een weeïg gevoel in mijn maag dat mij nooit heeft belemmerd. Niet bij het afdalen van hoge en steile skipistes of het beklauteren van bergwanden, niet tijdens het bezoeken van culturele hoogstandjes zoals de toren van Pisa of de Duomo in Milaan. Zelfs niet bij het omhoogklimmen via best hoge ladders. Maar dít…?!

Freeze: figuurlijk bevroren

Ik draai mijn bovenlijf stijfjes en voorzichtig 90 graden in de richting vanwaar ik kwam, om het briesende baasje achter mij tot kalmte te manen:

“Zeg vriend, heb jij wel door hoe stoer ik inderdaad ben? Ik sta hier, midden op dit touw, terwijl ik E-NOR-ME hoogtevrees heb! Maar ik stá hier wel, ja?! … NEE, NIET bewegen!”

Gesnuif valt mij ten deel, alsmede een driftige ruk aan de zijkabels. Rotjoch!! Totale paniek verlamt mijn armen, mijn benen en mijn hoofd. Een klassieke Freeze: Ik.Kan.Dit.Niet. Ik houd mijn adem in en beweeg niet meer.

Overleven is ademhalen

Toch zal ik wel moeten; het is dát of hier op dit nare draadje blijven staan. Ik moet de controle over mezelf terugkrijgen en die freeze uit mijn hersenpan weren: “Je kunt het, je weet het, denk na; hoe moet dat ook al weer?” Door deze afleiding begint in mijn bevroren brein iets te dagen over ademhalen en blijven leven. De vernauwing van mijn bewustzijn verbreedt zich en in de ruimte die ontstaat, vervang ik de gedachte “Ik.Kan.Dit.Niet” door “Rustig en diep ademhalen”.

In godsnaam; gá!

Met deze poging tot ontspanning glijdt iets van de verkramping van me af en langzaam komt wat gevoel terug in mijn ledematen. Ik kan de ene voet voor de andere schuiven en de overkant komt dichterbij! Het gaat langzaam maar ik klaag niet: als ik in godsnaam maar ga.

De acrobaat vóór mij is allang weg en de driftige drukker achter mij block ik: “Hij is er niet, hij is er niet, hij is er niet!” En verdomd, ook dat werkt: voor even ís hij er niet.

De boom is mijn moeder

Met een woeste kreet van opluchting werp ik mezelf tegen de boom die het einde van de overtocht markeert en klamp me eraan vast alsof het mijn moeder is. Ik ben gered. Ik.Kon.Het.Toch!

PS mijn zoon is bij aankomst, 0,1 seconde na mij en met één blik op mijn gezicht, ook trots op mij. Hij vertelt aan iedereen dat het weliswaar leek alsof ik een bangebroek-met-bil-raar-naar-achteren was, maar dat ik feitelijk stoer ben gebleken. En dat is hem geraden, want hij hing zéker aan een draadje.

 

(Dit verhaal is van vorig jaar en ook gepubliceerd via urbanchicks.nl .

Als je GOED kijkt, ZIE je het ..

IMG_3284.JPGWe fietsen samen terug van zijn speelafspraak. Als altijd ga ik net wat harder en kijk daarom met regelmaat even achterom. Haartjes in de wind, opgewekt gezichtje. Aanzettend op zijn trappers omdat hij als altijd iets te vertellen heeft.

“Mama, wist jij dat L. heel muzikaal is? Hij kan pianospelen en zit op zangles. Hij kan echt Heel. Mooi. zingen!”

‘Tjee, wat leuk zeg. Nee, ik had geen idee!’

“Ik wist dat eerst ook niet! Maar hij zingt Mooi van Marco Borsato -ken jij dat, mam?- en dat klínkt ook echt heel mooi. En hij heeft mij net Shape of You op de piano geleerd.

‘Wat geweldig vent, jouw lievelings. Ga je dat straks voor mij spelen?.’

….

Zet weer aan en komt dichterbij

“Ja, oke. Weet je, mam, aan L. zie je zo eigenlijk niet dat hij iets bijzonders kan. Maar toch zíe je het.”

‘Hoe bedoel je dat precies, wat zie ik dan aan L.?’

“Nou gewoon, als je naar hem kijkt, zíe je het. Door hoe hij zijn hoofd houdt en hoe hij kijkt en loopt. Daardoor zie je dat hij iets bij zich heeft, iets dat hij heel goed kan. Ik zie dat. Ik zie dat altijd aan anderen.”

‘Wat een prachtige eigenschap vind ik dat. Dus als jij naar iemand kijkt, zie jij meer dan wat je letterlijk ziet?’

… hij is al pratend weer wat achterop geraakt en spant zich extra in om dichterbij te komen. Het ontroert me, ik rem wat af en herhaal mijn vraag.

“Ja. Of nee. Want ik zie het eigenlijk wél letterlijk. Het is er, maar je moet wel echt GOED kijken! Als je écht goed kijkt, zie je aan iedereen dat ie wat kan.

‘Weet je, lief mannetje, ik denk dat jij gelijk hebt. En weet je wat nog meer? Als ik naar jou kijk, zie ik zóveel  dat ik niets meer kan zeggen en alleen maar een traantje in mijn ogen krijg van geluk.’

….

Achter mij gaat de zon nog warmer schijnen.

 

A special place in hell …

IMG_3258

Lastig, die menselijke neiging onszelf kleiner te maken dan we zijn. Maar last hebben van een ander omdat diegene jóu zo nodig naar beneden moet halen? A special place in hell!

Gooi het er maar uit

Op straat loopt een kerel te schreeuwen. Zijn bloed irritante geluid dringt mijn huis binnen waar ik net probeer een ingewikkeld tekstje zo te krijgen dat het klopt. Het is vooral heel irritant omdat hij een metaalachtige van-achter-uit-zijn-keel-stem heeft waardoor ik niet versta wat hij roept.

Een stemmetje klinkt in mijn achterhoofd: best lekker; gewoon hoofd in je nek leggen en loeien doordat iets jou raakt. Luidkeels, omdat het zo voelt! Al schreeuwend en je niets aantrekkend van wat ‘men’ daar van vindt, een geluidsvacuüm creërend waarbinnen alles één wordt. Ik heb die impuls, zo heb ik kort geleden ervaren.

Straks hebben ze me door

Vorige week was ik te gast bij een mooie bijeenkomst van een vrouwennetwerk. Het ging onder andere over het ‘Impostor Syndrome’; universele lastpak voor mannen én vrouwen, alleen zijn de vrouwen met dubbele aantallen dik in de meerderheid. En 60% van die vrouwen lijdt er dermate hevig aan, dat het hen belemmert te komen waar ze zouden kunnen komen en te doen wat ze eigenlijk zouden willen doen. Dat is heel veel en doodzonde.

Dit Impostor Syndrome beschrijft de angst om als bedrieger of indringer ontdekt te worden. Een vorm van onzekerheid met belemmerende gedachten die gaan van “Ik hou me op de vlakte want anders ontdekken ze dat ik helemaal niet zoveel weet of kan.” tot “Als ik nu maar keihard werk en geen fouten maak, dan komt niemand erachter dat ik maar wat doe”. Ik ken genoeg mensen die hiermee worstelen en God weet dat ik er zelf ook een handje van heb.

Deze middag ging daarom over in jezelf geloven, stelling nemen en daarvoor staan.

Krachtig pact

Nu bestond de bijeenkomst uit allemaal vrouwen die al behoorlijk succesvol zijn of op weg om doelen en dromen te verwezenlijken. Niemand in ieder geval op wie het Impostor Syndrome een ernstig belemmerend effect lijkt te hebben. Wellicht omdat zij zich gesteund weten door een groep vrouwen die achter hen staat, propositie van dit krachtige netwerk. En ja, ook ik geloof in de onbegrensde mogelijkheden die een sterk pact van vrouwen onderling kan bieden, dus was nieuwsgierig naar wat dit businessnetwerk voor mij zou kunnen betekenen en andersom…

Kom op, jij bent oké!

Tjeesis, wát een bak met power heeft zich hier verzameld. Gaaf! Spannend ook. Hebben zij allemaal een eigen ‘bizniz’?! Ik weet eigenlijk niet of ik dat wat ík doe, zo durf te noemen ..

Ach, natuurlijk wel; je acquireert, werkt en krijgt daarvoor betaald. Bizniz dus. Nou hup, je kent niemand maar je bént er! Ga gewoon naar de bar en doe wat jij altijd doet: energiek, geïnteresseerd, open en kwetsbaar. Jij kunt dit. Go, girl!

Ik haal adem, loop naar de bar, doe wat ik altijd doe en heb een paar bijzonder leuke gesprekken die ook meteen ergens over gaan. Zie?! Niets aan het handje.

Gedist met koude schouder

Dan neem ik plaats naast een succesvol ogende vrouw, die er in ieder opzicht uitziet om door een ringetje te halen. Ik geef haar een compliment en stel een vraag ter kennismaking. Haar respons is een strakke pitch, geleverd op afgemeten toon. Ze stelt geen vraag terug maar kijkt langs mij heen, ik mompel mijn intro en val stil. Dan monstert ze mij met die typische ‘ik bekijk jou van boven naar beneden en … tsjáh …’- blik, non-verbaal voor ‘niet interessant’, en draait zich om. Mij rest haar rug, een koele schouder en de vraag waarom zij dit in godsnaam nodig heeft.

Even voel ik me klein en onwaardig, dan recht ik mijn rug; Graag of niet, hoor. Gelukkig lukt het mij inmiddels ervoor te kiezen niet onder de indruk te zijn maar ik weet ook van veel prachtvrouwen dat zij dit moeilijker vinden.

That special place in hell

De -vette aanrader want geweldige- presentatie ‘F*ck die onzekerheid’ begint en al snel is daar de quote van Madeleine Albright: “There’s a special place in hell for women who don’t help other women.” Naast mij stoot de vrouw haar vuist in de lucht en loeit joelend van instemming. Kennelijk raakt deze quote wèl de goede snaar.

En ik? Ik ontvlam inwendig van nijd, teleurstelling en verontwaardiging over de hypocrisie van dit moment en heb óók zin om te loeien! Keihard te schreeuwen zodat ik een geluidsvacuüm creëer waarmee ik alles omvat, haar incluis. Stelling nemend tegen dat verdomde onderhuidse geweld, zo veelvoorkomend tussen vooral vrouwen onderling. Een f*cking impostor is er niets bij; zo fnuikend, zo ondermijnend maar bovenal zo ontzettend onnodig!

Ik doe het niet. Natuurlijk niet: wat zullen ze wel niet van mij denken

Couleur locale – Een haag van Zelfbeschikking.

IMG_3081

“Nououww zeg. Die mag óók wel eens wat aan d’r hèg doen!?!”

Voorbij tour-fietst een stel van een jaar of 65-70 dat door de jaren heen op elkaar is gaan lijken. Diepbruine, enigszins verweerde gezichten van het vele buiten zijn, allebei kort grijs haar. Hij in een knielange broek met van die aantrek-touwtjes onderaan, zij met driekwart-broek met ook aantrek-touwtjes onderaan. Alles in ton-sûr-ton kaki en gebroken wit.

Ongeacht waar je bent in Nederland, kom je hen tegen, zeker ook hier in dit dorp. Hardop de omgeving becommentariërend met alleen hun eigen referentiekader als maatstaf. Ongehinderd door het besef dat ze goed hoorbaar zijn omdat ze, rekening houdend met elkaars en eigen afnemend gehoor, best hard praten. Tegelijkertijd denk ik niet dat het hen iets kan schelen, want wat zij vinden mag door de wereld gehoord worden.

Maak mij gek: kleinburgerlijke bemoeizucht met van alles waaronder de uiterlijke omstandigheid van andermans woon- en dus persoonlijke ruimte. Het heeft op mij het kinderachtige effect dat mijn hakken zich in het zand begraven: ‘Piss off, ik doe lekker helemaal níets meer aan die heg..!’

Maar goed, dit terzijde.

Want mijn heg en ik, wij hebben een bijzondere relatie, ontstaan doordat ik mijn heg al jaren met de hand snoei. Jazeker, met de hand! Het startte toen ik hoogzwanger dit door de heg omzoomde huis betrok en in een vlaag van nestdrang bedacht dat ie geknipt én geschoren moest. Ik vond een grote, loodzware heggenschaar en wierp me met ’n evenzo loodzware buik op de klus.

Ik herinner me talloze mensen, lieve buren en vreemden, die voorbij kwamen en stil bleven staan. Kennelijk bood het een wonderlijk plaatje. Sommigen complimenteerden mij met mijn ijver, anderen maanden me bezorgd tot rust en voorzichtigheid en weer anderen gaven me tips – ook uit zorg maar vooral die voor de toekomst van mijn heg. Minzaam nam ik alle zijlijn-commentaren in ontvangst, strekte mijn rug nog maar eens en ging stoïcijns verder.

Zwoegend en zwetend ondervond ik dat het therapeutisch werkte: knip-knip-knip door al die takjes, korte metten makend met … ja, met wat precies? Hoe dan ook, het gaf me het gevoel van een vrolijk en vooral stoer soort zelfbeschikking: Kloddertje roze hier, Takje minder daar, Mijn kind, Mijn huis, Mijn heg!

Zo ben ik dat blijven doen, jaar in jaar uit en word sinds een jaar of 5 geholpen door mijn zoontjes. En iedere keer komen ze, de goedbedoelde maar ongevraagde en daarmee lichte ergernis opwekkende opmerkingen van de buurt-schippers aan wal. Onze lol is dat wij elkaar later vertellen wat we allemaal opgevangen en geantwoord hebben, sommige uitwisselingen zijn inmiddels tot gimmick verworden: “Zeau, jai ben hier wel effe mee bezig, hè?” ‘Ja dat klopt, en zo makkelijk is het nog niet hoor, best lastig om het recht te doen.’ “Hm. Ja. Nou. Dòt zien ik!!”.

Schuldbewust moet ik bekennen dat de heg na 15 jaar zelfbeschikkend geknip, inderdaad van schots naar uitermate scheef is gegroeid, twee meter dik is, ik door dit alles niet zo goed weet hoe of waar ik nu moet beginnen en niet verder kom dan er halfslachtig naar staren. Mijn kinderen wil ik dit toch ook niet aandoen: het is tijd voor een drastische maatregel.

Dezelfde jongen die 6 jaar geleden bij wijze van hobby-bijbaan mijn zelfbedachte tuinset uit hout tevoorschijn wist te toveren en nu op zijn 23e een florerend tuinbedrijf heeft met 14 man in dienst, gaat mijn heg onderhanden nemen. Want mijn trouwe therapeut verdient niets minder dan een echte local hero!

En ik? Ik ga er die dag eens goed voor zitten. Het zal wel even wennen zijn maar ik heb zo het vermoeden dat dit een veel relaxter vorm van zelfbeschikking gaat zijn…

 

 

Rendez-vous

IMG_2998

Ik heb een werkafspraak op een buitenlocatie. Groot parkeerterrein en buitenloop-gebied. Ben iets te vroeg dus blijf nog even in mijn auto zitten om een paar apps weg te werken. Naast mij staat een auto met een vrouw erin die hetzelfde doet. Denk ik.

Ze kijkt even op, naar mij, fronst licht en duikt weer in haar mobiel. Dan verschijnt een andere auto met een man achter het stuur, die dicht naast haar aan de andere kant parkeert. Koket wuift zij haar vingers naar hem terwijl ze haar telefoon weglegt.

Aha. Dit is niet zakelijk.

Tegelijkertijd stappen beiden uit de auto en vallen elkaar in de armen. Vooral de vrouw valt. Diep. Ik zie het gewoon gebeuren. Blind voor en ongegeneerd naar haar omgeving, is haar lust voor de zojuist gearriveerde man tot in mijn auto voelbaar. Zij lijkt wel vloeibaar en waar ze net nog wat verstoord had gekeken ziet ze er nu in-gelukkig uit.

Hier zijn, op deze plek op dit tijdstip, maakt mij onbedoeld toeschouwer van hun intieme uitwisseling. En omdat dit nu eenmaal het gegeven is, besluit ik deze rendez-vous evenzo ongegeneerd te observeren.

Zij draagt een trouwring. Hij niet. Beide rijden in typische familie-auto’s. Zij een wat oudere Renault en hij een VW; lease-bak. In beide auto’s staan op de achterbank kinderstoeltjes. Bij haar 2, bij hem 1.

Ze zuigen zich aan elkaar vast tussen de deuren van hun bolides. Ik bekijk het geamuseerd. Dan gaat haar telefoon die kennelijk nog ergens op de bijrijdersstoel ligt. Met een wild schrikgebaar laten ze los. Zelfs ik schrik. Ze graait naar haar telefoon, kijkt wie het is en drukt diegene weg. Rode wangen en schuldbewuste ogen die de mijne even raken. Ze stopt haar telefoon in haar tas en gooit de autodeur dicht. Hij checkt ook nog even zijn mobiel en stopt die dan in zijn achterzak.

Ik zie hem zeggen: “Ga je mee?”. Ze knikt en samen lopen ze richting het weidse en met bossen omzoomde wandelgebied.

Met allemaal vragen blijf ik achter. Wat gaan ze nou doen? En wáár?! En zou dit misschien via zo’n vreemdgangers-site zijn ontstaan of is zij een stiekeme Tinderella? En, en, of, of??!!

Ik wil het allemaal weten maar zal geen antwoord krijgen. Balen…

De haas en de fuik: een eerlijk gesprek

haas

“HOE is het in gódsnaam mogelijk dat dít verhaal (wijst een blog aan) ZO veel reacties en likes krijgt??! Ik heb een tijdje geleden EXACT zo’n stuk geschreven en daar gebeurde helemaal geen RUK mee! Nu is het klaar, ik kap ermee. Ik ga NOOIT meer iets schrijven!

Het leidt gewoon tot niets!”

“Waar wil je dan graag dat het toe leidt?”

“Mán, dat vind ik zo’n shit-vraag! Weet ík veel. Het hoeft niet per se tot iets tastbaars of groots te leiden maar als mijn stukjes 0,0 opleveren in de zin van reacties dan is dat een teken dat het niet goed is, niet leuk is of nergens op slaat. En daar BAAL ik van, want ik doe op elk stuk mijn best en als ik op publish druk dan denk ik altijd: Dit is goed. En dat IS het dus niet! Ik zie het kennelijk verkeerd en heb het duidelijk totaal niet begrepen!!”

“Zoiets zegt toch niets over of men het leest of het wel/ niet goed vindt? Ik lees ze altijd, vind ze vrijwel altijd echt goed en druk vrijwel nooit op like want ik hou daar niet van. Dat geldt volgens mij voor velen.”

“Dat snap ik op zich wel maar daar heb ik dus GEEN BAL aan. En daarbij; op andere stukken zijn wel al die likes en reacties. Het klopt daarom niet wat je zegt. Zij raken waar ik ergens iets mis. En het maakt mij onzeker en verdrietig maar ook woest.. van frustratie.

“Maak je er dan niet afhankelijk van. Zet het niet online. Schrijf! Maar alleen voor jezelf!?”

“Helaas; voor gevoel van succes ís het een afhankelijkheidsrelatie. Door hoe dit werkt. Want natuurlijk, ik schrijf voor mezelf. En m’n kinderen. En voor wie dat wil. Maar ik hou ook van het delen en de respons, het gevoel er toe te doen. Aandacht. Waardering. ERKENNING, verdómme!

Klinkt dat sneu? Ja, nou ja, vind ik ergens ook. En het past niet in het streven van dankbaar, mindful en al dat soort hoger ge-emmer. Maar godver, zo voel ik het gewoon; aards, primair, stront, kak, POEP! Ik bén geen monnik. Ik ben een mens! Met hashtag-faal erbij.

Want ik kan wel zeggen dat het me niet boeit en dat ik zó doorontwikkeld ben dat ik totaal zen en stoïcijns doorstruin, onaangeraakt door de opinie, maar dat is natuurlijk GELUL! Het raakt me WEL. Het gaat over MIJ!

En dan hou ik me ook nog onwijs in. Schrijf helemaal niet zoals ik eígenlijk zou willen. Steeds maar rekening houden met anderen; ouders, kinderen, exen, omgeving en wat dacht je van opdrachtgevers. De mensen met wie ik werk? Echt zó schrijven als dat ik zou willen? Waarschijnlijk te puur, te rauw, te intens. Krijg ik nu al wel eens terug. En we weten allemaal: als het niet in een bekend straatje past, is het makkelijk oordelen. Zelden terecht maar evengoed fnuikend.

Het maakt me razend en ik vind mezelf een angsthaas dat ik me hierdoor laat leiden, terwijl ik juist streef naar vrijheid en onbegrensdheid. Het liefst wil ik alles LOSlaten. Loslaten en gáán. Maar ik ben dus bang. Bang dat dit een prijs heeft die te hoog is voor mij om te betalen. Die ik mij niet kan permitteren.

Godsamme, een zee van onbegrensde mogelijkheden en ik zit in een fucking FUIK!

Moet ik er dan allemaal lak aan hebben, gewoon lak eraan en gaan?! Ik weet niet hoe. HELP me dan met het HOE! Alsjeblieft!!”

“Ja, ik wíl je ook helpen. Alleen; jij moet het doen zoals jij het wil doen. En weet je, misschien is het wel zo. Misschien is de manier waarop jij en ook ik dingen ervaren en ze zien, wel anders dan de meesten. En kun je niet uitgaan van begrip.”

….

“Tjeezus.

Wat een deprimerend k**gesprek…”

Mind your … mind

IMG_2953

’n Drukke dag en dus direct ’n drukke ochtend. De stromende regen biedt mij een mooi excuus om de jongste met de auto naar school te brengen. Omdat de gang van een dag als deze afhangt van de efficiënte handelingen en daarmee het gevoel van controle, besluit ik op weg naar zijn schooltje alvast even te tanken. Dubbel-efficiënt want deze dorpspomp is goedkoper dan die langs de A2.

Als we bij de pomp komen, zien we dat aan ‘onze’ kant een motorrijder staat te tanken. En niet bij de 2e maar bij de 1e pomp vanaf ons bezien. Wij moeten er dus helemaal omheen en geïrriteerd mopperend doe ik dat. Mijn zoontje, die hier normaal geen enkel probleem bij zou ervaren, laat zich door mijn irritatie aansteken en zucht diep bij zulk inefficiënt onvermogen.

Terwijl het ondertussen echt is gaan gieten racen wij met volle tank en in stilte verder. Ik zie dat mijn baasje peinzend voor zich uit staart. Als we even later bij de school parkeren, begint hij ineens een relaas:

“Die sukkelige man hè, met die motor, die was helemaal kaal. Dat zag ik. Dat lijkt mij dus héél irritant als het zo regent op je helemaal-kale-hoofd. Dat je dan die druppels zo voelt, pàts-pàts, net als op een glazen ruit en dat het in zo’n stroompje langs je oren glijdt. Dat is best vervelend.”

Het beeld dat hij schetst ontstaat voor mijn ogen en in één ogenblik glijden alle irritatie en drukkende haast van mij af. Verrukt kijk ik opzij. Met een grote grijns naar mij, opent hij zijn deur en huppelt door de regen het plein op naar zijn vrienden.

Ik kijk hem na en kan me moeilijk aan het gevoel onttrekken dat hij precíes weet wat hij daar zojuist deed.