Pain is gain, óók bij de Thai!

IMG_7080

Van Jezelf Houden: een belangrijk inzicht in het ontwakend zelfbewustzijn van velen. Hierbij hoort lief zijn voor jezelf en wat mij betreft, betekent dit aandacht, tijd en cadeautjes. Allemaal voor me, myself and I. Te beginnen met een fijne massage …

Op mijn buik lig ik te wachten, slechts een klein broekje aan mijn lijf. Een fluisterend muziekje, een vlaag van warme lavendelolie in een donker gemaakt kamertje. Alles voor het gevoel van comfortabele ontspanning. De deur gaat open en iemand komt binnen.

“Waah jij las van?!”, knalt het overal dwars doorheen.

Verschrikt kijk ik om. Een kleine maar woest-kijkende Thaise kijkt vorsend op mij neer.

“Uhhhm, sorry, wat vroeg u?” Als een konijn in de koplampen staar ik haar aan.

“Waah.Jij.Lás.Van!?!!”

Een onverwachte sensatie

Nog voordat ik kan antwoorden dat ik hier lig als cadeau aan mezelf en dat ik volgens mij niet echt ergens specifiek last van heb, voel ik twee handen in moordend tempo naar boven stampen. Via kuiten, dijen, onderrug en langs mijn ruggengraat omhoog, lijkt het alsof zij met zes mokers tegelijk mijn gehele achterkant bewerkt.

Mijn ogen puilen uit hun kassen. Ik kan een vloek nog net binnenhouden en wat eruit komt is een harde snik gevolgd door de hik van een lach. Holy Fúck en -Cow tegelijk, wat een pijn doet dit!

Ontspanning..

Terwijl ik mijn adem zoek, verlegt mijn woeste-masseuse-met-belachelijk-sterke-handen het handdoekje dat horizontaal over bovenbenen en bil ligt, zó dat mijn gehele rechterbeen vrij komt.

Met snelle bewegingen begint ze mijn kuit te massseren. Haar handen, mijn huid en de spieren eronder worden één. Gelukzalig ontspan ik me, klaar om volledig op te kunnen gaan in dit vloeiende ritme. En net als ik met een weldadige zucht  mijn hoofd neerleg en alles loslaat om optimaal te kunnen genieten, zet zij haar duimen vol in de kuitspier die kennelijk stijf staat van spanning.

SM?!

Een oer-kreun ontsnapt uit mijn keel; ik grijp naar de bovenkant van het matras en klamp me eraan vast alsof mijn leven er vanaf hangt. Elke vezel in mijn lijf zet zich schrap om deze aanval te weerstaan.

Waar en wanneer heb ik in godsnaam het idee opgevat dat Thaise massage lekker en ontspannend zou zijn? Dat ik mezelf eens fijn mocht verwennen omdat dit lief-zijn was voor mezelf? Ik had poezelige typetjes verwacht met fluwelen pootjes en nu blijk ik door een Thaise Attila met ijzeren hand bewerkt te worden.

SM staat voor mij vanaf nu voor Sado Massage!

Tussen hoop en vrees

Ik voel de neiging opkomen deze martelgang af te breken en het hazenpad te kiezen. Maar een ander, zachter, stemmetje maant me te blijven liggen en dit te ondergaan. Alweer komt uit de diepte van mijn buik een schaterlach omhoog. Een bijwerking van de adrenaline-rush die bij mij kennelijk langs mijn lachspier giert.

Kim -zo heet ze- moet nu ook grinniken. En dat blijft ze doen terwijl ik me gedurende het volgende uur met witte knokkels, als een drenkeling met bijhorende geluiden, aan alles vasthoud waar ik bij kan.

Ont-knoping

“Jij heb véél las: want niet genoeg ontspannen.”

Ineens besef ik dat Kim mij met haar bodywork van top tot teen heeft kunnen lezen. Met haar duimen alle pijnlijke plekken heeft gevonden, ingeduwd en doorgeduwd, zodat de rotzooi die daar verstopt zat, de komende dagen mijn lichaam kan verlaten.

Deze pijnlijke lief-voor-mij-massage krijgt ineens een onverwachte waarde en diepere betekenis.

Pain = gain

Lief zijn voor jezelf is niet alleen maar jezelf aaien. Het is óók jezelf faciliteren om naar je pijn te gaan en deze eens goed te voelen. Jezelf de kans te geven ergens doorheen te gaan om daarna fris verder te kunnen.

En als je er dan zelf niet bij kunt? Helemaal niets mis mee een ander te vragen je te helpen. Ik kan je mijn Kim van harte aanbevelen!

Deze blog schreef ik voor UrbanChicks maar is per definitie Van Dichtbij

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Voetbalvroege muesli

IMG_0166.JPG
Naar goed gebruik moeten we voetbalvroeg opstaan deze zaterdag, ja ook in de herfstvakantie. En naar goed gebruik zitten we samen met piekharen en dikke oogjes aan tafel, starend in het niets.
 
Traag en met tegenzin lepelt hij zijn bakje yoghurt met muesli naar binnen. Op een of andere manier smaakt dit op zaterdagochtend minder dan op een doordeweekse, zeg, donderdag. Wonderlijk is dat.
 
Met lange tanden gaat de ‘laatste’ hap naar binnen. Ineens vrij snel loopt hij met het ‘lege’ bakje naar de kraan, spoelt het om en daarmee de laatste drie happen weg, alvorens het bakje keurig in de afwasmachine verdwijnt. Ik doe alsof ik niets doorheb.
 
In mezelf gniffelend moet ik denken aan de kilo’s Brinta waar ik mij vroeger op exact diezelfde wijze van ontdeed. Onder het mom van ‘ik doe wat van mij verwacht wordt” met uitgestreken smoel een boevenstreek uithalen. En. Niemand. Die. Het. Merkt. Heerlijk om je dag te kunnen beginnen met een kleine overwinning. Zit je meteen lekker in de wedstrijd.
 
HIj kijkt mij quasi onschuldig aan en ‘ziet’ dat ik niets heb gezien. Tevreden klautert hij op mijn schoot. Zo zitten we een minuutje heerlijk warm te worden.
 
“Kom op baasje, je moet gaan.” Vandaag fietst hij voor het eerst op zaterdagochtend helemaal alleen naar de team-verzamelplaats. Het is tijd, hij is groot genoeg.
 
Schoenen aan, fietssleutel en voordeur in de hand en één voet al buiten, kijkt-ie nog even achterom: “Dag mam.” Met rechte rug loopt hij naar de schuur, rukt zijn fiets eruit die klem staat tussen de logge apparaten van de andere twee, die al groot zijn en daarom wel mogen uitslapen vanuit het kleintjes-vroeg-groten-laat-principe en spurt weg. Als hij langs mij racet, is daar nog een zwaai. “Dag, vent.”
 
Alleen aan de keukentafel staar ik verder in het niets. Ik kan het me nauwelijks voorstellen maar binnenkort komt echt de dag dat ik ook dit voetbalvroege ga missen.

Aan de LAT

IMG_0119Sinds een kleine twee jaar ben ik gelukkig met mijn nieuwe liefde. We wonen niet ver van elkaar maar ook niet om de hoek. Vaak krijgen wij de vraag: “Gaan jullie al samenwonen?”

Het antwoord is simpel: “Nee.”

Half elftal

Onze samengestelde set bestaat uit 8 mensen: wij tweetjes met ieder 3 = 6 kinderen. Vijf hardcore pubers en één buitelaar. Een half elftal grote lijven met goeie koppen dat over elkaar heen kakelt, stompt en giechelt.

Superleuk, superdankbaar en natuurlijk heus ook om af en toe knettergek van te worden. Want het is nogal veel! Veel mens, veel kind, veel energie. Meestal krijg je dat ervan, heel soms kost het je. Het mooiste van alles is dat deze 6 lijven het, als ze bij elkaar zijn, ontzettend leuk en goed hebben met elkaar.

De grote uitdaging is wat ons betreft hoe we dit leuk hoúden; voor onszelf, voor hen en met z’n allen? Wij beiden zijn overtuigd van het feit dat het goed gaan met z’n 8-en, een sine qua non is voor het goed gaan met z’n tweeën.

En daarom gaan wij niet samenwonen.

Het werkwoord LAT-ten

Laatst besefte ik dat wij dus ‘LAT-ten’. Een grappige realisatie want ik had er eerder geen seconde bij stilgestaan dat ík nu aan ‘Living Apart Together’ doe. Het nam me mee terug naar de tijd waarbij voor mij als jong meisje afkortingen als LAT(relatie) en BOM(moeder) klonken als ver van mijn bed. Progressief-exotisch. Ik kende die termen absoluut niet van dichtbij maar uit de Jan, Jans en de kinderen …

Enfin.

Ik LAT, hij LAT, wij LAT-ten dus. En waarom werkt dat voor ons? Kijkend naar onze situatie, kom ik op 5 redenen:

1. Vechten hoeft alleen met bloedverwanten

Omdat alle kinderen hun eigen, veilige plek houden. Ons samenzijn tast hun gevoel van veiligheid binnen het eigen gezin niet aan. Geen andere regels ineens, geen onnodige gevoelens van onrust of moeten vechten voor je ruimte en aandacht. Dat hoeft nog steeds alleen met directe bloedverwanten.

2. Zelfbeschikking

De relatie tussen onze kinderen is goed en blijft naar ons idee op deze manier beter houdbaar. Enig gevoel van autonomie en zelfbeschikking, het idee dat zij hun eigen leven kunnen blijven leiden zoals dat min of meer was, vinden wij belangrijk. Ze hebben al genoeg niet-leuks meegemaakt en niets daarvan was zelfverkozen.

3. Hoge golven? Gladde zee graag!

De constructies waar je als co-ouder mee te maken hebt, kunnen enorm ingewikkeld zijn. Waarom zouden wij van twee gezinnen een nieuw gezin proberen te boetseren, dat vervolgens de helft van de tijd wel en de andere helft niet samen is? Een permanente golfbeweging die gaat van: met een heleboel naar met een paar tot even met z’n tweetjes en weer opnieuw. Golfbewegingen zijn leuk als afwisseling maar een gladde spiegel is noodzakelijk om weer op adem te kunnen komen.

4. Kinderen en Co

Laat ik niet licht over een praktisch aspect heenstappen: wij zijn dus beide onderdeel van een co-ouderschap. Daar zitten bepaalde voorwaarden aan verbonden. Eén daarvan gaat over afstand tussen ouders. In kilometers. Als wij zouden wíllen samenwonen binnen die context, moeten we precies in het midden gaan wonen. Ofwel: 6 kinderen die de helft van hun tijd ineens weg zijn uit vertrouwde omgeving. Best leuk avontuurlijk hoor, voor een kind, even ‘losgezongen zijn’ van alles, maar dan toch alleen als het een (eindige) vakantie betreft.

5. Mijn huis is ook míjn haven

Last but not least: zelf houden wij ook van ons helemaal-van-mijzelf stekkie. Onze eigen plek, die we tot haven van ons bestaan maakten in een moeilijke periode. Voor ons beide is het belangrijk dat die cocon er is. Om in terug te kunnen trekken en als gebalanceerde basis van ons zelfstandige leven met eigen manier van zijn, samen met de eigen bloedjes.

Aan de LAT

Heel soms hoor ik dat immer-kritische stemmetje in mijn hoofd dat vraagt: “Maar ben je dan niet 100% gecommitteerd aan je nieuwe relatie? Kies je niet gewoon de makkelijkste weg?”

Daar kauw ik, plichtsgetrouw als ik ben, dan even heel serieus op en kom telkens tot dezelfde slotsom: ik ben super-gecommitteerd, want er is niets lichtzinnigs aan een nieuwe, serieuze relatie waarin kinderen betrokken zijn en iedereen zich hecht aan elkaar. Óók in een LAT-relatie sta je precies daar: aan de LAT!

En wie zegt dat in ons geval de makkelijkste weg niet ook de beste en gelukkigste is?

 

 

 

Laat jezelf zien bij een belangrijke auditie: 5 tips van een negenjarige (ook van toepassing op de rest van je leven)

IMG_0002.JPG

Hij mocht zich komen presenteren voor een eventuele kans op eeuwige roem als Najib, zoon van Emilio en Gloria Estefan. En omdat de Nederlandse versie van Emilio de blonde Jim Bakkum is, kan ‘onze’ Najib ook een beetje blond zijn.

Het inschrijfformulier vroeg om eerlijkheid: “Nee, geen danserervaring. Behalve thuis de hele dag. Wij vinden kritiekloos alles geweldig en anders hij zelf in ieder geval; dus aan zelfvertrouwen geen gebrek.” “Type dans? Euh, beetje ballet-acrobaat-karate-beweger (hier was ruimte voor op het stippellijntje).” “Nee, geen andere podium-ervaring als deze noch op handen zijnde.”

Als we niets terughoorden binnen een maand, zat-ie er niet bij. Het leek mij goed de verwachtingen enigszins te managen maar ineens was daar een mail: hij mocht komen auditeren.

Gisteren heeft hij op een echt podium in Amsterdam, ten overstaan van professionele dansers, regisseurs en (criti)casters, zijn beste beentje voorgezet, temidden van 24 andere enthousiast-ambitieuze figuurtjes. Waarvan sommigen al zeer geoefend en bloody goed. Over een week laten ze iets horen en ik manage geen verwachting meer. Waarom niet? Omdat dit is hoe het is: alles of niets. Je bent erbij of je ligt eruit. Alle kinderen weten dat. Ook hij.

En hij heeft besloten dit te accepteren omdat het de pret, spanning en het ervoor gaan niet mag drukken. Sterker nog: het zet hem aan tot éxtra prestatie, zoals hij mij op de terugweg vertelde. In een half uur deelde hij vijf belangrijke lessen met mij, zijn in permanente staat van verwondering verkerende moedertje:

1. “Ik doe gewoon mijn allerbest en verder niets want ik vind dit het leukste wat er is en ik weet toch niet precies waar ze op letten.”

Een onvervalste Own it! Heerlijk, meer kun je niet doen en je geniet in ieder geval maximaal.

2. “Wij weten niet waar zij naar kijken en zij weten ook niet waar wij dènken dat ze naar kijken. Dus probeer ik daar allemaal helemaal niet aan te denken.”

Ehm. Ja, heel goed en verstandig. Want je ziet maar, dat hele ‘denken’ wordt sowieso overgewaardeerd.

3. “Als het even misgaat of je doet een beweging net anders dan aangeleerd, heb je de ruimte om te doen alsof het zo móest.”

Deze snapte ik niet meteen dus hij legde het me uit: omdat straks het publíek ook niet weet hoe de precieze beweging eruit ziet, is het belangrijk dat je met vrolijk stalen smile doorgaat. Belangrijk inzicht: fake it till you make it!

4. “Sommige kinderen die al heel goed konden dansen, konden juist níet zo goed wat we nu moesten leren. Dus toen dacht ik: ‘Hee, nu wordt míjn kans iets groter.'”

Een klein inzichtje in zijn realiteitszin en tegelijkertijd ook ambitie. Gepassioneerde drive gecombineerd met koele calculatie.

5. “De Amerikaanse meneer die belangrijk is voor de keuze, was er ook. Dus toen hij bij mijn groepje keek, heb ik nóg meer mijn allerbest gedaan (en precies díe keer ging het daarom echt heel goed).”

Wederom een blik in zijn strategische benadering. Zo vol vuur de dingen doen met daaronder kennelijk steeds een stroompje van slimme controle.

Vol bewondering en een beetje ontroerd hoorde ik hem aan en ineens raakte mij de heldere zekerheid: Dit mannetje ís er al. En hij is er met zoveel overtuiging dat hij er verder ook wel komt.

Waar dat dan ook zijn mag.

Leider

image

Het is een mooie ochtend, de zon schijnt en voelt direct warm, ondanks het feit dat het al weer later licht wordt en eerder donker.

De regen die twee dagen heeft aangehouden is eindelijk doorgedreven maar liet wel alles kletsnat achter; de straten, tegels, het gras en de blaadjes. Het zonlicht weerkaatst verblindend.

Zij van 93 schuift gebruikmakend van haar stok voorzichtig over de stoep richting straat om over te kunnen steken. Ondanks haar nog scherpe geest en relatief soepele ledematen, maakt het verminderde zicht deze tocht tot een spannende onderneming: nat-gladde blaadjes, een afstap, de schittering en te snelle auto’s. Niet zoveel maar genoeg om zeer op je hoede te moeten zijn voor een veilige overtocht.

Hij van 8, die net nog luidkeels joelend en met wilde bewegingen heen en weer stoof, valt stil terwijl hij de situatie in zich opneemt. Ik zie hem kauwen op het beeld.

Dan loopt hij naar haar toe en geeft haar zijn arm en schoudertje: “Zullen wij samen oversteken? Ik hou jou vast en kijk goed voor jou. Als ik ga voel je dat en kun jij met mij mee.”

Zijn overgrootmoeder slaakt een ontroerde zucht: “Niet lang geleden begeleidde ik jou zo naar de overkant. En nu, nu ben jij míjn leider.”

Deze komt zichtbaar binnen, trots kijkt hij even om naar mij. Dan legt hij zijn vrije hand ook op haar arm en kwijt zich met overgave van zijn belangrijke taak.

 

Eerst presteren, dan beloning

IMG_3940

Kleinste grote vriend mag naar een casting. Ze zoeken een adrogyn-ogend jongetje dat van dansen houdt. Ik vind hem helemaal niet androgyn maar hij mag toch komen, omdat alles aan hem danst en hij een fruitig snuitje heeft. Denk ik.

Daar gaan we dan, na een week lang alle scenario’s aangehoord te hebben die hij in zijn hoofd heeft over hoe zo’n ‘cáh-sting’ gaat. Van volle zalen met zeker 2000 andere deelnemertjes, gewoon meedoen omdat het “écht heel leuk is, toch mam? Ja hoor, vent”, tot de spanning van de gedachte aan helemaal- alleen-op-een-groot-podium-terwijl-iedereen-kijkt. Op naar hartje Amsterdam!

Na een totale chaos van afgesloten grachten en van alle kanten hard op ons inrijdend fietsverkeer, moeten we achteruit terug over het bruggetje van een klein centrumgrachtje, zwetend vanuit elke porie terwijl hij uit de auto hangt om sorry naar iedereen te roepen, sla ik met ogen dicht een kruisje alvorens gas te geven. Verwilderd arriveren we bij een grachtenpandje met klein souterrain, waar in studentikoos aandoende banken 1 ander jongetje onderuitgezakt ligt te wachten.

“Er komt zó iemand, hoor.” Minzaam sussend heeft de moeder van dit ook niet zo androgyne jongetje direct door dat wij beginners zijn. Wij ploffen neer, giechelen samen, drinken en eten van wat ik heb meegenomen (wat nogal wat is, want straks zitten we hier tenslotte úren tussen die 2000 anderen..)
Het verveelde jongetje wil ook drinken en laat dit zijn moeder weten. Zonder op te kijken van haar telefoon sist ze: “Eerst presteren, dan beloning.”

Wij verslikken ons in onze koek en worden ietsje stiller.

De coördinator van het geheel verschijnt, schudt ons vrolijk de hand en maakt een foto. Een nieuw kind met moeder komt binnen, prototype androgyn jongetje, -eindelijk iemand die het echt begrepen heeft-. Het onderuitgezakte ventje wordt opgehaald door een andere vrolijkerd met grote bos dansend krulhaar en verdwijnt achter de deur waar het allemaal gebeurt.

Kleine baas observeert en absorbeert, in opperste staat van spanning, verrukking en verbazing; dit lijkt in helemaal niets op een theater maar vooral op de gang van zaken bij een huisarts!

Ondertussen maak ik vrienden in de wachtbank door het wel-androgyne jongetje te complimenteren met zijn vooruitstrevende kapsel (deels kaal, deels knot). Zijn moeder corrigeert me; Hij blijkt een Zij. ‘Oh, mijn excuus.’ “Nou, geeft niet hoor. Zeg, jouw zoon is wel erg kleín, hè?”..

Dan wordt mijn kennelijk heel kleine vriend opgehaald, we geven elkaar een boks en hij danst met Danshaar mee naar binnen. Succes aapje, geniet er maar van!

Een kwartier later staat hij stralend weer voor me: “Mama, het ging heel goed want het was echt superleuk! Zij *wijst naar Danshaar* vroeg mij allemaal dingen, ik moest dan in de camera kijken en antwoorden. En toen de muziek kwam, danste zij heel grappig óók!” Danshaar jubelt met hem mee: “Wat een lust voor oor en oog, deze danser!” Voor danser kan zijn dag niet meer stuk en voor mij stiekem ook niet.

En zo staan we na 30 minuten weer buiten op de gracht, met volle tas, – maag én – gemoed van avontuur en ervaring.
“Vond je het spannend?”
“Ja, heel erg! Maar ik vond het ook heel leuk!”
“Ik vind het geweldig en ontzettend knap dat het jou lukt om het op zo’n spannend moment ook echt te Dóen!” .
“Nou mam, maar dit was Hét Moment. Ik wist; als ik het wil laten zien, dan Moet het dus NU!! Dús …”

Ja. Dús …

Bewonderend: “En nu? Eerst presteren, dan beloning?”
Grote grijns: “Haha ja, een mega-ijs graag!”

Freeze, froze, frozen: als je de ene voet niet meer voor de andere krijgt

image

Franse Alpen + kinderen = avontuur-activiteiten, I like! In mijn enthousiasme vergeet ik dat ik minder houd van gapende dieptes. Balancerend boven een ravijn slaat de angst en daarmee een freeze toe: HELP! Hoe, in hemelsnaam, krijg ik mijn controle terug?

Daar sta ik dan, halverwege een 40 meter lange staalkabel die gespannen is over een ravijn van minimaal evenzoveel meter diep. Een woest bergbeekje stroomt hard onderdoor in die genadeloze diepte. Mij extra benadrukkend dat ik ergens ben waar ik niet wil zijn.

Een zekering is nog geen vérzekering

Natuurlijk ben ik gezekerd, via twee stevige staalkabels aan weerszijden van mij. Niets aan het handje, zou je denken. Maar ik krijg, na de eerste 15 meter al wiebelend vooruit geschuifeld te zijn, ineens de ene voet niet meer voor de andere. Stokstijf stil met gekruiste benen en een totale verstijving in mijn lijf en hoofd.

Gewiebel en geduw

Wat niet helpt, is de jolige wiebelaar zo’n 20 meter vóór mij, die de kabels voor mijn gevoel een meter doet uitslaan en de hijgende adem van mijn 7-jarige in mijn nek. Hij gaat ook over deze kabel. Natuurlijk; hij doet het allemaal en alles met een noodgang. Ongeduldig geremd in zijn snelheid, vraagt hij zich af waarom zijn moeder zo tergend langzaam gaat en vooral waarom híj of all people de pech heeft achter haar te zitten.

Stoere moeder

“Mahammm!! Schiet eens op, mam! Mamáááá, mag ik al? Wáárom sta jij de hele tijd stil? Je staat trouwens heel raar met je BIL naar achter…. Nou, ik GA hoor!! Pfffffff, jij bent toch zo stoer?!” Zijn misgenoegen druipt ervanaf en ik vind mijn eigen kind onberedeneerd een ontzettende naarling.

Grond voelen

Mijn hele leven al vind ik dieptes eng. Zolang ik een vorm van vaste grond onder mijn voeten heb, is er niet veel aan de hand, slechts af en toe een weeïg gevoel in mijn maag dat mij nooit heeft belemmerd. Niet bij het afdalen van hoge en steile skipistes of het beklauteren van bergwanden, niet tijdens het bezoeken van culturele hoogstandjes zoals de toren van Pisa of de Duomo in Milaan. Zelfs niet bij het omhoogklimmen via best hoge ladders. Maar dít…?!

Freeze: figuurlijk bevroren

Ik draai mijn bovenlijf stijfjes en voorzichtig 90 graden in de richting vanwaar ik kwam, om het briesende baasje achter mij tot kalmte te manen:

“Zeg vriend, heb jij wel door hoe stoer ik inderdaad ben? Ik sta hier, midden op dit touw, terwijl ik E-NOR-ME hoogtevrees heb! Maar ik stá hier wel, ja?! … NEE, NIET bewegen!”

Gesnuif valt mij ten deel, alsmede een driftige ruk aan de zijkabels. Rotjoch!! Totale paniek verlamt mijn armen, mijn benen en mijn hoofd. Een klassieke Freeze: Ik.Kan.Dit.Niet. Ik houd mijn adem in en beweeg niet meer.

Overleven is ademhalen

Toch zal ik wel moeten; het is dát of hier op dit nare draadje blijven staan. Ik moet de controle over mezelf terugkrijgen en die freeze uit mijn hersenpan weren: “Je kunt het, je weet het, denk na; hoe moet dat ook al weer?” Door deze afleiding begint in mijn bevroren brein iets te dagen over ademhalen en blijven leven. De vernauwing van mijn bewustzijn verbreedt zich en in de ruimte die ontstaat, vervang ik de gedachte “Ik.Kan.Dit.Niet” door “Rustig en diep ademhalen”.

In godsnaam; gá!

Met deze poging tot ontspanning glijdt iets van de verkramping van me af en langzaam komt wat gevoel terug in mijn ledematen. Ik kan de ene voet voor de andere schuiven en de overkant komt dichterbij! Het gaat langzaam maar ik klaag niet: als ik in godsnaam maar ga.

De acrobaat vóór mij is allang weg en de driftige drukker achter mij block ik: “Hij is er niet, hij is er niet, hij is er niet!” En verdomd, ook dat werkt: voor even ís hij er niet.

De boom is mijn moeder

Met een woeste kreet van opluchting werp ik mezelf tegen de boom die het einde van de overtocht markeert en klamp me eraan vast alsof het mijn moeder is. Ik ben gered. Ik.Kon.Het.Toch!

PS mijn zoon is bij aankomst, 0,1 seconde na mij en met één blik op mijn gezicht, ook trots op mij. Hij vertelt aan iedereen dat het weliswaar leek alsof ik een bangebroek-met-bil-raar-naar-achteren was, maar dat ik feitelijk stoer ben gebleken. En dat is hem geraden, want hij hing zéker aan een draadje.

 

(Dit verhaal is van vorig jaar en ook gepubliceerd via urbanchicks.nl .

Als je GOED kijkt, ZIE je het ..

IMG_3284.JPGWe fietsen samen terug van zijn speelafspraak. Als altijd ga ik net wat harder en kijk daarom met regelmaat even achterom. Haartjes in de wind, opgewekt gezichtje. Aanzettend op zijn trappers omdat hij als altijd iets te vertellen heeft.

“Mama, wist jij dat L. heel muzikaal is? Hij kan pianospelen en zit op zangles. Hij kan echt Heel. Mooi. zingen!”

‘Tjee, wat leuk zeg. Nee, ik had geen idee!’

“Ik wist dat eerst ook niet! Maar hij zingt Mooi van Marco Borsato -ken jij dat, mam?- en dat klínkt ook echt heel mooi. En hij heeft mij net Shape of You op de piano geleerd.

‘Wat geweldig vent, jouw lievelings. Ga je dat straks voor mij spelen?.’

….

Zet weer aan en komt dichterbij

“Ja, oke. Weet je, mam, aan L. zie je zo eigenlijk niet dat hij iets bijzonders kan. Maar toch zíe je het.”

‘Hoe bedoel je dat precies, wat zie ik dan aan L.?’

“Nou gewoon, als je naar hem kijkt, zíe je het. Door hoe hij zijn hoofd houdt en hoe hij kijkt en loopt. Daardoor zie je dat hij iets bij zich heeft, iets dat hij heel goed kan. Ik zie dat. Ik zie dat altijd aan anderen.”

‘Wat een prachtige eigenschap vind ik dat. Dus als jij naar iemand kijkt, zie jij meer dan wat je letterlijk ziet?’

… hij is al pratend weer wat achterop geraakt en spant zich extra in om dichterbij te komen. Het ontroert me, ik rem wat af en herhaal mijn vraag.

“Ja. Of nee. Want ik zie het eigenlijk wél letterlijk. Het is er, maar je moet wel echt GOED kijken! Als je écht goed kijkt, zie je aan iedereen dat ie wat kan.

‘Weet je, lief mannetje, ik denk dat jij gelijk hebt. En weet je wat nog meer? Als ik naar jou kijk, zie ik zóveel  dat ik niets meer kan zeggen en alleen maar een traantje in mijn ogen krijg van geluk.’

….

Achter mij gaat de zon nog warmer schijnen.