Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met al z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. Je te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Bloggen betekent ‘visibility’ op online media, van Facebook en Twitter tot Instagram. Onmisbaar voor een zelfstandig ondernemer. Maar nu dit bloggen ook echt een onderdeel van mijn online identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begón ooit als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Ultimiss

Daar sta ik, midden op het veld, helemaal alleen. Wie er ook op mij afkomt, Ultimiss, het-edele-paard-van-zeer-goede-komaf in ieder geval niet.

Hm.

“Zie het niet als afwijzing, maar als aanmoediging om te zakken, weg uit je hoofd. Je hebt spanning en je energie is teveel naar buiten gericht. Een paard houdt van geaard; zen dus.”

Ik probeer het, ademen naar mn buik, 4 in, 6 uit en verdraaid, daar komt ze. Ze smakt en gaapt 2 of 3x uitgebreid. “Ze laat jouw energie los.” Ik gaap háár aan; for real?

Ze blijft schuin voor me staan, met opgeheven hoofd, net niet echt contact. “Ze spiegelt jou. Wat zou jij nu willen?”

Tsja, graag écht contact, dus ik beweeg naar haar toe en aai neus en hals. Ze leunt tegen m’n hand. Dit voelt fijn; warm, verbonden. Dan stapt ze naar voren, vol mijn zone in. Ik loop schrikkerig achteruit: “Niet naar achter bewegen, neem jouw plek in en behoud je ruimte!”

Ik vertel dat het me overweldigt, haar grote gestalte en heel sterke presence. Momenten van confrontatie met invasieve energie kort en langer geleden in mijn leven en mijn reactie daarop, komen voorbij.

Ze komt nog eens heel dichtbij, ik blijf staan en zij houdt haar hoofd boven het mijne, haar nabijheid nu als kalme troost. Ze buigt en legt haar neus in mijn nek; liefdevol, zonder franje. Ik voel ‘het is goed’ en dit ontroert me diep.

Dan is ze klaar. 6 minuten.

Over non-verbaal gesproken. Heel veel waarachtiger wordt iets niet.

Plek

Ik. BÈN. Er!!!!!!!!

Met een zwaai gaat de slaapkamerdeur open en springt jongste op zijn derde verjaardag naar binnen met wijd uitgespreide armen en zó’n stralend koppie dattie licht geeft.

Zelden heb ik iemand met zoveel vanzelfsprekend en vertrouwen zijn plek zien innemen, als hij op dat moment. Het staat op mijn netvlies gebrand en in mijn hart en geheugen gegrift. Zijn gevoel van er totaal en zonder ook maar enig excuus te mogen zijn en mijn gevoel van jubelend geluk hier deelgenoot van én mede-verantwoordelijke voor te zijn.

Je plek innemen. Naast, tussen en ten overstaan van anderen jouw eigen rechtmatige plek voelen en pakken.

Een thema waar ik mijn hele leven al mee knok, omdat het voor mij als kleintje níet vanzelfsprekend zo voelde, dat ik dat mocht. Ruim baan maken voor de ander; niet een te grote mond hebben; de beste was de goedste en de kleinste de liefste en beide was ik in ieder geval niet. Iets wat ik meenam door mijn leven; knokkend in samenwerkingen en relaties met anderen die juist meer ruimte innamen dan goed was voor een gezond evenwicht. Types die van hun kant zelf vanzelfsprekend de goedste waren of door ingeboren egoïsme niet erg gericht op -het gevoel van- een ander, niet gebakken om zelf intrinsiek te geven en clueless ten aanzien van het gegeven dat groot-gevers vaak niet zo vanzelfsprekend hun eigen ruimte claimen, laat staan pakken. Dat dit soms tot buikpijn aan toe moeilijk voor hen is.

Klein liet mij dat in die partnerschappen weer voelen en behoorlijk alleen, maar ergens ook veilig want bekend. Inspirerend vind ik dit type mensen op voorhand sowieso omdat ze iets doen dat ik meer zou moeten. Zit er voor mij iets wenselijks in die begeerlijke, arrogante manier van gewoon (in)nemen. Alleen in plaats van ‘standing ground’, deed ik te vaak zelf nog maar eens een stapje opzij, me boos maar ook angstvallig vasthoudend om niet over het randje te kukelen. Hek naar beneden, klauwtjes uit.

Een oneigenlijk gevoel van afhankelijkheid creërend waar niemand iets van zou begrijpen die mij zo, op eerste gezicht, kent.

Maar we hebben allemaal onze eigen verhalen en onder onze grootste kracht zit vaak ook onze diepste valkuil. Het een laat zich zien in de goede tijden, het ander als de boel begint te verschuiven.

Wat een feest is het dan, om van die glasheldere spiegels in eigen huis te hebben. Allemaal met hun eigen terugkoppeling van wat jij te leren hebt. Goed kijken moet je, en goed luisteren. Vooral naar je buik.

Deze kleinste spiegel hielp mij het op zijn derde verjaardag zo helder te voelen. Toen wist ik nog niet goed wat het precies was ik zag. Maar nu wel.

Los dus. Met de armen wijd er staan:

Ik. BÈN. Er.

Op mijn plek.

Opgave

De hele week al ploetert hij op wiskunde D. De dag voor de toets ontploft hij: “Waarom vólg ik dit k*tvak eigenlijk!?!” Uit z’n tenen komt het.

Ik moet hem het antwoord op zijn gelukkig retorische vraag schuldig blijven en laat hem even pruttelen en mopperen. Dan: “Waarom zou je het níet doen, als je het wel kunt?!”

Peinzende ogen.

“Ik kan het ‘soort van’, maar het kost me extreem veel moeite.”

“Ik snap je en zeg ook dat dát het argument niet mag zijn. Stoppen omdat iets móeite kost, neigt naar opgeven. Ik weet dat en heb daar spijt van (gehad). Dat is geen fijn gevoel.”

“Oké, maar het kost me zóveel moeite dat ik te weinig tijd overhou voor al die andere vakken die óók pittig zijn. Én ik wil helemaal geen studie doen waar Wiskunde D voor nodig is.”

Deze snap ik echt en krijg er weinig tussen. Ik hang in die ingewikkelde ouderschaps-spagaat van eigen verantwoordelijkheid en ruimte laten en stimuleren zonder sturend te zijn. 

Lieve vriend, het is helemaal jouw beslissing. Het enige dat ik belangrijk vind, is dat je er geen spijt van krijgt.”

2 Weken later:

“Mám, ik heb een 8,6 voor WisD!!”

“Ongelooflijk, dat is nog eens loon naar werk! En nu? Heb je al een beslissing genomen?

“Nog niet helemaal. Maar áls ik stop, weet ik nu dat het sowieso geen opgeven is. Want ik kán het dus heel goed.”

Het Héle-al

“Ik. Weet. Het. Niet.”

Gek werden en worden zij van dit antwoord dat ik ze dan toch gaf en geef.

Al op 1000-en vragen.

Soms om ze bewust te maken van hun eigen denkvermogen maar ook omdat ik vaak echt het antwoord niet wist:

“Mama, hoe kan het dat Dumbo kan vlíegen, want zijn oren zijn wel groot maar zijn lijf ook. Of zit daar hélium in, net zoals bij ballonnen?”

Of:

“Mam! Hoe-zo lijken wij als ik ons zó zie, zo groot, terwijl we in het ‘héle al’ maar piepklein zijn?” (Wappert met armen om dat héle al te duiden terwijl moeder iets murmelt over verhoudingen en hoopt dat het hier bij blijft, wat helaas niet zo is).

En nu, 10 jaar verder weet ik op de meeste van hun vragen het antwoord nog steeds niet. Noch op een heleboel vragen die ik zelf heb.

Over dingen die buiten mij liggen en over dingen die zich binnenin mij afspelen.

Waar ik in de loop der tijd wél ben achtergekomen is dat ons ‘weten’ zeer wordt overschat. En een schijnzekerheid oplevert waar je soms alleen nog maar meer van op je neus kijkt. 

Nee, dan het niet-weten.

Dát kunnen accepteren, levert vrijheid op en kracht. Precies wat nodig is om je te kunnen verhouden tot wat zich nú aandient. In.Dit.Exacte.Moment.

Dat leer ik zelf. Dagelijks.

Blóedirritant vinden zij het.

“Ik weet het, schatten.”, zeg ik ze dan.

;

Vloeibaar

We zitten in een warm restaurantje en vieren dat het weekend is, mijn 3tal en ik. Het zijn drukke tijden waardoor de balans is verschoven naar een groter appèl op hun zelfzorgend vermogen. Zij doen dat ongelooflijk goed en ik ben trots op ze. En ook hebben we nu behoefte aan elkaars nabijheid en samen-zijn. Even hergroeperen.


Ineens vraagt de jongste: “Mama? Ik vroeg me af hoe dat is voor jou als je alleen thuis bent en wij bij papa? Vind je het dan heel saai om alleen te eten?”


Zijn plotse, directe vraag slaat in als een bom.


Ik kan ze niet meteen aankijken; zo’n précair moment waarop de impact van mijn reactie bepalend kan zijn. Ik wil niet dat zij zich ooit schuldig voelen over iets dat met onze scheiding verband houdt. Maar ik wil ook eerlijk zijn. Dat heb ik ons beloofd.


Ik neem zijn vraag even mee naar binnen en tot mijn verrassing landt-ie, na de eerste schok, heel goed. Ik kijk op en ontmoet 3 paar verschillend vragende ogen. Die van jongste vloeibaar dwingend, middelste met een rustig willen weten en oudste lief en tegelijkertijd op haar hoede. Voor allen het antwoord van belang.


“Wat een lieve vraag. Mijn eerlijke antwoord is dat ik helemaal heel ben mèt jullie, maar ook alleen. Dus ook dan ben ik oprecht oké.”


4 Paar ogen ontspannen, de mijne nu vloeibaar.

Gewoon

Nogal wat posts en schrijfsels gaan over zaken als mindset, focus, geloof in jezelf en zelfvertrouwen.

Belangrijke topics waar het gaat om performance. Jouw performance. Als professional, ondernemer, mens.

So far so good.

Maar het valt me op dat deze topics vaak in combinatie gaan met het woordje ‘gewoon’: “Je moet ‘gewoon’ je focus houden. Het gaat ‘gewoon’ om mindset. ‘Gewoon’ een kwestie van zelfvertrouwen. Geloof ‘gewoon’ in jezelf!”

Als het allemaal zo ‘gewoon’ was, dan had niemand er verder last van. Het gaat vaak om diep ingesleten patronen. Gedachten en overtuigingen die zich ooit in het systeem gezet hebben. En het betreft meestal langgeleden verkozen gedrag. In combinatie met reflexgedrag dat bij jou hoort.

Kun je daaraan werken? Ja, zeker. Maar is dat even ‘gewoon’ en met quick fix? Nee, absoluut niet.

‘Gewoon’ zou het zijn, als we bleven doen wat we deden. Want in veel gevallen is het behoorlijk lastig om dit soort zaken te veranderen.

Het begint met de moed om met meedogenloos eerlijke blik naar jezelf te durven kijken. Vervolgens commitment, veel oefening en niet te vergeten; tijd.

Het goede nieuws is dat ieder piepklein stapje op dit vlak, je mijlenver kan brengen. Van binnen en daarmee ook naar buiten.

Daar is werkelijk niets ‘gewoons’ aan. Eerder is het buitengewoon.

Tijd

“Hi mam. Ben jij thuis?”

“Ha vent, heb even geen tijd en ben straks ook nog niet thuis als jij uit school komt.”

“Ik ben bij papa, want ik heb vrij omdat er staking is.”

“Oh ja, dat is ook zo. Ik kom zo snel me lukt.”

“Mam, je hoeft echt niet eerder thuis te komen, hoor.”

“Zeker?”

“Ja”

‘n Appgesprek met m’n jongste. Ik hoor mezelf denken: “ach, wat een lieverdje toch. En zo begripvol.”

Ik buig me weer over m’n beeldscherm. Toch lukt werken niet echt meer; iets in onze conversatie galmt na. Ik kan het niet vastpakken maar het blijft galmen en zonder verder nog na te denken klap ik mijn laptop dicht, gooi alles in mijn tas en rij weg. Naar huis.

Daar aangekomen app ik hem: “Ben er. Kom je?”

Een direct en verheugd: “Écht?! Heb jij al geluncht?”

“Nope. Samen?”

5 minuten later staat een mannetje met frisse wangen en stralende ogen voor me. Mijn armen gaan wijd open en hij vliegt erin. Dan gaan we eten en lopen we even later samen in de zon waar het prachtig is.

Zo op het oog kleine dingen maar een gevoel van onbeschrijflijke dankbaarheid vult mij.

Wat het precíes was dat zo galmde, weet ik dan nog niet maar iets met Dingen Die Belangrijk Zijn.

‘s Avonds scroll ik nog wat en lees in een post: ‘Je tijd is alles.”

Full stop.

AHA.

Dát was dus m’n les:

Druk kun je doen maar Je.Tijd.Is.Alles.

Meghan: goede actrice of heeft ze het zwaar? Een blik op haar on-verbaal ..

“Wat zit dat poeder-prinsesje daar in Afrika met haar prins nou te klagen over hoe moeilijk het soms is als Royal in de UK, terwijl ze op de centen van belastingbetalers de hele wereld afreist, nu in Afrika lekker koloniaal loopt te doen, dankzij haar huwelijk rijker dan rijk is en het aan alle kanten goed heeft getroffen met zichzelf en alles wat ze heeft?! #HarryAndMeghan”

Dit is een samenvattende en zwaar gecensureerde versie van het type bericht dat in alle hoeken van de social media te lezen valt, de afgelopen dagen. Sinds de documentaire “Harry & Meghan. An African Journey” uit is, waarin Harry en Meghan op on-Britse wijze open zijn over hun gevoelens ten aanzien van de pers en de manier waarop zij, en dan vooral Meghan, bejegend worden.

Tegenover de haat-berichten staan ook miljoenen steunende woorden aan het adres van het koninklijke koppel: “We love you. You’re the best. Shame on you, haters. Punch Britains Press in the face. etc. #HarryAndMeghan”

Ik scan deze teksten, als altijd in de ban van mijn eigen verbazing over die kennelijk diepgevoelde behoefte van veel mensen om het in zulke sterke en stellige bewoordingen te hebben over personen die zij feitelijk niet kennen.

Nep of echt?

Eén discussie tussen de tegenstanders en voorstanders valt mij in het bijzonder op: “She’s so faking it; she’s an actress!” vs. “Look at how real her emotions are, so vulnerable and sad, I can feel it in the pit of my stomach.” 

Wie van deze twee elkaar bevechtende groepen zou het bij het rechte eind hebben?

Meghans non-verbaal nader bekeken

Een blik op deze vraag vanuit het non-verbale laat mij de volgende uitingen van Meghan zien, terwijl ze met de interviewer praat (als je dat leuk vindt kun je met me meekijken. Ik ga in op het deel van 0.18 – 1.20 min in onderstaande video):

  • Over Harry en zijn angst dat haar hetzelfde overkomt als zijn moeder onder druk van de media: het bijten op haar lip wat duidt op spanning die ze probeert in te houden; dan wegvallen van de spierspanning rond de ogen en in het gelaat (regulatie op spanning); om over te gaan in een zgn. ‘social smile’, waarbij de mondhoeken omhoog krullen maar de lach niet tot aan de ogen reikt. Dit is een incongruente uiting die de ontvanger of gesprekspartner precies dat signaal geeft: hee, dit is raar, hier klopt iets niet.
  • Over het zwanger zijn en daarna zo goed mogelijk invulling proberen te geven aan het moederschap waarin alles nieuw is en daarmee moeilijk, laat staan onder de druk waaronder zij verkeren: toon gaat omhoog aan het einde van de zin (ongemak); ze reguleert de intensiteit van haar gevoel door weg te kijken terwijl ze probeert te formuleren; dan hoofd schuin en schouders omhoog, een heel giechelig, klein stemmetje hevig knikkend met weer die social smile en tegelijkertijd een strakke bovenlip, iets later klemt ze haar kaak opeen. Nu is er behalve de incongruentie van de social smile ook nog die van aan de ene kant een (om begrip) vragende, bijna submissieve houding en aan de andere kant een impuls vanuit wenkbrauwen, kaak en bovenlip: voor mij duidt dit op ongemak en spanning.
  • Ze sluit haar ogen en schudt even haar hoofd als ze zegt: “It’s a very real thing to be going through behind the scenes.”, om vervolgens bevestigend te knikken. Dan op de vraag of het dus echt moeilijk is voor haar, deze situatie, kijkt ze de interviewer recht aan en sluit haar ogen kort maar duidelijk voordat ze zegt: “Yes.” 

Lieg je als je je ogen sluit terwijl je bevestigend antwoord?

Links en rechts lees ik wel eens dat als iemand de ogen sluit en dan met een bevestigend antwoord komt, dit dús een leugen zou zijn. Deze bewering klopt niet; het sluiten van de ogen is weliswaar een regulatie maar niet per se omdat er gelogen wordt. Eerder is het de regulatie van een emotie of gevoel van spanning die de emotie oproept. Wat je dus kunt zeggen is dat dit onderwerp en deze specifieke vraag bij haar voor veel spanning zorgt.  

Conclusie

Op basis van bovenstaande zou ik zeggen dat ze een van de beste actrices ter wereld zou zijn als zij al deze onbewuste bewegingen bewust zou kunnen maken. Mijn educated guess is daarom dat Meghan, wat je ook verder inhoudelijk vindt van wat zij zegt, zich op dit moment oprecht niet goed voelt in haar leven en rol als lid van het Britse koningshuis.

Ze is daarmee extra-echt; ze doet zich namelijk ook niet sterker voor dan ze is.

Heel dapper, zeker voor iemand in haar positie.

#staytuned …

In het heetst van de strijd

05.51 uur. Ik word wakker met het gevoel dat ik stik in te warme dekens.

Raar.

Ik heb slechts een dun dekentje en mijn slaapkamerraam staat open. Eigenlijk wil ik me weer omdraaien maar iets maant mij toch even polshoogte te nemen. Halverwege de trap naar beneden slaat mij een droge hitte tegemoet en een wat harder en daarmee onheilspellend geloei van radiatoren.

Gisteren had ik voor het eerst na de zomer de kachel weer aangezet. Kennelijk is het ding hierdoor van slag.

Sloom van de warmte en in mijn hoofd nog niet erg wakker, kijk ik naar het bedieningskastje. Het kost me moeite te focussen: 23 graden and counting.

Nu moet je weten dat ik niet tegen te warm gestookte ruimtes kan. Het brengt mij direct terug naar de woonkamer van mijn grootouders waar altijd alles potdicht zat, behalve de radiatoren en waar ik derhalve nauwelijks adem kon halen. Iedere keer dat ik er was, wist ik niet hoe snel ik weg moest. Hen vond ik lief maar die kamer verstikte me.

Een beklemmend gevoel waarin ook iets van schuld.

Ik druk op de knopjes en wacht: er gebeurt niets. Het geloei houdt aan en ook de stijgende warmte. Ik loop naar de ketel, daar gebeurt van alles maar ik zou niet weten wat. Vragend staar ik naar allerlei knopjes en verwonder me over het feit dat ik na al die jaren hier in mijn uppie, absoluut geen idee heb welk knopje wat doet, en of ik überhaupt ergens aan mag zitten. 

Het is inmiddels half 8, mijn huis voelt aan als de Sahara en ik vraag me af of ik het verwarmingsbedrijf al kan bellen. Ik besluit het erop te wagen.

Een uiterst adequate dame begeleidt mij door de reset-actie en heeft, als dit niets uithaalt, het lumineuze idee de stekker van de ketel eruit te halen. Ik verwonder me alweer: niet zozeer over haar tegenwoordigheid van geest maar vooral over het gebrek daaraan van de mijne. Nog eens extra in coma gesust door het aanhoudende gebrul van warm water door buizen en het gevoel alsof er een reuzenföhn zacht maar steady recht op mijn gezicht gericht is.

Een afspraak met de monteur voor morgen is gelukkig snel gemaakt en een korte termijn tevredenheid neemt even bezit van mij. Het gegeven dat ik nu een dag zonder verwarming zit, lijkt me vooralsnog een zegen; ik kan niet wachten tot het hier heel koud is en ik die warme watten uit mijn hersenpan kan schudden.

Die tevredenheid blijft echter niet zo lang hangen. Wat mij namelijk stoort, is de notie dat ik, in de regel toch zeer scherp van geest en behoorlijk in staat mijn leventje te regelen, volstrekt kansloos blijk waar het sommige heel basale zaken betreft. Want echt; van alle oplossingen die ik in mijn hoofd de revue heb laten passeren de afgelopen 3 uur, zou “de stekker eruit trekken” de allersimpelste en ook meest effectieve geweest zijn.

Deze oplossing zat er alleen niet bij. 

En ik vraag me, met lichte zorg, nu af: wat zegt dat in hemelsnaam over mij….?

Come rain or shine

De leukste vind ik je toch wel.

.

Ook al vond ik het hier zelf, ondanks de nog best wat onwennigheid van het moederschap, een stukkie comfortabeler met je.

.

Toen we het alleen nog hadden over rijstwafeltjes, of toch een snoepje, of ik wel of niet mee wilde naar de eendjes en als ik niet mee wilde ik tóch mee moest, of je nog héél eventjes nóg een verhaaltje kreeg voorgelezen en dat soort zoets.

.

In plaats van over ‘shotjes’, er zit ‘maar’ 12% in die limoncello die wij dronken. Oh nee, 14 maar dat zit toch ook gewoon in wijn en het wel of niet je iets herinneren van dat ene feestje of festivalletje.

.

Hoe jij ziet dat ik iedere keer weer manmoedig en met open mind aan zo’n gesprek begin, en dan wat listige details loslaat waardoor mijn lach het toch weer op mijn lippen besterft.

.

Hèt moment waarop jij wacht om dan met besmuikte blik, sardonische grijns en zogenaamd bemoedigend klopje op mijn hoofd te zeggen dat het met jou echt allemaal best meevalt…

.

Killing.

.

Ik hang tussen het ‘ik-wil-alles-weten-mij-kun-je-alles-vertellen’ en het ‘beter-weet-ik-niets’. En ik zie het aan je leuke, stoute ogen: jij geniet van mijn gespartel.

.

Maar ja. Come rain or come shine.

.

Ik vind je toch de leukste.

❤️