Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met al z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. Je te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Bloggen betekent ‘visibility’ op online media, van Facebook en Twitter tot Instagram. Onmisbaar voor een zelfstandig ondernemer. Maar nu dit bloggen ook echt een onderdeel van mijn online identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begón ooit als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Kasper Dolberg: de mens achter het gezicht

Dat voetbalcommentatoren en -analisten de wetenswaardigheden over de voetbalsport en iemands wel of niet presteren op het veld kunnen beoordelen, daar twijfel ik geen seconde aan. Natuurlijk kunnen ze dat. Maar als ik lees over en luister naar de commentaren die deze zelfde beroepsgroep uitbraakt over -in dit geval- de mens Kasper Dolberg, rijzen mij de haren te berge. Als voorbeeld een greep uit een ‘goed gesprek’ van afgelopen zaterdag bij Veronica Inside tussen Valentijn Driessen (Chef Voetbal bij de Telegraaf) en Johan Derksen.

“Die Dolberg, ik weet niet wat ‘daar’ mis mee is.”

“Het maakt hem allemaal niets uit.”

“Hij heeft geen enkele emotie.”

“Loopt na het scoren als een zoutzak naar de middenstip met een kop van ’Ja, wat kan mij het schelen’ in plaats van dat hij blij is!” (de ironie als je ziet vanuit welke gelaatstrekken deze zin wordt voortgebracht, is dan wel weer om te glimlachen).

Achterover hangend in hun tv-studiostoelen en niet gehinderd door de notie dat ze met weinig moeite iemand nog even extra onderuit trappen. Een jonge jongen, op zo’n belangrijk moment in zijn leven.

In het geval van bovengenoemde commentatoren worden ze betaald voor dit format van afzeiken. Een heel slechte zaak vind ik al dit soort ‘vermaak’ dat plaatsvindt over de rug van een ander. Ik pleit voor integriteit en nuance. Want laten we ajb niet vergeten: we hebben het over mènsen.

Het is zo’n moment waarop ik weer even heel scherp en zeker weet waarom ik doe wat ik doe. Namelijk vanuit mijn analyse van microbewegingen in het gezicht, kunnen duiden wie ik voor me heb, hoe hij zal reageren onder spanning en onder welke omstandigheden iemand niet tot z’n recht komt en hoe dan wel.

Deze vaardigheid toepassend op Kasper Dolberg, waag ik het twee dingen te stellen:

1)     Het is misschien wel heel logisch dat hij in de situatie zoals bij Ajax is ontstaan, niet tot topprestaties komt. 

2)  Je kunt er vergif op innemen dat het hem wel degelijk boeit en dat zijn emoties intens zijn en diep gaan.

Analyse

Even een kleine uitleg van hoe dat zit met die analyse en duiding:

Onderzoek heeft uitgewezen dat ieder individu een consistente set van microbewegingen in het gezicht heeft, het zogenaamde Persoonlijk Non-verbale Repertoire (PNR). Deze bewegingen zijn zichtbaar ongeacht de situatie of interactie partner, zijn onbewust en niet te manipuleren. 

Met de INSA methode voor non-verbale strategie analyse wordt dit PNR bepaald. Hoe? Door bewegend materiaal te bekijken en simpelweg de microbewegingen te turven.

Natuurlijk zijn mensen oneindig complex en individueel verschillend maar het PNR geeft ons essentiële informatie over iemands persoonlijkheid en deze consistente bewegingen zijn een reflectie van evenzo consistente elementen in de persoonlijkheid. 

Het gaat niet over goed of slecht, sterk of zwak; ieder persoon heeft onderscheidende kwaliteiten en valkuilen en een basisbehoefte waar het de interactie betreft.

Het PNR van Kasper Dolberg

In de analyse van Kasper Dolberg komen de volgende microbewegingen consistent naar voren:

1)    Halfgeloken oogleden

2)    Optrekken van de wenkbrauwen waarbij de bovenste oogleden heel soms mee omhoog gaan maar meestal gaan ze meer hangen;

3)    Als hij knippert sluiten zijn ogen vaak niet helemaal, dit is de zgn. deelknipper

4)    Wenkbrauwen gaan in het midden omhoog

5) Beperkt knijpen van onderste oogleden (te weinig om mee te tellen)

6)    Openhangende mond; spierspanning in wangen en kaak is vaak heel laag.

Deze bewegingssset duidt op de volgende karakteristieken:

Kwaliteiten:

  • Doorzetter
  • Onverstoorbaar
  • Is op rustige manier resultaatgericht
  • Heeft veel geduld
  • Gevoel voor de situatie
  • Groot incasseringsvermogen
  • Betrouwbaar, stevig, tolerant

Basisbehoefte:

  • Gevoel van ruimte, ook voor zijn aanpak
  • Aandacht voor relatie in de interactie

Reflexgedrag onder spanning: 

  • Trekt zich terug in zichzelf
  • Haakt af bij verbale scherpte en negatieve druk
  • Loopt het risico het momentum te missen

De essentie van het reflexgedrag onder spanning van het “type Dolberg”, is het zich onzichtbaar maken, waardoor de beweging van het systeem letterlijk dan wel figuurlijk wegvalt.

En precies dat is wat je kan zien gebeuren over de gehele breedte van Dolberg’s uitingen: bewegingsloze gezichtsuitdrukking en in het veld te vaak net niet helemaal aangehaakt of net verkeerd getimed.

Even terug naar mijn twee beweringen aan het begin van dit artikel:

1)    Kasper en Ajax

Ik weet dat ik heel voorzichtig moet zijn met wat ik hier zeg, omdat ik verre van inside expert ben op het vlak van voetbal dan wel Ajax, terwijl heel Nederland dat wel is. Alles wat ik ‘weet’, weet ik van wat ik heb gelezen of gehoord en daar ligt dan ook nog eens mijn subjectieve beleving overheen gevouwen. Neem dit mee als je leest wat ik nu schrijf en overweeg gewoon voor de lol de mogelijkheid ervan: vanuit mijn blik op de context bij Ajax op dit moment, is het verloop van de carrière van Kasper Dolberg de afgelopen twee jaar, wellicht niet verrassend. 

Als voorbeelden noem ik het inzetten van Huntelaar als inspirator en aanjager voor Dolberg’s prestaties; dit lijkt eerder averechts te werken. Het jagen en killersinstinct van Huntelaar kunnen heel goed eerder intimiderend en opjagend zijn dan positief aanjagend. Als dit klopt dan legt het Dolberg eerder lam en logischerwijs maakt Huntelaar daar korte metten mee.

Ten Hag lijkt mij een heel goede coach en zeer betrokken bij zijn team en de individuele mens maar het zou kunnen dat hij geneigd is in de onderlinge interactie eerder nog wat harder druk te zetten op de prestatie. Hij zegt letterlijk: “Ik wil zien dat Kasper ervoor vecht en hij weet dat.” Op zich kan Dolberg dit prima aan alleen luistert de manier waarop nauw en is de reflex juist het omgekeerde als hij zich klem voelt gezet: hij valt meer stil en spreekt zich ook niet rechtstreeks uit over wat hij lastig vindt of liever anders ziet. Voor Ten Hag daarmee erg lastig.

2)    Kasper en emotie

Voelt hij dan niets en heeft hij geen emotie? Ik zou zeggen eerder andersom: van binnen woedt een storm.

Maar kan hij dat niet eens uíten, laten zien, zodat we meer gevoel hebben bij hem?

Nee, dat is extreem moeilijk. Juist het feit dat hij die spanning ervaart, maakt dat hij zo bewegingsloos oogt en reageert. Hij kan niet anders, het is zijn (onbewuste) reflex. Hier meer vat op te krijgen, vergt inzicht en oefening. Heel veel oefening. 

Onze spiegel

Wat ik me al schrijvend weer realiseer, is waar wij eerlijk naar moeten durven en blijven kijken. Namelijk dat – in dit geval- de behoefte om emotie bij Kasper Dolberg te zien, voortkomt uit het reflexsysteem van mensen die hem ongrijpbaar vinden; dus vanuit hun eígen behoefte aan houvast of vorm van push back. En dat veel van ons negatief uiten en – oordelen echt komt doordat het onszelf een ongemakkelijk gevoel geeft wanneer we in een interactie niet ontmoet worden in onze eigen basisbehoefte …

Een spiegel dus. Dat is wat het is.

Zichtbaarheidswaan(zin)

Stiekem noem ik het zo in mijn hoofd.

Druk, druk, druk zijn we met het onszelf on- en offline voor het voetlicht brengen, over de bühne krijgen en ons podium creëren.

Zodat we kunnen shinen, glanzen, er staan en toe doen.

Maar vooral het online zichtbaarheidsdenken kent z’n regels voor succes: strak, snel, mooi en alleen wat goed is.

Dus we slijpen en schaven aan onze boodschappen, poetsen plaatjes en woorden op, totdat alle rimpels zijn gladgestreken, vlekken zijn weggewerkt en de ‘waarheid’ over wat we kunnen ons in strakke zinnen aankijkt.

Zo. Dat staat.

Ik weet niet hoe het jou vergaat maar een zekere rebellie maakt zich van mij meester. Want ik kan dit niet goed. Dit is niet hoe ík werk of waarheid beleef.

Belangrijke elementen voor mij zijn: tijd (vooral als die vergeten mag worden), ruimte, aandacht, warm, kleur, diepte. Het (onder)zoeken en hopelijk op een dag vinden. En, jawel, de kreukels, vlekjes en rimpelingen als tekens van strijd. Zíj geven houvast, over te strak en glad glij ik makkelijk uit.

Professioneel kijk ik mensen diep in de ogen. Zo diep dat het soms misschien ongemakkelijk voelt. Omdat daar niets valt te verbergen en dit kan schuren.

Maar: waar het schuurt ontstaat glans. Altijd, dat is een wet.

Díe glans. Dat is ware glans.

Bewust onbekwaam

“Mam, het regent echt hard. Als dat zo blijft wil jij me dan even naar het station brengen, alsjeblieft?” Het woordje “alsjeblieft” doet direct wonderen. Ik hoor mezelf “natuurlijk schat.” zeggen.

Even later is het weer droog en breekt de zon zelfs door. Ik geef aan dat als het zo blijft, zij prima kan fietsen. Brengen vandaag betekent ook halen morgen en ik probeer een werkritme op te bouwen terwijl zij nog steeds vakantie vieren.

Nog geen sinecure en tussen al hun plannen, in-en-uitlopen en permanent geluid van idiote YouTube-filmpjes, bevecht ik mijn gevoel van ruimte. Wat soms lukt maar vaak ook niet. Meestal laat ik het want vind ik het stiekem ook heel gezellig die types zo om me heen, maar af en toe wil ik mijn punt over de bühne krijgen. Ik besluit dat dit zo’n moment is.

Een dreigend dreinerig en daarmee allergie-opwekkend “Nee maar, mahámm, je kunt me toch brengen? Ik kan morgen de bus terug pakken!” klinkt.

“Ja, oké, en dan kun je dus nu ook de bus héén pakken…”. Tevreden over mijn logica laat ik een betekenisvolle stilte vallen.

“Ik wil heel graag nu sámen, want dat vind ik zo gezellig…”

Kijk, en daar gaat het mis voor deze moeder. Want of het nu gemeend is of niet en of ze dat écht vindt of hier über-manipulatief op die al 16 jaren goed geobserveerde knop drukt; het maakt allemaal niet uit want het is de juiste knop.

Theatraal zuchtend maar ondertussen glimmend, trek ik mijn jas aan en pak mijn autosleutels.

Ergens achter in mijn hoofd de echo’s van de stem van mijn omaatje, die toen ik klein was ook precies wist hoe ze mij kon bereiken; iets met zoete broodjes, natte vingers, bakken en lijmen.

Ik weet het. Volledig bewust onbekwaam. Maar het geeft niet. Want de kracht zit ‘m in de zelfkennis.

“Kom op schat, we gaan.”

And yet, there we are.

‘We komen nergens vandaan en we gaan nergens naartoe’.

And yet; there we are.

Na de ruige stromen, de toppen en de dalen in Italië, zijn we weer thuis. Ook mooi, want kalm, vloeiend en vlak maar niet saai. Nooit saai. Al was het maar door de tinten groen, de lichtval en de altijd wisselende luchten.

Met mijn bijna-15 jarige zoon was ik op pad. Wij dompelden ons samen een week onder in stilte, bewustzijn, gewaar-zijn en martial arts. Gegoten in de vorm van Flowtrainingen gecombineerd met pittige hikes in de Italiaanse bergen. Dit alles onder de bijzonder kundige begeleiding van Sifu Lo Tor, grootmeester in de martial arts.

De impact van zo’n week ‘Flowtraining’ is groot. Tai Chi, Qi Gong, Wushu en Zen op grote hoogte maar juíst met je voeten stevig op de grond. Niets zweverigs of wazigs aan; eerder super geaard. Uit je hoofd, in je lijf. Ervaren, niet denken.

De impact op mij? Naast een heleboel wat teveel is om op te noemen en het cadeau dit met mijn kind te ervaren, merk ik dat mijn ogen net wat anders kijken na deze afgelopen week. Vanuit meer rust en meer aanvaarding van hoe dingen (kunnen) zijn.

Holy cow (en berggeit): de vechter aanvaardt…! Nothing short of a miracle, wat mij betreft.

Rust is het nieuwe goud en zit ergens tussen ieders oren. De uitdaging is om het daar zo veel mogelijk te houden. Nog geen sinecure daar de triggers om gewoon lekker op de emoties mee te varen, veel, diep ingesleten en verdomde gewiekst zijn.

Bezig zijn met je eigen ‘zijn’; dat is echt ergens goed voor. Maar vergis je niet: echt ‘zijn’ leer je alleen maar door t bewust te ‘doen’ en te ‘niet-doen’. Klinkt toch wel wat wazig, zeg je? Hm. Dat ligt aan mij, ik laat me meevoeren door de woorden in mijn hoofd.

Dus tip: ervaren is doen…

En even zo vaak niet-doen.

Geen quick fix! Het vergt een hard aan de bak en blijven. Oefenen. En doorzetten. En .. etc.

Mooie uitdaging en het goede nieuws:

‘The world is our dojo’.

Dus ook hier; het groene, kalme gras van Warmond.

Aubergine

De thermometer tikt de 40 aan. Wij hebben net een adembenemend kijkje genomen in de Mezquita Cathedral plus tuinen en zoeken nu een koeler plekje om weer op adem te komen.

De toog van de ‘taverna’ biedt die plek.

Een wat knorrige barman, die eigenlijk wil sluiten voor zijn broodnodige siësta, ontdooit als blijkt dat wij niet uitgebreid komen eten maar alleen een copa en een gazpacho Andalúz vragen. Dit staat in slechts een handomdraai klaar.

Rechts van mij zit een nogal corpulente en besnorde man in roze shirt. Hij oogt fris maar als hij tegen ons gaat praten, verdwijnt dat idee al snel door het onverstaanbare gepruttel waarbij zijn adem fluitend ontsnapt tussen de grote gaten van de nog wèl aanwezige tanden door. Mijn Spaans is behoorlijk op peil maar van hem versta ik vrijwel niets.

Hem maakt dit alles niets uit. Glanzend kijken zijn waterige oogjes langs mij heen naar de lange en breedgeschouderde extranjero die naast mij zit. Verrukt reutelt en pruttelt hij over de warmte, zijn Córdoba en de mooie blauwe ogen van mijn metgezel. Die met zijn hoed en zijn baard-van-een-week inderdaad wel wat wegheeft van Indiana Jones.

Ik buig mijn hoofd en realiseer me dat Cupido deze trotse Cordobez bij onze binnenkomst midden in het hart raakte. Mijn compañero kijkt mij ondertussen met zijn ‘ojos azules’ vragend aan; hij weet nog niet dat hij de hoofdpersoon is in het tussen 3 tanden door gelispelde liefdeslied op rechts.

De barman ziet, hoort, verstaat wèl en gaat stoïcijns door met wat hij al aan het doen was voordat wij binnenkwamen.

De situatie duurt voort en voelt steeds ongemakkelijker. Voor mij omdat ik als vertaler word gebruikt maar niets versta en voor Indiana die nu doorheeft dat hij het onbereikbare liefdesobject van deze gepassioneerde goeierd is.

Dan ineens vat de door Cupido getroffene moed, klokt zijn laatste van inmiddels vele copa’s weg, rolt van zijn barkruk, grabbelt zijn aubergine mee en komt tussen ons in staan. Na een laatste, nu rechtstreeks aan Blue Eyes gerichte aria, waggelt hij zielsgelukkig de deur uit.

In zijn rug hoor ik hem denken (ik versta hem ineens perfect): “Madre Dios, vandaag pakte het naar de markt gestuurd worden voor die ene aubergine toch maar mooi verdomd goed uit..”.

Hashtag NoFilter

“Ik wil graag weten hoe ik overkom. Want als ik binnenkom, wie zíet men dan? En als ik met iemand in gesprek ben, hoe percipieert die ander mij?

Want ik merk de laatste tijd dat gesprekken niet gaan zoals ik wil; het voelt stroever, ik heb minder grip. Al een paar keer nu was ik aan het einde van een gesprek zo ver dat ik dacht: “Zo, nu kunnen we er een klap op geven!”, was zeker dat die ander daar ook was en dan toch … niets. Ga ik met lege handen naar huis en een vraagteken boven mijn hoofd.

En dat laatste vind ik misschien nog wel het ergste. Want welke signalen aan de overkant mis ik en wat doe ik zelf dan niet goed, dat ik de onderhandeling niet naar verwachting afrond?”

Tja. Lastige vragen, zeker als iemand gewend is vanuit zijn beleving de controle te hebben over situaties. En er van uitgaat dat hij de richting bepaalt.

We plannen onze gesprekken in en gaan aan de slag. Ik lees zijn gezichtstaal en neem hem mee in wat hij non-verbaal doet: alle microbewegingen van zijn oogleden en wenkbrauwen, het slikken, het vele knipperen en het naar boven wegdraaien van de ogen bij het denken en praten tegelijk. Ook zijn posture, de manier waarop hij zijn lijf draagt en wat dit alles doet in het contact met die ander.

Wat ik zie, is dat hij veelvuldig uit het contact gaat. Met zichzelf en daarmee dus ook in de interactie. Hij neemt fysiek afstand, door tijdens het gesprek zijn hoofd wat naar achteren te hellen waardoor zijn kin de lucht in gaat. En als hij echt op dreef is, sluit hij zijn ogen vaak voor langere tijd terwijl hij praat, waardoor hij het contact ook letterlijk onderbreekt. Dan is het hele concept van verbinding maken en het elkaar echt verstaan, inderdaad erg lastig.

Het effect van zijn non verbale uitingen is dat er een bepaalde ongrijpbaarheid en afstandelijkheid van hem uitgaat. Logischerwijs ontstaat bij een gesprekspartner dan de vraag en twijfel: “Hoeveel investeert hij nu echt: wat en hoeveel van zichzelf legt hij hierin en waarom zou ik dan willen investeren in deze relatie?”

Ik beluister zijn narratief op woordkeuze en toon en zet dit af tegen wat ik zie. Ik check wat ik kan opmaken over wie hij is, wat zijn gedragreflexen zijn en wat hij zelf nodig heeft. Ik vraag. Heel veel. En luister goed naar wat hij vertelt. Over interacties met anderen maar ook en nog belangrijker, de interactie met zichzelf.

Op basis van waar hij allemaal mee komt, begeleid ik hem in een aantal visualisaties, ademhalingsoefeningen en specifieke mentale oefeningen waar hij zichzelf mee kan voorbereiden en die hem helpen in de juiste ‘stand’ te gaan staan. Namelijk die stand waarmee hij optimaal present is in iedere interactie.

Hij krijgt inzicht in de verhalen die hij zichzelf vertelt en wat de effecten daarvan zijn in het contact met zichzelf en anderen. Hij leert wat er gebeurt als hij in zijn reflexgedrag schiet en wat de impact daarvan kan zijn op degene(n) met wie hij praat, Welke boodschappen hij uitzendt en in welke mate die af en toe incongruent zijn met wat hij zegt maar zéker met wat hij over wil brengen: namelijk het vertrouwen wekken, open en benaderbaar zijn en het waard zijn om in te investeren. Ook op persoonlijk niveau.

Even na ons laatste gesprek krijg ik een opgetogen telefoontje: “Ik heb zojuist een droomopdracht binnengehaald! Dank je wel.”

Wat precies maakt dat het hem nu wel lukte; lag dat allemaal aan onze gesprekken?

Lastig zo even te stellen. Dat zou ik ook niet zomaar doen, de allerbelangrijkste factor van succes is degene met wie ik werk zelf. Altijd.

Wat ik wel weet is dat na onze gesprekken mijn opdrachtgever zichzelf zo goed verstond dat het hem in staat stelde zichzelf ook zo over te brengen.

En precies dat is waar ik het voor doe.

Basis

“Waar haal jij je inspiratie uit, Alexa?”

Om eerlijk te zijn, veel van mijn inspiratie komt voort uit het dagelijks leven. Omdat het dagelijks leven ons onze werkelijke basis toont. Onze basis zoals wij die ten diepste ervaren. Vaak onbewust.

De manier waarop we staan en ons lichaam dragen, onze reflexen, de impulsen en regulaties die we met ons gezicht laten zien, ons binnen en buiten, de wijze waarop we wel of niet tot (inter)acties overgaan. Totaal fascinerend.

Maar mijn puurste, rijkste en meest diepgevoelde inspiratie komt van degenen die het allerdichtst bij mij staan. Het hart van mijn dagelijks leven.

Door de manier waarop zij helemaal zichzelf schijnen te zijn, ongeacht het gegeven dat ze dezelfde achtergrond hebben, opvoeding en sociale omgeving.

Ik bewonder hun unieke natuur waarin zoveel voor mij te herkennen valt maar ook nog zoveel meer te ontdekken en leren.

Neem nou deze baas. Hij kiest ‘de barre’ als vriend (en vijand). Dapper en de doorzetter die hij is, zal het hem binnenkort zeker lukken om zijn voet op de bovenste stang te leggen.

Onvermoeibaar en niet gestoord door anderen, gaat hij door. Soms met koele berekening en vooraf bedachte strategie. Vaak ook gewoon, zó. Af en toe woest en ziedend om dat het niet snél genoeg gaat. Maar door gaat hij want opgeven zit er niet bij.

Ik weet dat omdat ik hem ken.

En daarnaast zie ik het in zijn ogen, zijn rechte schouders en volledig open houding.

❤️