Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met al z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. Je te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

n Kleine tussenevaluatie

16 jaar geleden was ik vandaag precies 1 dag moeder. En had ik op de roze wolk van bevallingsadrenaline, de totale verwondering en pure liefde die mij permanent overspoelden als ik naar dat kleine poppetje keek, geen flauw benul wat mij in deze nieuwe hoedanigheid te wachten stond. En al helemaal niet hoe ik het zou vinden, voelen, beleven, ervaren.

God nee. Van toeten noch blazen. En dat was misschien maar goed ook.

Dit jubileum, deze Sweet Sixteen, vind ik wel een mooi moment voor een kleine reflectie. Want de tijd ging met ups en downs. De jaren, maanden, weken, zelfs dágen gingen met ups en downs. Niks sweets aan vaak.

Tjeesis. Móeder zijn. Niet alleen een nieuwe rol, het geeft een geheel nieuwe dimensie maar ook definitie aan het leven. Een definitie die voor mij ook wel eens strak voelde, té strak als ik heel eerlijk ben. Want waar bleef ik, Alexa!? Mens met een eígen leven en eigen wensen en behoeftes. Die niet alléén maar wil (ont)zorgen, regelen, achter vodden aanzitten, zich onvoorwaardelijk dienstbaar opstellen.

Af en toe heb ik me flink verzet, en nog; kont tegen de krib en met gestrekt been erin. Iemand met een ego als het mijne vind dat ‘onvoorwaardelijke’ weliswaar volstrekt logisch maar wil er stiekem wel óók erkenning voor krijgen. En niet slechts 1 keer per jaar. Om maar iets te noemen.

Het lijkt soms een beetje op een grote grap. Zo’n ‘You’ve been pranked!!’. Zoals het gegeven dat je na jaren van totale afhankelijkheid ineens overbodig blijkt. Tenminste, dat dènken die types bij wie tijdens hun puberschap de meer rationele hersenfuncties een-voor-een uitschakelen. Sta jij daar met je goede bedoelingen: “Yo mam, ga even aan de kant, je staat in de weg. Neehee, je hoeft niets meer te doen voor mij, ik kan alles zelf!”

-Behalve dan als er een sok kwijt is, een boek, een telefoon, sportspullen, een fietslampje. Of als er gegeten moet worden (24/7), ruzietjes zijn, de oppasklus hélemaal vergeten blijkt, per ongeluk teveel aan biertjes geroken is, te weinig geslapen is maar wel gewoon het eerste uur school, etcetera..-

Zonder scrupules en alsof het de gewoonste zaak van wereld is. Helemaal woest word ik er soms van. En voel me dan matig gewaardeerd: “Zoek het uit, ik ga mijn eigen leven wel weer leiden. Eikels. Ik pak mijn koffertje en ben weg. Naar iets warms, leuks, rustigs en waar andere mensen iets voor míj doen én ook nog aardig zijn!”

Tegelijkertijd, als ze dan allemaal opgekrast zijn naar waar ze heen moesten, realiseer ik me dat ik heel veel van het leven én van mezelf pas ben gaan zien, snappen en ook waarderen, door het simpele feit dat ik moeder ben van drie van die spruitjes met zeer scherpe spiegels. Of je er even in wil kijken, mama!

Moeder: dat woord is vast niet zomaar gekozen. Het geeft niet alleen moed maar vraagt het ook. In die spiegels kijken en iets doen aan de dingen die niet zo mooi terugkaatsen … je moet het elke keer maar weer durven aangaan. En dat doe je. Althans; ík doe dat.

All in all is voor nu de -Thank God- tevreden stemmende conclusie dat, ondanks mijn angst dat ik delen van mezelf kwijt zou raken, het intens en intensief beleven van het moederschap mij juist en vooral een completer mens heeft gemaakt.

Completer en beter. Niet gek.

Nabrander: ik vind denk ik niets zoeters dan die niet-veranderende blik van bewondering en diepe indruk op die koppies als, terwijl zij al in paniek raken en nog vóór ze hun zin: “Mààmmm, wáár is mijn …” af hebben gemaakt, jij reeds aan komt lopen met sok, boek, hockeyrok of telefoon.

Diezelfde blik waarmee die weerloze hummeltjes je aankeken vanaf het moment dat ze intuïtief wisten dat jíj degene was die hen het leven gaf en degene is die ervoor zorgt dat ze in leven blijven.

Ze wisten het. Toen en nu deep down nog steeds.

Díe blik. Goud! 😉

Ochtend-modus

Zondagochtend, 11.00 uur. Heerlijke rust en even niets dat moet. Eindelijk ben ik warm na drie ijskoude wedstrijden langs de lijn op zaterdag. Van typisch voetbal-vroeg tot aardedonker hockey-laat.

Zaterdag is vaak de klap op de vuurpijl: een dag die op een of andere manier bol staat van ‘moetjes’, na de week die óók al onverminderd vol voelt.

Niet alleen voor mij, ook voor de jeugdige medebewoners van mijn leven.

Nu dus even een goddelijk niets; slechts rust en een krantje.

In de keuken scharrelt middelste die net zijn bed uit is gerold. Oudste, die het volste schema van iedereen heeft maar dit zelf zo organiseert en er verder weinig last van lijkt te hebben, is wel al weer op weg. Niets waar ik iets mee moet.

Normaal gesproken is onze jongste het vroegst, programma of niet. Nu heb ik hem nog niet gezien of gehoord.

Op datzelfde moment: een keiharde klap en rommelend gedonder boven ons hoofd. Middelste houdt van schrik op met yoghurt lepelen en ik wacht met gespitste oren op een schreeuw of gehuil. Als het nu helemaal stil blijft, vind ik dit pas echt eng worden.

Om de spanning iets te verlichten zeg ik met typisch misplaatste schrik-humor: “wat denk je, zou hij nog leven?”

Zonder op antwoord te wachten krabbel ik op van de bank, in mijn hoofd al de plek waar ik de autosleutels voor het laatst zag om snel te kunnen handelen want het is nog altijd stil. Dan gaat de deur open en hinkelt jongste telg verder ogenschijnlijk ongedeerd naar binnen.

Opgelucht: “Gaat het, vent?”

“Ja, die bak stond er maar dat was ik even vergeten dus ik sprong per ongeluk vanuit bed in die bak. …. Ik lette niet op want ik ben gewoon even in een ‘ochtend-modus’”

Schouderophalend loopt hij door naar de keuken.

Ik denk even na over wat hij zei en ben nieuwsgierig: “Wat betekent het, dat jij in de ‘ochtend-modus’ bent?”

Met zijn oncontroleerbare en daardoor af en toe bloeddirritante en hardklinkende stem, en hij zal het niet toegeven, in dit geval vooral ingegeven door de opgeluchting dat hij zijn broertje in relatief goede doen ziet verschijnen, loeit middelste: “Dat betekent dat hij de hele ochtend al in zijn telefoon zit te staren..!”

Getergd want betrapt, brult jongste hieroverheen: “Neeeeheeeeee, dat betekent gewoon dat ik het even rustig áán doe! Want het is zóndag. En ik hóef eindelijk eens even niets…”

Say no more, kleine vriend. Ik snap je.

Eikels

“Zo, kan die HERRIE even uit en kan sowieso IEMAND eens een keer iets DOEN hier, of ben ik nou werkelijk de ENIGE die haar handen uit de mouwen steekt? ALLEDRIE liggen jullie daar maar weer op de bank nutteloos te zijn met ieder je eigen beeldscherm, als een stel PLATGESLAGEN MARMOTTEN! Ga eens iets ZINNIGS doen, begin vast met koken, ruim je ZOOI op of ga in godsnaam naar BUITEN!!!”

Mopperend en tetterend kom ik op zo’n typische einde-van-de-te-volle-werk-en-tussendoor-taxi-zijn-dag binnengestruikeld over rondslingerende schoenen, boeken en tassen, met in één hand mijn laptop en in mijn andere de boodschappen die ik op weg naar huis uit de supermarkt meegegraaid heb.

Achter drie schermen bewegen drie hoofden mijn richting op. Voor eventjes, althans. Ik zie het oudste hoofd in dezelfde beweging terugdraaien naar haar scherm: seen it, been there, done that; heb je háár weer met die riedel die ik nou al 100 keer gehoord heb.

Razend maakt het me. Want deze spiegel is te fel en te scherp en ik kan er niet in kijken. Niet nú na deze pittige dag waarop niet alles liep zoals ik wilde of gehoopt had. Kunnen zij verder niets aan doen maar die tegenwoordigheid van geest heb ik niet. Want de rede heeft mij verlaten en Weten zullen zij het.

Het middelste, van oortjes voorziene, hoofd kijkt peinzend naar mij om daarna met wegdraaiend misprijzende ogen mompelend weer richting zijn ongetwijfeld uitermate boeiende spelletje te gaan: “Wát wil ze dat ik nu buiten in het donker ga doen, dan? Het jongste hoofd haalt zijn schoudertjes op en pakt voor de zekerheid de koptelefoon er alvast bij.

Met een gevoel van machteloze woede, gevoed door het -terechte- idee dat ik mezelf belachelijk sta te maken maar er niet mee kan stoppen, stamp ik met mijn rechtervoet op de grond. Mijn vijfjarige ik is trots op mij maar staat daarin volstrekt alleen.

Het drietal op de bank kijkt inmiddels helemaal niet meer op, aangedaan noch onder de indruk.

Ik stamp nog een keer, nu met geluid erbij, omdat ik gewoon heel eventjes opgemerkt, gezien, erkend wil worden in mijn klacht en mijn misère van het idee alles alleen te moeten doen terwijl om mij heen de balletjes uit de lucht kletteren.

Op de bank echter overheerst een stoïcijnse rust en geen enkel oog draait ook nog maar enigszins mijn kant op.

Eikels.

HashtagGeluk

Veel mensen hebben het over Geluk. Over de wel of niet maakbaarheid ervan, bijvoorbeeld. Of over het geluk dat je in je werk ervaart of zou moeten ervaren.

Geluk als grote en doorslaggevende factor; dat voelt als een nogal dringende kwestie. ‘Opgedrongen’ misschien wel. Ik twijfel eraan of het zo werkt. Want als het dan even niet lukt met dat geluk, is de andere kant van de medaille ineens ook snel daar.

Afijn.

Ik heb de waarheid niet in pacht maar mijn visie op geluk is dat het een klein moment is, dat leidt tot een groots gevoel. Dat kan overal en opeens zijn.

En als je een echt grote geluksvogel bent, ervaar je die momenten wat vaker dan eens. Dat gaat meestal samen met aandachtig en aanwezig zijn, bewust en dichtbij jezelf.

Gisteren had ik het grote geluk zo’n moment te ervaren. Het was groots noch meeslepend. Het was eerder terloops, klein en intiem en daarmee waarschijnlijk juist van onschatbare waarde.

Mijn zoon van 14, die niets moet hebben van ‘vastgelegd’ worden, in ieder geval niet op de gevoelige plaat, wilde wel eens mijn verhalen over hem en zijn broertje en zus lezen, zo liet hij mij weten. Ik vond dit wat tricky omdat ik bang was dat hetzelfde zou gebeuren met foto’s van Insta waar hij per ongeluk op staat: die moeten er namelijk direct van af.

Maar niets was minder waar. Hij begon te lezen en hij las en hij las… en ik zag dat hij genoot. Wat mij weer deed genieten.

Hij gaf me naderhand twee dingen terug. Te eerste dat hij vond dat ik zo ontzettend leuk schreef. Dat terugkrijgen van je eigenste kind is per definitie een feestje. maar daarna zei hij iets wat me nog veel meer trof:

“Mam, ik weet niet hoe jij dat doet maar als ik jouw verhaaltje lees over een situatie waar ik bij ben geweest, dan lijkt dat moment ineens veel groter dan hoe ik het beleefde of onthouden heb. Alles wat je schrijft is waar want ik herken het allemaal. Alleen realiseerde ik me dit niet zo op dat moment. Door jouw verhaal wordt mijn blik veel breder. Dat vind ik echt heel knap!”

Als een heerlijke, warme douche… want precies dít is waarom ik schrijf wat en hoe ik schrijf.

Een dergelijke blijk van erkenning voor wat je doet en vanuit welke intentie je dat doet, door iemand die je zó na staat en lief is. Heel veel mooier worden dingen wat mij betreft niet.

#geluk

Tradities

Terwijl ik mij uit de griep probeer te worstelen die me al ruim 1,5 week in de ban houdt, scharrelen mijn kuikens weer om mij en mijn huis heen, na een afwezigheid van vrijwel de gehele herfstvakantie. Ik kan niet goed onder woorden brengen wat mijn gevoel is om hen weer hier te hebben, maar ik denk dat ‘heilzaam’ in de buurt komt.

Toen het griepje begon, waren ze nog hier en maakten voor het eerst van hun leven mee dat ze de schooldag helemaal zelf moesten starten omdat hun moeder niet in staat was haar opwachting te maken. De volgende dag vertrokken ze naar hun vader. Niet uit onvrede maar omdat dit nu eenmaal zo was afgesproken.

Ik verheugde mij op een aantal dagen alleen om beter te worden. Dit laatste gebeurde niet en het alleen voelde ineens wel Heel Alleen. De vierde dag na hun vertrek voelde ik me zo zielig dat ik bedacht dat er op deze manier toch allemaal helemaal NIETS meer aan was.

Gelukkig gaan dit soort momenten voorbij en kwamen zij ook weer terug, vrolijk en blij mij te zien. Het jaargetij helpt; veel knus binnen, kaarsjes aan en met z’n allen op de grond liggend spelletjes doen.

Ineens roept de jongste dat het Halloween is. Even heeft dit een ernstig verstorend effect op mijn gevoel van rust. Ik vind Halloween zo ongeveer een van de stomste niet-eigen-tradities-waar-wij-wel-aan-mee-doen; van hysterisch gegraai aan de voordeur. Ik weet niet exáct waarom maar deze folklore drukt bij mij op een heel allergische knop die gaat over dingen als primaire hebberigheid/ongecontroleerd/grenzeloosheid.

“Mama, we moeten nog even snoep in huis halen voor als kinderen langskomen!”

Ik wil zijn plezier niet verpesten dus laat hem zijn gang gaan dit te organiseren. Een grote bak zoete ellende en 3 paar hebberige ogen en handen is het tussen-resultaat.

“Oké guys, nu afblijven van die bak anders is het op voordat er ook maar één zo’n club schreeuwertjes is langsgekomen.”

Normaal is het vanaf 19.00 uur bal. Nu blijft het oorverdovend stil. Er wordt niet aangebeld. Geen enkele hysterische Halloweenganger rammelt aan onze voordeur.

Om 20.30 uur constateert de middelste: “Dit is ook een straat met alleen maar ouwe zeikerds die niets geven.”

Jongste: “Ja maar, EN wíj…”

Ik vertel hem maar niet dat ik de vorige twee jaar tussen 19 en 21 uur net heb gedaan alsof er niemand thuis was. Gewoon, omdat zíj er niet waren en ik Halloween stom vind.

Jongste haalt zijn schouders op en kruipt nog wat dichter tegen mij aan op de bank, oogjes vragend.

“Ja oké vent, pak die bak maar.”

Verheugd springt hij op en haalt alle snoep. De wolfjes die verstopt zitten onder al die kuikenveren vallen als één ongecontroleerd aan en stoppen pas als de bak helemaal leeg is.

Zoals ik al zei: heilzaam …

De pose

De pose

Daar gaat ze. Met haar klasgenoten stapt ze via de druilerige regen in de bus die hen naar Schiphol zal brengen. Op naar Rome voor de leukste 1,5 week van haar hele schooltijd.

Ik zwaai en het lijkt gisteren dat ik in die bus stapte. Alleen bracht deze ons niet naar Schiphol maar in één streep naar de Italiaanse hoofdstad. De busreis was daarmee indringend onderdeel van de trip zelf.

Want daar waar ons nu als ouders en leerlingen in de aanloop naar deze Romereis nogal dreigend een zero tolerance beleid is afgekondigd waar het drank en ‘jonco’s’ betreft, herinner ik me (waarschijnlijk ietwat geromantiseerd maar toch) dat met die bus van ons, nog voor we goed en wel de landsgrens over waren, al een noodstop gemaakt moest worden zodat de eerste groot-innemers het teveel even langs de snelweg konden deponeren.

Zoals de kinderen nu langs de douane nog geen waterflesje gesmokkeld krijgen, was de hoeveel sterk bij ons achter in die bus behoorlijk imponerend.

Ik overdrijf. Natuurlijk. Een beetje. Maar niet eens zo heel erg.

Overigens was onze #dailyoutfit in die tijd kennelijk níet zo heel verschillend van nu. Afgelopen weekend keken we door mijn Romereis-foto’s van 30 jaar geleden en de ene vreemd-bol blousende top na de andere tot onder de oksel opgetrokken en in de middel ingesnoerde jeans werd goedgekeurd door de modebewuste 15-jarigen van nu. Gekke zonnebrilletjes, scharrige VANS-achtige gympjes, cowboylaarzen en sportjackies die lijken op de coole exemplaren van nu. Wat wil je ook. Vintage is in, begreep ik.

Terwijl ik naar de mij aandoenlijk aandoende foto’s keek, zag ik vooral een stel keurige, terecht met zichzelf gepreoccuppeerde tieners, ‘cool poserend en zich bewust van het bijzondere moment.

Ineens realiseer ik me: wat voelde ik me al een hele pief in die tijd. Op de goede momenten dan. Op de mindere, die er nogal vaak waren, allesbehalve. Maar dát konden we niet laten blijken, natuurlijk. Dus wat was de reflex? Kin nog ietsje verder omhoog, snaveltje nog net wat spitser en scherper. Maar als je goed keek, zag je de schoudertjes wat omhoog gaan boven een ruggetje dat juist wat inzakte.

De pose. Verscheurd van binnen, stoer en onaantastbaar van buiten.

Zo exáct hetzelfde als bij die leuke, lieve oudste van mij. Die ik wel kan schieten (wat ik ook doe) als ze precies ditzelfde laat zien en horen…

Een flits van schuld trekt door me heen. Ik prent me dit beeld van mezelf destijds in en het gevoel wat erbij hoorde en ik neem me voor: als zij straks terug is en ze schiet als zo vaak even in die kin-omhoog-ogen-koelgeloken-tong-scherp-pose, doe ik alleen nog maar mijn armen open.

Voor een grote, troostende en helende knuffel. Óók voor mijzelf.

Sleutelfiguren

“Jongens, kom eens even gezellig bij mij op de bank zitten?”

Jongste komt nogal overdreven zuchtend tegen mij aangekropen, middelste hing er al en oudste laat met veel vertoon van gespeeld ongeduld haar huiswerk voor wat het is en ploft neer aan de andere kant van de bank met een ‘als-het-maar-niet-iets-zwaars-is-ofzo-nou-vertel-even-snel-dan-kan-ik-weer-verder-met-mijn-snapchat-oh-nee-ik-bedoel-natuurlijk-huíswerk‘- gezicht.

“Jullie weten wel dat toen papa en ik uit elkaar gingen, we daarna ieder onze eigen broek op moesten houden, toch? Dus allebei voor ons eigen leven moesten zorgen qua geld en alles, in plaats van dat we samen deden.”

3 paar ogen kijkt mij wat waakzaam aan: Ja, dat weten we, maar hoezo vertel je dat nu?

“En ik heb er toen voor gekozen om mijn leven zó in te delen, dat ik prima mijn werk kon doen maar dat ik er zeker voor jullie was op de dagen dat jullie hier bij mij waren. Ik wilde dat het hier fijn thuiskomen bleef voor jullie en dat ik er betrouwbaar was. Gewoon voor de balans in jullie leventjes, omdat de scheiding al rot genoeg was.”

Geknik en erkenning: Ja mam, dat klopt echt. Jij bent er eigenlijk altijd als wij er zijn en dat is heel fijn. Jongste vult aan dat hij inderdaad maar een paar keer voor een dichte deur heeft gestaan.

“En ondanks het feit dat ik niet volle bak aan het werk ben geweest, is het mij toch goed gelukt om alles te regelen en dat niemand iets te kort kwam. Ik ben daar echt hartstikke trots op, weet je dat?”

Instemmend geknik nu en bemoedigende glimlachjes.

“En nu lieve aapjes, voel ik dat het tijd is voor verandering. Jullie weten dat ik met mijn opleiding iets heb gevonden waar ik zó blij van word en wat mij zo veel kan brengen. Ik wil daar echt heel goed in worden en ook moet ik een paper gaan schrijven die de komende maanden veel van mijn tijd gaat vragen. En misschien dat ik dat zelfs op een heel andere plek ga doen dan vanuit thuis, omdat hier teveel afleiding is.

3 Paar op zich begrijpende oogjes maar ook met vraag: Ja, dus?

“Dat betekent dat ik zeg dat mijn tijd nu veel meer van míj wordt en veel minder voor jullie, omdat ik er letterlijk minder zal zijn. Jullie moeten veel meer zelf doen en regelen, je eigen programma’s echt zelf plannen en organiseren. Ons contact zal ook meer per app gaan dan eerst en ik ga jullie ook meer om hulp vragen.”

Met een diepe zucht komt mijn boodschap eruit en leun ik achterover. Dit was best even lastig, zelf ben ik ook comfortabel mee het hechte systeem dat wij met z’n viertjes vormen. Maar het moet. Want ik voel tot in mijn tenen dat dit is wat ik wil en dat het tijd is.

Dan staat mijn oudste op en komt op ooghoogte recht voor me zitten: “Mam, dat moet je doen! Ik snap dat je dat graag wil want ik merk hoe leuk jij je werk vindt. Wij redden ons prima.” Terwijl ik haar aankijk weet ik dat dit waar is.

Middelste slaat zijn arm om me heen en trekt me een beetje naar zich toe. De jongen van weinig woorden maar extra van het gevoel.

Ook jongste is het met alles helemaal eens en als zij weer huns weegs zijn gegaan, mijmer ik tevreden wat voor me uit. Dit voelt echt goed. Volwassen, wijs en een nieuwe fase.

Dan komt het kleinste aapje nog even terug: “Mam! Mag ik dan alsjeblieft wel óók een sleutel?”

🔑