Pain is gain, óók bij de Thai!

IMG_7080

Van Jezelf Houden: een belangrijk inzicht in het ontwakend zelfbewustzijn van velen. Hierbij hoort lief zijn voor jezelf en wat mij betreft, betekent dit aandacht, tijd en cadeautjes. Allemaal voor me, myself and I. Te beginnen met een fijne massage …

Op mijn buik lig ik te wachten, slechts een klein broekje aan mijn lijf. Een fluisterend muziekje, een vlaag van warme lavendelolie in een donker gemaakt kamertje. Alles voor het gevoel van comfortabele ontspanning. De deur gaat open en iemand komt binnen.

“Waah jij las van?!”, knalt het overal dwars doorheen.

Verschrikt kijk ik om. Een kleine maar woest-kijkende Thaise kijkt vorsend op mij neer.

“Uhhhm, sorry, wat vroeg u?” Als een konijn in de koplampen staar ik haar aan.

“Waah.Jij.Lás.Van!?!!”

Een onverwachte sensatie

Nog voordat ik kan antwoorden dat ik hier lig als cadeau aan mezelf en dat ik volgens mij niet echt ergens specifiek last van heb, voel ik twee handen in moordend tempo naar boven stampen. Via kuiten, dijen, onderrug en langs mijn ruggengraat omhoog, lijkt het alsof zij met zes mokers tegelijk mijn gehele achterkant bewerkt.

Mijn ogen puilen uit hun kassen. Ik kan een vloek nog net binnenhouden en wat eruit komt is een harde snik gevolgd door de hik van een lach. Holy Fúck en -Cow tegelijk, wat een pijn doet dit!

Ontspanning..

Terwijl ik mijn adem zoek, verlegt mijn woeste-masseuse-met-belachelijk-sterke-handen het handdoekje dat horizontaal over bovenbenen en bil ligt, zó dat mijn gehele rechterbeen vrij komt.

Met snelle bewegingen begint ze mijn kuit te massseren. Haar handen, mijn huid en de spieren eronder worden één. Gelukzalig ontspan ik me, klaar om volledig op te kunnen gaan in dit vloeiende ritme. En net als ik met een weldadige zucht  mijn hoofd neerleg en alles loslaat om optimaal te kunnen genieten, zet zij haar duimen vol in de kuitspier die kennelijk stijf staat van spanning.

SM?!

Een oer-kreun ontsnapt uit mijn keel; ik grijp naar de bovenkant van het matras en klamp me eraan vast alsof mijn leven er vanaf hangt. Elke vezel in mijn lijf zet zich schrap om deze aanval te weerstaan.

Waar en wanneer heb ik in godsnaam het idee opgevat dat Thaise massage lekker en ontspannend zou zijn? Dat ik mezelf eens fijn mocht verwennen omdat dit lief-zijn was voor mezelf? Ik had poezelige typetjes verwacht met fluwelen pootjes en nu blijk ik door een Thaise Attila met ijzeren hand bewerkt te worden.

SM staat voor mij vanaf nu voor Sado Massage!

Tussen hoop en vrees

Ik voel de neiging opkomen deze martelgang af te breken en het hazenpad te kiezen. Maar een ander, zachter, stemmetje maant me te blijven liggen en dit te ondergaan. Alweer komt uit de diepte van mijn buik een schaterlach omhoog. Een bijwerking van de adrenaline-rush die bij mij kennelijk langs mijn lachspier giert.

Kim -zo heet ze- moet nu ook grinniken. En dat blijft ze doen terwijl ik me gedurende het volgende uur met witte knokkels, als een drenkeling met bijhorende geluiden, aan alles vasthoud waar ik bij kan.

Ont-knoping

“Jij heb véél las: want niet genoeg ontspannen.”

Ineens besef ik dat Kim mij met haar bodywork van top tot teen heeft kunnen lezen. Met haar duimen alle pijnlijke plekken heeft gevonden, ingeduwd en doorgeduwd, zodat de rotzooi die daar verstopt zat, de komende dagen mijn lichaam kan verlaten.

Deze pijnlijke lief-voor-mij-massage krijgt ineens een onverwachte waarde en diepere betekenis.

Pain = gain

Lief zijn voor jezelf is niet alleen maar jezelf aaien. Het is óók jezelf faciliteren om naar je pijn te gaan en deze eens goed te voelen. Jezelf de kans te geven ergens doorheen te gaan om daarna fris verder te kunnen.

En als je er dan zelf niet bij kunt? Helemaal niets mis mee een ander te vragen je te helpen. Ik kan je mijn Kim van harte aanbevelen!

Deze blog schreef ik voor UrbanChicks maar is per definitie Van Dichtbij

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Imperfection is my way

perfecte imperfectie

To be perfect, or not to be perfect. That is the question.

Well, my answer to this question is that I’d rather, much rather, not be perfect. Otherwise my life would be over by now and I’m not ready to go yet. God no, I’ve just started.

I used to think though, it was very important to be just that: perfect. And every second I proved myself not to be, was a burden on me. So, you can imagine how heavy it felt, that load on my shoulders. I was literally dragging myself through life. More or less with a smile on my face, because the irony of it all was: I didn’t have a clue!

Coming from a well-off background of hardworking, smart, goodlooking, creative, sportive and overall succesful people, I made sure I’d fit in. Thís didn’t cost me a whole lot of effort. Because I’m smart. Goodlooking-enough. Creative-enough. Sportive-enough. Succesful-enough.

But there it is, you see, the quintessence of my story: goodlooking-, creative-, sportive-enough wasn’t góód-enough for me. Because the environment I grew up in, was competitive and one of comparison, as is society as such, and somewhere along the line I began to believe that being good-enough meant being Number One. But in all of those fine characteristics of my surroundings, I never was number one.

Since I always saw the good-better-best in people around me, but had my eyes wide shut towards myself, I never came in first. Never best, never perfect. Basically a failure. Thus extra load on the shoulders, that started dropping along with my motivation.

A very saddening and tiring mechanism. So at one point my smile became a grin, a little while later that grin started to look gloomy. And then, out of the blue, someone I accidently met, stopped me in my track and said: “Whát is wrong with you? Whát, for f***s sake, are you drágging yourself around for through life?!”

This sounds horrible, rather insulting actually, doesn’t it? To just come out and say something like that, unasked for? But guess what. It was like a bolt of lightning that hit home.

I think this “insult” was one of the most profound presents I’ve ever received. It set in motion a life-changing process, in which I started to open my eyes to myself. And by doing that, to all those others around me. In a totally different way then before: unconditionally and non-judging instead of by comparison and competition.

This path I’m walking is slippery, full of ditches and false notes and sometimes dark and lonely. And it scares me. Until I remember that the path is the who/what/why I am. And that’s the moment that happiness fills me and I feel lucky that I have thís path to walk. Because it taught and teaches me the most valuable lessons in my life:

  • To love myself means to be completely honest to myself and unconditionally accept my own answers. Even the ones I will not like.
  • Kindness comes in all sorts of packages. Not only with a smile or a ribbon around it.
  • To understand someone means to really see that person. By looking beyond what meets the eye.
  • To listen not only with the ears but with all my senses.
  • Good-enough is exactly what it says it is: Good. Enough. No need for better or best.
  • And I want to be as near to myself as possible because that is where I belong.

The only way to really get there is to keep on walking. One step after another I put my feet down along my wonderfully imperfect path, that will bring me home. And gives me my drive and motivation to help others to do exactly the same; their way.

Dit stuk plaatste ik afgelopen week op Linkedin ter aanvulling op mijn professionele profiel, omdat ik ervan overtuigd ben dat het zo werkt: mensen meenemen in wie/wat/waarom je bent. Doodeng, want mijn weg in essentie. En daarom ook voor Van Dichtbij.

Instant geluk, ook als je níet het type ‘happy camper’ bent!

Geluk

#DagvanGeluk, met heuse eigen #. Wij menen het serieus met het geluksconcept. Terecht, want bij gelukkige mensen is het over het algemeen leuker, vrolijker en inspirerender toeven dan tussen mensen die zich niet gelukkig voelen. Overal: thuis, op straat en op het werk.

Ik doe dus ook mijn best de geluksmomenten te herkennen, uit te stralen, te voeren en te vieren. Maar voor mij is het niet vanzelfspekend, want ik ben niet altijd lichtvoetig, gebalanceerd of van het type ‘Happy Camper’. Mijn scores kunnen nogal uitslaan: grote-hoogten-diepe-dalen. Zo godsgelukkig als ik me kan voelen, zo loodzwaar kan ik het ook hebben met mezelf en alles en iedereen om mij heen.

In de jaren heb ik er hard aan gewerkt om de scherpe randen van dat zware of sombere gevoel te verzachten. Zo heb ik leren accepteren dat het er gewoon soms is – er is nu eenmaal weinig écht te doen aan hormonale schommelingen bijvoorbeeld – en dat ik er desondanks nog steeds mag zijn. Zelfs als dat betekent verlept, broedend of exploderend als een vulkaan. Ook heb ik geleerd dat de gedachten die dan door mijn hoofd galmen, gewoon niet waar zijn en daarmee direct te relativeren tot nep of verwaarloosbaar. Klinkt simpel, werkt groots.

En toen las ik ineens een vrijwel geheel begrijpelijk artikel over de neuroscience achter happiness en wat blijkt? Het gevoel van geluk is op te wekken, op een manier die ook voor iemand als ik mogelijk is. De crux zit ‘m in het creëren van een aantal goede rituelen:

Pluis je brein uit op zoek naar die dingen waar je dankbaar voor bent

Ja hoor, heb je weer zo’n zeveraar: wat een dooddoener en braakmiddel, as if! Ik hoor het menigeen denken. Heel stiekem dacht ik zelf eerst ook iets langs die lijn. Maar, nergens te beroerd voor, probeerde ik het toch uit. Nadat ik mezelf even had toegestaan te zwelgen in alle shit en me er vooral alleen maar slechter door voelde, verving ik vervolgens alle gedachten die opkwamen over wat er zuur danwel mislukt aan mijn leven was óf wat anders had moeten zijn, door iets waar ik dankbaar voor ben.

Na deze exercitie voelde ik me een heel stuk beter. En niet alleen voor 5 minuten; het gehele depressieve gevoel was gaan liggen. Het was zelfs moeilijk om iets stoms te bedenken. Want wat blijkt? Met het zoeken naar dankbaarheid in je brein komt een wolk aan ‘serotonine’ vrij: een typisch geluksstofje.

Druk je gevoel uit in simpele woorden

Ik weet niet hoe jij er mee omgaat maar voorheen ging ik vaak heel erg mijn best doen om me niet te voelen zoals ik me in het echt wel voelde: somber, slecht of gewoon moes-kapot. Maar toen las ik dat wanneer je de emotie erkent en met een of twee woorden voor jezelf beschrijft, deze direct vermindert. Dus stel je voor: je zit op de bank jezelf slecht te voelen, geef dan een woord aan dat gevoel: is het angst of boosheid of ben je ongerust? Hoe je het ook noemt, hou het simpel.

Waarom werkt dat? Ik begrijp het zo: het koppelen van een woord aan het gevoel, maakt dat het limbische deel van de hersenpan (waar vanuit je emoties voortkomen) kalmeert en de emotie daarmee afneemt. Dit is een pindakaas-uitleg voor iets ingewikkelds, maar ik ben dan ook geen neuro-specialist. Ik ben ervaringsdeskundige die niet exact hoeft te weten HOE, maar vooral DAT het werkt.

Neem een besluit

Twijfelen is de hel. Het heeft een upside, dat weet ik , maar het echte, ingebakken twijfelen omdat je het niet fout wil of mag doen van jezelf, dat is geen fijne plek om te zijn. Ik weet daar alles van. Streven naar foutloos, perfectie, heeft de werking van een zee waarin je steeds kunt verdrinken: een plek waar je dus eigenlijk nergens controle over hebt. Terwijl het nemen van een beslissing voelt als controle en dit vervolgens waarmaken – niet omdat je het moet maar omdat je het wíl – voelt als het krijgen van een cadeau.

Komt dat even goed uit; ik word heel gelukkig van cadeautjes!

En tot slot mijn favoriet: omhels, omhels, omhels

Deze was mij al zeer bekend; de heilzame en niet te onderschatten werking van de aanraking. Het uitwisselen van liefde, erkenning en acceptatie krijgen van een ander. Ik ben van nature van het aan-raken, in woord en in daad. Maar er is een tijd geweest dat ik dit stuk van mijzelf kwijt was, zó figuurlijk dat het bijna letterlijk was. En dat deed pijn. Het is moeilijk te omschrijven maar niet kunnen (aan)raken doet echt pijn.

Gelukkig behoort deze periode tot het verleden en omhels ik mijzelf met grote regelmaat helemaal plat aan mijn liefsten, naasten en iedereen die dat nodig heeft.

Echt. Instant #geluk.

 

Niet denken in je hoofd maar geloven met je líjf!

  • Cristiano

Verliezen van jezelf; ik weet niet hoe het jou vergaat maar mij gebeurt dit nogal eens. Vooral als er een competitief element meespeelt, zoals bijvoorbeeld op de tennisbaan.

Hoe vaak ik niet een potje verlies omdat ik pissig word op mezelf vanwege het niet voldoen aan mijn eigen verwachting, i.c. het spelen zoals ik weet dat ik het kan. Of bijvoorbeeld als ik moet serveren, waarbij ik dan tijdens het opgooien van de bal ineens denk: “Oh jee, daarnet had ik echt een waardeloze servicegame, als ik nou maar niet …”. Je begrijpt: dubbelfout. Bloedje irritant en woest-makend, in de regel ook al niet het soort reacties dat bijdraagt aan een beter resultaat.

Een groepje vriendinnen en ik volgen daarom een training gericht op de Inner Game en zitten op woensdagmiddag in het clubhuis van onze tennisvereniging te luisteren naar de trainster die ons vertelt en laat vertellen over beperkende mechanismen. De mechanismen die ervoor zorgen dat we er zo vaak een potje van maken in plaats van dat we het potje gewoon lekker spelen of beter nog: winnen.

Mijn jongste is met mij meegekomen omdat hij ergens halverwege deze middag naar zijn voetbaltraining moet en ik het anders niet gedraaid krijg. Gelukkig is het voetbalveld om de hoek en met een iPad, een flesje fris en een zakje snoep heb ik zijn medewerking en stilte gekocht.

Terwijl wij onszelf en elkaar opbiechten welke onfrisse gedachten ons van ons spel houden en de bijhorende frustraties en emoties al vertellend bijna voelen, zie ik uit mijn ooghoeken dat mijn kleine baas helemaal niet op zijn iPad speelt. Hij is naar ons aan het luisteren. Snel ga ik na wat ik zojuist ook alweer uit de doeken heb gedaan en of ik daarmee een heel slecht voorbeeld heb gegeven. Tegelijkertijd met mijn hoofd een gebaar naar hem en zijn iPad makend: ga lekker je spelletje doen, vent.

Hij schudt zijn hoofd, staat op, laat zijn snoep, fris en iPad voor wat ze zijn en klimt op mijn schoot: “Ik wil eigenlijk heel graag luisteren, mama.” Ik kijk naar de trainster; zij knikt toeschietelijk. Hij is welkom want feitelijk kun je deze materie niet vroeg genoeg tot je nemen en leren toepassen.

Vervolgens hebben wij het over zaken als ego vs. Zelf, visualisatie, concentratie en flow; het verkrijgen van meesterschap door niet te spelen vanuit je gedachten maar vanuit het weten van je lichaam. En ondanks dat ik mijn 8-jarige niet vergeet op mijn schoot -daar is hij dan net weer te groot voor- ben ik er ook niet erg mee bezig dat hij daadwerkelijk snapt waar het allemaal over gaat.

Na een uurtje theorie is het tijd de baan op te gaan en de technieken toe te passen en eigen te maken. Ik breng hem even snel naar zijn training om de hoek. Terwijl we samen door de regen draven vraag ik hem hoe hij het vond en of hij ook een beetje heeft begrepen waar we het over hadden. Zijn antwoord laat geen enkele twijfel:

“Ja natuurlijk, mama! Het gaat erom dat je niet denkt met je hoofd, maar dat je gelooft in je líjf! Ik snapte dat precies want weet je nog dat ik de vorige voetbalwedstrijd zo goed speelde? Dat kwam omdat ik hetzelfde rugnummer had als Ronaldo. Dus toen geloofde ik dat ik hèm was en daardoor voelde mijn lijf dat ook.”

.. dus.

 

 

 

 

 

 

Alleen maar winnaars

winnaar

Woest gesnuif, geschuifel van slepend dansende voeten, kletsnatte haren, dampende lijven en beukende vuisten. Overal om mij heen raast de rauwe energie van zo’n 600 stampende, klappende en schreeuwende mannen en vrouwen. Testosteron tot aan het plafond en een waas van adrenaline waar je bijna op kunt lopen.

Ik plaats mijn mobieltje tussen mijn ogen en de ring waar het allemaal gebeurt. Op die manier afstand scheppend tussen mijzelf en wat ik eigenlijk liever niet wil zien. Het helpt. Enigszins. Nog steeds zie ik de niet aflatende stroom met klappen die mijn held krijgt. Plus de mokerslagen die hij uitdeelt en die het arme, aardige hoofd van zijn tegenstander naar de grond doen knikken.

“Hee lief. Ik heb me opgegeven voor een Boksgala. Ik ga 5 maanden keihard trainen en dan de ring in. Voor het goede doel. Spannend. Heb nog nooit gebokst!”

Je moet van een uitdaging houden. En je moet als je heel graag iets wil, ook veel kunnen, durven en willen geven.

Dus 5 maanden lang zo’n 6 keer per week traint hij. Langzaam (of eigenlijk razendsnel) zie ik hem veranderen in een lean machine. Tegenslagen wachten hem, met name fysiek. Overbelaste pezen in schouder en duim, dubbel gebroken neus, vette griep en een te laag gewicht.

Wat te doen? Doorgaan natuurlijk! Met zijn dreamteam van onvermoeibare, superbetrokken trainers en fysio bouwt hij ‘rust’momenten in, waarop even niet gesparrt wordt maar alleen getraind. Ik sta erbij en kijk er naar. Vol bewondering. Maar soms ook met een licht gevoel van verwondering:

Waarom wil je dit? Hoe kan het dat je dit volhoudt?

Wanneer hij tot winnaar wordt uitgeroepen en de lucht ingaat op de schouders van zijn trainers, wordt mij een tipje van de sluier rondom dit vraagstuk opgelicht: de enormiteit van hun ontlading en euforie maakt dat ook ik bijna opstijg.

Later legt hij mij uit waar deze drive op is gestoeld:

  • Eén keer in je leven al je grenzen opzoeken en er overheen gaan.
  • Jezelf aanzetten tot een prestatie waarvan je voorheen niet wist en ook nooit had bedacht dat je die zou kunnen neerzetten.
  • Volhouden
  • Het primaire beest in jezelf niet alleen zoeken, maar ook vinden en hem voor één keer helemaal de vrije hand kunnen geven.
  • Jezelf bewijzen dat je inderdaad onder enorme druk kunt presteren.
  • Op heroïsche wijze winnaar zijn.

 

Ik kijk naar hem en gloei van trots. Ik kijk naar zijn opponent en een beladen gevoel van medeleven trekt door mij heen. Dezelfde opoffering, dezelfde lijdensweg, dezelfde behoeften: hoe zou het hém op dit moment vergaan? Ik wil het niet invoelen, het lijkt me afschuwelijk.

Deze strijd in de ring kende genoeg lijnen die symbool kunnen staan voor een heroïsch verhaal. Zo waren deze 3 rondes van 1,5 minuut het verhaal van de underdog die bijna neer ging maar uit zijn as herrees en won. Van de re-invention van twee keurige, brave borsten tot gefocuste vechtmachines. En voor wie dat wil is er ook het verhaal van iemand die van alles verloor maar zijn hoofd niet liet hangen. Zelfleiderschap in optima forma.

Symboliek en heroïek: van oudsher menselijke behoeften. Verhalen die via de overlevering en eigen herinnering tot ons komen en onze oorsprong uitleggen; onze wat, waarom en hoe. Het diepe verlangen de juiste weg te vinden en te gaan. De bewondering voor de leider in wiens kielzog we mogen volgen of de oerdrift om die leider te zíjn.

Hoe het ook zij; onder al die uitdaging en zucht naar het winnaar-zijn, ligt altijd het diepere motief van het over-winnen op jezelf. Een overwinning die veel meer stoelt op het proces, de weg, dan op de uitkomst.

Ik haal opgelucht adem. Gelukkig zijn er in dat opzicht ook hier uiteindelijk alleen maar winnaars.

 

Scroll, vergelijk en verlies; een overpeinzing

img_2410

Na een scroll-sessie langs de gebruikelijke succeskanalen als LinkedIn, Facebook en Instagram, staar ik wat voor me uit.

Hoe doet iedereen dat toch? Zo zelfverzekerd, glanzend en vol bravoure. Het zo goed en zeker wetend en dit in strakke zinnen neerpennend. Waarheid en geluk per 100 gram tekst en beeld.

Ik kijk naar mezelf; zo vaak vol vragen, vertwijfeld en worstelend. Op m’n bek klappend, opkrabbelend, afkloppend en rug rechtend weer op pad.

Mijn pad, mijn weg, mijn ploetertocht. Aandacht en erkenning als grote drivers én vijanden, door te vergelijken en te verliezen. Totdat ik zag wat zij waren; de onvervulde verlangens van een kind. Een klein meisje dat ik leerde erkennen; vast- en bij me houden.

Dromend van grootse dingen en ondertussen de waarheid vindend in het kleine. Geluk creërend op de vierkante meter in een moment dat zich vast laat pakken. Heel eventjes maar daarmee onuitwisbaar geeft het de glans aan mijn bestaan.

Soms is groot klein en klein groots. En comparison is the thief of all joy.

 

 

 

De kracht van het pak

powerpak

Videootjes van hem terwijl hij zich verliest in de een of andere dans, heb ik al vanaf zijn tweede, luier nog aan. Blik op oneindig met passievolle bewegingen, boeien wie het ziet.

Voetbal, karate en circus acrobaat; hij was wel lekker bezig dus ook nog dansles; nee, daar kwam het niet van.

Maar sinds zijn neef Billy Elliot was die wij op een groot podium bewonderden, is de dans-drift toegenomen. Totdat kortgeleden de vraag kwam: “Mama, is er een dansschool in de buurt? Een èchte, voor ballet?!”

Hij mocht meedoen met een proefles in het dansklasje van de zoon van een vriendin, die ook nog zo lief was zijn reservepakje uit te lenen. Een zwarte broek en -shirtje; strak, glad en zacht die stoere lijfjes omsluitend. Het soort gear dat iets dóet met de drager ervan.

En terwijl hij zich omkleedde, transformeerde mijn jongste van voddenbaal-met-te-lang-haar-en-stinksokjes in een trotse-dánser-met-kaarsrechte-rug-en-brede-schoudertjes. (*note to self: ik wil óók zo’n broek en shirt)

Hartelijk werd hij welkom geheten in de groep, ik mocht nog even kijken en kieken alvorens de deur gesloten werd. Een uur later ging-ie weer open en kregen wij, de in de deuropening samengepropte ouders die hoopten op een glimp, een klein modern ballet voorgeschoteld. Ik zag een gloedvol gepassioneerd figuurtje-in-het-zwart bloedserieus en met glanzende ogen zijn dansroutine uitvoeren alsof hij nooit anders had gedaan.

Dit jaar wordt zijn jaar van de moeilijke keuze: circus óf ballet. Want leren kiezen is belangrijk en daarbij kan het qua timing niet allemaal. Hij weet: mijn moeder doet veel voor mij maar ‘gekke-Taxi-Henkie-omdat-more=more’ zit daar helaas niet bij.

Één ding is voor hem sinds deze proefles in ieder geval volstrekt duidelijk:
“Mama? Als het nou door de tijden niet zou kunnen doorgaan met ballet, mag ik dan in íeder geval wel zo’n pak?”

Couleur locale – de markt op blauwe dagen

’n Oud verhaaltje aangelengd met couleur locale.

van dichtbij

bluesy

Het is zaterdag en wij staan op onze markt bestaande uit drie kippenstands en één paardenstal. Mijn kleinste vriend houdt de wacht bij de kaasboer, terwijl ik in de snijdend koude wind lentebloemetjes koop, daar ik die sinds een paar dagen in de bol heb. En hoe koud het ineens ook weer is, die lente zit daar goed.

Zoals te doen gebruikelijk is het een komen en gaan van bekenden en hangt de marktgang van kletsjes aan elkaar. Het “even naar de markt” is een gedeeld moment in de zaterdagse ochtendagenda van een heleboel dorpsgenoten.

———

Onze perceptie van deze markt is ook gedeeld en bijzonder lokaal. Daar wees vriendin Y mij op, toen ik hier net was komen wonen en zij haar naar het dorp verhuisde bestie kwam bezoeken: ze bestierf het luidruchtig van het lachen midden op ons marktplein over het feit dat ík, toch ook een echte…

View original post 273 woorden meer

Couleur locale – de buurman

de-buurman-couleur-locale

Een wekker heb ik niet nodig. Iedere ochtend tussen 7.15 en 7.30 uur komt hij voorbij, terwijl hij zijn hondje uitlaat voor de eerste keer die dag, hoor ik hem al van verre: “Kuch. … Kuch. … Kuch. …” En dan in de 20 meter dat hij langs mijn huis en daarmee ook onder mijn slaapkamerraam loopt: “KúchKúchKúch … KuchKUCH.”

Mijn buurman. Mijn wekker.

Hij is niet mijn échte buurman. Hij woont aan het einde van de straat, daar waar ik aan het begin woon. Maar ik noem hem wel buurman. Ik noem iedereen uit mijn straat buur-.

Toen ik 15 jaar geleden in dit dorp kwam wonen, waren hij en ik nog niet alleen. Nu wel, beiden namen wij afscheid van iemand. Hij voorgoed, ik als partner en huisgenoot. Wij bleven allebei in onze veilige straat. Hij woont “op ons dam” en ik woon “aan onze dam” maar verder bedoelen we hetzelfde en is precies dát misschien wel wat onze huidige band uiteindelijk schiep.

Want onze eerste jaren samen in de straat kenden een zwijgende animositeit. Hij moest niets van ons en mij in het bijzonder weten, zo scheen mij toe. Hij was van hier, wij niet. Wij waren import uit de stad, Amsterdam nog wel. Als ik hem groette, kwam er een stuurse grom en als ik niets zei, bleef het helemaal stil. Ik besloot dat ik het laatste te prefereren vond, dus zweeg. Vaak hoorde ik hem in de verte knorren en klagen over wat er allemaal niet goed was aan van alles. En ergerde mij intussen kapot aan zijn ochtendlijke gehoest, geproest en gerochel onder mijn raam.

Op een dag, nadat heel wat jaren op deze wijze tussen ons waren vergleden, liep ik door mijn straat en stond hij plots pontificaal voor me, sigaretje in een naar beneden getrokken mondhoek en een frons op zijn doorgroefde gelaat. Met een “Ja hoor, de bromsnor, verpersoonlijking van al het dorpse kleingeestige waar ik zo’n bloedhekel aan heb, alles in de gaten houdend en overal wat van vindend.”-blik keek ik hem aan. Ongetwijfeld hautain overkomend en daarmee ongetwijfeld de uitdrager van dat stadse waar híj zo niets mee ophad.

Zo stonden we schutterig en afstandelijk tegenover elkaar. Deze man met zijn toen nog drie hondjes en ik met mijn toen al drie kinderen. Hij kuchte en zei met zijn rasperige rookstem: “Eehhmmm, je koplampen staan al een tijdje nog aan, en ik weet dat je zo met jouw jongens naar hun sport moet. Zou ik vervelend vinden voor jullie als je auto het niet meer doet.”

Voorbereid op de een of andere norse reprimande, stond ik eerst met mijn mond vol tanden en gingen vervolgens mijn ogen open, letterlijk en figuurlijk. Ik bedankte hem en haastte me naar huis om de autosleutels te halen. “Dat is ècht heel aardig van de buurman hè, mama?!”, lispelde mijn middelste. En ik nam me voor dat ik vanaf nu deze man altijd zou groeten, ongeacht wat ik terug zou krijgen.

Vandaag is onze band bijna hecht te noemen. Hij is niet alleen mijn buurman, hij is mijn buur-maat. We maken regelmatig een praatje. Vaak met een grapje, een grolletje en sinds kort ook een zorgje.

Hij heeft nog maar één hondje. En ik hoor zijn kuch erger worden. Voorheen als bron van ergernis maar tegenwoordig een dierbare vertolking van mijn couleur locale, zwelt het geluid ervan aan, wordt rauwer en baart mij af en toe zorgen.

Zijn kuch, mijn wekker; ik zou niet zonder willen.