Pain is gain, óók bij de Thai!

IMG_7080

Van Jezelf Houden: een belangrijk inzicht in het ontwakend zelfbewustzijn van velen. Hierbij hoort lief zijn voor jezelf en wat mij betreft, betekent dit aandacht, tijd en cadeautjes. Allemaal voor me, myself and I. Te beginnen met een fijne massage …

Op mijn buik lig ik te wachten, slechts een klein broekje aan mijn lijf. Een fluisterend muziekje, een vlaag van warme lavendelolie in een donker gemaakt kamertje. Alles voor het gevoel van comfortabele ontspanning. De deur gaat open en iemand komt binnen.

“Waah jij las van?!”, knalt het overal dwars doorheen.

Verschrikt kijk ik om. Een kleine maar woest-kijkende Thaise kijkt vorsend op mij neer.

“Uhhhm, sorry, wat vroeg u?” Als een konijn in de koplampen staar ik haar aan.

“Waah.Jij.Lás.Van!?!!”

Een onverwachte sensatie

Nog voordat ik kan antwoorden dat ik hier lig als cadeau aan mezelf en dat ik volgens mij niet echt ergens specifiek last van heb, voel ik twee handen in moordend tempo naar boven stampen. Via kuiten, dijen, onderrug en langs mijn ruggengraat omhoog, lijkt het alsof zij met zes mokers tegelijk mijn gehele achterkant bewerkt.

Mijn ogen puilen uit hun kassen. Ik kan een vloek nog net binnenhouden en wat eruit komt is een harde snik gevolgd door de hik van een lach. Holy Fúck en -Cow tegelijk, wat een pijn doet dit!

Ontspanning..

Terwijl ik mijn adem zoek, verlegt mijn woeste-masseuse-met-belachelijk-sterke-handen het handdoekje dat horizontaal over bovenbenen en bil ligt, zó dat mijn gehele rechterbeen vrij komt.

Met snelle bewegingen begint ze mijn kuit te massseren. Haar handen, mijn huid en de spieren eronder worden één. Gelukzalig ontspan ik me, klaar om volledig op te kunnen gaan in dit vloeiende ritme. En net als ik met een weldadige zucht  mijn hoofd neerleg en alles loslaat om optimaal te kunnen genieten, zet zij haar duimen vol in de kuitspier die kennelijk stijf staat van spanning.

SM?!

Een oer-kreun ontsnapt uit mijn keel; ik grijp naar de bovenkant van het matras en klamp me eraan vast alsof mijn leven er vanaf hangt. Elke vezel in mijn lijf zet zich schrap om deze aanval te weerstaan.

Waar en wanneer heb ik in godsnaam het idee opgevat dat Thaise massage lekker en ontspannend zou zijn? Dat ik mezelf eens fijn mocht verwennen omdat dit lief-zijn was voor mezelf? Ik had poezelige typetjes verwacht met fluwelen pootjes en nu blijk ik door een Thaise Attila met ijzeren hand bewerkt te worden.

SM staat voor mij vanaf nu voor Sado Massage!

Tussen hoop en vrees

Ik voel de neiging opkomen deze martelgang af te breken en het hazenpad te kiezen. Maar een ander, zachter, stemmetje maant me te blijven liggen en dit te ondergaan. Alweer komt uit de diepte van mijn buik een schaterlach omhoog. Een bijwerking van de adrenaline-rush die bij mij kennelijk langs mijn lachspier giert.

Kim -zo heet ze- moet nu ook grinniken. En dat blijft ze doen terwijl ik me gedurende het volgende uur met witte knokkels, als een drenkeling met bijhorende geluiden, aan alles vasthoud waar ik bij kan.

Ont-knoping

“Jij heb véél las: want niet genoeg ontspannen.”

Ineens besef ik dat Kim mij met haar bodywork van top tot teen heeft kunnen lezen. Met haar duimen alle pijnlijke plekken heeft gevonden, ingeduwd en doorgeduwd, zodat de rotzooi die daar verstopt zat, de komende dagen mijn lichaam kan verlaten.

Deze pijnlijke lief-voor-mij-massage krijgt ineens een onverwachte waarde en diepere betekenis.

Pain = gain

Lief zijn voor jezelf is niet alleen maar jezelf aaien. Het is óók jezelf faciliteren om naar je pijn te gaan en deze eens goed te voelen. Jezelf de kans te geven ergens doorheen te gaan om daarna fris verder te kunnen.

En als je er dan zelf niet bij kunt? Helemaal niets mis mee een ander te vragen je te helpen. Ik kan je mijn Kim van harte aanbevelen!

Deze blog schreef ik voor UrbanChicks maar is per definitie Van Dichtbij

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Couleur locale – Een haag van Zelfbeschikking.

IMG_3081

“Nououww zeg. Die mag óók wel eens wat aan d’r hèg doen!?!”

Voorbij tour-fietst een stel van een jaar of 65-70 dat door de jaren heen op elkaar is gaan lijken. Diepbruine, enigszins verweerde gezichten van het vele buiten zijn, allebei kort grijs haar. Hij in een knielange broek met van die aantrek-touwtjes onderaan, zij met driekwart-broek met ook aantrek-touwtjes onderaan. Alles in ton-sûr-ton kaki en gebroken wit.

Ongeacht waar je bent in Nederland, kom je hen tegen, zeker ook hier in dit dorp. Hardop de omgeving becommentariërend met alleen hun eigen referentiekader als maatstaf. Ongehinderd door het besef dat ze goed hoorbaar zijn omdat ze, rekening houdend met elkaars en eigen afnemend gehoor, best hard praten. Tegelijkertijd denk ik niet dat het hen iets kan schelen, want wat zij vinden mag door de wereld gehoord worden.

Maak mij gek: kleinburgerlijke bemoeizucht met van alles waaronder de uiterlijke omstandigheid van andermans woon- en dus persoonlijke ruimte. Het heeft op mij het kinderachtige effect dat mijn hakken zich in het zand begraven: ‘Piss off, ik doe lekker helemaal níets meer aan die heg..!’

Maar goed, dit terzijde.

Want mijn heg en ik, wij hebben een bijzondere relatie, ontstaan doordat ik mijn heg al jaren met de hand snoei. Jazeker, met de hand! Het startte toen ik hoogzwanger dit door de heg omzoomde huis betrok en in een vlaag van nestdrang bedacht dat ie geknipt én geschoren moest. Ik vond een grote, loodzware heggenschaar en wierp me met ’n evenzo loodzware buik op de klus.

Ik herinner me talloze mensen, lieve buren en vreemden, die voorbij kwamen en stil bleven staan. Kennelijk bood het een wonderlijk plaatje. Sommigen complimenteerden mij met mijn ijver, anderen maanden me bezorgd tot rust en voorzichtigheid en weer anderen gaven me tips – ook uit zorg maar vooral die voor de toekomst van mijn heg. Minzaam nam ik alle zijlijn-commentaren in ontvangst, strekte mijn rug nog maar eens en ging stoïcijns verder.

Zwoegend en zwetend ondervond ik dat het therapeutisch werkte: knip-knip-knip door al die takjes, korte metten makend met … ja, met wat precies? Hoe dan ook, het gaf me het gevoel van een vrolijk en vooral stoer soort zelfbeschikking: Kloddertje roze hier, Takje minder daar, Mijn kind, Mijn huis, Mijn heg!

Zo ben ik dat blijven doen, jaar in jaar uit en word sinds een jaar of 5 geholpen door mijn zoontjes. En iedere keer komen ze, de goedbedoelde maar ongevraagde en daarmee lichte ergernis opwekkende opmerkingen van de buurt-schippers aan wal. Onze lol is dat wij elkaar later vertellen wat we allemaal opgevangen en geantwoord hebben, sommige uitwisselingen zijn inmiddels tot gimmick verworden: “Zeau, jai ben hier wel effe mee bezig, hè?” ‘Ja dat klopt, en zo makkelijk is het nog niet hoor, best lastig om het recht te doen.’ “Hm. Ja. Nou. Dòt zien ik!!”.

Schuldbewust moet ik bekennen dat de heg na 15 jaar zelfbeschikkend geknip, inderdaad van schots naar uitermate scheef is gegroeid, twee meter dik is, ik door dit alles niet zo goed weet hoe of waar ik nu moet beginnen en niet verder kom dan er halfslachtig naar staren. Mijn kinderen wil ik dit toch ook niet aandoen: het is tijd voor een drastische maatregel.

Dezelfde jongen die 6 jaar geleden bij wijze van hobby-bijbaan mijn zelfbedachte tuinset uit hout tevoorschijn wist te toveren en nu op zijn 23e een florerend tuinbedrijf heeft met 14 man in dienst, gaat mijn heg onderhanden nemen. Want mijn trouwe therapeut verdient niets minder dan een echte local hero!

En ik? Ik ga er die dag eens goed voor zitten. Het zal wel even wennen zijn maar ik heb zo het vermoeden dat dit een veel relaxter vorm van zelfbeschikking gaat zijn…

 

 

Rendez-vous

IMG_2998

Ik heb een werkafspraak op een buitenlocatie. Groot parkeerterrein en buitenloop-gebied. Ben iets te vroeg dus blijf nog even in mijn auto zitten om een paar apps weg te werken. Naast mij staat een auto met een vrouw erin die hetzelfde doet. Denk ik.

Ze kijkt even op, naar mij, fronst licht en duikt weer in haar mobiel. Dan verschijnt een andere auto met een man achter het stuur, die dicht naast haar aan de andere kant parkeert. Koket wuift zij haar vingers naar hem terwijl ze haar telefoon weglegt.

Aha. Dit is niet zakelijk.

Tegelijkertijd stappen beiden uit de auto en vallen elkaar in de armen. Vooral de vrouw valt. Diep. Ik zie het gewoon gebeuren. Blind voor en ongegeneerd naar haar omgeving, is haar lust voor de zojuist gearriveerde man tot in mijn auto voelbaar. Zij lijkt wel vloeibaar en waar ze net nog wat verstoord had gekeken ziet ze er nu in-gelukkig uit.

Hier zijn, op deze plek op dit tijdstip, maakt mij onbedoeld toeschouwer van hun intieme uitwisseling. En omdat dit nu eenmaal het gegeven is, besluit ik deze rendez-vous evenzo ongegeneerd te observeren.

Zij draagt een trouwring. Hij niet. Beide rijden in typische familie-auto’s. Zij een wat oudere Renault en hij een VW; lease-bak. In beide auto’s staan op de achterbank kinderstoeltjes. Bij haar 2, bij hem 1.

Ze zuigen zich aan elkaar vast tussen de deuren van hun bolides. Ik bekijk het geamuseerd. Dan gaat haar telefoon die kennelijk nog ergens op de bijrijdersstoel ligt. Met een wild schrikgebaar laten ze los. Zelfs ik schrik. Ze graait naar haar telefoon, kijkt wie het is en drukt diegene weg. Rode wangen en schuldbewuste ogen die de mijne even raken. Ze stopt haar telefoon in haar tas en gooit de autodeur dicht. Hij checkt ook nog even zijn mobiel en stopt die dan in zijn achterzak.

Ik zie hem zeggen: “Ga je mee?”. Ze knikt en samen lopen ze richting het weidse en met bossen omzoomde wandelgebied.

Met allemaal vragen blijf ik achter. Wat gaan ze nou doen? En wáár?! En zou dit misschien via zo’n vreemdgangers-site zijn ontstaan of is zij een stiekeme Tinderella? En, en, of, of??!!

Ik wil het allemaal weten maar zal geen antwoord krijgen. Balen…

De haas en de fuik: een eerlijk gesprek

haas

“HOE is het in gódsnaam mogelijk dat dít verhaal (wijst een blog aan) ZO veel reacties en likes krijgt??! Ik heb een tijdje geleden EXACT zo’n stuk geschreven en daar gebeurde helemaal geen RUK mee! Nu is het klaar, ik kap ermee. Ik ga NOOIT meer iets schrijven!

Het leidt gewoon tot niets!”

“Waar wil je dan graag dat het toe leidt?”

“Mán, dat vind ik zo’n shit-vraag! Weet ík veel. Het hoeft niet per se tot iets tastbaars of groots te leiden maar als mijn stukjes 0,0 opleveren in de zin van reacties dan is dat een teken dat het niet goed is, niet leuk is of nergens op slaat. En daar BAAL ik van, want ik doe op elk stuk mijn best en als ik op publish druk dan denk ik altijd: Dit is goed. En dat IS het dus niet! Ik zie het kennelijk verkeerd en heb het duidelijk totaal niet begrepen!!”

“Zoiets zegt toch niets over of men het leest of het wel/ niet goed vindt? Ik lees ze altijd, vind ze vrijwel altijd echt goed en druk vrijwel nooit op like want ik hou daar niet van. Dat geldt volgens mij voor velen.”

“Dat snap ik op zich wel maar daar heb ik dus GEEN BAL aan. En daarbij; op andere stukken zijn wel al die likes en reacties. Het klopt daarom niet wat je zegt. Zij raken waar ik ergens iets mis. En het maakt mij onzeker en verdrietig maar ook woest.. van frustratie.

“Maak je er dan niet afhankelijk van. Zet het niet online. Schrijf! Maar alleen voor jezelf!?”

“Helaas; voor gevoel van succes ís het een afhankelijkheidsrelatie. Door hoe dit werkt. Want natuurlijk, ik schrijf voor mezelf. En m’n kinderen. En voor wie dat wil. Maar ik hou ook van het delen en de respons, het gevoel er toe te doen. Aandacht. Waardering. ERKENNING, verdómme!

Klinkt dat sneu? Ja, nou ja, vind ik ergens ook. En het past niet in het streven van dankbaar, mindful en al dat soort hoger ge-emmer. Maar godver, zo voel ik het gewoon; aards, primair, stront, kak, POEP! Ik bén geen monnik. Ik ben een mens! Met hashtag-faal erbij.

Want ik kan wel zeggen dat het me niet boeit en dat ik zó doorontwikkeld ben dat ik totaal zen en stoïcijns doorstruin, onaangeraakt door de opinie, maar dat is natuurlijk GELUL! Het raakt me WEL. Het gaat over MIJ!

En dan hou ik me ook nog onwijs in. Schrijf helemaal niet zoals ik eígenlijk zou willen. Steeds maar rekening houden met anderen; ouders, kinderen, exen, omgeving en wat dacht je van opdrachtgevers. De mensen met wie ik werk? Echt zó schrijven als dat ik zou willen? Waarschijnlijk te puur, te rauw, te intens. Krijg ik nu al wel eens terug. En we weten allemaal: als het niet in een bekend straatje past, is het makkelijk oordelen. Zelden terecht maar evengoed fnuikend.

Het maakt me razend en ik vind mezelf een angsthaas dat ik me hierdoor laat leiden, terwijl ik juist streef naar vrijheid en onbegrensdheid. Het liefst wil ik alles LOSlaten. Loslaten en gáán. Maar ik ben dus bang. Bang dat dit een prijs heeft die te hoog is voor mij om te betalen. Die ik mij niet kan permitteren.

Godsamme, een zee van onbegrensde mogelijkheden en ik zit in een fucking FUIK!

Moet ik er dan allemaal lak aan hebben, gewoon lak eraan en gaan?! Ik weet niet hoe. HELP me dan met het HOE! Alsjeblieft!!”

“Ja, ik wíl je ook helpen. Alleen; jij moet het doen zoals jij het wil doen. En weet je, misschien is het wel zo. Misschien is de manier waarop jij en ook ik dingen ervaren en ze zien, wel anders dan de meesten. En kun je niet uitgaan van begrip.”

….

“Tjeezus.

Wat een deprimerend k**gesprek…”

Mind your … mind

IMG_2953

’n Drukke dag en dus direct ’n drukke ochtend. De stromende regen biedt mij een mooi excuus om de jongste met de auto naar school te brengen. Omdat de gang van een dag als deze afhangt van de efficiënte handelingen en daarmee het gevoel van controle, besluit ik op weg naar zijn schooltje alvast even te tanken. Dubbel-efficiënt want deze dorpspomp is goedkoper dan die langs de A2.

Als we bij de pomp komen, zien we dat aan ‘onze’ kant een motorrijder staat te tanken. En niet bij de 2e maar bij de 1e pomp vanaf ons bezien. Wij moeten er dus helemaal omheen en geïrriteerd mopperend doe ik dat. Mijn zoontje, die hier normaal geen enkel probleem bij zou ervaren, laat zich door mijn irritatie aansteken en zucht diep bij zulk inefficiënt onvermogen.

Terwijl het ondertussen echt is gaan gieten racen wij met volle tank en in stilte verder. Ik zie dat mijn baasje peinzend voor zich uit staart. Als we even later bij de school parkeren, begint hij ineens een relaas:

“Die sukkelige man hè, met die motor, die was helemaal kaal. Dat zag ik. Dat lijkt mij dus héél irritant als het zo regent op je helemaal-kale-hoofd. Dat je dan die druppels zo voelt, pàts-pàts, net als op een glazen ruit en dat het in zo’n stroompje langs je oren glijdt. Dat is best vervelend.”

Het beeld dat hij schetst ontstaat voor mijn ogen en in één ogenblik glijden alle irritatie en drukkende haast van mij af. Verrukt kijk ik opzij. Met een grote grijns naar mij, opent hij zijn deur en huppelt door de regen het plein op naar zijn vrienden.

Ik kijk hem na en kan me moeilijk aan het gevoel onttrekken dat hij precíes weet wat hij daar zojuist deed.

Couleur locale – Buuv Bosbes

bosbes

Alhoewel een over het algemeen vredig Zuid-Hollands dorpje, is natuurlijk niet alles pais en vree. Zoals in iedere leefomgeving is het ook hier een vat vol gedoe en gedoetjes, geroddel en ruzies en zelfs af en toe een heus handgemeen. Ik zie het, hoor het en laat al jaren het meeste aan mij voorbijgaan, comfortabel dommelend in mijn eigen domeintje.

Totdat ik wakker schrok van scherpe haat die naast mij bleek te wonen.

Want naast ons, met alleen een klein steegje tussen onze tuinen, woont Buuv Bosbes. Zo heet zij hier in huis omdat wij ooit de associatie maakten met een van de kinderen uit “Sjakie en de Chocolade-fabriek”; het verwaande kauwgumkauwertje dat het, tijdens de rondleiding door de chocoladefabriek, niet kon laten om een net ontwikkeld stuk gum in haar mond te stoppen, ondanks de uitdrukkelijke waarschuwing van Willy Wonka om dit niet te doen. Zij blies vervolgens op tot een enorme bosbes, moest afgevoerd naar de uitpersmachine, kon de rondleiding niet afmaken en greep door haar nieuwsgierige hebberigheid naast de hoofdprijs.

Bij Buuv Bosbes hebben wij niet alleen de letterlijke associatie, ook wekt zij bij ons alle vier hetzelfde gevoel van geïrriteerd ongeduld als het vervelend kauwende meisje.

De hele geschiedenis begon zo’n 4 jaar geleden toen ik net alleen woonde. Ik belde bij haar aan om te vragen of zij de bal had gevonden die wij kwijt waren en vanuit het niets blies zij een scheldkanonnade van halve meter afstand in mijn gezicht. Snerpend schreeuwend, voorovergebogen en paars opbollend (hence de bosbes) met Duits Aktzent. Het ging over haar tuin en heg, onze bal, mijn nare rotkinderen en daarnaast was ik een gemene leugenaar.

Ik droop geïntimideerd af, gaf mijn kinderen op hun lazer over wat zij allemaal kennelijk wel niet hadden uitgespookt in die tuin, groef in mijn geheugen naar waar ik over gelogen zou hebben, kon dat niet vinden en ondertussen gaf mijn drietal in paniek aan dat ze echt niet wisten waar dit over ging en ik geloofde hen.

Met Argusogen volgde ik voortaan deze buurvrouw en zij deed hetzelfde.

Op mijn verjaardag een tijdje later waren mijn zoontjes van toen 8 en 4 in de tuin aan het spelen met hun eigengemaakte pijl en boogjes. Middelste die heldenfilm Robin Hood net had gezien, vertelde mij hoe cool hij het vond dat de man van zóver een appel van een hoofd schoot. “Heet dát dan een ‘headshot’, mam?”

10 Minuten later verscheen Buuv B. in mijn tuin. Met wederom een spervuur aan scherpe verwijten jegens ons allemaal, afgetopt met het snoeiharde: “En iek schnapp wel dat jouw Mán niet meer bij jou wiel sein en jouw Kindern sein bei hemm viel béter aus!”

De ogen van mijn kinderen vielen bijna uit hun gezichtjes van schrik en ik verzocht haar met mijn laatste beetje zelfbeheersing sehr schnell mijn tuin te verlaten als ze mijn voet niet tegen haar achterwerk wilde voelen. Ik geloof dat ik ook zei dat dit moeilijk te missen zou zijn. Kennelijk toch niet helemaal beheerst.

Terwijl ik de jongens troostte en zij dachten dat ze bij mij hetzelfde moesten doen (“Nee hoor, mam, zij zegt maar wat, wij vinden papa en jou even lief!”), klopte ineens een politie agent aan. Hij was gebeld met een aangifte van bedreiging. Er zou in mijn tuin gesproken zijn over een aanslag op de buurvrouw en wel door een schot op het hoofd met een scherpe pijl…

De indruk die dit psychische geweld op mijn kleine mannetjes maakte, trof mij recht in maag en hart. Ik heb oom agent uitgelegd hoe het werkelijk zat met het headshot en toen hij mijn zoontje aankeek zag ik dat ook hij begreep dat er sprake was van een vergissing.

Hij gaf mij een paar dingen mee over de situatie aan de andere kant van de heg en vroeg ons dan het verstandigst te zijn en gewoon verder te leven, rekening houdend met dat zij daar woont maar er verder niets mee te hoeven.

Tsja.

Mijn kinderen kunnen dat aan. In het begin vonden ze het moeilijk en schoten schichtig weg als zij eraan kwam. Tegenwoordig lopen ze gewoon door en zeggen zelfs per ongeluk wel eens gedag. En dan ben ik trots op ze. Het lukt hen zich hierin groots te tonen. Mij (nog) niet.

 

 

Lijkt klein, is groots

lijkt klein is groots

Bij het krieken van de dag wakker worden, nog wel moe zijn en toch niet meer kunnen slapen.  Startsein voor het betere denkwerk. Je weet wel; over goed en slecht en groots en klein.

Het begon met nagaan wat ik ook alweer allemaal zou moeten doen die dag. Dit leidde tot de vraag wat ik op de keper beschouwd überhaupt aan het doen was en waar dat eigenlijk toe zou moeten leiden. Welke zin of nut dit zou hebben gezien het grotere geheel der dingen en bij gebrek aan een klip en klaar antwoord, was daar direct ook de vraag welke zin of nut ík dan had? Absoluut én relatief gezien.

Tja. Mix een gezellige dosis hormonen met een goed shot van het overthinking-defect, vermenigvuldig dit met een snufje van de hardnekkig ingesleten onzekerheid over “goed-genoeg-zijn” en nog een paar van die smaakvolle ingrediënten en je hebt een perfecte cocktail voor dit soort gedachten.

Guerilla in je kop

Normaal gesproken val ik niemand hiermee lastig en verdwijn ik ettelijke uren in een mopperige brij van inwendig geworstel en onzalige gedachten. Waar ik langzaam in wegzink om ooit wel weer boven te komen. Gek genoeg kan ik me naderhand niet goed voorstellen waarom die rare gedachtenkronkels het van mij (MIJ?!) kunnen winnen.

Tegelijkertijd: natuurlijk winnen zij van mij! Want ík win dit van mij. Niemand die beter weet hoe ik mezelf voor de gek moet houden dan ikzelf en als een professioneel guerillera voer ik die strijd.

Grote vragen

Dus ik had een heldere ingeving: ik verstuurde een appje waarin ik mijn gedachten uit de doeken deed. Per ommegaande kreeg ik bericht terug:

“Goedemorgen liefje, wat een grote vragen stel jij jezelf?”

Ja, dat klopt. Want ik móet mezelf die vragen stellen. In het licht van gebrek aan enige grootsheid is dat nog het minste wat ik kan doen: mezelf Grote Vragen stellen…

Fantasie vs. werkelijkheid

Ach ja, die “grootsheid”. Mijn kinder-fantasie om groots te zijn; te móeten zijn om iets voor te stellen. Een fantasie die ik lang voor werkelijkheid hield en die z’n sporen daardoor ook nu nog nalaat, op dit soort onbewaakte momenten nog altijd in staat is mij te overrompelen en mee te sleuren.

Grootse vraag

Even was het stil. Toen zag ik dat er getypt werd en ineens stond er:

“Maar wat ís dan grootsheid? Misschien is het juist wel groots om je altijd te kunnen verwonderen over iets kleins …”

Ik las het en nog eens. Alsof het een glas heerlijk fris water was, klokte ik de woorden naar binnen en mijn hoofd werd met één grote golf schoongespoeld; alle kwaaie- en zeurpieten verstomden. Met een zwaai sloeg ik mijn dekbed open, sprong uit bed en huppelde mijn dag tegemoet.

De moraal

En de moraal? Die is er niet. Het is gewoon een verhaaltje, een ervaring. Maar als het persé moet, dan is het denk ik dit:

Wij zien niet zomaar aan iemand hoe, wat of waarom diegene beweegt zoals ie beweegt. De meesten die mij kennen en dit lezen bijvoorbeeld, zullen verbaasd zijn dat mijn binnenwereld soms zo donker echoot.

Wij wéten het dus niet maar we kunnen er wel iets mee als iemand een signaal geeft. Namelijk luisteren, niet oordelen, vragen stellen en als dat mag, iets van richting geven. Aandacht heet dat.

Net liefde. Lijkt klein, is groots.

 

PaasOverPeinzing

IMG_2601

Dat niet altijd alles van een leien dakje gaat, is normaal. Maar soms zijn er dingen waar ik me echt onzeker over kan voelen. Omdat ik niet weet hoe ik het ’t beste kan aanpakken. Of omdat ik ergens vrees dat ik het al voor het leven verpest heb: teveel heb verwend, geen zin om het steeds te moeten vragen of op voorhand al murw van het geruzie en getouwtrek.

Te weinig laten en teveel op controle, zoiets.

Neem nu bijvoorbeeld mijn kinderen en hun over het algemeen oprechte desinteresse voor het huishouden. Daarmee doel ik niet op het stofzuigen, ramenlappen of badkamers soppen. Af en toe een donderspeech en dan haalt eens iemand anders dan ik verschrikt een lap ergens over en vind ik dat deel van de opvoeding al snel geslaagd. Want ik snap ook wel dat niemand daar uit zichzelf zin in heeft en straks moeten zij het de rest van hun leven toch echt lekker zelf doen of regelen. Na mij de zondvloed.

Nee, ik bedoel het léuke huis-houden. Het met elkaar in een huis verkeren en daar ten behoeve van dit leuke SamenZijn een positieve en vooral proactieve bijdrage aan leveren. Er zijn gezinnen waarbij de kinderen ongevraagd het voortouw nemen in het plannen en organiseren van leukigheid als ontbijtjes of dinertjes. Zo niet die van mij. Ook niet als wél-gevraagd. Dan knikken ze ‘ja’ maar vergeten het net zo hard weer in de vaart der hun volkeren.

Een voorbeeld? Neem nou het Paasontbijt. Ik heb mij de afgelopen twee dagen door allerlei ramvolle winkels heen geworsteld en ervoor gezorgd dat ijskast, fruitschaal en voorraadla uitpuilen van het lekkers. En we hebben afgesproken dat het Paasontbijt niet alleen van mij mag afhangen. Althans, ik heb dat met hen afgesproken maar niet 100% geregistreerd of die afspraak ook echt aankwam. Ik heb wat glazige “Ja, mama”’s gehoord maar als gezegd is dat helaas geen zekere geruststelling.

Het is al ruim Paasochtend. Gisteren zijn we de hele dag op pad geweest en waren laat thuis. Het volkje ligt dientengevolge nog op één oor maar ik ben al een uur wakker. Mijn neiging is om op te staan en een tafel vol zaligs klaar te gaan zetten voor als de luiwammesen naar beneden komen. Hen liefdevol verwelkomend met de geur van versgebakken pannenkoekjes, broodjes, smoothies en watermeloen.

Maar dat ga ik dus niet doen. Dit keer niet. Ik wacht tot zij wakker worden, hun telefoons pakken en verdwijnen in hun oeverloos mobiele gedrag, op míj wachtend en na drie uur denken: “Waar blijft ze nou met haar ‘Joehoeoe jongens, het ontbijijijijijt is klááárrr!!’?!”, door knorrende maagjes gedreven zelf naar beneden gaan, de volle kasten maar lege tafel zien, de boodschap begrijpen, ogenblikkelijk zonder ruzie en in harmonie samen dit ontbijt fixen en met z’n drieën hun inmiddels zeer hongerige moesje ophalen voor een perfect Paasontbijt.

Wat een goede Paasresolutie: láten dus! Ben benieuwd …