Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Falen

0F8D59A5-1742-48EA-825C-36625FA2072F

“Mama? Ik voel me dat ik ben gefaald…”

Ik kijk hem aan en mijn hart krijgt een tikje. Teneergeslagen zit hij op zijn Tripp Trapp stoel.

Ach, hoe goed ken ik dít gevoel. En ook dat het niet uitmaakt wat iedereen zegt. Hoeveel complimenten hij ook krijgt over hoe ver hij kwam, hoe bijzonder dat is voor zijn leeftijd en gebrek aan ervaring of hoeveel talent men hem toedicht.

Want dit is wat hij zichzelf met zijn 9 jaar vertelt: “Ik. Ben. Gefaald.”

En hoewel ik weet dat geen enkele stem scheller, dringender of dwingender is dan die van jezelf, wil ik het toch proberen. Want ik gun hem iets zo heel anders. Dus ik vraag hem: “Hoe komt het dat jij zo streng bent voor jezelf, lieverd?”

“Ik gelóófde erin, mam. Ik dacht ècht dat ik door was. Maar ik bén niet door. Dus ik kan mezelf helemaal niet geloven.” Schoudertjes hangen, koppie ook.

Kleine baas met grote worsteling.

“Ben je teleurgesteld over jezelf? Dat je het niet bij het goede eind had?”

“Ja, want als ik beter had nagedacht, had ik nog méér mijn best gedaan!”

“Kón je dan nog meer je best doen dan je al deed?”

Stilte. Staart voor zich uit.

“Liefje, heb je gegeven wat je had voor dat moment?”

“Ja, eigenlijk wel. Maar het was dus niet genóeg!!” Gefrustreerde wanhoop van top tot teen.

“En kon jij precies weten wat echt wel of niet genoeg was? Ik bedoel, kén jij degene die de beslissing maakte en dus hoe hij kijkt?”

“Neehee!! Dat wéét jij toch? Die was in Amérika die man! Hij kreeg onze dansfilmpjes en díe moest hij bekijken en dan beslissen.”

“En deed jij je best?”

“JA!”

“Dus kun jij jezelf dan iets verwijten daarin?”

Hij kijkt me aan, zoekt, fronst, vat niet. Dan ineens spert hij zijn ogen open:

“Eigenlijk niet. Toch, mam?”

“Nee. Zéker niet, zelfs. Maar je kunt wel ongelooflijk balen en even keihard gillen, schelden en teleurgesteld zijn over de beslissing. Dát wel.”

Hij grim-grijnst, gooit z’n hoofd naar achter voor een heel hard en langgerekt scheldwoord dat ze volgens mij 3 straten verderop kunnen horen. Ik besluit even mee te doen. Ik baal tenslotte óók voor hem.

Met ogen waar het vuur uitknalt, kijken we elkaar even later aan: “Zo, dat was lekker hè, vent? Voel je je nu iets beter?”

….

“Morgen, denk ik.”

Maar ik zie een figuurtje waar de spirit weer inzit, een recht ruggetje en glans in de ogen. En daar wordt mijn hart dan weer warm van.

Brief aan mijn 9-jarige – “Jij leert het mij…”

24314E6B-3CE2-4FAF-BF71-DBD1AB719F62.jpegZo’n 2 maanden geleden auditeerde mijn 9-jarige voor een grote, landelijke musicalproductie. Hij werd uiteindelijk gekozen met 5 anderen om zich voor te bereiden op het podium. Wat een compliment!

En wat een spanning. Want kort voor de échte repetities, kreeg hij te horen dat hoewel de Nederlandse begeleiding dolenthousiast over hem was, de grote man in het buitenland meebeslist en het niet helemaal zeker wist. Hij kreeg een keuze: stoppen of alles op alles met nog één Go/No Go moment. Hij koos voor het laatste. Het grote moment is nu aanstaande en de spanning neemt toe. Tijd voor een hartje onder zijn stoere riem.

“Mijn allerliefste baasje, 

Laat ik beginnen met je te vertellen dat het voor jouw papa en mij een enorm voorrecht is om met jou dit avontuur te mogen beleven. Ten eerste omdat wij zelf allebei nog nooit zo’n avontuur hebben meegemaakt maar vooral door jou als persoontje. Wij zijn zo trots op je dat de tranen ervan in mijn ogen springen.

Door hoe jij groeit, leert en straalt, je kwetsbaar opstelt en je staande houdt, incasseert, terugveert, er vol voor gaat en blijft gaan. Door hoe jij enthousiast en lief blijft, niet afgunstig bent naar de jongens die al door zijn, je grootmoedig en weerbaar toont. Omdat je niet wegzakt in een ‘ik ben niet goed genoeg’ maar kijkt naar waar je kunt verbeteren, hiervoor oprecht openstaat, realistisch en dapper. En tussendoor heb je dan ook nog tijd en oog voor ons en maak jij je zorgen over of wíj het ons wel kunnen permitteren; in tijd, werk en aandacht voor de andere twee. Lief, lief mannetje. Ja, dat kunnen wij. Allemaal. Want wij als gezin gunnen jou de wereld!

Het wordt nu echt heel spannend en je weet dat je uiteindelijk, na alles wat jij erin hebt gestopt en de enorme stappen die je hebt gemaakt, alsnóg te horen kunt krijgen dat het grote podium niet voor jou gaat zijn. Je voelt dat zwaard en ziet dat dunne touwtje. Ik moet je eerlijk zeggen; ik vind dat moeilijk. Omdat ik niet snap dat die kerel niet ziet wat ík zie, namelijk dat hij in zijn handen zou moeten wrijven over het feit dat jij je aanbiedt. JIJ! Gast, is die vent wel goed bij zijn hoofd dat hij tegen jóu “misschien” zegt?!

Jij wist dit niet want ik blijf naar jou heel rustig, maar zo voelt dit moedertje het diep in haar hart. En dat mag, kritiekloos en vol overgave, als moeder.

Wat mij het meeste raakt in dit hele verhaal, is jouw veerkracht en jouw moed. Omdat je ervoor kiest om met open vizier door te gaan, ondanks de dreiging van een grote desillusie. Ik denk, nee ik wéét, dat ik ervoor gekozen zou hebben om te stoppen. Omdat ik zou denken: “Weet je wat, ik zeg zélf wel ‘nee’! Dan kunnen zij dat in ieder geval niet doen.” Zogenaamd heel stoer en net of ík zou kiezen en daarmee controle zou hebben. Alleen heb ik, toen ik groter werd, ontdekt dat dit juist de mákkelijkste weg is. Een bange oplossing voor een moeilijke situatie. En ik moet er nog altijd voor knokken om dit niet te doen. Iedere moeilijke situatie weer. 

Terwijl jij uit jezelf het tegenovergestelde doet. Jij kijkt de dreiging aan, trekt je eigen zwaard en ten strijde. Dát is pas heft in eigen hand, dat is pas stoer. En jij leert het mij. Een diepe buiging maak ik voor jou.

Vroeger, toen je nog echt heel klein was, wilde je ridder worden. Daarna onderzoeker en avonturier, nu danser. Ik kan jou vertellen: je bent het al, allemaal. En met verve!

Ik wens je heel veel succes, baasje. Het maakt werkelijk niet uit wat de uitkomst van dit avontuur gaat zijn. Podium of niet, ik weet dat jij met al jouw kwaliteiten, heel ver zult gaan. En weet jij dan maar dat waar je het nodig hebt, ik jou altijd breng of met je meeloop.

Alle liefs, mama 

 

 

Bloggen is uit! Moet ik nu gaan vlóggen?

 

346CFED0-74E0-4CC0-B702-39C54413DE5B
(btw, dit is géén filmpje)

Has been, niet meer van nu, hopeloos ouderwets, klaar. Bloggen is uit en sinds ik dat ergens las, verkeer ik in lichte vorm van crisis. Want A. Hoezo?! en B. Wat dán?!

De antwoorden díe ik op A. vind, swipe ik zonder te registreren naar links, Tindertaal voor “ik wil het niet weten”. Volstrekt onvoorstelbaar dat we niet meer willen lezen: eerst de krant en het boek, nu ook geen blogs? Leuke, korte, strakke verhaaltjes van 3 minuten en weer door?

Spanningsboog van een Snap

Feit is, Millennials maken online de dienst uit en in hun wereld is beeld het nieuwe schrift. Of zoals Millennial, tevens online vriendin en lichtend voorbeeld Talita Kalloe met een toefje zelfspot omschrijft: “Ik ben een kind van mijn tijd. Opgegroeid in de tijd van Tamagotchi’s en cassettebandjes maar met een spanningsboog van een snap op Snapchat. Hoe visueler je het voor mij maakt, hoe beter. Al dan niet met bewegend beeld waar in één minuut alles wordt uitgelegd wat ik moet weten. En als het even kan met zo min mogelijk tekst.”

We willen best mee

Tsja. Ik kan het ermee oneens zijn, denken dat ik-van-GenX die jonkies niet nodig heb want dat ik me vooral richt tot alles wat mijn leeftijd is of ouder, maar dan hou ik mezelf voor de gek. Om zichtbaar te zijn, te blijven én gezien te worden, moet ik mee!

En dat weet ik heus wel, anders zou ik geen eigen blogsite, Facebook, LinkedIn en Insta-account hebben en mijn kerstwens of -uitnodiging niet per appgroep versturen maar via een keurige kaart-in-envelop-met-postzegel. Ook ik heb voor te lange teksten meestal geen tijd, word gedomineerd door mijn smartphone met al z’n bits en bites en klik blij op leuke filmpjes.

Mijn conclusie: ik wil best mee maar ben bang voor wat mij dat gaat kosten.

Moet ik dus gaan vlóggen?

Want B: Wat dan wel?!

Beeld dus: tekeningetjes, foto’s of, inderdaad, vloggen. Ga er maar aan staan. Ik heb nu een paar vlogs gemaakt en terwijl ik een blog de wereld insturen iedere keer al een avontuur vind, is het online publiceren van een video pas écht heel spannend. Noem het gerust zorgelijk, stressvol, ongemakkelijk, ontnuchterend en voor heel even een absolute nachtmerrie.

Een greep uit de verheffende oordelen die ik bij het terugkijken van zo’n vlog over mezelf heb (check even welke jij herkent):

  • Wat zit mijn háár achterlijk
  • Die.Stèm. …
  • Ah nee, zóveel rimpels
  • Zie ik daar nou ook nog vlekken?
  • Manmanman, wat kijk ik raar zeg
  • Ach jongens, wat zeg ik nou toch allemaal?
  • Waarom zou íemand hier naar kijken, laat staan luisteren?!
  • Wat zullen ‘Ze’ wel niet van mij denken?
  • 100% gênant (*braakbeweging*) !

Eén grote ontkenning, één donderend “Neeneenee!” van mij naar mij.

Het goede nieuws: het maakt niet meer uit welk negatief oordeel een ander erover velt, want ik velde het zelf al.

Been there, done that

Eerlijk is eerlijk, deze ellende heb ik ook doorgemaakt toen ik startte met bloggen. En heb daarmee ondervonden dat met het Doen en Blijven Doen, het steeds ietsje makkelijker werd:

Online publiceren heeft mijn zelfvertrouwen gesterkt en mijn doorzettingsvermogen vergroot. Want ik heb stoïcijns leren doorgaan, vertrouwend op mijn eigen oordeel, in weerwil van alles wat door mijn hoofd spookt of wat een ander ervan vindt danwel niet-vindt.

Bloggen zoals ik dat doe, geeft mij de mogelijkheid te laten zien wie ik ben en daarmee heb ik waardevolle contacten en samenwerkingen opgedaan, het heeft me een berg bagage gegeven die ik anders niet had gehad en met alle positieve reacties kan ik een boek vullen! Niet alleen ervaring, ook waardering maakt dat je groeit.

Conclusie

Ik blijf schrijven, ik zou niet zonder kunnen en genoeg mensen die graag blijven lezen. Toch ga ik ook het pad van beeld verder verkennen. Na mijn eerste neiging tot wegduiken zie ik mooie voordelen: je hebt maar 1 minuut nodig om een punt te maken in plaats van dat iemand 3-5 minuten moet lezen. Maar vooral: met video kun je écht jouzelf laten zien en horen. Ja, incluis het in jouw oren vreselijke stemgeluid maar óók de kracht van je energie, lach en blik.

En die enorme berg met ellende waar ik elke keer overheen moet voordat ik mezelf werkelijk dúrf te laten zien? Die slecht ik gewoon stapje voor stapje. Precies zoals ik dat altijd doe.

Een piepklein beetje van het ietsje meer

956C69AF-5060-47BA-8875-8B5848C949B3

We houden onszelf vaak en intensief bezig met de grootse dingen in het leven; het meer, beter, groter. Maar staan we wel genoeg stil bij het grootse van het kleine?

Wist je bijvoorbeeld dat menig succesverhaal (misschien wel allemaal) een optelsom is van kleine, dagelijkse routines?

Dit wetende heb ik ooit 3 van dit soort routines in mijn dag ingebouwd. Komen ze:

Wakker gemoed

Op de dagen dat mijn kinderen bij mij zijn, is dat extra vroeg opstaan om een paar Zonnegroeten te brengen voor een broodnodige upgrade van mijn fysieke souplesse. Vervolgens doe ik de Vijf Tibetanen (de herkomst van deze 5 Riten van een Tibetaanse monnik is discutabel, evenals de verjongende werking ervan maar wat kan mij het schelen; hierna kan ik de dag en mijn kinderen met wakker gemoed en gezellig – want goed doorbloed -gezicht welkom heten). De kinderloze dagen mediteer ik ergens in de ochtend 15 minuten. Dit kan met ogen dicht zijn of schrijvend. Gewoon opschrijven wat in me opkomt. Mijn hoofd leegmakend en daarmee ruimte scheppend voor wat de dag in petto heeft.

Dagelijkse doelstelling

Iedere ochtend bedenk ik iets kleins wat ik aan het einde van die dag in ieder geval bereikt wil hebben. Ofwel in de vorm van een fysiek doel (bijvoorbeeld een verhaal schrijven, een nieuwe werkvorm bedenken, een LinkedIn-post plaatsen) danwel een gevoel ergens over (trots, tevreden, voldaan). Onderzoek wijst uit dat wanneer je je iets ten doel stelt, concreet maakt en opschrijft, dit meestal leidt tot het behalen van het doel.

Comfortabel met het oncomfortabele

De laatste routine waar ik mezelf dagelijks op trakteer, is dat ik iets doe waar ik me oncomfortabel bij of door voel. Dit varieert van iets eten of drinken waar ik kippenvel van krijg, een lastig gesprek aangaan, het als ‘autoriteit’ voor een groep staan terwijl ik er niet van hou als alle blikken op mij gericht zijn, het op publish drukken bij een blog, tot het maken van een videootje op een plek waar ik niet alleen ben en die online zetten (doodeng).

Waarom ik dat doe? Omdat de weg naar succes bestaat uit allerlei momenten van ongemak: lastige acties, twijfels, keuzes, knopen in je maag of die je moet doorhakken. Het dagelijks doen van iets niet-comfortabels, maakt dat het brein hier steeds meer of beter op is voorbereid. Zodat het ongemakkelijke een volgende keer net een ietsjepietsje makkelijker is.

Wat is dan succes?

Dat is natuurlijk de hamvraag: wat ís succes? Dat is voor iedereen iets anders, voor mij is succes heel basaal. Ik droomde vroeger van het Grootse totdat ik me realiseerde dat ik mijn geluk juist vind in het kleine, op de vierkante meter. Míjn vierkante meter.

Voor mij gaat succes daarom over het winnen van mezelf. Van de guerilla-stemmetjes in mijn hoofd die me op de meest onhandige momenten overvallen en me direct kansloos onderuit schoffelen of waar ik mee in gevecht moet. Maar die mij in ieder geval belemmeren om op dat moment het beste van mezelf te laten zien. Zelfs vaak genoeg voor elkaar kregen dat ik mezelf helemaal niet liet zien omdat niet-zichtbaar-zijn op zo’n moment de betere oplossing leek.

Een piepklein beetje van het ietsje meer

Succes gaat voor mij dus over het bereiken van een grotere mentale vrijheid. Het niet meer snel zo afgeleid worden door van alles wat zich afspeelt in mijn hoofd en daarmee waarachtiger zijn. Als ik het weer groot zou maken, zou ik zeggen dat ik liefst meesterschap bereik over mijn gedachten. Maar ik weet dat dit onzin is. Niet haalbaar, in ieder geval niet voor mij, en ook niet wat ik nastreef.

Welnee, juist ieder piepklein stapje vooruit is een succes dat gelukkig stemt en misschien gloort dan aan de horizon een meer permanente staat hiervan. Ooit.

Pretty big

Drie dagelijkse, kleine routines die voor mij bijdragen aan een krachtiger show up en lean in (klinkt goed, vind je niet: show up en lean in?), op een manier die vrijer voelt; meer ontspannen en dus beter en fijner.

Iedere dag een ietsjepietsje meer.

Best groot.

 

 

En waarom ging díe dan vai-rrol?!

CFCABCCD-877D-4059-B7C4-058628A455EB

“Mama? Ben ik nou beroemd?”

Vanachter het stuur kijk ik mijn kleine baas even verbaasd aan: “Wat bedoel je, lieverd? Waarmee ben jij beroemd?”

“Nou, omdat jij verhaaltjes schrijft over mij en omdat die soms ‘vaí-rrol’ gaan. En omdat soms iemand mij groet alsof ze me kennen, terwijl ik diegene helemaal niet ken. En dan is dat omdat ze jouw verhaaltjes hebben gelezen.”

“Ah ja. Klopt vent, inderdaad gingen een paar verhaaltjes heel hard rond online, omdat veel mensen ze zo leuk vonden. En dat kwam door wat ik over jou vertelde. Eén verhaaltje is zelfs door volgens mij iets van 75.000 mensen gelezen…”

“WÁT? Door ZOO VEEL mensen? Welk verhaaltje is dat, mam?!” Zijn ogen glanzen en hij maakt zich op voor de eeuwige roem vanwege zijn podium- of danskunsten die via mij hun weg over het internet zouden hebben gevonden.

“Dat was het verhaaltje waarin jij mij vertelde dat iedereen ergens goed in is en dat je dus, als je goed kijkt, aan iedereen ziet dattie wat kan. Weet je nog?”

Met een blik van Ja-maar-dáár-is-toch-werkelijk-geen-kunst-aan?! werpt het figuurtje rechts van mij zich teleurgesteld naar achteren in de autostoel: “Heb jij dáár een verhaaltje over geschreven? Hoe-zó?! En waarom ging díe dan ‘vaí-rrol’?!’

“Grappig he, voor jou is het heel normaal om zo naar een ander te kijken, met open blik en erop gericht het goede te zien. Maar heel veel mensen, zeker als ze groot en volwassen zijn, vergeten hoe dat moet. Zij kijken dan naar de wereld en de andere mensen erin, alsof ze zo’n ridder-vechthelm ophebben, weet je wel? ‘Met gesloten vizier’ heet dat. De meeste kinderen kijken denk ik wel open. Maar niet alle kinderen kunnen dit zo goed vertellen zoals jij dat kan. Daarom vond ik het zo’n bijzonder gesprek dat wij hadden, een heel mooi verhaaltje. En veel andere mensen vonden dat ook. “

Ingespannen naar voren gebogen heeft hij geluisterd. Als ik stil ben, zakt hij zachtjes weer terug in de autostoel. Blik op de verte gericht.

“Snap je wat ik je uitleg, vent?”

Even nog zit hij verstild en dan knikt hij, langzaam. In zijn ogen zie ik iets van verbijstering en ook lichte zorg: “Rare jongens, die volwassenen…”. Hij zegt het maar niet hardop.

Lekker knallen

E74795F9-EAEF-4D0C-AB5B-CAE671BCCB9F.jpeg

“En, hoe gaat het met jou, Lex? Lekker aan het knàllen?!”

Ik val stil terwijl ik in mijn hoofd graaf naar een passend, bevestigend antwoord. Ik vind het niet. Ik blokkeer op het woordje ‘knallen’ en mijn weerstand vertaalt zich in een mentale blanco. Zoekend geef ik antwoord:

‘Euhh. Nou. Het gaat goed, ik voel me fijn, heb mooie opdrachten, verheug me elke dag op wat op me ligt te wachten en zet daar met plezier mijn tanden in.’

“Ah wat goed, écht lekker aan het knallen dus!”

Ongeduldige ergernis trekt door mijn lijf. Waarom wil iemand zo graag horen dat er geknáld wordt; is het dan pas Goed ofzo? We ronden ons gesprek af en ik leg mijn telefoon weg.

Ik kauw nog even op wat zojuist gebeurde. Wat was dat en waarom voelde ik het zo sterk? Ineens, helderheid: Zeker, ik heb een grote innerlijke drive en zit hoog in mijn energie. En in combinatie daarmee komt mijn beste performance vanuit een basis van rust en balans. Twee pijlers onder mijn meest autonome kracht. Deze basis heb ik hard bevochten en bevecht ik nog steeds zo vaak. Tegen de verlokkingen van Sneller, Harder, Hoger.

Kalm vs. Knal.

In mijn hoofd popt de herinnering van iemand die zegt: ‘Waarom gedraag jij je als sneltrein als je meer een boemel bent?’

Niet sexy, wel raak. Ik glimlach, adem en kom tot rust. Was ik er bijna weer ingetrapt.

K.*.C.K I.T.: omdat echte impact ontstaat in de optelsom van good, bad èn ugly!

Werkelijk met impact tot uiting komen, is jezelf ten volle laten zien. In al jouw glorie; good, bad èn ugly.

Die optelsom is namelijk waar jij mee raakt en waar een ander bij aanhaakt. Het begint ermee dat je dit alles zelf weet, kent en -het belangrijkste- dat je hier comfortabel mee leert zijn; je oprecht neerlegt bij het gegeven dat ook jíj komt met haakjes, oogjes en gebreken, ze  zelfs wellicht oké vindt voor wat ze zijn.

Een oncomfortabel idee misschien om je hier niet meer door van de wijs te laten brengen?

Dat is het ook! Want we hebben nu eenmaal geleerd om niet te koop te lopen met onze onvolmaakt- en onvolkomenheden.

Echter, het alternatief is dat je van binnen wel van alles voelt borrelen; de ideeën, plannen en  ambities. Maar dat je van buiten (te) stil blijft. Omdat je het allemaal niet 100% helder krijgt. Niet goed durft. En trouwens, hoe langer je erover nadenkt, hoe meer je twijfelt aan dit alles en aan jezelf.

Een tobberig cirkeltje waarmee jij jezelf geen recht doet maar wel inboet aan impact. Doodzonde.

Ik weet precies hoe vervelend het kan voelen, dit er-niet-goed-bij-kunnen en daardoor onbenut laten van je volle potentieel. En hoe bevrijdend en daarmee gelukkig-stemmend het is om de twijfel van je af te schudden. In de spiegel te kijken en vol te gaan staan voor wat je ziet. Ja, dus óók voor die kreukels, vlekjes en vouwen. Zonder the bad en the ugly is the good voornamelijk nogal saai.

Laat je daarom inspireren en doe mee met de “Kom-in-Actie-vergroot-je-Charisma-Koester-jouw-Identiteit-en-wees-er-Trots-op!”-dag, die ik samen met partner-in-lef Marieke Jansz organiseer.

K.*.C.K.I.T.! dus: precies het gevoel dat helpt om wèl die gewenste impact te hebben.

Doe je mee op 23 januari of 9 februari 2018? Meld je hier aan:

https://mariekejansz.com/index.php/training