Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met als z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. En jou dus te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Horrormonaal geregeerd? De 4S-methode helpt!

9CFA9CF3-0404-4780-8CC2-7683B34C84A5.jpeg

Zo’n dag dat je beheerst wordt door alleen maar zwarte gedachten: je iedereen haat en jezelf nog het meest. Je wil maar één ding en dat is het tij keren. Mogelijkheden genoeg, maar wat helpt nou echt?

Soms heb ik zo’n dag en lukt het me niet om de sunny side up te zien. Van níets niet. Draai ik rondjes in een maalstroom van zichzelf bewijzende, negatieve gedachten en acties over mezelf, de ander en eigenlijk de hele wereld.

Horrormonen

Ja. Deze gemoedstoestand heeft alles te maken met hormonale schommelingen en dan de uitschieters. In de jaren dat ik mijn kinderen baarde, was de intensiteit van zo’n periode echt HEEL. Erg. Nu ik op dit vlak weer een beetje in balans kom, staat voor mij het causale verband vast. Je leest het goed: een beetje in balans. Want ondanks het feit dat mijn kinderen al best groot zijn, is de Horrormonen-stress nog steeds niet helemaal weg. Ik leg me er bij neer dat ik eerst volledig menopausaal moet overgaan. En dat kan nog wel even duren.

Het Zwarte Gat

Een bijna zichtbaar proces voltrekt zich dat ik “Het Zwarte Gat” noem. Een steeds groter wordende, donkere wolk komt op topsnelheid aangedreven, om als een ware cumulus recht boven mij te blijven hangen en me met vacuüm-zuigende werking op te nemen in zijn inktzwarte midden. Ik verdwijn; de ik die al mijn loved ones kennen, is weg.  De wolk spuugt mij na een tijdje weer uit; deemoedig en vol schuldgevoel vanwege de schade, relationeel dan wel materieel. Waarna het grote lijmen begint.

Life sucks en jullie ook

Als ik in dat Zwarte Gat hang, terwijl ik me nergens aan kan vasthouden, ben ik volledig onmachtig. Niets is goed. Paranoia maakt zich meester van mijn normaal toch vooral positief gestemde gemoed en ik zie overal complotten van het universum dat maar één doel heeft: mij het leven zuur maken. Het is Alles; Niets; Nooit; Altijd; Allemaal en Niemand wat de klok slaat: I suck, you suck, life sucks!

De Social Media fuck, euh pardon, fuík

Verder dan mijn bank of computer om bozig te broeden of te werken kom ik niet en ik check manisch ongeveer ieder kwartier mijn e-mail, Instagram of LinkedIn. Natuurlijk leidt dit tot de ontluisterende conclusie dat helemaal NERGENS een reactie op komt en dat dus inderdaad NIEMAND zich een haartje voor mij interesseert. Diepbedroefd en wegterend van zelfmedelijden vind ik op mijn beurt iedereen meer dan stom.

Dat moet toch anders kunnen?

En dan komt het kantelmoment. Ik geef een van mijn kinderen weer eens onterecht het onderste uit de kan en krijg dat op niet mis te verstane wijze terug. Heel even gaat het licht aan en bedenk ik me dat er toch ook een effectíeve manier moet zijn om me af te reageren. Eén die niet het uitkafferen behelst of het slachtofferig zwelgen.

De 4S-Methode

En zo, “liefdevol” geholpen door mijn omgeving, ontstaat de voor mij heilzame methode van 4 S-activiteiten. Afhankelijk van lengte en intensiteit van de horrormonenperiode, komen ze allemaal aan bod en in volstrekt willekeurige volgorde.

  • Schrijven

    Het van me afschrijven, in woeste woorden de frustraties van me af timmeren. Met een beetje geluk ontstaat er een goed verhaal dat al schrijvende kalmeert. Soms komt er helemaal niets. Dan laat ik Schrijven voor wat het is.

  • Schrapen

    Als het droog is, ga ik de tuin in met een of ander grijpgraag stuk gereedschap om al het ongewenste groen weg schrapen. Ooit vervloekte ik de keuze om de oeroude en heel speciale baksteentjes te hergebruiken in de tuin. Inmiddels ben ik er blij mee, want ze bieden me de mogelijkheid om als een ziedende Sidonia te schrapen, totdat ik de spanning en stress voel verdwijnen. Het feit dat de tuin er ook nog eens van opknapt, draagt een opwekkend steentje bij.

  • Schilderen

    Er zijn altijd muren of muurtjes die nog wachten op die lik verf. Want ik haat het om te moeten doen. Aangezien ik dan toch al in een haat-bui ben, gaat dit naadloos in elkaar over. Als het werk gedaan is, voel ik me wonderlijk vrolijk en tevreden over mijn eigen daadkracht.

  • Seks

    Met lief, scharrel of jezelf. Het maakt niet uit hóe je het doet, áls je het maar doet, zodat de pretstofjes gaan stromen! Dopamines, endorfines en serotonines, heerlijke hormonen die vrijkomen en je hersenen en lichaam weer vrij en blij maken.

Doen!

Het Zwarte Gat, veroorzaakt door eigen hoofd en lijf, overwin ik nu met precies datzelfde gereedschap, dankzij een methode die garant staat voor glanzend resultaat. Gebruiken dat lijf en blij maken dat hoofd! Dat levert tenminste iets zinvols op.

Een simpele (?) formule: Verkopen = Aandacht.

47ACE01D-2D3A-4FCC-AD69-C04709EC8024
Soms heeft iemand het verkopers-bloed door de aderen stromen. Zo ook mijn jongste; nog niet eerder heb ik iemand zó soepel, zóveel geld zien verdienen op de Vrijmarkt.
Van wie hij het heeft weet ik niet maar met bewondering heb ik zijn werkwijze gadegeslagen. De belangrijkste kenmerken kwamen eigenlijk allemaal neer op 1 en hetzelfde ding: aandacht, aandacht, aandacht:
– Iedereen die voorbijkwam of stilstond ter hoogte van zijn kleedje werd met een helder en vrolijk klinkend “Há-llooo” begroet. Ook al was het een rug of een bil die hem aankeek, hij groette. Onvermoeibaar.
– In antwoord op zijn groet dwaalden of (in geval van rug/bil) draaiden ieders oog naar dit gezellige geluid en ontmoette daar een kwieke (en ik moet eerlijk zijn; nogal lang-gewimperde) oogopslag.
– Die vervolgens met gulle lach en uitnodigend gebaar naar zijn uitgestalde waar vroeg: “Wil je iets van mij kopen?” en met uitgekiende precisie bepaalde spullen aanprees.
– De items op het kleed waren door hem kritisch en met zorg uitgezocht. Niet teveel en overzichtelijk uitgestald.
– Zijn prijsstelling was aan de hoge kant (vond ik) maar werd door hem zonder blikken of blozen gebracht. Dermate overtuigd en overtuigend dat niemand twijfelde.
– Hij bezegelde vrijwel iedere koop met een klein cadeau; een extra autootje, diertje of mini-boekje.
Tot drie keer toe verkocht hij zijn kleedje leeg en moesten we nieuwe spullen gaan halen om zijn voorraad aan te vullen. Het enige wat steeds bleef staan waren mijn 2 paar laarzen. Hij voelde zich hier niet verantwoordelijk voor en bij iedere poging die ik ondernam, viel slechts een wat deerniswekkende blik mij ten deel (waaróm eigenlijk, het waren hartstikke coole laarzen..?!)
Toen ik hem achteraf vroeg of hijzelf ook verbaasd was over zijn succes, keek hij me aan alsof ik hem voor de gek hield: “Nee natuurlijk niet! Ik weet toch waardoor ik zélf  iets koop? Dat is als ik voel dat iemand mij kent en weet wat ik leuk vind. Dus dát is wat ik ook doe!”
Ja. Dát dus.
#aandacht

Couleur locale – Er staat een paard in je steeg

A80F99F7-3808-4791-826F-4CD5D3B77F32

Klik-klak, klik-klak, ik hoor paardenhoeven en zo te horen heel dichtbij. Ik hou van paarden en blijf het een verrukking vinden dat ze hier in dit dorp met regelmaat gewoon door de straat lopen; aan de hand, met iemand erop of voor een wagentje. En soms dus ook daadwerkelijk in mijn steeg, op 10 meter van mijn huis, 2 stuks dit keer, met begeleider.

“Zo hèhè, even in de schaduw…” het meisje dat één van de twee paarden vastheeft, hapt van haar ijsje. Schuin tegenover mijn steeg bevindt zich de lokale snackbar en kennelijk hebben de dames daar een koele versnapering gescoord.

Mijn gedachte is dat de paardjes dan ook wel dorst zullen hebben en in een opwelling vraag ik of ik een bak met water voor ze zal neerzetten? Ja, nou, dat zou wel fijn zijn! Waarom ik deze opwelling heb, weet ik niet precies. Misschien omdat ik aan het ‘helpers-syndroom’ leid of -eerlijker- omdat ik indruk wil maken op mijn jongste die zich binnen voor het raam staat om te kleden voor zijn voetbaltraining: “Kom kijken, super leuk die paardjes in je steeg!”

Dat ik van dit idee 3 minuten later grote spijt heb, weet ik wel. Met de teugels van één van de twee inmiddels volstrekt in paniek geschoten en wild geworden dieren in mijn hand, word ik in een chaotische sh*tstorm van trappende paardenbenen, bijtende paardengebitten en razend in de nek gelegde paardenoren, volledig geplet tussen het woest trappelende paardenlijf en het raam van mijn overburen. Het geluid van ter plaatse op hol geslagen paardenhoeven en paniekerig paardengegil is scherp en eng.

Links van mij hoor ik het angstige stemmetje van mijn jongste: “Mama? Mama, hélp..!” en rechts van mij hoor ik de paardendames: “Huuh! Hooo! Rrrrússs-tiggggg.” Waarschijnlijk maak ik zelf ook geluid maar dat kan ik me niet herinneren.

Uit mijn rechterooghoek zie ik hoe het mij plettende paard me woest aanstaart vanuit haar línkerooghoek en vanuit míjn linkerooghoek zie ik de overbuuf aan haar kant van het raam met handen in de lucht van schrik. Niet alleen omdat het er waarschijnlijk allejezus dramatisch uitziet en klinkt maar ook omdat het glas van haar raam vervaarlijk meegolft met de pletbewegingen waaraan ik onderhevig ben (“Ik zag het hele raam van de buren naar binnen buigen, mam!”).

1 Minuut later, wat voelt als een half uur, overhandig ik trillend de teugels aan het paardenmeisje. De paardjes zelf trillen ook hevig, inmiddels weten we de namen: Bruin en Lightning natuurlijk. Beide beestjes bloeden want hebben elkaar verwond, zij vielen elkaar ineens aan met mij ertussen en niemand weet waarom. Misschien is het wel door de gifgroene rubbermaid die ik als watertrog voor ze heb gevuld, wie zal het zeggen?

Om hun ongenoegen nog even kracht bij te zetten, gaan bij beide dieren de staarten omhoog en droppen zij met doffe ploffen de inhoud van hun geschrokken darmen voor onze voeten. Onverdroten scheppen de dames deze nederigmakende hoeveelheid in een zak, die met veel genoegen door een andere buurman wordt meegenomen om in zijn tuin uit te strooien.

Terublikkend vinden we dát aspect nog het meest wonderlijke: waarom wil hij die poepzak, zijn tuin ís toch al volledig overwoekerd? We vragen het hem niet.

5 Minuten te laat vertrekt mijn jongste naar zijn voetbaltraining en terwijl ik kijk hoe hij in het kielzog van de paardjes wegfietst, dringt tot me door dat het nergens op sloeg, mijn wens om indruk op hem te maken met mijn ‘kijk, twee paardjes in de steeg!’.

Hij weet niet beter, hij is in dit dorp geboren.

 

 

 

 

Een treetje hoger

5AC43F2F-D879-4334-ADAA-71A04915ADED

“EN WAT ZEI JIJ TOEN, THIJS?! WAT ZEÍ JIJ TOEN??!”

Thijs roept wat hij zei en ondanks dat het mannetje niet bepaald een zachte stem heeft, is het zwaar voor hem om op te boksen tegen het bulderende geweld van de lach van zijn moeder. Haar buurvrouw jodelt hard-hoog mee, Thijs en zijn antwoord gaan helaas kans- en daarmee roemloos ten onder.

ÍEDEREEN, ECHT ÍEDEREEN GING STUK, HÈ??!! -moeder Thijs geeft buurvrouw een peut met haar elleboog ter bevestiging. Deze knikt terwijl zij snikkend giert en lijkt daardoor sprekend op het lachende icoontje waarbij de tranen uit de ogen springen- WHAHAHAHAHA!!!

Ik ben benieuwd wat het nou was dat Thijs zei maar leg me er bij neer dat ik het nooit zal weten.

We zitten in de chillruimte van de dansschool van de jongste. Hij heeft balletles en ik zit in de chillbank met mijn computer op schoot. Samen hebben we een fijn ritme ontwikkeld gezien het gegeven dat we hier wekelijks midden op de werkdag naartoe moeten komen. Hij danst, ik klus. Daarna drinken, eten en zingen we (vals) in de auto op weg terug naar huis.

Alsof hij dit ruikt, zingt achter mij Thijs ineens een liedje, over Sinterklaas in zijn blote kont en iets met een mond. Af en toe valt hij stil om te zien of ook dit succesnummer al wordt opgepikt aan de bar en beloond met daverende lachsalvo’s. Maar helaas voor hem ratelt en reutelt men daar zonder pauze door.

Ik voel met hem mee en geef hem een knipoog als hij voor me langs loopt. Stoïcijns kijkt hij me met halfgeloken ogen koeltjes aan: ”Sint…Kont…mond …” en loopt zonder verder sjoege te geven door.

Waar je ook maar komt voor je kinderen, overal is sprake van een zekere pikorde tussen de aanwezige ouders. Ook op een dansschool, zeker een die bekend staat om z’n ambitie en de vele talenten die er rondlopen. De pikorde wordt hier niet bepaald door afkomst of hoeveel je verdient maar wel door de onderlinge connecties, de anciënniteit, de bijdrage aan de shows en natuurlijk in hoge mate wat er via het dansende kind op jou als ouder afstraalt.

Alleen wat dat laatste betreft maak ik op een dag misschien kans op een opwaartse beweging langs die sociale ladder. Verder ben ik: niet-van-hier, net-nieuw, nog-geen-show-meegemaakt-en-zo-op-het-oog-geen-talent-voor-kostuums-of-schmink.

Zelfs Thijs heeft dit kennelijk haarscherp door.

Het gejoel aan de bar neemt weer toe in volume, twee net binnengekomen ouders zijn er bij gaan staan en delen mee in de feestvreugde. En net als ik me afvraag of ik me nou buitengesloten en dus zielig moet voelen of juist opgelucht omdat ik er niets mee hoef, staat ineens Thijs weer voor me. Ik ben de lulligste niet dus kijk hem toch maar even aan.

Dan geeft hij mij een grote knipoog. En met een verlegen grijns laat hij me woordeloos weten dat ik op de ladder van zíjn pikorde in ieder geval een treetje ben gestegen.

 

(de naam van ‘Thijs’ is gefingeerd)

Een Facebook-bedrijfspagina

5021C789-E975-4F22-B161-08C3E58515EC.jpeg

“Mama, ik heb even een Facebook account ‘genomen’. Niet om te ‘tjetten’ ofzo, maar omdat we een bedrijfje gaan starten en daar kunnen we via Facebook een pagina voor maken. Want eerst wilden we een website maken maar dat kost €130,- per jaar. Ja, dát gaan we dus mooi niet doen!”

Aan het woord is mijn 9-jarige en hij kijkt er stralend bij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is allemaal. Hij drukt zijn telefoon onder mijn neus: “Kijk, dit is ‘m!”

KLUSJESVOORIEDEREEN

“Hee, oké?! Eigenlijk ben ik niet zo blij dat jij nu ook al op Facebook bent. Is dat Insta niet genoeg?! Maar belangrijker: wat leuk dat jullie een bedrijfje starten! Wat is het idee precies?”

“Nou, we willen gewoon klusjes doen voor mensen. Allerlei soorten klusjes; boodschappen doen of de tuin harken of het konijnenhok verschonen…. Ik denk wel dat het vooral voor oudere mensen is, want die hebben geen kleine kinderen meer die het voor ze doen.”

Voordat je nu denkt ‘ach gut, die kinderen moeten dus vast heel hard werken voor hun moeder?!’: ja inderdaad, dat klopt.

“Hoe ga je die mensen naar je Facebookpagina krijgen, zodat ze weten dat jullie klusjes doen?”

“We gaan posters maken en ophangen. Ik ga ook vragen of ik er één in de Albert Heijn mag ophangen. En foldertjes die we rond gaan brengen.”

“Jullie hebben al heel veel bedacht, wat goed. Even nog een vraag: waarom ook nog Facebook als je al posters en folders maakt?”

Hij kijkt me aan alsof ik gek ben. “Ik kan toch geen twíntigduizend posters en folders maken?! En mensen scheuren denk ik heel vaak meteen foldertjes door en gooien ze dan weg, dat doe jij ook altijd. En we kunnen nooit álles op de posters en folders vertellen wat we willen. Want na elk klusje bijvoorbeeld, maken we een selfie met onze klant, als dat van hun mag. Daarom dus..!”

Tja, ik kan er werkelijk geen speld tussen krijgen: “Ik vind dat jullie echt supergoed hebben nagedacht al!”

“Ja maar mama, denk jij dat oude mensen wel op Facebook zitten? Ik bedoel mensen die, ehh (knijpt oogjes dicht van spanning), víjftig zijn..?” (uit z’n volgende blik blijkt dat ie niet zeker weet of dit een goede opmerking was)

“Baas! Zó oud is dat toch ook weer niet, dat zijn de meeste die ik hier ken, zo’n beetje. Volgens mij zitten juíst de wat oudere types op Facebook, daarom vind ik de keuze zo slim!”

Serieus verbaas ik me, ik wist helemaal niet dat ze al zó bij de pinken waren. Aan de ene kant word ik heel blij van deze frisse geesten en aan de andere kant stemt het me wat somber; want wat gaat het veel te snel met dat groot worden….

“Laatste vraag, vent: welke prijzen willen jullie vragen voor de klussen, weet je dat al?”

Denkt even na en zegt dan heel gedecideerd: “€1,50 per uur.”

”Per persoon, toch?”

”Nee! Per ons sámen natuurlijk..!”

… 😊 …

 

 

 

Galmt iets na? Luister dan.

DCFC35B3-330E-49AD-BB5C-DAE2F156113B.jpeg

Een moment ontmoet een gedachte, een handeling. Soms wéét je het op dat ene moment al, dat die gedachte of die handeling bepalend gaat zijn voor de rest van jouw dag, je week, het jaar of misschien wel je leven.

Als ik een boek zou willen schrijven, dan zou ik al die bepalende momenten aan elkaar rijgen, met alle bepalende gedachten en daaruit voorvloeiende handelingen (of niet-handelingen). De draden spinnend waarlangs mijn verhaal tot nu toe loopt. Fijntjes maar sterk en glashelder duidend waarom ik sta waar ik sta. En de intentie waarmee ik daar sta.

Waarom ik ga zoals ik ga. Niet alleen mijn hoofd recht, mijn rug en schouders inmiddels ook. Trots en steeds meer zelfverzekerd. Schoudertjes die eerst konden hangen of erger, tot hoog aan mijn oren opgetrokken stonden, zodat ik vaak pijn in mijn nek en daardoor hoofd had. Spanning waar ik nu steeds vaker een comfortabele ontspanning ontwaar.

Adem die tot diep in mijn buik gaat en dan pas weer eruit. Waar ik me voorheen met regelmaat moe, duizelig of opgejaagd voelde en erachter kwam dat ik vaak vergat adem te halen als het spannend werd of juist teveel teugen nam maar te kort en oppervlakkig.

Ervan overtuigd dat ik ga zoals ik was bedoeld om te gaan; in ieder geval langs de grote lijnen ervan bekeken. “Sociaal onaangepast” noemde een kennis het. Nadat ik daar om had gegrinnikt, vond ik het een groot compliment: “op een sociale manier helemaal je eigen gang gaan”, bedoelde ze. Denk ik.

Ik was al nooit van de conventies, tradities, fomo’s of de “ik-moet-omdat-anders-hij-of-zij-of-iedereen”’s en dat ben ik nu nog minder. Mijn weg meandert vrolijk tussen, langs en door die van anderen. Ik trek me als het erop aankomt, vrij weinig aan van wat een ander vindt en als het me wel raakt, laat ik me er niet door van de wijs brengen in die zin dat ik erdoor van mijn paadje raak.

Toch is dat ook wel anders geweest.

Zien, horen, lezen, ervaren. Mijn innerlijke wereld botst vaak genoeg met wat ik tegenkom. Voorheen verzette ik me. Fel en met kracht. Strijdend ten onder of ongeschonden door, met daartussen nog een tiental mogelijke uitkomsten. Nu niet meer. Of althans veel minder.

Mijn kracht blijkt te zitten juist in de momenten van rustige balans. En hoe meer ik die momenten bewust creëer of pak als ze voorbijkomen, hoe beter de dingen gaan. Vloeiender en veel meer onaantastbaar.

Die bepalende momenten? Zij hebben mij hier stap voor stap gebracht. Wild, luidruchtig, zoet, eenzaam of stil. Verschillend waren ze in alles maar met één ding gemeen: ze galmden na. Luid en duidelijk.

En ik? Ik hoefde maar één ding te doen: luisteren.