Pain is gain, óók bij de Thai!

IMG_7080

Van Jezelf Houden: een belangrijk inzicht in het ontwakend zelfbewustzijn van velen. Hierbij hoort lief zijn voor jezelf en wat mij betreft, betekent dit aandacht, tijd en cadeautjes. Allemaal voor me, myself and I. Te beginnen met een fijne massage …

Op mijn buik lig ik te wachten, slechts een klein broekje aan mijn lijf. Een fluisterend muziekje, een vlaag van warme lavendelolie in een donker gemaakt kamertje. Alles voor het gevoel van comfortabele ontspanning. De deur gaat open en iemand komt binnen.

“Waah jij las van?!”, knalt het overal dwars doorheen.

Verschrikt kijk ik om. Een kleine maar woest-kijkende Thaise kijkt vorsend op mij neer.

“Uhhhm, sorry, wat vroeg u?” Als een konijn in de koplampen staar ik haar aan.

“Waah.Jij.Lás.Van!?!!”

Een onverwachte sensatie

Nog voordat ik kan antwoorden dat ik hier lig als cadeau aan mezelf en dat ik volgens mij niet echt ergens specifiek last van heb, voel ik twee handen in moordend tempo naar boven stampen. Via kuiten, dijen, onderrug en langs mijn ruggengraat omhoog, lijkt het alsof zij met zes mokers tegelijk mijn gehele achterkant bewerkt.

Mijn ogen puilen uit hun kassen. Ik kan een vloek nog net binnenhouden en wat eruit komt is een harde snik gevolgd door de hik van een lach. Holy Fúck en -Cow tegelijk, wat een pijn doet dit!

Ontspanning..

Terwijl ik mijn adem zoek, verlegt mijn woeste-masseuse-met-belachelijk-sterke-handen het handdoekje dat horizontaal over bovenbenen en bil ligt, zó dat mijn gehele rechterbeen vrij komt.

Met snelle bewegingen begint ze mijn kuit te massseren. Haar handen, mijn huid en de spieren eronder worden één. Gelukzalig ontspan ik me, klaar om volledig op te kunnen gaan in dit vloeiende ritme. En net als ik met een weldadige zucht  mijn hoofd neerleg en alles loslaat om optimaal te kunnen genieten, zet zij haar duimen vol in de kuitspier die kennelijk stijf staat van spanning.

SM?!

Een oer-kreun ontsnapt uit mijn keel; ik grijp naar de bovenkant van het matras en klamp me eraan vast alsof mijn leven er vanaf hangt. Elke vezel in mijn lijf zet zich schrap om deze aanval te weerstaan.

Waar en wanneer heb ik in godsnaam het idee opgevat dat Thaise massage lekker en ontspannend zou zijn? Dat ik mezelf eens fijn mocht verwennen omdat dit lief-zijn was voor mezelf? Ik had poezelige typetjes verwacht met fluwelen pootjes en nu blijk ik door een Thaise Attila met ijzeren hand bewerkt te worden.

SM staat voor mij vanaf nu voor Sado Massage!

Tussen hoop en vrees

Ik voel de neiging opkomen deze martelgang af te breken en het hazenpad te kiezen. Maar een ander, zachter, stemmetje maant me te blijven liggen en dit te ondergaan. Alweer komt uit de diepte van mijn buik een schaterlach omhoog. Een bijwerking van de adrenaline-rush die bij mij kennelijk langs mijn lachspier giert.

Kim -zo heet ze- moet nu ook grinniken. En dat blijft ze doen terwijl ik me gedurende het volgende uur met witte knokkels, als een drenkeling met bijhorende geluiden, aan alles vasthoud waar ik bij kan.

Ont-knoping

“Jij heb véél las: want niet genoeg ontspannen.”

Ineens besef ik dat Kim mij met haar bodywork van top tot teen heeft kunnen lezen. Met haar duimen alle pijnlijke plekken heeft gevonden, ingeduwd en doorgeduwd, zodat de rotzooi die daar verstopt zat, de komende dagen mijn lichaam kan verlaten.

Deze pijnlijke lief-voor-mij-massage krijgt ineens een onverwachte waarde en diepere betekenis.

Pain = gain

Lief zijn voor jezelf is niet alleen maar jezelf aaien. Het is óók jezelf faciliteren om naar je pijn te gaan en deze eens goed te voelen. Jezelf de kans te geven ergens doorheen te gaan om daarna fris verder te kunnen.

En als je er dan zelf niet bij kunt? Helemaal niets mis mee een ander te vragen je te helpen. Ik kan je mijn Kim van harte aanbevelen!

Deze blog schreef ik voor UrbanChicks maar is per definitie Van Dichtbij

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze nu net niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van helemaal online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Leuke input voor blogs en ondertussen contact en aandacht. Allerlei media, van Facebook tot E-dating en van Twitter tot Instagram. Maar nu, nu het bloggen echt een onderdeel van mijn identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begon als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Imperfection is my way

perfecte imperfectie

To be perfect, or not to be perfect. That is the question.

Well, my answer to this question is that I’d rather, much rather, not be perfect. Otherwise my life would be over by now and I’m not ready to go yet. God no, I’ve just started.

I used to think though, it was very important to be just that: perfect. And every second I proved myself not to be, was a burden on me. So, you can imagine how heavy it felt, that load on my shoulders. I was literally dragging myself through life. More or less with a smile on my face, because the irony of it all was: I didn’t have a clue!

Coming from a well-off background of hardworking, smart, goodlooking, creative, sportive and overall succesful people, I made sure I’d fit in. Thís didn’t cost me a whole lot of effort. Because I’m smart. Goodlooking-enough. Creative-enough. Sportive-enough. Succesful-enough.

But there it is, you see, the quintessence of my story: goodlooking-, creative-, sportive-enough wasn’t góód-enough for me. Because the environment I grew up in, was competitive and one of comparison, as is society as such, and somewhere along the line I began to believe that being good-enough meant being Number One. But in all of those fine characteristics of my surroundings, I never was number one.

Since I always saw the good-better-best in people around me, but had my eyes wide shut towards myself, I never came in first. Never best, never perfect. Basically a failure. Thus extra load on the shoulders, that started dropping along with my motivation.

A very saddening and tiring mechanism. So at one point my smile became a grin, a little while later that grin started to look gloomy. And then, out of the blue, someone I accidently met, stopped me in my track and said: “Whát is wrong with you? Whát, for f***s sake, are you drágging yourself around for through life?!”

This sounds horrible, rather insulting actually, doesn’t it? To just come out and say something like that, unasked for? But guess what. It was like a bolt of lightning that hit home.

I think this “insult” was one of the most profound presents I’ve ever received. It set in motion a life-changing process, in which I started to open my eyes to myself. And by doing that, to all those others around me. In a totally different way then before: unconditionally and non-judging instead of by comparison and competition.

This path I’m walking is slippery, full of ditches and false notes and sometimes dark and lonely. And it scares me. Until I remember that the path is the who/what/why I am. And that’s the moment that happiness fills me and I feel lucky that I have thís path to walk. Because it taught and teaches me the most valuable lessons in my life:

  • To love myself means to be completely honest to myself and unconditionally accept my own answers. Even the ones I will not like.
  • Kindness comes in all sorts of packages. Not only with a smile or a ribbon around it.
  • To understand someone means to really see that person. By looking beyond what meets the eye.
  • To listen not only with the ears but with all my senses.
  • Good-enough is exactly what it says it is: Good. Enough. No need for better or best.
  • And I want to be as near to myself as possible because that is where I belong.

The only way to really get there is to keep on walking. One step after another I put my feet down along my wonderfully imperfect path, that will bring me home. And gives me my drive and motivation to help others to do exactly the same; their way.

Dit stuk plaatste ik afgelopen week op Linkedin ter aanvulling op mijn professionele profiel, omdat ik ervan overtuigd ben dat het zo werkt: mensen meenemen in wie/wat/waarom je bent. Doodeng, want mijn weg in essentie. En daarom ook voor Van Dichtbij.

Een ‘zwakte’ delen? Da’s ijzersterk!

moed_

Setting: teamsessie voor een opdrachtgever. Doel: betere teamperformance en meer onderlinge verbinding.

Aarzelend vertelt hij: “Ik ga binnenkort scheiden. Dit doet pijn want ik had het liever anders gezien. Ik merk dat mijn dagelijkse bezigheden mij veel meer energie kosten dan normaal. Of misschien bedoel ik dat ik er minder energie voor heb. Hoe dan ook, ik heb het op dit moment zwaar en heb besloten dat ik het prettig vind dat jullie dit weten, zodat jullie begrijpen waar ik vandaan kom.”

Zijn stem breekt, zijn gezicht staat verdrietig en hij kijkt naar beneden. Het lukt hem even niet de anderen aan te kijken. Iedereen is stil. Het is een goede stilte. Zo één die meer zegt dan woorden. Ineens begrijpen de anderen waarom hij zich de laatste tijd niet vol energie op elke nieuwe aanvraag stort, af en toe een kort lontje heeft of zich meer dan normaal in zijn kantoor terugtrekt. Zij knikken instemmend, hebben hem gehoord.

Het team? Allen leiders in een competitieve, high-performance omgeving, waar de druk hoog is, zaken op het scherpst van de snede worden bediscussieerd en men elkaar met name beoordeelt op de harde resultaten en cijfers. Het soort omgeving waarin je zou denken dat het niet handig is voor iemand om zich kwetsbaar op te stellen: te laten zien dat het even minder goed gaat en waarom dat zo is.

Toch heeft hij het erop gewaagd, uitgenodigd door de setting waarin we met elkaar zitten. Weg van het werk, op een prettige plek die voelt als thuis en met een duidelijke opdracht: vertel elkaar wie je bent, in het licht van jouw rol als leider en als lid van dit team van leiders. Deze opdracht laat voldoende ruimte om te beslissen wat ieder precies vertelt. Alleen het goede nieuws of laat men meer zien: naast the good ook de bad en misschien zelfs wat ugly bijvoorbeeld?

Dan moet je wel durven. Jezelf openstellen en vertellen zou kunnen leiden tot het krijgen van klappen. Want in veel werkomgevingen is het écht persoonlijk levelen niet gebruikelijk en zijn angst-gestuurde gedachten leidend: “Wat zal men wel niet van mij denken?”, “Straks stort ik al pratende in en dat is wel het láátste wat ik hier wil..”. De inwendige criticus die hardvochtig kan zijn: “Dit is een teken van zwakte!” of de faalangstige “Ik word aan de kant geschoven als ik me gewond toon.”

Het mooie is, en dat liet ook de reactie van de collega high-performers in dit voorbeeld zien, een ander vindt degene die zich openstelt meestal allesbehalve zwak. Eerder sterk. En eerlijk. Als iemand die betrouwbaar is, omdat hij niet zomaar tegen beter weten in doorworstelt maar blijk geeft van zelfinzicht en om hulp durft te vragen. Een moedig iemand dus.

Natuurlijk bepaalt datgene wat jij professioneel en persoonlijk inbrengt, de mate van acceptatie van jou als mens met je mindere momenten. Dat zijn jouw credits. De collega die zo open is en nooit meer ophoudt met vertellen wat zich allemaal heeft voorgedaan in het leven en nu nog steeds? Dat betreft een karikaturale uiting van openheid, die geen ruimte geeft maar vooral ruimte neemt. Het soort openheid waar de meesten van ons zich voor afsluiten, ook wel TMI genaamd: Too Much Information.

Hier gaat het om iemand die zijn ego ondergeschikt durft te maken aan het grotere geheel. Die zich zaken afvraagt als: wat in mijn leven was of is van invloed op wie ik ben, op wat ik kan en wat er van mij in dit spelersveld wordt verwacht?  Kan ik zijn en leveren of doe ik er goed aan meer over mezelf te delen? En om ervoor te zorgen dat de boel niet stagneert in de tijd dat ik mezelf op de rails krijg, wat heb ik dan nodig en van wie en wat hebben zij nodig van mij?

Jezelf laten zien is een teken van kracht en volwassenheid. De goede én de minder goede kanten, of ze nou tijdelijk zijn of permanent.

Ik beschrijf een werksituatie maar het geldt evengoed voor thuis; met geliefde, kinderen en vrienden. Uiteindelijk maakt persoonlijke openheid dat jij iets geeft en een ander in staat stelt hetzelfde te doen.

Meer verbinding volgt vanzelf.

Over de reis van Fake It naar Fuck It

de-reis

De druk en behoefte die we voelen om onszelf anders voor te doen, kan aanzienlijk zijn. We hebben namelijk niet geleerd dat we precies goed zijn zoals we zijn. Nee; het moet altijd anders en liefst een beetje beter.

Ik zeg ‘we’ omdat m.i. niemand ontkomt aan dit fenomeen. Onze sociaal-culturele context ramt het er in: tijdens onze opvoeding, via ons onderwijs en in een maatschappij die overweldigend prestatie-gericht is. De nadruk ligt niet op het gegeven dat je goed bent zoals je bent. De boodschap is hoe je zou moeten zijn en zou moeten doen. Natuurlijk geloven we dat! En dus handelen we ernaar, ieder op zijn of haar eigen manier.

Dit verhaal gaat over verliezen en terugwinnen.

Het vreemdgaan

Onbegrip, loyaliteitsconflicten, dogma’s, gênes en afwijzingen: vanaf onze vroegste jeugd zijn dit de constant aanwezige ingrediënten voor vreemdgaan ten aanzien van je ware zelf.

Wie kent ze niet:

  • “Lieverdje, kom eens achter mijn been vandaan en ga lekker spelen met die kinderen. Kom, hou nou op met zo raar verlegen te doen. Spelen is toch leuk!?” Ik wil gewoon even alleen met jou, pap, maar dat is dus misschien raar.
  • “Waarom vermaak jij je niet terwijl alle anderen het leuk vinden? Stop alsjeblieft met dat ge-chagrijn en ga vanavond maar eens extra vroeg naar bed.” Nou mam, ik vind er gewoon niets aan maar dat snap jij niet en kennelijk ben ik de enige. Het ligt dus aan mij.
  • “Knap zeg, dat jij die rekensom hebt opgelost zoals je dat hebt gedaan! Maar we gebruiken een andere methode, dus helaas moet ik de jouwe fout rekenen, dat snap je wel.” Nee! Dat begrijp ik absoluut niet. Wat maakt het nou uit hóe ik van A naar B kom, als ik er maar kom, toch?! Maar goed, wat ik bedenk is kennelijk niet goed dus pas ik me aan.
  • “Leuk dat je meedeed met de extra training maar helaas kom jij niet in de selectie.”  Hoezó zit ik er niet bij en de rest wel? Kennelijk zijn zij allemaal wel goed en ik niet. Eigenlijk wilde ik ook niet…

Aanpassen en jouw ‘zelf’ ontkennen in plaats van in jouzelf te geloven.

Fake it

In die vormende jaren (b)leek het niet-eerlijk zijn naar mezelf makkelijker voor mij dan dichtbij mijzelf te blijven. Angsten verbergen met een schaterlach, zwijgen als ik zin had om te gillen, katten als ik eigenlijk wilde huilen en meppen als iemand te dichtbij kwam want dat voelde niet veilig. En steeds had ik het gevoel dat er iets niet klopte.

Het leven ging door, ik ging door en deed ondertussen vrolijk mee met het self(ie) pimpen en fakebooken. Heerlijk om zo op beeld te zien hoe er niets schortte aan mijn geweldige, vrolijke en overall succesvolle leven.

Right ..

Dodelijk vermoeiend en een one way ticket to hell. Ik voelde me niet gelukkig, miste iets maar wist niet wat. Mijn scheiding leek even het antwoord maar ook het ongelukkig zijn in deze relatie bleek meer een symptoom dan de werkelijke oorzaak. Een teken aan de wand: uiteindelijk zakte de wankele -want onechte- bodem waarop ik stond onder mij uit.

En ik? Ik verzoop.

Fuck it

Het kostte wat maar godzijdank lukte het me ook weer boven te komen. In een proces dat toen begon en als het aan mij ligt niet meer stopt, kwam ik erachter waar het misging en hoe dat neerkwam op slechts één simpel feit:

Ik hield mijzelf permanent voor de gek

Toen dit kwartje viel, viel het snoeihard en ik besloot: Nooit.Meer.Fake. Ik vond hiermee niet alleen mijzelf terug maar ook de moed om stap voor stap te gaan staan voor wie ik ben en wat ik doe.

En steeds als het lukt onvoorwaardelijk naar mijzelf te zijn, ben ik gelukkig. Een betere incentive bestaat niet!

Good, bad en ugly

Mijn uitingen, waar en op welke manier dan ook, zijn sindsdien een vertaling van mijzelf en niet meer die van een ander. Of het nou in een face-to-face gesprek is, online of op papier. Met mij krijg je mijn good, mijn bad én mijn ugly. Want alleen dan klopt het.

Alhoewel, ugly? Bijhorende foto’s zijn soms met filtersausje overgoten. Zeker, ik ben pre-cies goed zoals ik ben. Én …. er is altijd ruimte voor verbetering. Dat ook.

 

Leven zonder “sorry”

hart-lau

Verdrietig is ze, mijn dochter van net 14. In een opwelling van vriendschap en liefde voor haar vriendinnen heeft ze haar hart voor hen op tafel gelegd. De respons was reuze aardig maar beduidend minder hartstochtelijk en nu voelt ze zich rot: een beetje onbeantwoord maar vooral naakt en kwetsbaar…

Lief meisje van me,

Allereerst, wat een prachtgebaar maak jij jouw vriendinnen! Ik ben trots op jou, dat je zo’n waarachtig stuk van jezelf hebt laten zien. Wat een geluksvogels, die meiden, met jou als vriendin. Iemand die een stukje van zichzelf durft te geven; dat is Liefde met een grote L.

Jouw gezichtje; een onzekere blik en ook een beetje gekwetst alsof je in de kou staat. Ik kan invoelen wat jij voelt, herken het maar al te goed. Gepassioneerd zijn en soms ontploffen van gevoel. Dat vuur heb jij van binnen. Helder brandend, lekker warm.

Ik heb de afgelopen jaren een aantal belangrijke zaken geleerd over dat vuur. Die wil ik jou nu graag meegeven. Hopelijk brengt het jou net zoveel maar dan pakweg 25 jaar eerder dan voor mij het geval was. Dat gun ik je van harte.

Komt-ie:

* Het is logisch dat het koud kan voelen als je weinig tot geen vuur terugkrijgt. Maar bedenk wel liefje, dat vuur zit in jou! Altijd, onder elke omstandigheid. Jij bent de mazzelaar die het vuur van een ander niet nodig heeft om het toch warm te kunnen hebben. Bij jouw eigen vuurtje, daar is het heel goed toeven.

* En soms, schat, soms zal het verzengend voelen. Zelfs ook voor jouzelf. Dat geeft niet, zit dan maar een tijdje heel erg stil en wees niet bang. Want wat er ook gebeurt, het vuur zal weer gaan liggen. Hoe stiller jij zit, hoe eerder het tot rust komt. Als je wild gaat bewegen daarentegen, uit angst voor de hitte, dan is de kans groot dat het oncontroleerbaar oplaait. Dat is waar je voor uit moet kijken. Branden is fijn maar iets of iemand áfbranden niet. Daarmee doe je pijn, ook jezelf.

* Wil jij in het licht daarvan alsjeblieft ook onthouden dat wat een ander hiervan ervaart of hoe een ander op jou reageert, vooral iets zegt over die ander? Dat diegene goed kan ontvangen bijvoorbeeld. Of het heerlijk vindt zich aan jouw vuurtje te laven. En soms is het iemand die een thermostaat heeft die gewoon anders werkt dan de jouwe. Ook dat is goed.

* Nu komt het belangrijkste, liefje: jezelf ontkennen, dat doet pijn! Helemaal als je dit doet omdat iemand anders reageert dan jij hoopte, dacht of verwachtte. Als die reactie jou raakt, kijk dáár dan naar: wat raakt jou en kun je bedenken waarom dit zo is? Vertel dat aan jezelf. Koester het gevoel of laat het voor wat het is. Dat is alles wat je hoeft te doen.

* Dus als jij op dit moment denkt: ‘Had ik nu maar niet mezelf zo hartstochtelijk laten zien!?”, dan wil ik jou vertellen: Dit En Nog Veel Meer Ben Jij: wees daar apetrots op! Geen sorry en geen ‘had-ik-maar-anders-gedaan-dan-ik-was’.

* Wat dit betekent? Dat jij je nooit hoeft te verontschuldigen voor wie jij bent!

Jij. Met jouw blik en armen open, het kunnen geven en jezelf laten zien. Wat een prachtig mooi mensje ben jij.

Alle liefs, mama

Wabi Sabi

 

wabi-sabi

Na een drukke werkweek met 2 doorwaakte nachten, trek ik zaterdagochtend nog zonder koffie of ontbijt achter de kiezen en half slapend maar gehaast want laat, de deur achter me dicht om mijn jongste naar zijn als altijd idioot vroege voetbalwedstrijd te brengen. Ik draai de deur op slot maar de sleutel doet niets. Gaat niet naar links en ook niet naar rechts. Ergens achter in mijn duffe brein daagt iets.

F*CK!!!!!! De sleutel aan de binnenkant zit er nog in.

Zeer slecht nieuws want alles zit potdicht, het is tenslotte stervenskoud. Ik kom dit huis niet meer in. In ieder geval niet zonder een raam of deur te mollen. Foeterend op mezelf vraag ik vriendelijk doch enigszins dwingend of mijn zoontje snel zijn fiets pakt. We dreigen inmiddels serieus te laat te komen. 

Onderweg blijf ik woest tegen mezelf mopperen. Over stom, dom, sukkel en dat soort verheffende zaken.

Mijn kleine vriend fietst snel maar bedachtzaam mee. Even probeert hij mij te verlichten met de mededeling dat het eigenlijk zijn schuld ook is want hij heeft er óók niet aan gedacht, etcetera.

 Vertederd en tegelijkertijd me bewust van dit précaire moment, kijk ik hem aan en verzeker hem dat dit zijn taak noch verantwoordelijkheid is. Opgelucht pedaalt hij door.

 

Op de voetbalclub aangekomen geef ik hem een zetje richting teamgenootjes. Als hij bijna bij hen is, kijkt hij nog even naar mij om. Ik realiseer me hoe hij mij moet zien: licht verwilderd, bleekjes van slaap en bij gebrek aan een werkende hersenpan, met een lege blik in opgezette ogen. Ik verstop me achter de luiken die even helemaal dicht gaan.

 

Hij draait zich op zijn hielen om en komt op een drafje terug. Heel dichtbij komt hij staan met zijn gezicht naar mij opgeheven. Hij boort zijn heldere ogen in de mijne en laat me in volle openheid zien wie hij is. En terwijl ik daar met open mond in wegzak, zegt hij zacht maar heel bewust: “Mama? Vraag.Om.Hulp.”

 

Dan draait hij zich weer om en draaft naar team en kleedkamer.

 

Verbluft blijf ik achter. Niet eerder was ik mij zó bewust van de mate van schoonheid die ook in een waardeloze situatie kan zitten.

Als ik hier niet meer woon

image

“Mama? Wat doe jij ook alweer eigenlijk voor werk?”

“Ja, dat is een goede vraag! Ik probeer het makkelijk te zeggen: soms moeten mensen of bedrijven dingen anders doen of beter en dan help ik hen daarbij.”

’n Starende blik. Hij knikt wat halfhartig, ik zie dat hij het niet echt begrijpt. Logisch, want het is totaal niet concreet. Wat is in hemelsnaam een bedrijf voor een 8-jarige? Dus ik probeer het nog eens:

“Ik doe een beetje hetzelfde wat jouw voetbaltrainer en -coach doen, maar dan met mensen die ergens met elkaar aan het werk zijn.

Dit valt beter. Hij knikt nu vol.

“Maar dat schrijven, daar verdien jij toch geen geld mee? Waarom dóe je het dan?!”

“Dat doe ik om twee redenen. De eerste is dat ik schrijven heerlijk vind en zo aan mensen die misschien met mij willen werken, kan laten zien hoe ik naar dingen kijk want dat beschrijf ik in korte verhaaltjes. En de andere, veel belangrijker reden is dat ik wil nalaten hoe ik jullie zie en beleef en hoe trots ik ben op hoe júllie zijn en beleven. Elk verhaaltje vertelt hoeveel ik van jullie hou maar is elke keer weer anders. Dus ook voor later voor jouw kindertjes; net als een foto maar dan in woorden.”

Hoera, dit valt goed. Zijn oogjes glimmen al van voorpret.

“Wanneer mag ik het dan lezen? Als ik uit huis ga? En wat is ‘nalaten’?”

“Ja zoiets, dan krijg je het in een mooi boekje mee, al jouw verhaaltjes. En ‘nalaten’ betekent dat je deze herinneringen hebt, voor als ik er niet meer ben.”

’s Avonds wanneer hij in zijn bedje ligt en ik hem als altijd nog even kriebel en kroel, betrekt ineens zijn gezicht en begint hij zachtjes te huilen:

“Mama, ik wil niet nadenken over dat jij er niet meer bent. Dat kan ik niet, dan wordt mijn hart heel dik en zwaar en krijg ik buikpijn.”

Hij kijkt er zo gepijnigd bij dat ik hem helemaal in de kom van mijn armen stop.

“Ik wil die verhaaltjes gewoon lezen als ik uit huis ga en alleen maar hier niet meer woon omdat jij dan een oud vrouwtje bent. Maar dat ik je altijd kan bellen en dat we dan heel hard kunnen lachen als ik jou voorlees uit wat jij nu hebt geschreven.”

Samen gniffelen we daar vast om.

En zonder dat hij het doorheeft, maakt hij weer zo’n fijn verhaaltje. Die van een lach, een traan en een heleboel liefde.

 

Let op: dit is een vies verhaal!

image

“Volgens mij zijn dat voelsprieten, denk je niet?”, murmel ik met één oog dichtgeknepen en de andere tegen de kijker van zijn nieuwe, zelf bij de Kringloop gevonden en aangeschafte microscoop.

Wild rukt hij het apparaat onder mijn zoekende blik vandaan. Zo, heeft hij meteen nog twee wimpers om straks uitgebreid te onderzoeken.

“Nee joh, mam! Je ziet toch dat het de tánden van de mier zijn! Ze zijn heel groot omdat je door de microscoop kijkt. Die verGROOT de dingen. Daarom kun je ook de céllen zien! Tssssssjgrmpflgg. Jij weet toch wel hoe een microscóóp werkt??!!”

Zojuist heeft hij met chirurgische precisie hoofd en romp van een mier gescheiden met een vlijmscherp mesje dat in de microscoop-doos bijgeleverd is, en het mierenhoofd geplet tussen de twee glazen schaaltjes. Om beurten staren we door de kijker en vertellen elkaar wat we zien.

Wat hier aan vooraf ging

Gisteren in de Kringloop, waar we waren omdat hij en zijn grote broer uitvinders zijn en vernomen hebben dat je bij de Kringloop soms grote partijen ‘kleine-dingetjes-waar-je-coole-schietapparaten-van-kunt-maken’, kunt kopen voor bijna niets, vond hij zijn microscoop. In een grote doos met allerlei toebehoren. Ter plekke besloot hij dat hij naast uitvinder ook onderzoeker was en trok met groot gebaar zijn portemonnee.

Leeg. Vergeten dat hij naast uitvinder en onderzoeker ook big spender en dus platzak was. Of grote broer hem even wilde ‘lenen’. Ruimhartig gniffelend voldeed deze aan zijn verzoek. En zelden heb ik iemand met zo veel voldoening en zin in wat het hem brengen zou, een pakket in ontvangst zien nemen.

Terug naar vanochtend.

Net uit mijn bed wordt een dramatisch in de lucht gestoken voet in mijn gezicht geplant: “Mam, kijk eens! Mijn ontstoken teen loopt leeg!! Het is geel mét rood, dat moet ik onderzoeken! Pak jij snel dat prikkertje en een glaasje uit mijn microscoopdoos, en dan moet je even die pus daarop doen, oké?!”

Verdwaasd en nog niet helemaal wakker, gehoorzaam ik. Het lukt me ternauwernood zijn aanbod af te slaan om mee te kijken. Mijn koffie smaakt mij voor het eerst in lange tijd niet en ik vraag mezelf af hoe hij mij zover heeft gekregen. Maar ik weet het heus wel: dit enthousiaste mannetje past al 8 jaar lang de Tactiek van de Overrompeling op mij toe. Want hij weet dat die werkt.

Als de pus even later niet meer verder te determineren valt en grote zus inmiddels zelf geprikt bloed heeft moeten afstaan maar we geen jodium hebben dus de cellen niet kunnen onderscheiden, gaat hij naar buiten en plukt een pissebed ergens onder vandaan. De bedoeling is het beestje van enige ledematen te ontdoen. Bleek om de neus komt hij 5 minuten later binnen: of ik dat even wil opknappen.

Nee, lieve kleine wetenschapper van me. Deze zag je moeder aankomen en wil ze niet.

Dan dus maar de mier.

 

 

 

 

Schiet.Nou.Eens.Op!

image

“Schiet nou eens òò-hòòppp!!”

Voor de 4e keer mept hij zijn in elkaar gedraaide (d)rol van voetbalsokken door de kamer met een pvc buis die eerst onderdeel van de zelfgemaakte kruisboog was maar nu zonder touw gewoon weer een simpele buis. En voor de 4e keer roep ik dat hij op moet schieten, telkens met een van ergernis harder wordende stem.

Hóe vaak moet ik hem iets zeggen? En wanneer is hij nou eens oud genoeg om zélf te bedenken dat hij zich een kwartier vóórdat hij weg moet naar die training moet omkleden. Wanneer snapt hij nou eens dat hij de boel serieus moet gaan nemen als mijn stem harder wordt en ik de eerste keer ook al niet heel soepeltjes klonk?!

Allerlei dingen komen tegelijkertijd op me af, terwijl het gewone (lees: de kinderagenda) doorgaat. En het is woensdagmiddag dus het gewone is per definitie al druk. In een verwoede poging de boel de baas te worden, begin ik het onverwachte lukraak op te lossen, in de hoop dat de rust dan wederkeert.

Werkt van geen meter natuurlijk: de stress bouwt zich op en straalt af op alles. Dus ik sis voor de 5e keer verbeten tussen op elkaar geklemde tanden: Schiet.Nou.Eens.OP!!, alsof het allemaal zijn schuld is.

Inmiddels zit hij op de grond en sleurt de ellenlange sokken over zijn scheenbeschermers. In alle rust en op geen enkele manier onder de indruk of aangedaan.

“Mama, jij zei een keer dat het niet uitmaakt en dat elk moment goed is om te bedenken dat je álle tijd van de wereld hebt…”.

Whut? Vanuit mijn woeste waas dringen zijn woorden maar voor een deel tot me door.

“Wíe heeft dat tegen jou gezegd?!?”

“‘Jij, mama! Jij zegt dat altijd. En ik doe dat dus nu.” Vrolijk wetende oogjes kijken mij aan.

Ineens weet ik waar hij op doelt, twee lesjes die hij losjes samenvat: “Elk moment is een goed moment om opnieuw te beginnen” en “Als je jezelf vertelt ‘Ik heb alle tijd van de wereld’, blijf je rustig en raak je niet opgefokt door de klok.”

Ach. Luistert hij écht naar die dingen die ik wel eens tegen ze roep; van die inzichten die ik als ouwe sok soms heb en die vooral voor mezelf bedoeld zijn maar die ik toch met íemand moet delen?!

Soms zijn de liefste cadeautjes het beste verstopt.

 

Wij hebben inderdaad geen haast.