Het dankbare mantra

56EBA44D-D1EE-4C73-A5AD-A47536467A8C

Na een week met hun paps naar de sneeuw zijn mijn schaapjes weer terug in mijn weitje. En hoewel het uit-elkaar-zijn met de jaren voor steeds minder vervelende momenten zorgt, blijft dat weg-zijn-met-de-andere-ouder een knagend iets. Je doet gewoon je ding: bent lekker aan het werk, hebt veel leuke afspraken buiten de deur want dat kan nu en dan af en toe ineens “pang”, die realisatie, altijd onverwacht:

In de AH als je hand automatisch naar de limonade uitstrekt: “Oh nee, dat hoeft nu niet..”, als je wakker wordt en ziet dat geschaatst kan worden wat zo leuk is met die aapjes: “Oh nee, ze zijn er helemaal niet…”, of als je ineens zo’n heerlijke gezins-selfie-in-de-sneeuw-waar-jij-niet-meer-op-staat ontvangt.

Het is een periode van absolute zelfregulatie. En die gaat over:
– het hen niet lastig vallen met jouw gevoel van gemis. Gewoon 100% niet! Zij hebben het zalig en genieten en hebben helemaal geen tijd om jou te missen. Dat verandert zodra jij ze confronteert met jouw gemis. Dan is er, hoe goed bedoeld ook, altijd een gevoel van schuld en spagaat aan hun kant.
– het jezelf weghouden van een gevoel van zelfmedelijden. Je bent niet zielig totdat jíj vindt dat je dat wel bent. En pas dan voelt het ook zo.

Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan maar weet je wat echt helpt?

Gewoon dankbaar zijn. En dat hardop zeggen, als een mantra. Want zo werken onze hersenen; wat je denkt en zegt, word je…

Dus:
Ik ben Dankbaar dat zij zo’n heerlijke week hebben.
Ik ben Dankbaar dat hun vader hen die kan bezorgen.
Ik ben Dankbaar dat ze het goed hebben.
Ik ben Dankbaar voor al mijn ‘vrije’ tijd waarin ik allemaal leuke dingen voor mij kan doen.

En nu ben ik Dankbaar dat ik ze weer alledrie om heen heb. Want potdorie, wat heb ik ze gemist!

A special place in hell …

IMG_3258

Lastig, die menselijke neiging onszelf kleiner te maken dan we zijn. Maar last hebben van een ander omdat diegene jóu zo nodig naar beneden moet halen? A special place in hell!

Gooi het er maar uit

Op straat loopt een kerel te schreeuwen. Zijn bloed irritante geluid dringt mijn huis binnen waar ik net probeer een ingewikkeld tekstje zo te krijgen dat het klopt. Het is vooral heel irritant omdat hij een metaalachtige van-achter-uit-zijn-keel-stem heeft waardoor ik niet versta wat hij roept.

Een stemmetje klinkt in mijn achterhoofd: best lekker; gewoon hoofd in je nek leggen en loeien doordat iets jou raakt. Luidkeels, omdat het zo voelt! Al schreeuwend en je niets aantrekkend van wat ‘men’ daar van vindt, een geluidsvacuüm creërend waarbinnen alles één wordt. Ik heb die impuls, zo heb ik kort geleden ervaren.

Straks hebben ze me door

Vorige week was ik te gast bij een mooie bijeenkomst van een vrouwennetwerk. Het ging onder andere over het ‘Impostor Syndrome’; universele lastpak voor mannen én vrouwen, alleen zijn de vrouwen met dubbele aantallen dik in de meerderheid. En 60% van die vrouwen lijdt er dermate hevig aan, dat het hen belemmert te komen waar ze zouden kunnen komen en te doen wat ze eigenlijk zouden willen doen. Dat is heel veel en doodzonde.

Dit Impostor Syndrome beschrijft de angst om als bedrieger of indringer ontdekt te worden. Een vorm van onzekerheid met belemmerende gedachten die gaan van “Ik hou me op de vlakte want anders ontdekken ze dat ik helemaal niet zoveel weet of kan.” tot “Als ik nu maar keihard werk en geen fouten maak, dan komt niemand erachter dat ik maar wat doe”. Ik ken genoeg mensen die hiermee worstelen en God weet dat ik er zelf ook een handje van heb.

Deze middag ging daarom over in jezelf geloven, stelling nemen en daarvoor staan.

Krachtig pact

Nu bestond de bijeenkomst uit allemaal vrouwen die al behoorlijk succesvol zijn of op weg om doelen en dromen te verwezenlijken. Niemand in ieder geval op wie het Impostor Syndrome een ernstig belemmerend effect lijkt te hebben. Wellicht omdat zij zich gesteund weten door een groep vrouwen die achter hen staat, propositie van dit krachtige netwerk. En ja, ook ik geloof in de onbegrensde mogelijkheden die een sterk pact van vrouwen onderling kan bieden, dus was nieuwsgierig naar wat dit businessnetwerk voor mij zou kunnen betekenen en andersom…

Kom op, jij bent oké!

Tjeesis, wát een bak met power heeft zich hier verzameld. Gaaf! Spannend ook. Hebben zij allemaal een eigen ‘bizniz’?! Ik weet eigenlijk niet of ik dat wat ík doe, zo durf te noemen ..

Ach, natuurlijk wel; je acquireert, werkt en krijgt daarvoor betaald. Bizniz dus. Nou hup, je kent niemand maar je bént er! Ga gewoon naar de bar en doe wat jij altijd doet: energiek, geïnteresseerd, open en kwetsbaar. Jij kunt dit. Go, girl!

Ik haal adem, loop naar de bar, doe wat ik altijd doe en heb een paar bijzonder leuke gesprekken die ook meteen ergens over gaan. Zie?! Niets aan het handje.

Gedist met koude schouder

Dan neem ik plaats naast een succesvol ogende vrouw, die er in ieder opzicht uitziet om door een ringetje te halen. Ik geef haar een compliment en stel een vraag ter kennismaking. Haar respons is een strakke pitch, geleverd op afgemeten toon. Ze stelt geen vraag terug maar kijkt langs mij heen, ik mompel mijn intro en val stil. Dan monstert ze mij met die typische ‘ik bekijk jou van boven naar beneden en … tsjáh …’- blik, non-verbaal voor ‘niet interessant’, en draait zich om. Mij rest haar rug, een koele schouder en de vraag waarom zij dit in godsnaam nodig heeft.

Even voel ik me klein en onwaardig, dan recht ik mijn rug; Graag of niet, hoor. Gelukkig lukt het mij inmiddels ervoor te kiezen niet onder de indruk te zijn maar ik weet ook van veel prachtvrouwen dat zij dit moeilijker vinden.

That special place in hell

De -vette aanrader want geweldige- presentatie ‘F*ck die onzekerheid’ begint en al snel is daar de quote van Madeleine Albright: “There’s a special place in hell for women who don’t help other women.” Naast mij stoot de vrouw haar vuist in de lucht en loeit joelend van instemming. Kennelijk raakt deze quote wèl de goede snaar.

En ik? Ik ontvlam inwendig van nijd, teleurstelling en verontwaardiging over de hypocrisie van dit moment en heb óók zin om te loeien! Keihard te schreeuwen zodat ik een geluidsvacuüm creëer waarmee ik alles omvat, haar incluis. Stelling nemend tegen dat verdomde onderhuidse geweld, zo veelvoorkomend tussen vooral vrouwen onderling. Een f*cking impostor is er niets bij, zo ondermijnend.

Ik doe het niet. Natuurlijk niet: wat zullen ze wel niet van mij denken