Imperfection is my way

perfecte imperfectie

To be perfect, or not to be perfect. That is the question.

Well, my answer to this question is that I’d rather, much rather, not be perfect. Otherwise my life would be over by now and I’m not ready to go yet. God no, I’ve just started.

I used to think though, it was very important to be just that: perfect. And every second I proved myself not to be, was a burden on me. So, you can imagine how heavy it felt, that load on my shoulders. I was literally dragging myself through life. More or less with a smile on my face, because the irony of it all was: I didn’t have a clue!

Coming from a well-off background of hardworking, smart, goodlooking, creative, sportive and overall succesful people, I made sure I’d fit in. Thís didn’t cost me a whole lot of effort. Because I’m smart. Goodlooking-enough. Creative-enough. Sportive-enough. Succesful-enough.

But there it is, you see, the quintessence of my story: goodlooking-, creative-, sportive-enough wasn’t góód-enough for me. Because the environment I grew up in, was competitive and one of comparison, as is society as such, and somewhere along the line I began to believe that being good-enough meant being Number One. But in all of those fine characteristics of my surroundings, I never was number one.

Since I always saw the good-better-best in people around me, but had my eyes wide shut towards myself, I never came in first. Never best, never perfect. Basically a failure. Thus extra load on the shoulders, that started dropping along with my motivation.

A very saddening and tiring mechanism. So at one point my smile became a grin, a little while later that grin started to look gloomy. And then, out of the blue, someone I accidently met, stopped me in my track and said: “Whát is wrong with you? Whát, for f***s sake, are you drágging yourself around for through life?!”

This sounds horrible, rather insulting actually, doesn’t it? To just come out and say something like that, unasked for? But guess what. It was like a bolt of lightning that hit home.

I think this “insult” was one of the most profound presents I’ve ever received. It set in motion a life-changing process, in which I started to open my eyes to myself. And by doing that, to all those others around me. In a totally different way then before: unconditionally and non-judging instead of by comparison and competition.

This path I’m walking is slippery, full of ditches and false notes and sometimes dark and lonely. And it scares me. Until I remember that the path is the who/what/why I am. And that’s the moment that happiness fills me and I feel lucky that I have thís path to walk. Because it taught and teaches me the most valuable lessons in my life:

  • To love myself means to be completely honest to myself and unconditionally accept my own answers. Even the ones I will not like.
  • Kindness comes in all sorts of packages. Not only with a smile or a ribbon around it.
  • To understand someone means to really see that person. By looking beyond what meets the eye.
  • To listen not only with the ears but with all my senses.
  • Good-enough is exactly what it says it is: Good. Enough. No need for better or best.
  • And I want to be as near to myself as possible because that is where I belong.

The only way to really get there is to keep on walking. One step after another I put my feet down along my wonderfully imperfect path, that will bring me home. And gives me my drive and motivation to help others to do exactly the same; their way.

Dit stuk plaatste ik afgelopen week op Linkedin ter aanvulling op mijn professionele profiel, omdat ik ervan overtuigd ben dat het zo werkt: mensen meenemen in wie/wat/waarom je bent. Doodeng, want mijn weg in essentie. En daarom ook voor Van Dichtbij.

adem en stuur

AdemenStuur

Soms tref je jezelf op een moment van totale wanorde. Innerlijk bedoel ik dan, van buiten ziet niemand er verder iets van. Wat doe je om weer vat op de zaak en vooral op jezelf te krijgen?

Misschien herken je wat voor mij ook geldt: namelijk dat als ik het van binnen allemaal even niet meer weet, ik het daarbuiten ga ordenen. Ik verleg mijn focus. Dat geeft mij op zo’n moment even iets van rust  want een gevoel van controle.

“Echt effectief is dat niet.”

Nee, klopt. Want niets is onder controle natuurlijk. Al helemaal niet datgene wat zich binnen in mij afspeelt noch de omstandigheden die daar een rol in spelen. De werkelijke chaos ga ik dus even uit de weg. Dat kan ik best lang volhouden terwijl een groeiende klont in mijn maag het goed ademen zwaarder maakt.

Pas als ik het idee heb dat de zuurstof niet verder komt dan hoog in mijn keel, ontkom ik er naar adem happend niet meer aan om de werkelijke shit aan te kijken.

In eerste instantie kijk ik om me heen; wie kan mij helpen, wie kan dit van mij overnemen? En zie dan dat het oorverdovend stil en verlaten is. Want wat zich ín mij afspeelt, is aan mij en mij alleen om aan te gaan.

“Oh help maar dat kan ik niet.”

En terwijl de paniek opwelt om door mijn systeem te kunnen gieren, start het proces van zelfregulatie, door veel en hard te oefenen nu onderdeel van datzelfde systeem. Want dat ik het alleen moet doen, wist ik al! En dat ik het alleen kán doen, weet ik ook al. Maar kennelijk weet ik het nog niet sterk en zeker genoeg. Dus giert er stiekem toch van alles.

“Hé kom op. Je hebt wel voor hetere vuren gestaan. Helemáál alleen bleek je uiteindelijk nooit. En als wel dan toch: je leeft nog steeds.”

Het besef ontwaakt dat ik het, als ik maar rustig door blijf ademen, helemaal niet zo alleen hoef te doen. Dat er fijne mensen om me heen staan, die er niet alleen oprecht voor mij zijn maar die ook hun vertrouwen in mij al zo vaak hebben uitgesproken. Mensen bij wie ik onvoorwaardelijk liefde, kracht en wijsheid kan en mag tappen. Die ieder op hun eigen manier een lijntje met mij hebben en koesteren. En ik met hen.

Al het andere of al die anderen doen er eigenlijk niet toe. Althans; het doet er wel toe maar ik wil me er niet door van de wijs laten brengen. Dat besluit ik en wanneer ik dat besluit gebeurt er iets wonderlijks: de paniek gaat liggen en de chaotische brij van gedachten lost op. In mijn hoofd ontstaat rust en een helder palet om naar te kijken.

Nu kan ik wel-effectief aan de slag en stel mezelf een aantal wezenlijke vragen, waarbij als eerste de meest existentiële:

Ga ik dood aan wat ik zie? Nee!
Is het lastig? Ja.
Maar is het oplosbaar? JA!

En dan weet ik dat het goed komt. Als ik maar rustig blijf ademen en niet schroom te tappen waar ik tappen kan, mag en nodig heb.

Deze vorm van zelfregulatie is een zelfbedachte tussen de vele, door anderen bedachte vormen die er zijn. Daar zijn talloze boeken over geschreven maar in de kern komt het op één en hetzelfde ding neer.

Namelijk het werkelijke geloof dat jij aan het stuur staat waarmee je bepaalt welke waarde jij hecht aan jouw gedachten en daarmee welke kwaliteit jouw leven heeft.