Een ‘zwakte’ delen? Da’s ijzersterk.

moed_

Setting: teamsessie voor een opdrachtgever. Doel: betere teamperformance vanuit meer samenhang en onderlinge verbinding.

Aarzelend vertelt hij:”Ik ga binnenkort scheiden. Het is onverwacht pijnlijk, triggert allerlei mechanismen en emoties. Ik probeer het wel maar soms lukt het me niet dit te controleren. Ik voel me alsof ik in de boksring sta en klappen krijg in een ronde die maar niet ophoudt. De dagelijkse bezigheden kosten mij daardoor veel meer energie kosten dan normaal. Of misschien bedoel ik dat ik er minder energie voor heb. Hoe dan ook, ik heb het op dit moment zwaar en heb besloten dit nu te delen, zodat jullie begrijpen waar ik vandaan kom.”

Zijn stem breekt, zijn gezicht staat verdrietig en hij kijkt naar beneden. Het lukt hem even niet de anderen aan te kijken. Iedereen is stil. Het is een goede stilte. Zo één die meer zegt dan woorden.

Ineens begrijpen de anderen waarom hij zich de laatste tijd niet vol energie op elke nieuwe aanvraag stort, af en toe een extreem kort lontje heeft of zich meer dan normaal in zijn kantoor terugtrekt. Ze knikken instemmend, hebben hem gehoord.

Het team: leiders in een competitieve, high-performance omgeving, waar de druk hoog is, zaken op het scherpst van de snede worden bediscussieerd en men elkaar met name beoordeelt op de harde resultaten en cijfers. Het soort omgeving waarin je zou denken dat het niet handig is voor iemand om zich kwetsbaar op te stellen: te laten zien dat het even minder goed gaat en waarom dat zo is.

Toch heeft hij het erop gewaagd, uitgenodigd door de setting waarin we met elkaar zitten. Weg van het werk, op een prettige plek die voelt als thuis en met een duidelijke opdracht: vertel elkaar wie je bent, in het licht van jouw rol als leider en als lid van dit team van leiders. Deze opdracht laat voldoende ruimte om te beslissen wat ieder precies vertelt. Alleen het goede nieuws of laat men meer zien: naast the good ook de bad en misschien zelfs wat ugly?

Dan moet je wel durven. Jezelf openstellen en vertellen zou kunnen leiden tot het krijgen van nog meer klappen. Want in veel werkomgevingen is het écht persoonlijk levelen niet gebruikelijk en zijn angst-gestuurde gedachten leidend: “Wat zal men wel niet van mij denken?”, “Straks stort ik al pratende in en dat is wel het láátste wat ik hier wil..”. De inwendige criticus die hardvochtig kan zijn: “Dit is een teken van zwakte!” of het tribaal onveilige “Ik word aan de kant geschoven als ik me gewond toon.”

Het mooie is, een ander vindt degene die zich openstelt meestal allesbehalve zwak. Eerder sterk. En eerlijk. Als iemand die betrouwbaar is, omdat hij niet zomaar tegen beter weten in doorworstelt maar blijk geeft van zelfinzicht en om hulp durft te vragen. Een moedig iemand dus.

En natuurlijk zijn er gradaties waar het ‘openheid’ betreft. Die collega wiens doopceel iedereen kan opsommen omdat het deksel van díe put ongevraagd maar wel permanent gelicht wordt? Dat betreft een karikaturale uiting van openheid, het soort dat geen ruimte geeft maar vooral ruimte neemt en waar de meesten van ons zich uit eigenbehoud voor afsluiten, ook wel TMI genaamd: Too Much Information.

Indrukwekkend wordt het als het gaat om iemand die zijn angst en ego ondergeschikt durft te maken aan het grotere geheel en daarmee een belangrijke bijdrage heeft aan de onderlinge verbinding en het doel dat met elkaar wordt nagestreefd. Die zich zaken afvraagt als: wat in mijn leven was of is van invloed op wie ik ben, op wat ik kan en op wat er van mij in dit spelersveld wordt verwacht?  Kan ik optimaal zijn en leveren of doe ik er goed aan meer over mezelf te delen? En om ervoor te zorgen dat de boel niet stagneert in de tijd dat ik mezelf op de rails krijg, wat heb ik dan nodig van wie en wat hebben zij nodig van mij?

Jezelf laten zien voor hoe het écht zit, is een teken van kracht en volwassenheid. De goede en de minder goede kanten, of ze nou tijdelijk zijn of permanent.

Ik beschrijf nu een werksituatie maar het geldt evengoed voor thuis; met geliefde, kinderen en vrienden.

Jouw persoonlijke openheid betekent dat jij iets geeft en daarmee een ander in staat stelt hetzelfde te doen. Verbinding volgt vanzelf.

Hij zucht, nu van opluchting, kijkt op en ontmoet medeleven, begrip, bemoedigende knikjes. Een hand op zijn schouder. De geledingen sluiten zich: veilig. Hij ademt diep in en voelt voor het eerst in tijden weer wat lucht en de belofte van goede energie.

Auw, je kníjpt!!

freedom

Het is vakantie.

Ze heeft de eerste van de middelbare met beheerste nonchalance doorstaan en overleefd en wat heb ik haar zien groeien, die knappe dochter van me. Zowel mentaal als fysiek. Er is ogenschijnlijk niets kleins meer aan haar. Zeker niet in vergelijking met de basisschool-knulletjes die haar broertjes zijn.

Ja, zij wordt groot en dat gaat vanzelf. Maar hoe-zo gaat dat eigenlijk vanzelf? Want ík bots al het hele jaar met haar en mezelf, in mijn drang haar richting te geven, te helpen. Maar hoe meer ik dat doe, hoe minder ze me nodig lijkt te (willen) hebben. Dus ga ik nog meer ‘coachen’. En gaat het coachen over in dwingen.

Terwijl ik dwing, duwt zij mij weg. Wanhopig pak ik haar arm vast. Geen wonder dat de blik die mij ten deel valt gevuld is met koele geringschatting. Maar precies díe blik doet mij stomen want triggert, zonder dat zij het weet, iets dat oud is, diepgeworteld zit en heel primair is. En dit alles maakt dat mijn hand begint te knijpen.

Ergens achter in mijn hoofd vraagt een stem wat ik aan het doen ben: “Zeg, hallo! Wat dóe je?!! Ben jij soms zo’n moeder die steeds maar nódig gevonden wil worden door haar kinderen? En word je nu boos op haar omdat zij jou duidelijk maakt dat ze daar niet op zit te wachten?”

Ja, wat bezielt mij?!

Ik voel alle verbinding tussen ons wegvallen: zij vertrekt in zichzelf, ik vertrek in mezelf. Tussen haar en mij alleen nog dat armpje met hand eromheen. Als symbool van waardeloze onmacht.

De blik van mijn dochter is inmiddels veranderd in een hele woeste. Maar nu begrijp ik het. Godzijdank begrijp ik het. Vastgehouden worden terwijl je het zelf moet doen en wíl doen. Vastzitten terwijl je op zoek bent naar jouw vrijheid. Natúúrlijk word je daar woest van, ik ken het zelf als geen ander.

Mijn met vulkanisch hete lucht gevulde, primaire ballon loopt in een grote diepe zucht leeg. Ga maar, lieve schat. Spring, dans, ren, struikel, val en sta weer op. En kom maar lekker bij je mama praten, lachen, huilen, eten en een hele liefdevolle knuffel halen als jij die nodig hebt.

Je weet waar ik ben.

Byebye stomme sliert!

byebye stomme sliert

“Het is ALLEMAAL MIJN SCHULD!!!”

Dikke tranen rollen over zijn warme wangetjes en dit verdriet snijdt dwars door mijn ziel.

‘Wat is allemaal jouw schuld lieverdje, waarom moet je zo huilen?’

“ALLES is allemaal míjn schuld! Omdat ík zat te schreeuwen aan tafel kon hij niet zijn verhaal vertellen en werd hij boos. En omdat ík niet mijn schoenen aandeed kwam zij wéér veel te laat en was jíj boos. En door mij is de televisie kapot en dat vind ik zo erg want nu kunnen we héél lang geen televisietje kijken. En nu denk ik dat alles door mij komt.”

Ach, dat dappere baasje met de zwaarte van schuld op zijn kleine schoudertjes. Schaamte en schuld: erger wordt het niet. Wat knap dat hij dit op deze manier aan kan geven.

‘Weet je wat wij gaan doen? We gaan die vervelende gedachte nu meteen aan de wind meegeven! Weet jij al hoe dat gaat?’

Grote traanogen met een vraag erin en in de verte een sprankje hoop.

‘Pak maar een zakdoekje en snuit je neus; zachtjes maar niet té zacht, want anders kan ik er niet bij. Goed zo, daar komt het al, net een noedelsliert, zie je dat? Dan neem ik je zakdoekje nu over en trek langzaam alles wat eraan vast zit naar buiten. Zooo … heeeel voorzichtig, beter als t niet breekt.’

Terwijl we samen zachtjes de vervelende gedachte uit zijn hoofd trekken straalt er ineens een glans in zijn natte ogen. Een glans van pure blijdschap en verwondering. Want wij zitten samen in het land van make believe, van verbeelding en verbondenheid. Het land waar álles kan.

Hij zet het raam open en ik wapper de onzichtbare schuld-sliert naar buiten, mee met de wind. Samen zwaaien we het ding gedag. Hij hard giechelend en ik met overstromend hartje. “Bye bye, stomme sliert!!!”

Hij kijkt me samenzweerderig aan. Zonder woorden sluiten we het pact: echt of niet echt, dat maakt niet uit. Dit is mooi, dit is leuk, dit werkt.