Wabi Sabi

 

wabi-sabi

Na een drukke werkweek met 2 doorwaakte nachten, trek ik zaterdagochtend nog zonder koffie of ontbijt achter de kiezen en half slapend maar gehaast want laat, de deur achter me dicht om mijn jongste naar zijn als altijd idioot vroege voetbalwedstrijd te brengen. Ik draai de deur op slot maar de sleutel doet niets. Gaat niet naar links en ook niet naar rechts. Ergens achter in mijn duffe brein daagt iets.

F*CK!!!!!! De sleutel aan de binnenkant zit er nog in.

Zeer slecht nieuws want alles zit potdicht, het is tenslotte stervenskoud. Ik kom dit huis niet meer in. In ieder geval niet zonder een raam of deur te mollen. Foeterend op mezelf vraag ik vriendelijk doch enigszins dwingend of mijn zoontje snel zijn fiets pakt. We dreigen inmiddels serieus te laat te komen. 

Onderweg blijf ik woest tegen mezelf mopperen. Over stom, dom, sukkel en dat soort verheffende zaken.

Mijn kleine vriend fietst snel maar bedachtzaam mee. Even probeert hij mij te verlichten met de mededeling dat het eigenlijk zijn schuld ook is want hij heeft er óók niet aan gedacht, etcetera.

 Vertederd en tegelijkertijd me bewust van dit précaire moment, kijk ik hem aan en verzeker hem dat dit zijn taak noch verantwoordelijkheid is. Opgelucht pedaalt hij door.

 

Op de voetbalclub aangekomen geef ik hem een zetje richting teamgenootjes. Als hij bijna bij hen is, kijkt hij nog even naar mij om. Ik realiseer me hoe hij mij moet zien: licht verwilderd, bleekjes van slaap en bij gebrek aan een werkende hersenpan, met een lege blik in opgezette ogen. Ik verstop me achter de luiken die even helemaal dicht gaan.

 

Hij draait zich op zijn hielen om en komt op een drafje terug. Heel dichtbij komt hij staan met zijn gezicht naar mij opgeheven. Hij boort zijn heldere ogen in de mijne en laat me in volle openheid zien wie hij is. En terwijl ik daar met open mond in wegzak, zegt hij zacht maar heel bewust: “Mama? Vraag.Om.Hulp.”

 

Dan draait hij zich weer om en draaft naar team en kleedkamer.

 

Verbluft blijf ik achter. Niet eerder was ik mij zó bewust van de mate van schoonheid die ook in een waardeloze situatie kan zitten.

Sandwich

sandwich

Zondagmiddag. Net terug van een paar dagen niet-bij-mij zitten we gezellig met elkaar aan een late lunch.

“Hee mam, wat heb jij allemaal gedaan de rest van het weekend? En zit jij nou nog wel eens op zo’n datingsite?”

Ik verslik me in mijn bammetje. Hallo zeg. We zijn wel open maar er zíjn zaken die ik liever met vrienden bespreek. Mijn kinderen zijn níet mijn vrienden.

“Haha, daar hebben we het toch al eens over gehad? En toen heb ik jullie verteld dat ik wel eens op een datingsite stond en ik heb ook een paar mislukte dates nagespeeld. Maar ik vind het niet zo nodig om het daar elke keer over te hebben met jullie, hoor. En eigenlijk ook niet om mijn weekend even met jullie door te nemen. Noem dat maar ‘privacy van mama’. Heb ik ook recht op, tenslotte. ”

Een licht-sarcastisch toontje sluipt in mijn stem. Zij horen het ook en drie paar verontwaardigde ogen staren mij stil.

“Nou, mah-ma! jij wil toch ook weten wat wíj allemaal hebben gedaan? En jij vraagt ons ook wel eens of wij iemand leuk vinden, ofzo! En dat is toch ónze privacy? Maar dan zeg jij dat je het fijn vindt om te weten wat ons bezighoudt. En dat je het belangrijk vindt dat we elkaar op de hoogte houden. Maar als jij zelf niets wil vertellen, doen wij het dus ook niet meer.”

De 7-jarige drama-koning topt het af:

“En trouwens, we zijn gewoon heel geïnteresseerd in jouw lé-ven!”

Ja.

Goeie lunch.

Lekkere sandwich ook …

Why kids gewoon (should) rule

Kids Rule!

“Hee grote vriend, kan dit wel vind je, deze best korte broek, of heb ik daar te dikkige benen voor?”

Joh. vraag je dat nou echt aan je kínd?

Ja-ja, ik weet het. Idiote vraag aan je zoontje van 6-bijna-7. Maar goed, ik vraag het me nu eenmaal af want mijn short waar ik me zojuist heb ingewurmd zit ineens Heel. Erg. Strak. terwijl dat nooit zo is geweest. Het zit me niet lekker, letterlijk en figuurlijk niet en ik heb het eruit geflapt voordat ik er erg in heb. Daarbij is hij kind dus eerlijk, hij heeft tenminste geen enkele motivatie om het niet te zijn (hij weet trouwens ook dat hij gróte straf krijgt als hij jokt). Dus.

Hij neemt me serieus en bekijkt me eventjes van top tot teen.

“Mama. Ik vind het mooi.”

‘Oh dank je, lieverd. ‘

We lopen verder. Hij begint te draven en rent dan voor me uit. Ineens stopt-ie.

“Maar weet je, mam. Ik lét daar ook niet op. Je kunt het er beter helemaal niet over hebben. Jij komt eraan. En dat is gewoon goed en mooi. Maar als jij dan zelf over je benen begint dán gaat iemand ernaar kijken. Je moet het gewoon láten. Het is gewoon góed.”

Zijn woorden omarmen me.

‘Wat een top-opmerking, vent! Ik vind het ongelooflijk zoals jij het snapt en mij dat uitlegt…’

Met een grijns en nonchalant gebaar haalt hij een schouder op, draait zich om op zijn hielen en begint weer te draven.

“Okay mam. Maarre, ik gaf je maar gewoon een tip hoor.”

….

“Zo van: Whaaaaa!!!”

prikjes

Om 20.30 uur kom ik thuis van een bijeenkomst waar ik speciale ademhalingstechnieken heb geleerd. Als het goed is krijg ik nu veel meer zuurstof binnen bij elke ademteug en ben ik in balans en rustige state of mind.

Oudste past, zoals wel vaker tijdens mijn afwezigheid bij overzichtelijke tijden, op haar twee broertjes. Wat in dit geval zoveel betekent als een patatje met ze halen, filmpje met ze kijken en ze helpen op tijd naar bed te gaan: 20.00 uur voor de jongste en 20.30 uur voor de middelste.

Ik kijk naar binnen en zie het direct: de hele set zit voor de tv. Niemand is omgekleed laat staan klaar voor bed. De patatbordjes liggen naast hen. Met name de oudste staart gehypnotiseerd naar de film. Geen enkel tijdsbesef noch besef van haar omgeving.

Een kleine misvatting van mijn kant: de jongens hebben nog geen vakantie maar zij wel. En in die sferen verkeert ze overduidelijk ook.

Mijn sterk verbeterde ademhaling ten spijt schiet mijn adrenaline omhoog en ik in mijn valkuil: die van irritatie wanneer verwachting en werkelijkheid niet met elkaar matchen omdat ik zelf het stemmetje in mijn achterhoofd heb genegeerd.

“AHHH, nee guys, dat hadden we Ab-So-Luut niet afgesproken. Dit vind ik niet ok! HUP; tv direct uit en mannen: omkleden en naar jullie bed. Het is al Veel. Te. Laat!!”

‘Nou mam, je hoeft niet zo te schreeuwen hoor.’

“Ik schreeuw niet; ik praat har-der omdat ik dit echt heel irritant vind.”

10 minuten later ligt de kleinste fris en fruitig in zijn bed.

“Sorry hoor, mannetje, het was niet echt nodig dat ik meteen zo ongezellig deed.”

‘Ach nou ja, mama, dat geeft niet hoor. Jij moet het gewoon lekker laten gáán..! Dat is goed voor je. Sommige mensen hébben dat gewoon. Weet je wel, zo van: Wháááááá!!!!’

“Haha, wat goed dat jij dat zo kunt zeggen. Van wie heb je dat geleerd?”

‘Nou gewoon. Van jóu.’

Als ik de kamer uitloop vraagt middelste me: “Hoe was eigenlijk je bijeenkomst, mam?”
….