En waarom ging díe dan vai-rrol?!

CFCABCCD-877D-4059-B7C4-058628A455EB

“Mama? Ben ik nou beroemd?”

Vanachter het stuur kijk ik mijn kleine baas even verbaasd aan: “Wat bedoel je, lieverd? Waarmee ben jij beroemd?”

“Nou, omdat jij verhaaltjes schrijft over mij en omdat die soms ‘vaí-rrol’ gaan. En omdat soms iemand mij groet alsof ze me kennen, terwijl ik diegene helemaal niet ken. En dan is dat omdat ze jouw verhaaltjes hebben gelezen.”

“Ah ja. Klopt vent, inderdaad gingen een paar verhaaltjes heel hard rond online, omdat veel mensen ze zo leuk vonden. En dat kwam door wat ik over jou vertelde. Eén verhaaltje is zelfs door volgens mij iets van 75.000 mensen gelezen…”

“WÁT? Door ZOO VEEL mensen? Welk verhaaltje is dat, mam?!” Zijn ogen glanzen en hij maakt zich op voor de eeuwige roem vanwege zijn podium- of danskunsten die via mij hun weg over het internet zouden hebben gevonden.

“Dat was het verhaaltje waarin jij mij vertelde dat iedereen ergens goed in is en dat je dus, als je goed kijkt, aan iedereen ziet dattie wat kan. Weet je nog?”

Met een blik van Ja-maar-dáár-is-toch-werkelijk-geen-kunst-aan?! werpt het figuurtje rechts van mij zich teleurgesteld naar achteren in de autostoel: “Heb jij dáár een verhaaltje over geschreven? Hoe-zó?! En waarom ging díe dan ‘vaí-rrol’?!’

“Grappig he, voor jou is het heel normaal om zo naar een ander te kijken, met open blik en erop gericht het goede te zien. Maar heel veel mensen, zeker als ze groot en volwassen zijn, vergeten hoe dat moet. Zij kijken dan naar de wereld en de andere mensen erin, alsof ze zo’n ridder-vechthelm ophebben, weet je wel? ‘Met gesloten vizier’ heet dat. De meeste kinderen kijken denk ik wel open. Maar niet alle kinderen kunnen dit zo goed vertellen zoals jij dat kan. Daarom vond ik het zo’n bijzonder gesprek dat wij hadden, een heel mooi verhaaltje. En veel andere mensen vonden dat ook. “

Ingespannen naar voren gebogen heeft hij geluisterd. Als ik stil ben, zakt hij zachtjes weer terug in de autostoel. Blik op de verte gericht.

“Snap je wat ik je uitleg, vent?”

Even nog zit hij verstild en dan knikt hij, langzaam. In zijn ogen zie ik iets van verbijstering en ook lichte zorg: “Rare jongens, die volwassenen…”. Hij zegt het maar niet hardop.