De kracht van het pak

powerpak

Videootjes van hem terwijl hij zich verliest in de een of andere dans, heb ik al vanaf zijn tweede, luier nog aan. Blik op oneindig met passievolle bewegingen, boeien wie het ziet.

Voetbal, karate en circus acrobaat; hij was wel lekker bezig dus ook nog dansles; nee, daar kwam het niet van.

Maar sinds zijn neef Billy Elliot was die wij op een groot podium bewonderden, is de dans-drift toegenomen. Totdat kortgeleden de vraag kwam: “Mama, is er een dansschool in de buurt? Een èchte, voor ballet?!”

Hij mocht meedoen met een proefles in het dansklasje van de zoon van een vriendin, die ook nog zo lief was zijn reservepakje uit te lenen. Een zwarte broek en -shirtje; strak, glad en zacht die stoere lijfjes omsluitend. Het soort gear dat iets dóet met de drager ervan.

En terwijl hij zich omkleedde, transformeerde mijn jongste van voddenbaal-met-te-lang-haar-en-stinksokjes in een trotse-dánser-met-kaarsrechte-rug-en-brede-schoudertjes. (*note to self: ik wil óók zo’n broek en shirt)

Hartelijk werd hij welkom geheten in de groep, ik mocht nog even kijken en kieken alvorens de deur gesloten werd. Een uur later ging-ie weer open en kregen wij, de in de deuropening samengepropte ouders die hoopten op een glimp, een klein modern ballet voorgeschoteld. Ik zag een gloedvol gepassioneerd figuurtje-in-het-zwart bloedserieus en met glanzende ogen zijn dansroutine uitvoeren alsof hij nooit anders had gedaan.

Dit jaar wordt zijn jaar van de moeilijke keuze: circus óf ballet. Want leren kiezen is belangrijk en daarbij kan het qua timing niet allemaal. Hij weet: mijn moeder doet veel voor mij maar ‘gekke-Taxi-Henkie-omdat-more=more’ zit daar helaas niet bij.

Één ding is voor hem sinds deze proefles in ieder geval volstrekt duidelijk:
“Mama? Als het nou door de tijden niet zou kunnen doorgaan met ballet, mag ik dan in íeder geval wel zo’n pak?”

Een ‘zwakte’ delen? Da’s ijzersterk.

moed_

Setting: teamsessie voor een opdrachtgever. Doel: betere teamperformance vanuit meer samenhang en onderlinge verbinding.

Aarzelend vertelt hij:”Ik ga binnenkort scheiden. Het is onverwacht pijnlijk, triggert allerlei mechanismen en emoties. Ik probeer het wel maar soms lukt het me niet dit te controleren. Ik voel me alsof ik in de boksring sta en klappen krijg in een ronde die maar niet ophoudt. De dagelijkse bezigheden kosten mij daardoor veel meer energie kosten dan normaal. Of misschien bedoel ik dat ik er minder energie voor heb. Hoe dan ook, ik heb het op dit moment zwaar en heb besloten dit nu te delen, zodat jullie begrijpen waar ik vandaan kom.”

Zijn stem breekt, zijn gezicht staat verdrietig en hij kijkt naar beneden. Het lukt hem even niet de anderen aan te kijken. Iedereen is stil. Het is een goede stilte. Zo één die meer zegt dan woorden.

Ineens begrijpen de anderen waarom hij zich de laatste tijd niet vol energie op elke nieuwe aanvraag stort, af en toe een extreem kort lontje heeft of zich meer dan normaal in zijn kantoor terugtrekt. Ze knikken instemmend, hebben hem gehoord.

Het team: leiders in een competitieve, high-performance omgeving, waar de druk hoog is, zaken op het scherpst van de snede worden bediscussieerd en men elkaar met name beoordeelt op de harde resultaten en cijfers. Het soort omgeving waarin je zou denken dat het niet handig is voor iemand om zich kwetsbaar op te stellen: te laten zien dat het even minder goed gaat en waarom dat zo is.

Toch heeft hij het erop gewaagd, uitgenodigd door de setting waarin we met elkaar zitten. Weg van het werk, op een prettige plek die voelt als thuis en met een duidelijke opdracht: vertel elkaar wie je bent, in het licht van jouw rol als leider en als lid van dit team van leiders. Deze opdracht laat voldoende ruimte om te beslissen wat ieder precies vertelt. Alleen het goede nieuws of laat men meer zien: naast the good ook de bad en misschien zelfs wat ugly?

Dan moet je wel durven. Jezelf openstellen en vertellen zou kunnen leiden tot het krijgen van nog meer klappen. Want in veel werkomgevingen is het écht persoonlijk levelen niet gebruikelijk en zijn angst-gestuurde gedachten leidend: “Wat zal men wel niet van mij denken?”, “Straks stort ik al pratende in en dat is wel het láátste wat ik hier wil..”. De inwendige criticus die hardvochtig kan zijn: “Dit is een teken van zwakte!” of het tribaal onveilige “Ik word aan de kant geschoven als ik me gewond toon.”

Het mooie is, een ander vindt degene die zich openstelt meestal allesbehalve zwak. Eerder sterk. En eerlijk. Als iemand die betrouwbaar is, omdat hij niet zomaar tegen beter weten in doorworstelt maar blijk geeft van zelfinzicht en om hulp durft te vragen. Een moedig iemand dus.

En natuurlijk zijn er gradaties waar het ‘openheid’ betreft. Die collega wiens doopceel iedereen kan opsommen omdat het deksel van díe put ongevraagd maar wel permanent gelicht wordt? Dat betreft een karikaturale uiting van openheid, het soort dat geen ruimte geeft maar vooral ruimte neemt en waar de meesten van ons zich uit eigenbehoud voor afsluiten, ook wel TMI genaamd: Too Much Information.

Indrukwekkend wordt het als het gaat om iemand die zijn angst en ego ondergeschikt durft te maken aan het grotere geheel en daarmee een belangrijke bijdrage heeft aan de onderlinge verbinding en het doel dat met elkaar wordt nagestreefd. Die zich zaken afvraagt als: wat in mijn leven was of is van invloed op wie ik ben, op wat ik kan en op wat er van mij in dit spelersveld wordt verwacht?  Kan ik optimaal zijn en leveren of doe ik er goed aan meer over mezelf te delen? En om ervoor te zorgen dat de boel niet stagneert in de tijd dat ik mezelf op de rails krijg, wat heb ik dan nodig van wie en wat hebben zij nodig van mij?

Jezelf laten zien voor hoe het écht zit, is een teken van kracht en volwassenheid. De goede en de minder goede kanten, of ze nou tijdelijk zijn of permanent.

Ik beschrijf nu een werksituatie maar het geldt evengoed voor thuis; met geliefde, kinderen en vrienden.

Jouw persoonlijke openheid betekent dat jij iets geeft en daarmee een ander in staat stelt hetzelfde te doen. Verbinding volgt vanzelf.

Hij zucht, nu van opluchting, kijkt op en ontmoet medeleven, begrip, bemoedigende knikjes. Een hand op zijn schouder. De geledingen sluiten zich: veilig. Hij ademt diep in en voelt voor het eerst in tijden weer wat lucht en de belofte van goede energie.

Over de reis van Fake It naar F*ck It

de-reis

De druk en behoefte die we voelen om onszelf anders voor te doen, kan aanzienlijk zijn. We hebben namelijk niet geleerd dat we precies goed zijn zoals we zijn. Nee; het moet altijd anders en liefst een beetje beter.

Ik zeg ‘we’ omdat m.i. niemand ontkomt aan dit fenomeen. Onze sociaal-culturele context ramt het er in: tijdens onze opvoeding, via ons onderwijs en in een maatschappij die overweldigend prestatie-gericht is. De nadruk ligt niet op het gegeven dat je goed bent zoals je bent. De boodschap is hoe je zou moeten zijn en zou moeten doen. Natuurlijk geloven we dat! En dus handelen we ernaar, ieder op zijn of haar eigen manier.

Dit verhaal gaat over verliezen en terugwinnen.

Het vreemdgaan

Onbegrip, loyaliteitsconflicten, dogma’s, gênes en afwijzingen: vanaf onze vroegste jeugd zijn dit de constant aanwezige ingrediënten voor vreemdgaan ten aanzien van je ware zelf.

Wie kent ze niet:

  • “Lieverdje, kom eens achter mijn been vandaan en ga lekker spelen met die kinderen. Kom, hou nou op met zo raar verlegen te doen. Spelen is toch leuk!?” Ik wil gewoon even alleen met jou, pap, maar dat is dus misschien raar. Ík ben misschien raar.
  • “Waarom vermaak jij je niet terwijl alle anderen het leuk vinden? Stop alsjeblieft met dat ge-chagrijn en ga vanavond maar eens extra vroeg naar bed.” Nou mam, ik vind er gewoon niets aan maar dat snap jij niet en kennelijk ben ik de enige. Het ligt kennelijk aan mij.
  • “Knap zeg, dat jij die rekensom hebt opgelost zoals je dat hebt gedaan! Maar we gebruiken een andere methode, dus helaas moet ik de jouwe fout rekenen, dat snap je wel.” Nee! Dat begrijp ik absoluut niet. Wat maakt het nou uit hóe ik van A naar B kom, als ik er maar kom, toch?! Maar goed, wat ik bedenk is zo te merken niet goed dus pas ik me aan.
  • “Leuk dat je meedeed met de extra training maar helaas kom jij niet in de selectie.”  Hoezó zit ik er niet bij en de rest wel? Kennelijk zijn zij allemaal wel goed en ik niet. Eigenlijk wilde ik ook helemaal niet…

Aanpassen en jouw ‘zelf’ ontkennen in plaats van in jouzelf te geloven.

Fake it

In die vormende jaren (b)leek het niet-eerlijk zijn naar mezelf makkelijker voor mij dan dichtbij mijzelf te blijven. Angsten verbergen met een schaterlach, zwijgen als ik zin had om te gillen, katten als ik eigenlijk wilde huilen en meppen als iemand te dichtbij kwam want dat voelde niet veilig. En steeds had ik het gevoel dat er iets niet klopte.

Het leven ging door, ik ging door en deed ondertussen vrolijk mee met het self(ie) pimpen en fakebooken. Heerlijk om zo op beeld te zien hoe er niets schortte aan mijn geweldige, vrolijke en overall succesvolle leven.

Right …

Dodelijk vermoeiend en een one way ticket to hell. Ik voelde me niet gelukkig, miste iets maar wist niet wat. Mijn scheiding leek even het antwoord maar ook het ongelukkig zijn in deze relatie bleek meer een symptoom dan de werkelijke oorzaak. Een teken aan de wand: uiteindelijk zakte de wankele -want onechte- bodem waarop ik stond onder mij uit.

En ik? Ik verzoop.

F*ck it

Het kostte wat maar godzijdank lukte het me ook weer boven te komen. In een proces dat toen begon en als het aan mij ligt niet meer stopt, kwam ik erachter waar het misging en hoe dat neerkwam op slechts één simpel feit:

Ik hield mijzelf permanent voor de gek

Toen dit kwartje viel, viel het snoeihard en ik besloot: Nooit.Meer.Fake. Ik vond hiermee niet alleen mijzelf terug maar ook de moed om stap voor stap te gaan staan voor wie ik ben en wat ik doe.

En steeds als het lukt onvoorwaardelijk naar mijzelf te zijn, ben ik gelukkig. Een betere incentive bestaat niet!

Good, bad en ugly

Mijn uitingen, waar en op welke manier dan ook, zijn sindsdien een vertaling van mijzelf en niet meer die van een ander. Of het nou in een face-to-face gesprek is, online of op papier. Met mij krijg je mijn good, mijn bad én mijn ugly. Want alleen dan klopt het.

Alhoewel, ugly? Bijhorende foto’s zijn soms met filtersausje overgoten. Zeker, ik ben pre-cies goed zoals ik ben. Én …. er is altijd ruimte voor verbetering. Dat ook.

Als ik hier niet meer woon

image

“Mama? Wat doe jij ook alweer eigenlijk voor werk?”

“Ja, dat is een goede vraag! Ik probeer het makkelijk te zeggen: soms willen mensen of bedrijven dingen anders doen of beter en dan help ik hen daarbij.”

’n Starende blik. Hij knikt wat halfhartig, ik zie dat hij het niet echt begrijpt. Logisch, want het is totaal niet concreet. Wat is in hemelsnaam een ‘bedrijf’ voor een 8-jarige? Dus ik probeer het nog eens:

“Ik doe een beetje hetzelfde wat jouw voetbaltrainer en -coach doen, maar dan met mensen die ergens met elkaar aan het werk zijn.

Dit valt beter. Hij knikt nu vol.

“Maar dat schrijven, daar verdien jij toch geen geld mee? Waarom dóe je het dan?!”

“Dat doe ik om twee redenen. De eerste is dat ik schrijven heerlijk vind en zo aan mensen die misschien met mij willen werken, kan laten zien hoe ik naar dingen kijk want dat beschrijf ik in korte verhaaltjes. En de andere, veel belangrijker reden is dat ik wil nalaten hoe ik jullie zie en beleef en hoe trots ik ben op hoe júllie zijn en beleven. Elk verhaaltje vertelt hoeveel ik van jullie hou maar is elke keer weer anders. Dus ook voor later voor jouw kindertjes; net als een foto maar dan in woorden.”

Hoera, dit valt goed. Zijn oogjes glimmen al van voorpret.

“Wanneer mag ik het dan lezen? Als ik uit huis ga? En wat is ‘nalaten’?”

“Ja zoiets, dan krijg je het in een mooi boekje mee, al jouw verhaaltjes. En ‘nalaten’ betekent dat je deze herinneringen hebt, voor als ik er niet meer ben.”

’s Avonds wanneer hij in zijn bedje ligt en ik hem als altijd nog even kriebel en kroel, betrekt ineens zijn gezicht en begint hij zachtjes te huilen:

“Mama, ik wil niet nadenken over dat jij er niet meer bent. Dan wordt mijn hart heel dik en zwaar en krijg ik buikpijn.”

Hij kijkt er zo gepijnigd bij dat ik hem helemaal in de kom van mijn armen stop.

“Ik wil die verhaaltjes gewoon lezen als ik uit huis ga en alleen maar hier niet meer woon omdat jij dan een oud vrouwtje bent. Maar dat ik je altijd kan bellen en dat we dan heel hard kunnen lachen als ik jou voorlees uit wat jij nu hebt geschreven.”

Samen gniffelen we daar vast om.

En zonder dat hij het doorheeft, maakt hij weer zo’n fijn verhaaltje. Die van een lach, een traan en een heleboel liefde.

Alles voor een fit lijf

image

De sportschool is, ondanks alle lieve mensen die er werken, mij allerhartelijkst welkom heten en vertellen dat mijn BMI zo prachtig is evenals mijn lengte vs. gewicht verhouding, een voor mij absolute lijdensweg. Die weerstand gaat over van alles behalve het sporten zelf. Wonderlijk.

“Vol goede moed begon ik aan een 4 weekse train-je-fit-actie bij de sportschool. Na 1 week wist ik weer waarom ik nooit naar een sportschool ga. Ik heb daar een heleboel heel goede redenen voor.

  • De hoeveelheid mensen die ik er ken en tegenkom terwijl ik in alle anonimiteit dacht mijn vet te kunnen verbranden, mijn spieren te kweken en vele kwabben te doen slinken.
  • Al die apparaten die veel te dicht op elkaar staan, zodat ik de zweetspetters van mijn buur -in dit geval meestal- man opvang.
  • De stampende muziek die mij eerst even lijkt mee te nemen en op te zwepen maar na 5 minuten vooral een snerpend eentonige bas in mijn hoofd is geworden.
  • Andere dames die precies daar waar ik een of andere ingewikkelde lunge-oefening aan het doen ben, staan uit te rusten en ondertussen mij goedbedoeld aansporen of vertellen wat er niet klopt aan mijn techniek. Jaha, ik wéét het! Want ik voel me zwaar zelfbewust terwijl ik met mijn kont raar naar achteren die loodzware-maar-ondertussen-allerkleinste-kettlebells de lucht in zwabber. En daarom wil ik dus niet weten dat ik bekeken word!
  • Heren die je van 1 meter afstand strak aankijken terwijl zij met paars gezicht gewicht-trekken-of-drukken-pin-me-er-niet-op-vast en ik met tomaatrood hoofd crunches maak. Dit terwijl ik ronduit kwetsbaar op een of ander device in de lucht zweef en die beweging niet kan maken zonder het uitstoten van groots gekreun. Ik wil echt niet weten wat hun gedachten op dat moment zijn.
  • Dat personal trainingschemaatje waarop staat: 3x 45 seconden in de plankstand. Ik kan dat maar 1 keer! En ben dus permanent tegen de klippen op aan het lopen.
  • De proteïne shakes die ik schijn te moeten drinken nadat ik me heb afgemat omdat anders die ene zojuist opgebouwde gram spier weer afbreekt. Alles wat ‘moet’ daar heb ik een hekel aan maar ik voel me helemáál zinloos als ik ze niet neem want waar doe ik het dan voor?!
  • Al die blije mensen. Blij omdat ze superfit zijn. Blij omdat ze nu pijn voelen waar ze straks nog fitter van zijn. Blij omdat het fit-zijn en het naar die sportschool gaan pront en optimistisch ingevlochten zit in hun dagelijks schema terwijl ik me erheen moet slepen. Ik ook zo fit wil zijn maar er net niets voor wil doen en in alle eerlijkheid vooral jaloers ben op die fitte blijheid, afgezet tegen mijn kwabbige-grumpyness-met-nixpack.
  • Ja, ik weet dat die laatste bullet alles over mij zegt.
  • Dat doet dit hele verhaal.
  • Nou en?!
  • Mag ik alsjeblieft al wijn?”

Discipline is ook: stoppen vóórdat je een ongeluk begaat

Avonturier

Het is vakantie. Zij hebben vrij, ik niet. Een ingewikkelde combinatie die de ene dag beter werkt dan de andere. Het einde van de week nadert en we did it maar de rek is er absoluut uit.

Aan mijn voeten onder de tafel waar ik achter mijn laptop vooral in de ochtenduren zit te werken, is een wereld verrezen van helden en boeven, kastelen en kerkers. Een permanent gefluister gaat ermee gepaard en af en toe ineens een harde “Whammm, jij bent dood, zei Thor!” “TRRRRRTTTTTT, Bam, BAM” van machinegeweren en ander wapen arsenaal.

Fijne flow

Ik had het zelf niet verwacht vanwege alle oorlogstuig, maar zijn gespeel heeft een weldadige werking op mijn energie en creativiteit. Waarschijnlijk omdat hij zo in flow is met wat hij doet, dat het mij meeneemt. Ik kan hier eindeloos en heerlijk op werken!

Focus? Net een vent

Als hij maar niets tegen míj zegt. Want dan moet ik schakelen en dat kan ik niet. In ieder geval niet als ik in volle concentratie trainingstrajecten uitwerk, coaching sessies voorbereid of teksten schrijf. Ik weet niet wie ooit geroepen heeft dat vrouwen 6 dingen tegelijk kunnen en of dat echt zo is. Ik behoor in ieder geval niet tot die gelukkige super-soort. Sterker nog, ik ben waarschijnlijk erger dan menig kerel: ik kom pas dan tot het optimale hersenwerk wanneer ik ook echt kan focussen. Het enige voordeel hier is, dat ik me er terdege van bewust ben.

Bro’s will be bro’s

En als nu maar niet zijn grote broer erbij komt, want dan verdwijnt zijn speelflow en verandert de energie van zacht stromend naar die van: wij-zijn-jongens-en-broers-dus-nu-moeten-we-stoeien-maar-weet-je-wat-laten-we-daarbij-Heel-Veel-herrie-maken-en-als-we-dan-toch-bezig-zijn-elkaar-even-in-elkaar-trimmen’.

Kill me

Op zo’n moment is het ogenblikkelijk gedaan met mijn rust en daarmee mogelijkheid te doen wat ik moet doen vanachter mijn computertje. Maar helaas, ik hoor boven al gestommel. Dus ik doe wat voor nu even het beste is: ik stop met werken, vóórdat ik er door hun kabaal toe gedwongen word en zij geconfronteerd met de mommy from hell waarin ik dan weleens verander. Met het einde van deze werkweek nog niet in zicht is de kans daarop toch groot want de rek is er als gezegd uit. Ik doe iedereen een plezier: ik stop.

Teamwork

Op deze manier moeten werken vergt discipline, van ons allemaal. Van mij om zo effectief mogelijk de uren te pakken waarop dit het beste kan. Van hen om zich tegen hun natuur in, in te houden of zich schaars te maken en om niet mijn aandacht te willen. Allemaal even ingewikkeld. En ik ondervind nu dat het ook discipline vergt om tijdig te stoppen; dus vóórdat ik verander in die grote, boze moederheks.

Een avonturier

Het aapje aan mijn voeten heeft direct door dat mijn vibe verschoven is en komt onder de tafel vandaan.

“Mama? Thor wint! Hij heeft het zwaard dat in een vliegtuig kan veranderen en zelf heeft hij de superkracht van de allersterkste!”

“Wat heerlijk liefje, hoe jij die avonturen verzint en maakt. Ik vind het een feest!”

“Já. Daarom word IK dus ook avonturenmaker als ík groot ben…!”

 

Oké. Point taken.

 

 

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Bloggen betekent ‘visibility’ op online media, van Facebook en Twitter tot Instagram. Onmisbaar voor een zelfstandig ondernemer. Maar nu dit bloggen ook echt een onderdeel van mijn online identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begón ooit als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Fly baby, fly!!

Fly baby, fly!

Lief kereltje,

Tien jaar ben jij en je stelt jezelf veel en bijzondere vragen. Ik ben blij dat je dat vaak hardop doet, aan mij bijvoorbeeld, en dat we dan samen kunnen filosoferen over redenen, ons samen druk kunnen maken over de (on)mogelijke antwoorden of het feit dat we al die antwoorden onvoldoende hout vinden snijden. We het soms gewoon niet snappen en elkaar daarin vinden. En gelukkig neem jij het mij niet kwalijk dat ik, je moeder nota bene, het antwoord (best vaak) niet weet. Ik heb het idee dat je het juist fijn vindt eenzelfde soort onbegrip bij mij te treffen als dat jij voelt.

Zo heb jij dit jaar de Entree-toets gemaakt. Je had een super goede score, een die jou er in ieder geval van vergewist dat je na volgend jaar alle kanten op kunt, wat je ook maar wilt. En dat vind ik heel fijn voor je, aangezien het onderwijssysteem in Nederland voor het belangrijkste deel gebaseerd is op dat soort toetsen en de resultaten die jullie halen.

Een systeem waar ik als ouder en als mens moeite mee heb. Omdat ik vind dat het voorbijgaat aan een aantal heel belangrijke waarden waar juist ook het onderwijs voor zou moeten staan. Die gaan niet over sommetjes en cijfertjes, woordjes en korte termijn kennis. Maar over het kind en zijn of haar unieke vermogens, het leren vertrouwen op eigen oordeel en vaardigheden als kritisch nadenken, discussiëren en het durven buiten de lijnen te lopen omdat jij dat wilt.

Kortom; waarden die gaan over het ontwikkelen van de sterkste vleugels waarmee jij, het kind, je leven in kunt vliegen vertrouwend op jezelf en jouw slagkracht. Zodat je zo hoog durft te gaan als je kunt.

En toen zei je vorige week ineens iets dat ik in het licht hiervan zó mooi vond; diep doordacht en zo oprecht. Je zei: “Mama, over die taaltoetsen, weet je wat ik daar écht niet van snap? Dat je vragen krijgt als: ‘welk woordje uit deze rij is niet goed geschreven?’. Ik vind dat zulke stomme vragen, want hoe belangrijk is dat nou? Ik bedoel, ik weet heus wel dat het fijn is als je goed kunt schrijven en niet té veel fouten maakt. Maar daar gaat het toch niet alleen maar over in het leven! Waarom vragen ze geen dingen waar je écht over moet nadenken?“

Je trof me met deze vraag en de emotie die ik bij je voelde. Ik vroeg je of je een voorbeeld kon geven. Dat kon je: “Bijvoorbeeld zo’n vraag die als verhaaltje wordt verteld; een situatie met mogelijkheden en dat dan wordt gevraagd:’ wat zou jij doen en waarom?’ Want daaraan kunnen ze tenminste zien hóe je denkt en wat je daarmee zou kunnen!?”

Ik gaf je gelijk. Natuurlijk gaf ik je gelijk! En we bespraken dat het nu dan helaas nog niet zo ver is maar dat allerlei bewegingen gaande zijn die er hopelijk voor zorgen dat het onderwijs van de toekomst beter en passender zal zijn voor alle kinderen. Daar werd jij enthousiast van. Gelukkig, want je eigen motivatie is jouw belangrijkste brandstof.

De manier waarop jij de realiteit aanvliegt, bevraagt en je gelijk (onder)zoekt maakt mij heel trots.

Lieve schat, wat een vertrouwen heb ik erin dat het met die vleugels en dat vliegen van jou helemaal goed komt! Ik hoop dat je altijd heel veel vragen blijft stellen, ook aan mij. Want met jouw vragen verrijk je niet alleen je eigen leven maar ook zeker dat van mij en van iedereen aan wie je ze stelt.

Alle liefs van je mama.

Loop

2 fly

“Als het nu blijft regenen dan moeten we allemaal warme spullen pakken en een paar dingetjes aan de boot regelen maar we gáán slapen hoor, op die boot, no matter what!!”

Met een vastberaden attitude, de juiste mindset en de kracht van de verbeelding kom je ergens. Dat zie ik iedere keer weer en iedere keer weer sta ik ervan versteld dat het écht zo werkt. Die grappige, karaktervolle, chaotische, creatieve dochter van mij bijvoorbeeld, zij verzet hele bergen met deze eigenschappen. En niet zelden op het laatste moment. Want in de tijd eraan voorafgaand heeft ze te veel andere dingen te doen, vindt ze. Of niet. Dan droomt ze wat voor zich uit.

Ik word er altijd plaatsvervangend zenuwachtig van: “Kom op schat, aan de slag, de tijd dringt. Hoe kan ik nu weten wat je precíes allemaal moet doen? Dat weet jij alleen. Niet handig om daar pas om 5 voor 12 over na te denken…!” Of: “Ben je al begonnen en klopt het met je planning? Wat bedoel je: ‘welke planning’?! Ach natuurlijk, alles zit in je hoofd, ik snap het … zucht.”

Natuurlijk snap ik het. Want ik kijk in een spiegel; het is precies hoe ik het leven aanvlieg. Een stijl met rust én vaart, loopings en duikvluchten maar ook af en toe wat turbulentie of een noodlanding. Dus je leert meebewegen, herijken, de route wat verleggen al naar gelang de omstandigheden op dat moment van je vragen.

Maar die vlucht als geheel? Die is van mij.

Ik zie het bij iedereen die wakker wordt en het heft in handen neemt: met de juiste instelling en een enigszins (als niet onbelangrijk criterium) realistische voorstelling van zaken, passen ook de omstandigheden zich uiteindelijk aan. Een krachtig samenspel van jou met je omgeving en van je omgeving met jou; een natuurlijke ‘loop’.

“Het gaat gewoon gebeuren, no matter what.” Wat een heerlijke uitspraak.

En zie, de zon gaat schijnen. Als ik niet beter zou weten zou ik denken: dat is speciáál voor haar.