Een simpele (?) formule: Verkopen = Aandacht.

47ACE01D-2D3A-4FCC-AD69-C04709EC8024
Soms heeft iemand het verkopers-bloed door de aderen stromen. Zo ook mijn jongste; nog niet eerder heb ik iemand zó soepel, zóveel geld zien verdienen op de Vrijmarkt.
Van wie hij het heeft weet ik niet maar met bewondering heb ik zijn werkwijze gadegeslagen. De belangrijkste kenmerken kwamen eigenlijk allemaal neer op 1 en hetzelfde ding: aandacht, aandacht, aandacht:
– Iedereen die voorbijkwam of stilstond ter hoogte van zijn kleedje werd met een helder en vrolijk klinkend “Há-llooo” begroet. Ook al was het een rug of een bil die hem aankeek, hij groette. Onvermoeibaar.
– In antwoord op zijn groet dwaalden of (in geval van rug/bil) draaiden ieders oog naar dit gezellige geluid en ontmoette daar een kwieke (en ik moet eerlijk zijn; nogal lang-gewimperde) oogopslag.
– Die vervolgens met gulle lach en uitnodigend gebaar naar zijn uitgestalde waar vroeg: “Wil je iets van mij kopen?” en met uitgekiende precisie bepaalde spullen aanprees.
– De items op het kleed waren door hem kritisch en met zorg uitgezocht. Niet teveel en overzichtelijk uitgestald.
– Zijn prijsstelling was aan de hoge kant (vond ik) maar werd door hem zonder blikken of blozen gebracht. Dermate overtuigd en overtuigend dat niemand twijfelde.
– Hij bezegelde vrijwel iedere koop met een klein cadeau; een extra autootje, diertje of mini-boekje.
Tot drie keer toe verkocht hij zijn kleedje leeg en moesten we nieuwe spullen gaan halen om zijn voorraad aan te vullen. Het enige wat steeds bleef staan waren mijn 2 paar laarzen. Hij voelde zich hier niet verantwoordelijk voor en bij iedere poging die ik ondernam, viel slechts een wat deerniswekkende blik mij ten deel (waaróm eigenlijk, het waren hartstikke coole laarzen..?!)
Toen ik hem achteraf vroeg of hijzelf ook verbaasd was over zijn succes, keek hij me aan alsof ik hem voor de gek hield: “Nee natuurlijk niet! Ik weet toch waardoor ik zélf  iets koop? Dat is als ik voel dat iemand mij kent en weet wat ik leuk vind. Dus dát is wat ik ook doe!”
Ja. Dát dus.
#aandacht

Waarderen

90863CF2-E606-4D2E-9201-585C7509B651

“Mam, wát heb jij allemaal gedaan deze dagen?”

Jongste en ik zitten saampjes aan de woensdaglunch en nemen de maandag en dinsdag even door want dan zijn zij bij hun vader. Mijn attente vriend houdt niet alleen van vertellen en aandacht opeisen, hij is ook oprecht geïnteresseerd in anderen en hun welbevinden. Een mooie eigenschap.

“Nou, ik heb voornamelijk gewerkt, had ook veel afspraken.”

“Oh leuk en was dat dan voor nieuwe opdrachten?” Op een of andere manier hangt voor hem iets magisch rond het bezig zijn met nieuwe opdrachten; vindt hij het stoer dat zijn moeder dit doet en daarnaast snapt hij de kick van het ‘scoren, het ‘landen’ van een klus.

“Ja, inderdaad mannetje, ook een heel leuke nieuwe opdracht. Alleen gisteren had ik een kennismakingsgesprek met iemand voor een nieuw coachingstraject, weet je nog dat ik je dat vorige week vertelde? Maar na 5 minuten praten wist ik dat ík voor nu niet degene was om deze persoon te helpen. Dus dat heb ik toen aangegeven: “Het is beter voor jou om ander soort hulp te zoeken.”

Hij is even stil, denkt na over wat ik vertel.

“Maar mam, kon jij dat wel zeggen? Ik bedoel, was je niet bang dat ze jou misschien niet goed zouden vinden en nu dus niet meer terugvragen?”

Zoals zo vaak verwonder ik mij over zijn slimheid maar vooral inlevingsvermogen.

“Jeetje, ik vind dat een knappe vraag van je. Zo van: als ik dit aangeef, geef ik eigenlijk toe dan ik niet goed genoeg ben. Bedoel je dat?”

“Ja?!”

“Ik zal eerlijk zeggen, heel even ging precies wat jij zegt door mijn hoofd en was ik bang dat ze zo zouden kunnen denken. Maar dat hield mij niet tegen het toch te zeggen. Omdat ik vind dat ik heel eerlijk moet zijn over wat binnen míjn macht ligt en wat niet. Stel dat iemand meer last krijgt omdat ander soort hulp nodig was. Dán zou ik mijn werk juist niet goed doen. En nu, met het aangeven van mijn grens, wel! Snap je dat?”

Hij denkt, knikt en kijkt mij dan aan met grote ogen vol bewondering.

“En weet je, mama? Ik vind jou daarom echt Súpergoed!”

Hij springt van zijn stoel en geeft me de grootste, liefste knuffel die hij in zich heeft.

Ik schatte mijzelf op waarde, trok een grens en oogst daarmee de hoogste waardering: ❤️

Niet gek.

 

Go of No Go: het belang van een goede voorbereiding

0E596F7A-B6A1-46D4-8AFF-86CBC3223579

Jongste is met bestie op pad, lekker schuimen door de straat. Normaal gesproken wonen ze bij elkaar om de hoek maar nu tijdelijk met een dorp ertussen. Dat mag de pret geenszins drukken, ze zoeken elkaar op zodra het kan. Volstrekt verschillend maar volledig complementair. En samen altijd extra stout. Ontroerend vind ik het, dit soort jongensvriendschappen.

Het is tijd om op te breken dus ik ga op zoek. Al snel zie ik ze kauwend aankomen.

“Hee mannen, hebben jullie iets lekkers gescoord?”

Ogen schieten onderling schichtig heen en weer. Op hun hoede knikken ze: “Kauwgum!”

“Van wie hebben jullie dat gekregen, van iemand die jullie kennen?”

Zelfde heen en weer schietende blikken, schouders omhoog, weifelende nee-knik-hoofdschud: “Een meneer. Maar we weten niet meer wie het is.”

“Ok jongens, ik zeg het nog maar eens, alsjeblieft neem geen dingen aan van vreemden; geen snoep, geen drankje en geen schattige hondjes.”

Schuldbewust beloven ze het. Ze wisten het heus nog wel maar waren het alleen eventjes vergeten.

Even later, als bestie weg is, word ik ingewijd in hun gezamenlijke hartenwens:

“Mama? Omdat wij niet meer op dezelfde school zitten, gaan we elkaar niet meer uitnodigen voor onze partijtjes maar sámen iets heel leuks doen. En we weten al wat. We willen logeren en dan de wekker zetten en dan weg op de fiets, de héle dag alleen met elkaar. Gewoon gaan en dan zien we wel en we willen dan ook iets van geld, €50, – ofzo, voor als we leuke dingen onderweg tegenkomen. Zoals bijvoorbeeld een indoorhal om te jumpen. En voor eten. Mag dat?!”

“Wat een geweldig plan, een tóp-idee om dat samen te gaan doen! Echt goed verzonnen zeg!”

Verrukt door mijn enthousiasme is hij in zijn hoofd al half op weg: “Dus het mag?!”

“Over 3 of 4 jaar misschien. Nu zijn jullie daar nog echt te jong voor.”

“Wát? Ahh, nee hoor! Wij kunnen dat echt, we zijn mentaal al véél ouder!!” Ik hoor de echo van zijn grote zus die deze zin gebruikt als zij iets probeert door te drukken wat voor 18+ is terwijl zij net 15.

Ik grinnik breed recht in zijn gezicht, even zie ik hoop in zijn ogen maar als ik begin met: “Lieverdje, dat vind ik briljant gezegd. Alleen weet je nog van die kauwgum daarnet, ..” zie ik balen en de zekerheid van een kansloze missie.

Hij druipt af. Wetende dat hij zijn best heeft gedaan maar in zijn onervaren enthousiasme een cruciale fout heeft gemaakt waar het de voorbereidende aanloop naar dit moment suprême betreft.

Mooie les. Volgende keer beter, lieve vriend.

Lekker knallen

E74795F9-EAEF-4D0C-AB5B-CAE671BCCB9F.jpeg

“En, hoe gaat het met jou, Lex? Lekker aan het knàllen?!”

Ik val stil terwijl ik in mijn hoofd graaf naar een passend, bevestigend antwoord. Ik vind het niet. Ik blokkeer op het woordje ‘knallen’ en mijn weerstand vertaalt zich in een mentale blanco. Zoekend geef ik antwoord:

‘Euhh. Nou. Het gaat goed, ik voel me fijn, heb mooie opdrachten, verheug me elke dag op wat op me ligt te wachten en zet daar met plezier mijn tanden in.’

“Ah wat goed, écht lekker aan het knallen dus!”

Ongeduldige ergernis trekt door mijn lijf. Waarom wil iemand zo graag horen dat er geknáld wordt; is het dan pas Goed ofzo? We ronden ons gesprek af en ik leg mijn telefoon weg.

Ik kauw nog even op wat zojuist gebeurde. Wat was dat en waarom voelde ik het zo sterk? Ineens, helderheid: Zeker, ik heb een grote innerlijke drive en zit hoog in mijn energie. En in combinatie daarmee komt mijn beste performance vanuit een basis van rust en balans. Twee pijlers onder mijn meest autonome kracht. Deze basis heb ik hard bevochten en bevecht ik nog steeds zo vaak. Tegen de verlokkingen van Sneller, Harder, Hoger.

Kalm vs. Knal.

In mijn hoofd popt de herinnering van iemand die zegt: ‘Waarom gedraag jij je als sneltrein als je meer een boemel bent?’

Niet sexy, wel raak. Ik glimlach, adem en kom tot rust. Was ik er bijna weer ingetrapt.

Premeditatio Malorum – van lijden naar leiden

IMG_0299

“Premeditatio Malorum”. Klinkt een beetje als een Harry Potter-bezwering, vind je niet?

Waarbij je dan met zo’n toverstokje zwaait om vervolgens luid en gedragen “PRRREEE-MEE-DITAAA-TIO MA-LOO-RUMM!!” het universum in te gooien en poef!, voltrekt zich het wonder.

Ja, mooi!

Zo werkt dit alleen niet helemaal.

Stoicijns leven

De Premeditatio Malorum is een oefening uit de Stoïcijnse leer en houdt in dat je nare dingen of problemen in het leven te boven komt, door de geest erop voor te bereiden.

Heel kort: de leer der Stoïcijnen is een van oorsprong Griekse filosofie. Vrij vertaald laat de ware Stoïcijn zich niet leiden door opvlammende emoties. Acceptatie van het moment zoals het zichzelf presenteert geeft kalmte en overzicht en daarmee vrijheid van handelen.

Stille geest

Laat dat nou een van de doelen in mijn leven zijn: het nastreven van zo’n soort vrijheid. Het verkrijgen van een stille geest in plaats van een brein dat te vaak direct in de overlevingsstand gaat en mij daardoor ook nog wel eens op voorhand tegenhoudt te doen wat ik wel graag zou willen doen.

Of bangebroek

Angst voor het emotionele effect, het zogenaamde lijden, weerhoudt mij van bijvoorbeeld:

  • Midden op straat in gezang uitbarsten omdat mijn hart jubelt en ik daar zo’n zin in heb maar wat ik niet doe omdat ik niet kán zingen, iedereen me vast gaat uitlachen en ik voor paal sta.
  • Mijn of onze rugzak pakken en gáán! Het spaargeld bestedend aan allerlei waanzinnige ervaringen, zoals ik dat altijd deed. Maar sinds ik er financieel alleen voor sta, hou ik mijn hand op de knip. Want straks lekt het dak ineens of stort de 200 jaar oude buitenmuur in en dan? De paniek van het dan niet in staat zijn de basis te kunnen fixen, slaat mijn reislust helaas neer.
  • Meer lak hebben aan wat anderen misschien van mij vinden. Bijvoorbeeld met wat ik schrijf. In alle vrijheid woorden geven aan wat in mij opwelt om verteld te worden om daarna gewoon op ‘publish’ te drukken. De grote kans op narrige reacties, aantijgingen en geroddel weerhouden mij ervan. Waarom? Tja; angst voor afwijzing, niet geaccepteerd of uit het nest geduwd worden.

Glibberend naar beneden glijden

Een klein puntje van een grote ijsberg. Waar al die angstige vermoedens vandaan komen is weer een ander verhaal maar bij elkaar is het behoorlijk nederigmakend voor iemand die het leven ‘unbounded’ tegemoet wil treden, vrij van zelfopgelegde grenzen.

Daarom streef ik ernaar mij in mijn keuzes minder te laten leiden door de angst voor pijn, verdriet, onzekerheid of wat dies meer zij. Natuurlijk, die ijsberg van mij is niet meer dan menselijk. Iedereen heeft zo’n berg. Maar ikzelf heb de keuze of ik er de hele dag vanaf glibber of dat ik het ding met ijzers, touwen en een pikhouweel bedwing.

Tools dus

Premeditatio Malorum ís zo’n tool. Je haalt je een vervelende situatie voor de geest die jou zou kunnen overkomen en stelt je voor hoe en wat die situatie emotioneel met jou doet. Dit met enige regelmaat oefenen ontneemt de emotie zijn macht jou te overweldigen op het moment dat de vervelende gebeurtenis zich inderdaad voordoet. Want; been there, done that.

Ga maar eens nare dingen na die jou vaker dan eens zijn overkomen. De tweede, derde of -tigste keer was de emotie waarschijnlijk net iets minder overweldigend dan die eerste ervaring.

Van lijden naar leiden

Let wel: het betekent níet dat je de emotie niet hebt! Het bewerkstelligt dat de emotie jou niet, of in ieder geval een stuk minder, overvalt en meesleurt en dat je mentaal gebalanceerder kunt (over)leven. Wanneer die rotsituatie zich voordoet, ben jij voorbereid en daarmee kalmer in je bovenkamer die vervolgens soepeler kan doorschakelen naar aanvaarden en doorgaan.

En als je weet dat je kunt aanvaarden, dan weet je ook dat je kunt Doen. Zie je het voor je? Magisch!

Tóch een beetje Harry Potter dus.

 

Eerst presteren, dan beloning

IMG_3940

Kleinste grote vriend mag naar een casting. Ze zoeken een androgyn-ogend jongetje dat van dansen houdt. Ik vind hem helemaal niet androgyn maar hij mag toch komen, omdat alles aan hem danst en hij een fruitig snuitje heeft. Denk ik.

Daar gaan we dan, na een week lang alle scenario’s aangehoord te hebben die hij in zijn hoofd heeft over hoe zo’n ‘cáh-sting’ gaat. Van volle zalen met zeker 2000 andere deelnemertjes, gewoon meedoen omdat het “écht heel leuk is, toch mam? Ja hoor, vent”, tot de spanning van de gedachte aan helemaal- alleen-op-een-groot-podium-terwijl-iedereen-kijkt. Op naar hartje Amsterdam!

Na een totale chaos van afgesloten grachten en van alle kanten hard op ons inrijdend fietsverkeer, moeten we achteruit terug over het bruggetje van een klein centrumgrachtje, zwetend vanuit elke porie terwijl hij uit de auto hangt om sorry naar iedereen te roepen, sla ik met ogen dicht een kruisje alvorens gas te geven. Verwilderd arriveren we bij een grachtenpandje met klein souterrain, waar in studentikoos aandoende banken 1 ander jongetje onderuitgezakt ligt te wachten.

“Er komt zó iemand, hoor.” Minzaam sussend heeft de moeder van dit ook niet zo androgyne jongetje direct door dat wij beginners zijn. Wij ploffen neer, giechelen samen, drinken en eten van wat ik heb meegenomen (wat nogal wat is, want straks zitten we hier tenslotte úren tussen die 2000 anderen..)
Het verveelde jongetje wil ook drinken en laat dit zijn moeder weten. Zonder op te kijken van haar telefoon sist ze: “Eerst presteren, dan beloning.”

Wij verslikken ons in onze koek en worden ietsje stiller.

De coördinator van het geheel verschijnt, schudt ons vrolijk de hand en maakt een foto. Een nieuw kind met moeder komt binnen, prototype androgyn jongetje, -eindelijk iemand die het echt begrepen heeft-. Het onderuitgezakte ventje wordt opgehaald door een andere vrolijkerd met grote bos dansend krulhaar en verdwijnt achter de deur waar het allemaal gebeurt.

Kleine baas observeert en absorbeert, in opperste staat van spanning, verrukking en verbazing; dit lijkt in helemaal niets op een theater maar vooral op de gang van zaken bij een huisarts!

Ondertussen maak ik vrienden in de wachtbank door het wel-androgyne jongetje te complimenteren met zijn vooruitstrevende kapsel (deels kaal, deels knot). Zijn moeder corrigeert me; Hij blijkt een Zij. ‘Oh, mijn excuus.’ “Nou, geeft niet hoor. Zeg, jouw zoon is wel erg kleín, hè?”..

Dan wordt mijn kennelijk heel kleine vriend opgehaald, we geven elkaar een boks en hij danst met Danshaar mee naar binnen. Succes aapje, geniet er maar van!

Een kwartier later staat hij stralend weer voor me: “Mama, het ging heel goed want het was echt superleuk! Zij *wijst naar Danshaar* vroeg mij allemaal dingen, ik moest dan in de camera kijken en antwoorden. En toen de muziek kwam, danste zij heel grappig óók!” Danshaar jubelt met hem mee: “Wat een lust voor oor en oog, deze danser!” Voor danser kan zijn dag niet meer stuk en voor mij stiekem ook niet.

En zo staan we na 30 minuten weer buiten op de gracht, met volle tas, – maag én – gemoed van avontuur en ervaring.
“Vond je het spannend?”
“Ja, heel erg! Maar ik vond het ook heel leuk!”
“Ik vind het geweldig en ontzettend knap dat het jou lukt om het op zo’n spannend moment ook echt te Dóen!” .
“Nou mam, maar dit was Hét Moment. Ik wist; als ik het wil laten zien, dan Moet het dus NU!! Dús …”

Ja. Dús …

Bewonderend: “En nu? Eerst presteren, dan beloning?”
Grote grijns: “Haha ja, een mega-ijs graag!”

De kracht van het pak

powerpak

Videootjes van hem terwijl hij zich verliest in de een of andere dans, heb ik al vanaf zijn tweede, luier nog aan. Blik op oneindig met passievolle bewegingen, boeien wie het ziet.

Voetbal, karate en circus acrobaat; hij was wel lekker bezig dus ook nog dansles; nee, daar kwam het niet van.

Maar sinds zijn neef Billy Elliot was die wij op een groot podium bewonderden, is de dans-drift toegenomen. Totdat kortgeleden de vraag kwam: “Mama, is er een dansschool in de buurt? Een èchte, voor ballet?!”

Hij mocht meedoen met een proefles in het dansklasje van de zoon van een vriendin, die ook nog zo lief was zijn reservepakje uit te lenen. Een zwarte broek en -shirtje; strak, glad en zacht die stoere lijfjes omsluitend. Het soort gear dat iets dóet met de drager ervan.

En terwijl hij zich omkleedde, transformeerde mijn jongste van voddenbaal-met-te-lang-haar-en-stinksokjes in een trotse-dánser-met-kaarsrechte-rug-en-brede-schoudertjes. (*note to self: ik wil óók zo’n broek en shirt)

Hartelijk werd hij welkom geheten in de groep, ik mocht nog even kijken en kieken alvorens de deur gesloten werd. Een uur later ging-ie weer open en kregen wij, de in de deuropening samengepropte ouders die hoopten op een glimp, een klein modern ballet voorgeschoteld. Ik zag een gloedvol gepassioneerd figuurtje-in-het-zwart bloedserieus en met glanzende ogen zijn dansroutine uitvoeren alsof hij nooit anders had gedaan.

Dit jaar wordt zijn jaar van de moeilijke keuze: circus óf ballet. Want leren kiezen is belangrijk en daarbij kan het qua timing niet allemaal. Hij weet: mijn moeder doet veel voor mij maar ‘gekke-Taxi-Henkie-omdat-more=more’ zit daar helaas niet bij.

Één ding is voor hem sinds deze proefles in ieder geval volstrekt duidelijk:
“Mama? Als het nou door de tijden niet zou kunnen doorgaan met ballet, mag ik dan in íeder geval wel zo’n pak?”