n Kleine tussenevaluatie

16 jaar geleden was ik vandaag precies 1 dag moeder. En had ik op de roze wolk van bevallingsadrenaline, de totale verwondering en pure liefde die mij permanent overspoelden als ik naar dat kleine poppetje keek, geen flauw benul wat mij in deze nieuwe hoedanigheid te wachten stond. En al helemaal niet hoe ik het zou vinden, voelen, beleven, ervaren.

God nee. Van toeten noch blazen. En dat was misschien maar goed ook.

Dit jubileum, deze Sweet Sixteen, vind ik wel een mooi moment voor een kleine reflectie. Want de tijd ging met ups en downs. De jaren, maanden, weken, zelfs dágen gingen met ups en downs. Niks sweets aan vaak.

Tjeesis. Móeder zijn. Niet alleen een nieuwe rol, het geeft een geheel nieuwe dimensie maar ook definitie aan het leven. Een definitie die voor mij ook wel eens strak voelde, té strak als ik heel eerlijk ben. Want waar bleef ik, Alexa!? Mens met een eígen leven en eigen wensen en behoeftes. Die niet alléén maar wil (ont)zorgen, regelen, achter vodden aanzitten, zich onvoorwaardelijk dienstbaar opstellen.

Af en toe heb ik me flink verzet, en nog; kont tegen de krib en met gestrekt been erin. Iemand met een ego als het mijne vind dat ‘onvoorwaardelijke’ weliswaar volstrekt logisch maar wil er stiekem wel óók erkenning voor krijgen. En niet slechts 1 keer per jaar. Om maar iets te noemen.

Het lijkt soms een beetje op een grote grap. Zo’n ‘You’ve been pranked!!’. Zoals het gegeven dat je na jaren van totale afhankelijkheid ineens overbodig blijkt. Tenminste, dat dènken die types bij wie tijdens hun puberschap de meer rationele hersenfuncties een-voor-een uitschakelen. Sta jij daar met je goede bedoelingen: “Yo mam, ga even aan de kant, je staat in de weg. Neehee, je hoeft niets meer te doen voor mij, ik kan alles zelf!”

-Behalve dan als er een sok kwijt is, een boek, een telefoon, sportspullen, een fietslampje. Of als er gegeten moet worden (24/7), ruzietjes zijn, de oppasklus hélemaal vergeten blijkt, per ongeluk teveel aan biertjes geroken is, te weinig geslapen is maar wel gewoon het eerste uur school, etcetera..-

Zonder scrupules en alsof het de gewoonste zaak van wereld is. Helemaal woest word ik er soms van. En voel me dan matig gewaardeerd: “Zoek het uit, ik ga mijn eigen leven wel weer leiden. Eikels. Ik pak mijn koffertje en ben weg. Naar iets warms, leuks, rustigs en waar andere mensen iets voor míj doen én ook nog aardig zijn!”

Tegelijkertijd, als ze dan allemaal opgekrast zijn naar waar ze heen moesten, realiseer ik me dat ik heel veel van het leven én van mezelf pas ben gaan zien, snappen en ook waarderen, door het simpele feit dat ik moeder ben van drie van die spruitjes met zeer scherpe spiegels. Of je er even in wil kijken, mama!

Moeder: dat woord is vast niet zomaar gekozen. Het geeft niet alleen moed maar vraagt het ook. In die spiegels kijken en iets doen aan de dingen die niet zo mooi terugkaatsen … je moet het elke keer maar weer durven aangaan. En dat doe je. Althans; ík doe dat.

All in all is voor nu de -Thank God- tevreden stemmende conclusie dat, ondanks mijn angst dat ik delen van mezelf kwijt zou raken, het intens en intensief beleven van het moederschap mij juist en vooral een completer mens heeft gemaakt.

Completer en beter. Niet gek.

Nabrander: ik vind denk ik niets zoeters dan die niet-veranderende blik van bewondering en diepe indruk op die koppies als, terwijl zij al in paniek raken en nog vóór ze hun zin: “Mààmmm, wáár is mijn …” af hebben gemaakt, jij reeds aan komt lopen met sok, boek, hockeyrok of telefoon.

Diezelfde blik waarmee die weerloze hummeltjes je aankeken vanaf het moment dat ze intuïtief wisten dat jíj degene was die hen het leven gaf en degene is die ervoor zorgt dat ze in leven blijven.

Ze wisten het. Toen en nu deep down nog steeds.

Díe blik. Goud! 😉

Wat moet je als moeder als zo’n bom ontploft?

IMG_9912

Straks komen ze thuis en hebben ze het erover gehad op school. Mijn kinderen: 7, 11 en 13 jaar jong. Ze zullen  allemaal hun eigen vragen hebben; over Brussel, bommen en zelfmoord. En ik? In alle eerlijkheid: deze moeder weet nog even niet wat ze erop zal antwoorden.

Zelden voel ik me zo incompetent als moeder, als op de momenten waarop zij vragen hebben over dingen die in de wereld spelen, die ons allen raken en dreigend zijn, maar tegelijkertijd ook zó groot zijn dat ik niet weet waar ik zou moeten beginnen met vertellen. Ik wil hen geen angst meegeven, ik wil blijven opvoeden, ik wil ze beschermen. Maar nergens in het Handboek voor Moeders staat hoe dat moet.

Vragen

Door mijn hoofd spelen mijn eigen vragen, een heleboel. Wat bezielt zo’n gast toch? Hoelang tot de eerste bom in Nederland ontploft. Waar ben ik dan? Waar zijn zíj dan? En de meest prangende als ouder: hoe kan ik mijn kleintjes beschermen..?? Dus als ik zelf zoveel vragen heb, hoe kan ik dan in godsnaam die van hen beantwoorden?

Bang en bevend? Ik dacht het niet!

Een beslissing die ik in ieder geval ten diepste neem is dat het met hen delen van de angsten die ik voel, wel het allerlaatste is wat ik zal doen. Ik wil dat hun leven en beleving ervan niet lijdt onder wat zich afspeelt in die verziekte hoofden van terroristen. Het is belangrijk dat ze weten hoe het zit, de feitelijke kant ervan. Maar we gaan ons daar niet door laten leiden.

Cool en collected dan?

Ik kan ervoor kiezen geruststellend te zijn: “Nee hoor, lieve schat. Hier zal dat niet zo snel gebeuren.” Maar helaas: totaal ongeloofwaardig! Dat weten we niet, en dat weten zij ook. Daarnaast, Brussel is praktisch om de hoek. De tactiek dat ik, wij, hier alles onder controle hebben? Nee dat gaat hem zeker niet worden.

Wat klein is wordt groot

Ineens komt het gezegde “met de moed der wanhoop” in mijn hoofd naar boven. Wanhoop omdat er werkelijk niets heroïsch is aan deze hele situatie, noch aan mij ten opzichte van hen. Maar moed is wel degelijk de kern. Ik moet moedig zijn en mijn eigen vrees onbelangrijk maken. Ik moet de moed hebben om op die hele dunne grens te lopen tussen me kwetsbaar voelen en me kwetsbaar opstellen. En ik moet de moed hebben om eerlijk te zijn en tegelijkertijd hen de geruststelling te geven dat ze bij mij, ons, veilig zijn. Dat zij kunnen leven en zijn zoals wij dat in onze overtuiging voorstaan.

Moed op de vierkante centimeter? Misschien wel ja, maar was niet al wat nu groot is, eerst even klein?

Dood vs. leven

Het gekke is: de terrorist denkt waarschijnlijk langs een zelfde soort lijn. Alleen de uitgangspunten verschillen nogal. Bij de terrorist gaat het om angst, dood en verderf zaaien; wat mij betreft de easiest way out. Maar mijn gevecht gaat over warmte, bescherming en leven. Dood versus leven en laf versus moed. Verder uit elkaar kunnen we dus niet staan, de moeder en de terrorist.

Moed komt van ?

Terwijl ik dit schrijf, voel ik hoe mijn vechtlust bovenkomt en voel ik me dapperder worden. Ik persoonlijk kan niets veranderen aan waar anderen verkiezen hun leven voor in te zetten. Maar ik kan er wel voor zorgen dat mijn kleine omgeving zich gekoesterd en veilig voelt. En daarmee een basis meekrijgt die hen hopelijk de juiste keuzes in dit leven laat maken.

Ik zeg het je: echte moed? Dat komt van Moeder!