Lijkt klein, is groots

lijkt klein is groots

Bij het krieken van de dag wakker worden, nog wel moe zijn en toch niet meer kunnen slapen.  Startsein voor het betere denkwerk. Je weet wel; over goed en slecht en groots en klein.

Het begon met nagaan wat ik ook alweer allemaal zou moeten doen die dag. Dit leidde tot de vraag wat ik op de keper beschouwd überhaupt aan het doen was en waar dat eigenlijk toe zou moeten leiden. Welke zin of nut dit zou hebben gezien het grotere geheel der dingen en bij gebrek aan een klip en klaar antwoord, was daar direct ook de vraag welke zin of nut ík dan had? Absoluut én relatief gezien.

Tja. Mix een gezellige dosis hormonen met een goed shot van het overthinking-defect, vermenigvuldig dit met een snufje van enige hardnekkig ingesleten onzekerheid over “goed-genoeg-zijn” en nog een paar van die smaakvolle ingrediënten en je hebt een perfecte cocktail voor dit soort gedachten.

Guerilla in je kop

Normaal gesproken val ik niemand hiermee lastig en verdwijn ik ettelijke uren in een mopperige brij van inwendig geworstel en onzalige gedachten. Waar ik langzaam in wegzink om ooit wel weer boven te komen. Gek genoeg kan ik me naderhand niet goed voorstellen waarom die rare gedachtenkronkels het van mij (MIJ?!) kunnen winnen.

Tegelijkertijd: natuurlijk winnen zij van mij! Want ík win dit van mij. Niemand die beter weet hoe ik mezelf voor de gek moet houden dan ikzelf en als een professioneel guerillera voer ik die strijd.

Grote vragen

Dus ik had een heldere ingeving: ik verstuurde een appje waarin ik mijn gedachten uit de doeken deed. Per ommegaande kreeg ik bericht terug:

“Goede vroege morgen, wat een grote vragen stel jij jezelf?”

Ja, dat klopt. Want ik móet mezelf die vragen stellen. In het licht van de drive naar grootsheid is dat wel het minste wat ik kan doen: mezelf Grote Vragen stellen…

Fantasialand

Ach ja, die “grootsheid”. Mijn kinder-fantasie om groots te zijn; te móeten zijn om iets voor te stellen. Een fantasie die ik lang voor werkelijkheid hield en die z’n sporen daardoor ook nu nog nalaat, op dit soort onbewaakte momenten nog altijd in staat is mij te overrompelen en mee te sleuren.

Grootse vraag

Even was het stil. Toen zag ik dat er getypt werd en ineens stond er:

“Maar wat ís dan grootsheid? Misschien is het juist wel groots om je altijd te kunnen verwonderen over iets kleins …”

Ik las het en nog eens. Alsof het een glas heerlijk fris water was, klokte ik de woorden naar binnen en mijn hoofd werd met één grote golf schoongespoeld; alle kwaaie- en zeurpieten verstomden. Met een zwaai sloeg ik mijn dekbed open, sprong uit bed en huppelde mijn dag tegemoet.

De moraal

En de moraal? Die is er niet. Het is gewoon een verhaaltje, een ervaring. Maar als het toch moet, dan is het denk ik dit:

Wij zien niet zomaar aan iemand hoe, wat of waarom diegene beweegt zoals ie beweegt. De meesten die mij kennen en dit lezen bijvoorbeeld, zullen verbaasd zijn dat mijn binnenwereld soms zo donker echoot.

Wij wéten het dus niet maar we kunnen er wel iets mee als iemand een signaal geeft. Namelijk luisteren, niet oordelen, vragen stellen en als dat mag, iets van richting geven. Aandacht heet dat.

Net liefde. Lijkt klein, is groots.