Kasper Dolberg: de mens achter het gezicht

Dat voetbalcommentatoren en -analisten de wetenswaardigheden over de voetbalsport en iemands wel of niet presteren op het veld kunnen beoordelen, daar twijfel ik geen seconde aan. Natuurlijk kunnen ze dat. Maar als ik lees over en luister naar de commentaren die deze zelfde beroepsgroep uitbraakt over -in dit geval- de mens Kasper Dolberg, rijzen mij de haren te berge. Als voorbeeld een greep uit een ‘goed gesprek’ van afgelopen zaterdag bij Veronica Inside tussen Valentijn Driessen (Chef Voetbal bij de Telegraaf) en Johan Derksen.

“Die Dolberg, ik weet niet wat ‘daar’ mis mee is.”

“Het maakt hem allemaal niets uit.”

“Hij heeft geen enkele emotie.”

“Loopt na het scoren als een zoutzak naar de middenstip met een kop van ’Ja, wat kan mij het schelen’ in plaats van dat hij blij is!” (de ironie als je ziet vanuit welke gelaatstrekken deze zin wordt voortgebracht, is dan wel weer om te glimlachen).

Achterover hangend in hun tv-studiostoelen en niet gehinderd door de notie dat ze met weinig moeite iemand nog even extra onderuit trappen. Een jonge jongen, op zo’n belangrijk moment in zijn leven.

In het geval van bovengenoemde commentatoren worden ze betaald voor dit format van afzeiken. Een heel slechte zaak vind ik al dit soort ‘vermaak’ dat plaatsvindt over de rug van een ander. Ik pleit voor integriteit en nuance. Want laten we ajb niet vergeten: we hebben het over mènsen.

Het is zo’n moment waarop ik weer even heel scherp en zeker weet waarom ik doe wat ik doe. Namelijk vanuit mijn analyse van microbewegingen in het gezicht, kunnen duiden wie ik voor me heb, hoe hij zal reageren onder spanning en onder welke omstandigheden iemand niet tot z’n recht komt en hoe dan wel.

Deze vaardigheid toepassend op Kasper Dolberg, waag ik het twee dingen te stellen:

1)     Het is misschien wel heel logisch dat hij in de situatie zoals bij Ajax is ontstaan, niet tot topprestaties komt. 

2)  Je kunt er vergif op innemen dat het hem wel degelijk boeit en dat zijn emoties intens zijn en diep gaan.

Analyse

Even een kleine uitleg van hoe dat zit met die analyse en duiding:

Onderzoek heeft uitgewezen dat ieder individu een consistente set van microbewegingen in het gezicht heeft, het zogenaamde Persoonlijk Non-verbale Repertoire (PNR). Deze bewegingen zijn zichtbaar ongeacht de situatie of interactie partner, zijn onbewust en niet te manipuleren. 

Met de INSA methode voor non-verbale strategie analyse wordt dit PNR bepaald. Hoe? Door bewegend materiaal te bekijken en simpelweg de microbewegingen te turven.

Natuurlijk zijn mensen oneindig complex en individueel verschillend maar het PNR geeft ons essentiële informatie over iemands persoonlijkheid en deze consistente bewegingen zijn een reflectie van evenzo consistente elementen in de persoonlijkheid. 

Het gaat niet over goed of slecht, sterk of zwak; ieder persoon heeft onderscheidende kwaliteiten en valkuilen en een basisbehoefte waar het de interactie betreft.

Het PNR van Kasper Dolberg

In de analyse van Kasper Dolberg komen de volgende microbewegingen consistent naar voren:

1)    Halfgeloken oogleden

2)    Optrekken van de wenkbrauwen waarbij de bovenste oogleden heel soms mee omhoog gaan maar meestal gaan ze meer hangen;

3)    Als hij knippert sluiten zijn ogen vaak niet helemaal, dit is de zgn. deelknipper

4)    Wenkbrauwen gaan in het midden omhoog

5) Beperkt knijpen van onderste oogleden (te weinig om mee te tellen)

6)    Openhangende mond; spierspanning in wangen en kaak is vaak heel laag.

Deze bewegingssset duidt op de volgende karakteristieken:

Kwaliteiten:

  • Doorzetter
  • Onverstoorbaar
  • Is op rustige manier resultaatgericht
  • Heeft veel geduld
  • Gevoel voor de situatie
  • Groot incasseringsvermogen
  • Betrouwbaar, stevig, tolerant

Basisbehoefte:

  • Gevoel van ruimte, ook voor zijn aanpak
  • Aandacht voor relatie in de interactie

Reflexgedrag onder spanning: 

  • Trekt zich terug in zichzelf
  • Haakt af bij verbale scherpte en negatieve druk
  • Loopt het risico het momentum te missen

De essentie van het reflexgedrag onder spanning van het “type Dolberg”, is het zich onzichtbaar maken, waardoor de beweging van het systeem letterlijk dan wel figuurlijk wegvalt.

En precies dat is wat je kan zien gebeuren over de gehele breedte van Dolberg’s uitingen: bewegingsloze gezichtsuitdrukking en in het veld te vaak net niet helemaal aangehaakt of net verkeerd getimed.

Even terug naar mijn twee beweringen aan het begin van dit artikel:

1)    Kasper en Ajax

Ik weet dat ik heel voorzichtig moet zijn met wat ik hier zeg, omdat ik verre van inside expert ben op het vlak van voetbal dan wel Ajax, terwijl heel Nederland dat wel is. Alles wat ik ‘weet’, weet ik van wat ik heb gelezen of gehoord en daar ligt dan ook nog eens mijn subjectieve beleving overheen gevouwen. Neem dit mee als je leest wat ik nu schrijf en overweeg gewoon voor de lol de mogelijkheid ervan: vanuit mijn blik op de context bij Ajax op dit moment, is het verloop van de carrière van Kasper Dolberg de afgelopen twee jaar, wellicht niet verrassend. 

Als voorbeelden noem ik het inzetten van Huntelaar als inspirator en aanjager voor Dolberg’s prestaties; dit lijkt eerder averechts te werken. Het jagen en killersinstinct van Huntelaar kunnen heel goed eerder intimiderend en opjagend zijn dan positief aanjagend. Als dit klopt dan legt het Dolberg eerder lam en logischerwijs maakt Huntelaar daar korte metten mee.

Ten Hag lijkt mij een heel goede coach en zeer betrokken bij zijn team en de individuele mens maar het zou kunnen dat hij geneigd is in de onderlinge interactie eerder nog wat harder druk te zetten op de prestatie. Hij zegt letterlijk: “Ik wil zien dat Kasper ervoor vecht en hij weet dat.” Op zich kan Dolberg dit prima aan alleen luistert de manier waarop nauw en is de reflex juist het omgekeerde als hij zich klem voelt gezet: hij valt meer stil en spreekt zich ook niet rechtstreeks uit over wat hij lastig vindt of liever anders ziet. Voor Ten Hag daarmee erg lastig.

2)    Kasper en emotie

Voelt hij dan niets en heeft hij geen emotie? Ik zou zeggen eerder andersom: van binnen woedt een storm.

Maar kan hij dat niet eens uíten, laten zien, zodat we meer gevoel hebben bij hem?

Nee, dat is extreem moeilijk. Juist het feit dat hij die spanning ervaart, maakt dat hij zo bewegingsloos oogt en reageert. Hij kan niet anders, het is zijn (onbewuste) reflex. Hier meer vat op te krijgen, vergt inzicht en oefening. Heel veel oefening. 

Onze spiegel

Wat ik me al schrijvend weer realiseer, is waar wij eerlijk naar moeten durven en blijven kijken. Namelijk dat – in dit geval- de behoefte om emotie bij Kasper Dolberg te zien, voortkomt uit het reflexsysteem van mensen die hem ongrijpbaar vinden; dus vanuit hun eígen behoefte aan houvast of vorm van push back. En dat veel van ons negatief uiten en – oordelen echt komt doordat het onszelf een ongemakkelijk gevoel geeft wanneer we in een interactie niet ontmoet worden in onze eigen basisbehoefte …

Een spiegel dus. Dat is wat het is.

Solly, solly …

AB45B3A2-84B6-4B05-908F-BFCDD97585E7

Soms moet je even afkoelen. Alleen. Met jezelf. Vanwége jezelf. Of anderen. Hoe dan ook, toen ik van binnen ontplofte en kon kiezen om dat van buiten ook te doen richting mijn lunchgezelschap, bestaande uit 4 onwillig lamenterende pubers en 1 irritante net 10-jarige, òf mezelf even schaars te maken, koos ik voor het laatste.

Dus liet ik hen zitten waar ze zaten in het surfrestaurant, stampte via het bloedhete strand terug naar huis, pakte de auto en reed naar het Spaanse stadje dat bij aankomst in diepe siësta bleek te verkeren. Alle winkels waren dicht, dus daar ging mijn plan om mezelf als troost eens gezellig van iets leuk nieuws Spaans te voorzien.

5 Minuten later wist ik weer waarom die slimme Spanjaarden tussen half 2 en half 6 alles dichtgooien, want zat ik uitgewrongen en lamgeslagen door de intense warmte, mijn allang weer weggezakte woede en lichte spijt over de achtergelaten heerlijke dis met fris sprankelend water en zeebriesje, op een stoepje onder twee olijfbomen.

Terwijl ik enigszins somber peinzend over mijn af en toe explosieve aard voor me uit staarde, zag ik ineens de winkelruit vóór me: Thai Massage. Open all day. Met daaronder een bordje waarop de specialiteiten van het huis: ‘body 30 minutes or 60 minutes’ en ‘feet’ zelfde tijdspanne. Al starend nam de visualisatie bezit van mij waarin sierlijk kleine doch sterke vingers op precies de goede plekken onder mijn voetzool duwden, mijn tenen kneedden en vloeiend het zware gevoel uit mijn enkels zouden rollen.

Bevangen door dit beeld, kwamen mijn voeten als vanzelf in beweging. Ik liep naar binnen en meldde mij bij de desk: “Hola. Si. Espela aquí.” (“Hallo. Ja. Wacht hiel.”). Ik wachtte.

De laatste keer dat ik een Thaise massage ‘genoot’, staat me nog vers in het geheugen gegrift als heuse foltering. Waarom ik dit dan nu weer wilde, wist ik niet goed, misschien een complexe combinatie van iets doen waar ik me beter door zou voelen en het gevoel dat ik wellicht een kleine straf verdiende.

Overal hingen ingelijste diploma’s die de professionaliteit van de masseuses onderstreepten. Deze, samen met de vertrouwenwekkende want ingewikkelde posters van het menselijk lichaam waarop de verbindingen tussen onze chakra’s en alle spieren, zenuwen en botjes met elkaar weergegeven werden, droegen er aan bij dat ik me stukje bij beetje ontspande. Iets wat volgens Kim, de Thaise masseuse die mij destijds onder handen nam, nodig is om pijnlozer door de massage en het leven te gaan.

Eindelijk kwam achter een deur een kleine, wat oudere dame tevoorschijn die mij wenkte. Haar gezicht het toppunt van ondoorgrondelijke vriendelijkheid, gebaarde ze mij te gaan liggen op het massagebed, dat was voorzien van mooie lappen en naar jasmijn geurende handdoeken. Mijn jurk moest uit en toen ik wees naar mijn voeten “Sólo los pies?”, maakte ze een geluid dat ik niet begreep en begon mijn voeten heerlijk in een olietje te zetten. Ik dacht “Kan mij het schelen.”, deed mijn ogen dicht en gaf me over.

Drie seconden later schoot een felle pijnscheut door mijn linkervoet, die overging in de volgende om vervolgens een helse aaneenschakeling van scheuten te worden. Ik kon alleen maar mijn ogen stijf dichtknijpen, handen voor mijn mond slaan, het van binnen uitgieren van de pijn en denken: “WAAROM??!!”

Waarom had ik bedacht dat het dit keer pijnloos zou zijn, wáárom deed ik dit soort dingen, waarom, waarom, waaróm?!

Met een houten staafje ragde de lieve, oude vrouw over mijn voet alsof het een stuk deeg was dat tot pizza moest worden. Hard. Aangezien mijn voeten alleen maar vel, botjes, spieren en zenuwen zijn, hoef ik niet uit te leggen hoe dat voelde. Ik beet mijn handen stuk, kneep mijn billen samen en deed alles om het niet uit te gillen. Nadat het deeg genoeg was stukgeslagen, waren mijn tenen aan de beurt. Het stokje werd er tussen gepord, stuk voor stuk en daarna werden ze ieder om de beurt uit hun kom getrokken. Vervolgens opnieuw aan de rechterkant, want opgeven is geen optie en we maken natuurlijk wél af waar we aan begonnen zijn.

Na de voeten dook mijn martelares, die achter mijn stijfgesloten ogen de gedaante van een vuurspugende, oosterse krijger had aangenomen, op mijn dijen. Zij, in haar totaliteit even klein en smal als één dij van mij, bewerkte met schouder, bovenarm en elleboog bruut al die spieren die inmiddels gespannen stonden als een veer. Toen ik dan eindelijk een diepe kreun niet meer kon onderdrukken, keek zij op, zei: “Hihi, solly, solly…” en ging gewoon door.

Dit herhaalde zich de rest van mijn benen en toen het eindelijk klaar was en ik met tranen in mijn ogen van dankbaarheid over het eindige van deze lijdensweg wilde opstaan, liet ze me slechts rechtop zitten, zei nog één keer: “Solly, Solly”, sprong achter mij op de bank en plantte haar knie in de kom tussen schouder en nek. Ik hoorde “KRAK” en dacht even helemaal niets meer.

10 Minuten later stond ik fris op straat, al mijn soepele tenen voelend terwijl ik die normaal nooit voel. Ik keek naar mijn voeten, naglanzend van de olie, de huid weer zacht en mooi in plaats van craquelé als bij binnenkomst. Stevig op de grond, sterk en getuned. Klaar om nieuwe stappen te gaan zetten.

Ineens wist ik het antwoord op het ‘Waarom?’.

Omdat af en toe even pijn lijden en tóch doorzetten, wonderwel heilzaam is.

Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met al z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. Je te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Go of No Go: het belang van een goede voorbereiding

0E596F7A-B6A1-46D4-8AFF-86CBC3223579

Jongste is met bestie op pad, lekker schuimen door de straat. Normaal gesproken wonen ze bij elkaar om de hoek maar nu tijdelijk met een dorp ertussen. Dat mag de pret geenszins drukken, ze zoeken elkaar op zodra het kan. Volstrekt verschillend maar volledig complementair. En samen altijd extra stout. Ontroerend vind ik het, dit soort jongensvriendschappen.

Het is tijd om op te breken dus ik ga op zoek. Al snel zie ik ze kauwend aankomen.

“Hee mannen, hebben jullie iets lekkers gescoord?”

Ogen schieten onderling schichtig heen en weer. Op hun hoede knikken ze: “Kauwgum!”

“Van wie hebben jullie dat gekregen, van iemand die jullie kennen?”

Zelfde heen en weer schietende blikken, schouders omhoog, weifelende nee-knik-hoofdschud: “Een meneer. Maar we weten niet meer wie het is.”

“Ok jongens, ik zeg het nog maar eens, alsjeblieft neem geen dingen aan van vreemden; geen snoep, geen drankje en geen schattige hondjes.”

Schuldbewust beloven ze het. Ze wisten het heus nog wel maar waren het alleen eventjes vergeten.

Even later, als bestie weg is, word ik ingewijd in hun gezamenlijke hartenwens:

“Mama? Omdat wij niet meer op dezelfde school zitten, gaan we elkaar niet meer uitnodigen voor onze partijtjes maar sámen iets heel leuks doen. En we weten al wat. We willen logeren en dan de wekker zetten en dan weg op de fiets, de héle dag alleen met elkaar. Gewoon gaan en dan zien we wel en we willen dan ook iets van geld, €50, – ofzo, voor als we leuke dingen onderweg tegenkomen. Zoals bijvoorbeeld een indoorhal om te jumpen. En voor eten. Mag dat?!”

“Wat een geweldig plan, een tóp-idee om dat samen te gaan doen! Echt goed verzonnen zeg!”

Verrukt door mijn enthousiasme is hij in zijn hoofd al half op weg: “Dus het mag?!”

“Over 3 of 4 jaar misschien. Nu zijn jullie daar nog echt te jong voor.”

“Wát? Ahh, nee hoor! Wij kunnen dat echt, we zijn mentaal al véél ouder!!” Ik hoor de echo van zijn grote zus die deze zin gebruikt als zij iets probeert door te drukken wat voor 18+ is terwijl zij net 15.

Ik grinnik breed recht in zijn gezicht, even zie ik hoop in zijn ogen maar als ik begin met: “Lieverdje, dat vind ik briljant gezegd. Alleen weet je nog van die kauwgum daarnet, ..” zie ik balen en de zekerheid van een kansloze missie.

Hij druipt af. Wetende dat hij zijn best heeft gedaan maar in zijn onervaren enthousiasme een cruciale fout heeft gemaakt waar het de voorbereidende aanloop naar dit moment suprême betreft.

Mooie les. Volgende keer beter, lieve vriend.