Net als een golf

Terwijl ik aan het werk ben, speelt Einaudi zijn mooie Le Onde (De Golven). Als ik de muziek van Einaudi te lang of te vaak hoor, word ik er melig van maar voor nu klinkt het heerlijk weg. Jongste komt binnen, fris gedoucht na zijn intensieve balletles. Hij wil wat tegen me zeggen maar is ineens weg – verdwenen in De Golven: “Mama, op déze muziek ga ik een dans schrijven!”

Dit was drie weken geleden. Vandaag lopen mijn kleine vriend en ik samen over straat. Ineens draait hij een pirouette en gooit zijn been in de lucht: “Ik ben al heel ver met het schrijven van mijn dans.”

“Hee wat goed, vent. Ik was vergeten dat je daarmee bezig was! Doe je ‘m straks voor?”

“Dat kan nog niet, ik heb ‘m nu nog alleen geschréven. Dat is best moeilijk want ik weet niet van alle pasjes precies de naam.”

De ene term na de andere oplepelend, vertelt hij mij in woorden hoe zijn dans er uit ziet, althans het deel dat af is. Ineens staat hij stil:

“De dans gaat over mijn LÉVEN, mam. De eerste jaren die makkelijk en simpel waren, omdat ik gewoon er vrolijk was en niet zoveel kon en ik dat ook niet meer zo goed weet.” Terwijl hij dit vertelt doet hij de volgens hem ‘pas de’: het op de punten van de tenen met gekruiste voetjes kleine trippelpasjes makend.

“Dan komt een zwaarder stuk want toen gingen jullie scheiden. Dat vond ik moeilijk, ik voelde me toen veel minder goed, vaak verdrietig.” Hij verbeeldt dit door via een pirouette ineen te duiken waarbij hij zichzelf omarmt, als om zich te beschermen.

Hij vertelt zowel mèt als zonder woorden gloedvol en bewogen vanuit zijn hart en heeft geen idee hoezeer hij het mijne raakt. Met zijn bewegingen, zijn verhaal, zijn passie en gevoel en de hele wijze waarop hij zich zo midden op straat staat te uiten, volledig opgaand in zijn performance.

“Daarna word ik weer blij, is het zware opgelost, ga ik van beneden weer naar boven en is het weer goed. Net als een GÓLF.” En met een enorme zwaai van zijn armen komt hij op en vouwt zijn hele lichaam open. Met gespreide armen klaar om de wereld en alles wat erbij hoort te ontvangen.

En terwijl ik naar hem kijk, realiseer ik me dat deze nog on-affe maar toch volledige voorstelling laat zien dat hij onze scheiding echt heeft verwerkt en hoezeer ik dit kind bewonder om de manier waarop hij zijn processen lééft. En daarmee voor zichzelf de ruimte creëert om werkelijk verder te kunnen.

Hij stond zichzelf toe zijn verdriet te voelen, heeft het doorleefd, daarna opgepakt en een plek gegeven. En nu, tot slot, laat hij dit volledig geleid door zijn gevoel, tot uiting komen op zijn eigen, bijzondere manier.

“Hee vent, weet je wat het betekent, ‘Le Onde’?”

“Nee, wat dan, mam?!”

🌊 ❤️ 🌊




Over het begin van het einde

“Tenzij je in god en de hemel enzo gelooft, snap ik niet waarom we dood moeten gaan. Ik kan me er niets bij voorstellen. Hoe gáát dat dan?! Dan bén je er dus ineens niet meer, ofzo?!”

‘Ik begrijp geloof ik precies wat je bedoelt, vent. Toen ik klein was heb ik een keer keihard gehuild toen ik ineens besefte dat we allemaal doodgaan. Ook ík dus. En ik vond dat heel erg eng en belachelijk en kon dat net als jij niet bevatten.’

“En weet je wat ik óók zo stom vind? Dat alles wel gewoon doorgaat. Terwijl ik dóód ben en niet meer meedoe. Met níks! Waarom moet je DOOD??!”

Ach dat mannetje, radeloos pissig over dit gegeven. Misschien is het tijd voor wat good old Wijsheid:

‘Weet je, het gaat er allemaal om wat je doet met de tijd die je wél hebt, want het is de enige echte zekerheid die je hebt als je wordt geboren. Namelijk dat je op een dag zult sterven. Alles gaat dus om wat jij doet met wat daar tussen zit.’

….

Het probleem met Wijsheid echter, is dat je het vaak pas snapt, als het zo ver is. In dit geval als je zelf een ouwe sok begint te worden of iets dusdanig heftigs hebt meegemaakt, dat de urgentie van het leven zich als vanzelf aan je openbaart.

Beide is hier niet het geval en ik word ogenblikkelijk afgestraft:

“JÁÁ, LEUK HOOR, mam! Dit is dus precies het ENIGE wat ik NIET wilde weten!!!”

Aan het uiteinde van de omhelzing

IMG_2512

Boven mijn hoofd ontwaken de innig verstrengelde kiwi en wisteria uit hun winterslaap en ontknoppen de uiteinden van hun omhelzing in blad en bloem, als onuitgesproken belofte voor weer een vruchtbaar jaar.

Hommels, bijen en wespen scheren vlijtig langs en zelfs het scherpe gezoem van die laatste soort, normaal gesproken goed voor een luidkeels gierende aftocht mijnerzijds, klinkt mij nu vooral fruitig in de oren.

Het is 14 uur en ik moet mij bedwingen niet alvast een grote bel heerlijk-frisse rosé in te schenken. Het feit dat ik mijn kleinste vriend over een uur ergens moet oppikken, geeft mij nog voldoende realiteitszin om mijn lust te weerstaan maar het is een pittige strijd.

Ik wil het Leven vieren. Want teveel mensen gaan ineens. Mensen die oud zijn en op. Of alleen oud terwijl eigenlijk nog lang niet op. Maar ook jonge mensen, die fysiek nog makkelijk zouden kunnen maar mentaal niet meer bij machte zijn. En soms gaan mensen gewoon zomaar. Per ongeluk.

Uiteindelijk, aan het uiteinde van alle omhelzingen, gaan ook wij. Hoewel ik dat zelf verder echt geen leuke gedachte vind, is het de enige waarheid die ik ken die níet gaandeweg zal veranderen. En daarmee geeft het mij iets van geruststellend houvast; een antwoord tussen al het andere wat vooral vraag is. We weten dat we ooit gaan, we weten alleen vooraf niet hoe of waarheen. Een cyclisch kader vol van vrijheid.

Ja, het Leven moet gevierd. En daarom is er de lente om ons hieraan te herinneren. Jubelend via de vogeltjes, uitbundig via het groen.

Dus straks, als alles weer ‘op honk’ is, gaan wij vieren. Dat we vandaag gezond zijn en dat we lief en het goed hebben.

#happyweekend

 

Leven zonder “sorry”

hart-lau

Verdrietig is ze, mijn dochter van net 14. In een opwelling van vriendschap en liefde voor haar vriendinnen heeft ze haar hart voor hen op tafel gelegd. De respons was reuze aardig maar beduidend minder hartstochtelijk en nu voelt ze zich rot: een beetje onbeantwoord maar vooral naakt en kwetsbaar…

Lief meisje van me,

Allereerst, wat een prachtgebaar maak jij jouw vriendinnen! Ik ben trots op jou, dat je zo’n waarachtig stuk van jezelf hebt laten zien. Wat een geluksvogels, die meiden, met jou als vriendin. Iemand die een stukje van zichzelf durft te geven; dat is Liefde met een grote L.

Jouw gezichtje; een onzekere blik en ook een beetje gekwetst alsof je in de kou staat. Ik kan invoelen wat jij voelt, herken het maar al te goed. Gepassioneerd zijn en soms ontploffen van gevoel. Dat vuur heb jij van binnen. Helder brandend, lekker warm.

Ik heb de afgelopen jaren een aantal belangrijke zaken geleerd over dat vuur. Die wil ik jou nu graag meegeven. Hopelijk brengt het jou net zoveel maar dan pakweg 25 jaar eerder dan voor mij het geval was. Dat gun ik je van harte.

Komt-ie:

* Het is logisch dat het koud kan voelen als je weinig tot geen vuur terugkrijgt. Maar bedenk wel liefje, dat vuur zit in jou! Altijd, onder elke omstandigheid. Jij bent de mazzelaar die het vuur van een ander niet nodig heeft om het toch warm te kunnen hebben. Bij jouw eigen vuurtje, daar is het heel goed toeven.

* En soms, schat, soms zal het verzengend voelen. Zelfs ook voor jouzelf. Dat geeft niet, zit dan maar een tijdje heel erg stil en wees niet bang. Want wat er ook gebeurt, het vuur zal weer gaan liggen. Hoe stiller jij zit, hoe eerder het tot rust komt. Als je wild gaat bewegen daarentegen, uit angst voor de hitte, dan is de kans groot dat het oncontroleerbaar oplaait. Dat is waar je voor uit moet kijken. Branden is fijn maar iets of iemand áfbranden niet. Daarmee doe je pijn, ook jezelf.

* Wil jij in het licht daarvan alsjeblieft ook onthouden dat wat een ander hiervan ervaart of hoe een ander op jou reageert, vooral iets zegt over die ander? Dat diegene goed kan ontvangen bijvoorbeeld. Of het heerlijk vindt zich aan jouw vuurtje te laven. En soms is het iemand die een thermostaat heeft die gewoon anders werkt dan de jouwe. Ook dat is goed.

* Nu komt het belangrijkste, liefje: jezelf ontkennen, dat doet pijn! Helemaal als je dit doet omdat iemand anders reageert dan jij hoopte, dacht of verwachtte. Als die reactie jou raakt, kijk dáár dan naar: wat raakt jou en kun je bedenken waarom dit zo is? Vertel dat aan jezelf. Koester het gevoel of laat het voor wat het is. Dat is alles wat je hoeft te doen.

* Dus als jij op dit moment denkt: ‘Had ik nu maar niet mezelf zo hartstochtelijk laten zien!?”, dan wil ik jou vertellen: Dit En Nog Veel Meer Ben Jij: wees daar apetrots op! Geen sorry en geen ‘had-ik-maar-anders-gedaan-dan-ik-was’.

* Wat dit betekent? Dat jij je nooit hoeft te verontschuldigen voor wie jij bent!

Jij. Met jouw blik en armen open, het kunnen geven en jezelf laten zien. Wat een prachtig mooi mensje ben jij.

Alle liefs, mama

“Is hij nou mijn stief-váder?” en andere enge vragen bij een nieuwe liefde

IMG_9909

En toen was er nieuwe liefde in mijn leven. Heerlijk maar ook spannend. Beiden komen we met kinderen, exen, ouders en andere aanverwanten. It’s a first voor ons en ook voor hen. En dat maakt dat af en toe enge vragen worden gesteld.

Vragen waarbij mijn mond wel opengaat maar er slechts vage woorden of niet-determineerbare klanken uitkomen. Antwoorden waar niet zo heel veel touw aan vast te knopen valt.

Help!

Waarom vind ik het enge vragen? Omdat ze me eraan herinneren hoe het eerder ook misging en niet alleen ik maar ook anderen daar heel verdrietig van waren. Omdat ik merk dat er derden zijn die niets met onze liefde te maken hebben en wel onlosmakelijk zijn verbonden met onze relatie. Omdat het prima is dat je eígen kinderen soms zien, horen en dus weten dat jij een boze moederheks kunt zijn, maar heel zielig voor andermans kinderen.

En overall omdat het hartstikke kwetsbaar voelt: het managen van andermans verwachtingen wanneer je ze juist zelf probeert níet te hebben en het dealen met andermans angsten als je die van jezelf nog tracht het hoofd te bieden. Ja, wat mij betreft ernstig enge vragen dus:

Mama, wanneer gaan jullie trouwen?

Mijn jongste van 7 mist iemand in een 1-ouder gezin. Slechts één groot mens in huis past niet in zijn utopische plaatje van hoe het ’t beste toeven is. Natuurlijk wil hij dat papa en mama gewoon gezellig samen in hetzelfde huis wonen maar als dat niet kan, dan is de tweede beste oplossing een andere leuke volwassene. Dus wat hem betreft geldt: niet te lang dralen, the more the merrier, vooruit met de geit. Praktische bezwaren doet hij sowieso niet aan en dat zijn moeder enkele mentaal-psychische ‘beertjes’ op haar weg treft, is niet iets om met hem te bespreken. Dus blijf ik hangen in een “Eehmm, tsjaa, nou, haha”-achtig non-antwoord. Ik kom ermee weg maar weet niet voor hoelang dat zal zijn.

Hou je wel het belang van de kinderen goed in de gaten?

Deze vraag is mijn achilleshiel pur sang. Want als ik íets doe in het hele proces van moeder-zijn, scheiden en nieuwe relaties hebben, is het mezelf schuldig voelen naar de kinderen en hen op de eerste plaats zetten. Ik moet eerder uitkijken dat ik mijzelf hierin niet voorbijloop of vergeet, dan dat ik niet über-zorgvuldig handel in het belang van mijn kinderen. Ja, óók als ik verliefd ben. Iedereen die mijn verhalen leest of kent, weet dat en de vraagsteller van deze vraag zou het zéker moeten weten. Het is goed bedoeld en ook vanuit zorg voor het kroost gesteld, desalniettemin ga ik er lichtjes van in steigerstand.

Het is er toch niet wéér een die direct wegvliegt?

Sinds ik hiervan ben bijgekomen, zie ik in dat de vraag voortkomt uit lieve betrokkenheid. De relaties die ik tot nu had, waren lang genoeg om mijn ouders ervan op de hoogte te stellen. Maar hen kennis laten maken met desbetreffende “beau”, daar kwam het niet van. Nu wel. Maar mijn ouders hechten zich ook aan mensen. Een ‘nieuwe’ ontmoeten, betekent voor hen dus dat zij zich weer open zullen stellen en daarmee ook het risico lopen van afscheid nemen. Maar ja, ik doe niet meer aan garanties waar het de zaken van het hart betreft. Dat heb ik geleerd. Dus mijn antwoord is: “Vandaag is het goed. En morgen vast ook.”

Blijft je bij ons slapen?

Natuurlijk blijf ik bij hem slapen. Maar nog niet als zijn kinderen thuis zijn. Het idee van 24/7 meedraaien in een gezin dat niet het mijne is of opstaan en dan met een soort vogelverschrikkershoofd de rest van het huishouden de stuipen op het lijf jagen: ik ben daar niet aan toe! Mijn zelfbewustzijn zou overuren draaien. Ik heb nog even tijd nodig en het ongecompliceerde van ‘just the two of us’. Heel moeilijk om uit te leggen aan kinderen die mij met open armen ontvangen. Het ligt aan mij lieve schatten, alleen aan mij!

Is hij nou mijn stief-váder?

Mijn middelste is degene die het meeste tobt, denkt, voelt en bij anderen stil staat. De blik in zijn ogen zuigt mij mee naar zijn beleving: wat moet hij hier nou écht van vinden? Deze nieuwe man, hoe leuk ook, is die er in plaats van mijn vader? Is hij nu de Man in Huis? En als ik hem leuk vind, pleeg ik dan een vorm van verraad aan mijn papa?

Ik stel hem gerust door te luisteren en te beamen dat er maar één papa is voor hem en dat alles wat hij voelt of denkt goed is. Ondertussen denk ik bij mezelf: ik vind het veel te fijn om alleen te zijn en mijn eigen ding te regelen en doen. Geen afhankelijkheid maar de Vrouw in Huis!

Enge vragen zetten aan tot moedig zijn

Deze vragen dwingen mij naar de toekomst te kijken. Ooit deed ik dat al en kreeg ik het deksel op mijn neus. En nu zie ik wat er gebeurt! Ik ben bang geworden: bang om op te geven wat ik verworven heb, bang om niet geaccepteerd te worden, bang voor -weer- pijn en verdriet. En dus verschans ik me in mijn nieuwe comfortzone en hou ik niet van enge vragen die me daaruit trekken. Maar de andere betrokkenen zetten mij zo terecht aan tot moedig zijn. Voor hen en ook voor mezelf.

Dus, let’s do this. Nieuwe liefde: inderdaad heerlijk en inderdaad heel spannend. Kom maar op met je enge vragen!

 

 

Loop

2 fly

“Als het nu blijft regenen dan moeten we allemaal warme spullen pakken en een paar dingetjes aan de boot regelen maar we gáán slapen hoor, op die boot, no matter what!!”

Met een vastberaden attitude, de juiste mindset en de kracht van de verbeelding kom je ergens. Dat zie ik iedere keer weer en iedere keer weer sta ik ervan versteld dat het écht zo werkt. Die grappige, karaktervolle, chaotische, creatieve dochter van mij bijvoorbeeld, zij verzet hele bergen met deze eigenschappen. En niet zelden op het laatste moment. Want in de tijd eraan voorafgaand heeft ze te veel andere dingen te doen, vindt ze. Of niet. Dan droomt ze wat voor zich uit.

Ik word er altijd plaatsvervangend zenuwachtig van: “Kom op schat, aan de slag, de tijd dringt. Hoe kan ik nu weten wat je precíes allemaal moet doen? Dat weet jij alleen. Niet handig om daar pas om 5 voor 12 over na te denken…!” Of: “Ben je al begonnen en klopt het met je planning? Wat bedoel je: ‘welke planning’?! Ach natuurlijk, alles zit in je hoofd, ik snap het … zucht.”

Natuurlijk snap ik het. Want ik kijk in een spiegel; het is precies hoe ik het leven aanvlieg. Een stijl met rust én vaart, loopings en duikvluchten maar ook af en toe wat turbulentie of een noodlanding. Dus je leert meebewegen, herijken, de route wat verleggen al naar gelang de omstandigheden op dat moment van je vragen.

Maar die vlucht als geheel? Die is van mij.

Ik zie het bij iedereen die wakker wordt en het heft in handen neemt: met de juiste instelling en een enigszins (als niet onbelangrijk criterium) realistische voorstelling van zaken, passen ook de omstandigheden zich uiteindelijk aan. Een krachtig samenspel van jou met je omgeving en van je omgeving met jou; een natuurlijke ‘loop’.

“Het gaat gewoon gebeuren, no matter what.” Wat een heerlijke uitspraak.

En zie, de zon gaat schijnen. Als ik niet beter zou weten zou ik denken: dat is speciáál voor haar.

Ram Bam

Ram Bam En zo rende familie Mrs. Bean, bestaande uit drie kinderen en hun moeder, door de straat achter hun ontsnapte konijn aan dat de lente en dus de kolder in z’n kop had. De een gierend, de volgende bezorgd, de laatste jagend en moeder Bean genietend, ook nog van de spijker door haar hoofd van de avond ervoor.

Jumpie-Rod, van huis uit rammelaar en nu een je-weet-wel-konijn, had die ochtend besloten zijn geslacht en de afkorting ervan eer aan te doen. Met een stevig aanloopje maakte hij een finale sprong en ramde met zijn zacht aandoende maar kennelijk harde kop, de dekselklep van het hok open. In dezelfde beweging vloog hij het hok uit en de tuin door. Op weg naar de vrijheid.

Moeder Bean die het zag gebeuren, kon niet anders dan vol bewondering het hoofd buigen voor zoveel vindingrijkheid. Kennelijk had Jumpie-Rod geobserveerd hoe de zo op het oog minst kansrijke ontsnappingskant van zijn hok toch kansrijk kon zijn, al die keren dat de Bean-kinderen zich via die kant het hok in hadden gewurmd. Rustig maar met groeiende aandrang had hij gewacht. Tot dat moment.

Terwijl de vlucht door de straten een hilarisch hoogtepunt van de dag dreigde te worden voor familie Mrs. Bean, zag Jumpie-Rod in dat hij, hoewel de wind heerlijk langs zijn oren gierde en hij zijn vastgeroeste lijf eindelijk weer eens in jubelende vrijheid kon strekken, een kapitale fout had gemaakt: hij was zijn vriendin-en-huisgenoot vergeten. Haar bestaan was in de dampen van z’n bronstige hitte voor even aan zijn oog onttrokken geweest. Maar nu, op drift geraakt door de straat, zag datzelfde oog helemaal geen gedroomde velden vol sappige deernen. Slechts huizen, stenen en water.

Alle-keutels-op-een-hoopje, wát een tegenvaller …!

Midden in zijn sprint hield hij halt, draaide zich om en huppelde terug richting tuin waar hij vandaan kwam. Daar aangekomen deed hij met een typische Jumpster-schijnbeweging nog even net alsof hij niet gepakt wilde worden maar moeder Bean die hem, zijn bedoelingen en gemis begreep, greep Jumpie in de nek en herenigde hem met zijn levensmaatje. Dit onder luide aanmoedigingen van de Beantjes in wier ogen zíj op dat moment ook een treetje hoger op de heldinnen-ladder steeg.

En zo was het begin van ook die dag weer een aaneenschakeling van ogenschijnlijk kleine momenten. En op zichzelf staand allemaal van existentiële grootsheid. Zoals zo vele momenten. Op even zovele dagen.

Het leven is mooi. Het leven is goed. En grappig en wonder(lijk)schoon. Voor de goede verstaander op een moment van rust.

Happy Weekend!

3300 voet

Terwijl ze slikte en nóg een keer maar de brok niet weggeslikt kreeg, grijnsde het haar als de onoverkomelijke waarheid in haar gezicht. Ze sloeg haar ogen op en keek het recht aan. Ja: ze zou moeten springen.

… Voor iemand met een mate van hoogtevrees en een misschien niet aangeboren maar wel ergens aangehaakt gebrek aan gevoelde veiligheid, is de suggestie om alles los te laten, de aanloop te nemen en van de berg te springen, ongeveer hetzelfde als vragen of ze zich alsjeblieft even op de hoogte van 3300 voet uit het vliegtuig wil laten vallen, alléén. Eerst is er de flits van avontuur, het ingebeelde gevoel van het heerlijke vallen en dan vliegen zo levendig dat het echt lijkt. Maar daarna neemt de ‘rede’ in het brein het over: want wie zegt dat de parachute het doet?? En trouwens, aan welk touwtje moet er dan in godsnaam op welk moment getrokken worden?! Jij weet helemaal niet hoe dat moet!! IMG_4433

De fysiologie verandert. De mond wordt droog, het hart gaat van verwachtingsvol kloppen over in een angstig gebonk en er ontstaat een pijnlijk gevoel tussen de ribben dat de ademhaling precies onder het borstbeen gevangen houdt. Angst.

Pure, onversneden angst. En wat doet dit met iemand? Yep; het verlamt. Dus gebeurt er niets. En gaat het moment voorbij en alles verder zoals het al was. En was dat nou niet precies waar het gevoel van het in een fuik gevangen zitten vandaan kwam? …

In een nanoseconde joeg het geijkte ‘ik kan het niet, in ieder geval niet alleen’ door haar hoofd terwijl de verlammende keten van reacties in werking trad. Maar net voordat de eerste scheut van pijn tegen haar ribben kon beuken, deed ze iets heel onverwachts. Ze haalde diep adem en zei: “Stop.”

Stop tegen de duivel, stop tegen haar brein. Het verbaasde haarzelf maar ze voelde zich wel ter plekke een stuk beter. Want ergens, weggestopt in een diepte, had haar moed bedacht dat het nu maar eens afgelopen moest zijn met de onzin. Verontwaardigd door het permanent over het hoofd gezien worden, terwijl er zoveel situaties te noemen waren waar hij de hoofdrol had gespeeld. Glorieus had overwonnen en voor zalige momenten had gezorgd. Maar altijd als dat stomme brein zich ermee ging bemoeien, in ieder geval het ‘redelijke’ deel ervan, kon de moed het hazepad kiezen, want was er niemand die hem aandacht gaf. Dus vertrok hij stilletjes in de diepte, wachtend op het volgende moment dat het brein even sliep of het sop de kool niet waard vond. Arrogante kwal. Sinds wanneer is het je hele leven zelf regelen en financieel en emotioneel onafhankelijk zijn als sop de kool niet waard? Of het op dating sites staan wat een doodenge en naargeestige jungle van gekwetste zielen en lullige losers lijkt met af en toe een parel ertussen –tenminste dat hoop je dan maar -?! Of het besluiten je hele wezen open te zetten en een ander in alle openheid te ontvangen in plaats van achter een betonnen muur te beschouwen? Allemaal uitdagingen die buiten haar comfortzone lagen. En die ook eerst onmogelijk, lastig of eng hadden geleken maar eenmaal toe over gegaan prima te handelen.

Op een of andere manier lieten zij en haar moed zich iedere keer weer op een dwaalspoor zetten door het brein. Hoe dichter bij haar kern, hoe dikker het rookgordijn.

Maar nu: genoeg! Moed heette niet voor niets moed. En als je moed heet, dan moet je maar eens wat.

“Stop.” En ze sprong.