Solly, solly …

AB45B3A2-84B6-4B05-908F-BFCDD97585E7

Soms moet je even afkoelen. Alleen. Met jezelf. Vanwége jezelf. Of anderen. Hoe dan ook, toen ik van binnen ontplofte en kon kiezen om dat van buiten ook te doen richting mijn lunchgezelschap, bestaande uit 4 onwillig lamenterende pubers en 1 irritante net 10-jarige, òf mezelf even schaars te maken, koos ik voor het laatste.

Dus liet ik hen zitten waar ze zaten in het surfrestaurant, stampte via het bloedhete strand terug naar huis, pakte de auto en reed naar het Spaanse stadje dat bij aankomst in diepe siësta bleek te verkeren. Alle winkels waren dicht, dus daar ging mijn plan om mezelf als troost eens gezellig van iets leuk nieuws Spaans te voorzien.

5 Minuten later wist ik weer waarom die slimme Spanjaarden tussen half 2 en half 6 alles dichtgooien, want zat ik uitgewrongen en lamgeslagen door de intense warmte, mijn allang weer weggezakte woede en lichte spijt over de achtergelaten heerlijke dis met fris sprankelend water en zeebriesje, op een stoepje onder twee olijfbomen.

Terwijl ik enigszins somber peinzend over mijn af en toe explosieve aard voor me uit staarde, zag ik ineens de winkelruit vóór me: Thai Massage. Open all day. Met daaronder een bordje waarop de specialiteiten van het huis: ‘body 30 minutes or 60 minutes’ en ‘feet’ zelfde tijdspanne. Al starend nam de visualisatie bezit van mij waarin sierlijk kleine doch sterke vingers op precies de goede plekken onder mijn voetzool duwden, mijn tenen kneedden en vloeiend het zware gevoel uit mijn enkels zouden rollen.

Bevangen door dit beeld, kwamen mijn voeten als vanzelf in beweging. Ik liep naar binnen en meldde mij bij de desk: “Hola. Si. Espela aquí.” (“Hallo. Ja. Wacht hiel.”). Ik wachtte.

De laatste keer dat ik een Thaise massage ‘genoot’, staat me nog vers in het geheugen gegrift als heuse foltering. Waarom ik dit dan nu weer wilde, wist ik niet goed, misschien een complexe combinatie van iets doen waar ik me beter door zou voelen en het gevoel dat ik wellicht een kleine straf verdiende.

Overal hingen ingelijste diploma’s die de professionaliteit van de masseuses onderstreepten. Deze, samen met de vertrouwenwekkende want ingewikkelde posters van het menselijk lichaam waarop de verbindingen tussen onze chakra’s en alle spieren, zenuwen en botjes met elkaar weergegeven werden, droegen er aan bij dat ik me stukje bij beetje ontspande. Iets wat volgens Kim, de Thaise masseuse die mij destijds onder handen nam, nodig is om pijnlozer door de massage en het leven te gaan.

Eindelijk kwam achter een deur een kleine, wat oudere dame tevoorschijn die mij wenkte. Haar gezicht het toppunt van ondoorgrondelijke vriendelijkheid, gebaarde ze mij te gaan liggen op het massagebed, dat was voorzien van mooie lappen en naar jasmijn geurende handdoeken. Mijn jurk moest uit en toen ik wees naar mijn voeten “Sólo los pies?”, maakte ze een geluid dat ik niet begreep en begon mijn voeten heerlijk in een olietje te zetten. Ik dacht “Kan mij het schelen.”, deed mijn ogen dicht en gaf me over.

Drie seconden later schoot een felle pijnscheut door mijn linkervoet, die overging in de volgende om vervolgens een helse aaneenschakeling van scheuten te worden. Ik kon alleen maar mijn ogen stijf dichtknijpen, handen voor mijn mond slaan, het van binnen uitgieren van de pijn en denken: “WAAROM??!!”

Waarom had ik bedacht dat het dit keer pijnloos zou zijn, wáárom deed ik dit soort dingen, waarom, waarom, waaróm?!

Met een houten staafje ragde de lieve, oude vrouw over mijn voet alsof het een stuk deeg was dat tot pizza moest worden. Hard. Aangezien mijn voeten alleen maar vel, botjes, spieren en zenuwen zijn, hoef ik niet uit te leggen hoe dat voelde. Ik beet mijn handen stuk, kneep mijn billen samen en deed alles om het niet uit te gillen. Nadat het deeg genoeg was stukgeslagen, waren mijn tenen aan de beurt. Het stokje werd er tussen gepord, stuk voor stuk en daarna werden ze ieder om de beurt uit hun kom getrokken. Vervolgens opnieuw aan de rechterkant, want opgeven is geen optie en we maken natuurlijk wél af waar we aan begonnen zijn.

Na de voeten dook mijn martelares, die achter mijn stijfgesloten ogen de gedaante van een vuurspugende, oosterse krijger had aangenomen, op mijn dijen. Zij, in haar totaliteit even klein en smal als één dij van mij, bewerkte met schouder, bovenarm en elleboog bruut al die spieren die inmiddels gespannen stonden als een veer. Toen ik dan eindelijk een diepe kreun niet meer kon onderdrukken, keek zij op, zei: “Hihi, solly, solly…” en ging gewoon door.

Dit herhaalde zich de rest van mijn benen en toen het eindelijk klaar was en ik met tranen in mijn ogen van dankbaarheid over het eindige van deze lijdensweg wilde opstaan, liet ze me slechts rechtop zitten, zei nog één keer: “Solly, Solly”, sprong achter mij op de bank en plantte haar knie in de kom tussen schouder en nek. Ik hoorde “KRAK” en dacht even helemaal niets meer.

10 Minuten later stond ik fris op straat, al mijn soepele tenen voelend terwijl ik die normaal nooit voel. Ik keek naar mijn voeten, naglanzend van de olie, de huid weer zacht en mooi in plaats van craquelé als bij binnenkomst. Stevig op de grond, sterk en getuned. Klaar om nieuwe stappen te gaan zetten.

Ineens wist ik het antwoord op het ‘Waarom?’.

Omdat af en toe even pijn lijden en tóch doorzetten, wonderwel heilzaam is.

Let op: dit is een vies verhaal!

image

“Volgens mij zijn dat voelsprieten, denk je niet?”, murmel ik met één oog dichtgeknepen en de andere tegen de kijker van zijn nieuwe, zelf bij de Kringloop gevonden en aangeschafte microscoop.

Wild rukt hij het apparaat onder mijn zoekende blik vandaan. Zo, heeft hij meteen nog twee wimpers om straks uitgebreid te onderzoeken.

“Nee joh, mam! Je ziet toch dat het de tánden van de mier zijn! Ze zijn heel groot omdat je door de microscoop kijkt. Die verGROOT de dingen. Daarom kun je ook de céllen zien! Tssssssjgrmpflgg. Jij weet toch wel hoe een microscóóp werkt??!!”

Zojuist heeft hij met chirurgische precisie hoofd en romp van een mier gescheiden met een vlijmscherp mesje dat in de microscoop-doos bijgeleverd is, en het mierenhoofd geplet tussen de twee glazen schaaltjes. Om beurten staren we door de kijker en vertellen elkaar wat we zien.

Wat hier aan vooraf ging

Gisteren in de Kringloop, waar we waren omdat hij en zijn grote broer uitvinders zijn en vernomen hebben dat je bij de Kringloop soms grote partijen ‘kleine-dingetjes-waar-je-coole-schietapparaten-van-kunt-maken’, kunt kopen voor bijna niets, vond hij zijn microscoop. In een grote doos met allerlei toebehoren. Ter plekke besloot hij dat hij naast uitvinder ook onderzoeker was en trok met groot gebaar zijn portemonnee.

Leeg. Vergeten dat hij naast uitvinder en onderzoeker ook big spender en dus platzak was. Of grote broer hem even wilde ‘lenen’. Ruimhartig gniffelend voldeed deze aan zijn verzoek. En zelden heb ik iemand met zo veel voldoening en zin in wat het hem brengen zou, een pakket in ontvangst zien nemen.

Terug naar vanochtend.

Net uit mijn bed wordt een dramatisch in de lucht gestoken voet in mijn gezicht geplant: “Mam, kijk eens! Mijn ontstoken teen loopt leeg!! Het is geel mét rood, dat moet ik onderzoeken! Pak jij snel dat prikkertje en een glaasje uit mijn microscoopdoos, en dan moet je even die pus daarop doen, oké?!”

Verdwaasd en nog niet helemaal wakker, gehoorzaam ik. Het lukt me ternauwernood zijn aanbod af te slaan om mee te kijken. Mijn koffie smaakt mij voor het eerst in lange tijd niet en ik vraag mezelf af hoe hij mij zover heeft gekregen. Maar ik weet het heus wel: dit enthousiaste mannetje past al 8 jaar lang de Tactiek van de Overrompeling op mij toe. Want hij weet dat die werkt.

Als de pus even later niet meer verder te determineren valt en grote zus inmiddels zelf geprikt bloed heeft moeten afstaan maar we geen jodium hebben dus de cellen niet kunnen onderscheiden, gaat hij naar buiten en plukt een pissebed ergens onder vandaan. De bedoeling is het beestje van enige ledematen te ontdoen. Bleek om de neus komt hij 5 minuten later binnen: of ik dat even wil opknappen.

Nee, lieve kleine wetenschapper van me. Deze zag je moeder aankomen en wil ze niet.

Dan dus maar de mier.

 

 

 

 

Change your game; verjaag je innerlijke reptiel

image

Mijn wereld keert naar binnen: waarneming vanuit ogen en oren versmalt en dempt, hersens werken trager, hartslag versnelt. Ik krijg het heet en koud tegelijk en hang tussen twee impulsen: wegwezen of to charge and kill?!  

Zie hier de reactie die ik bij mezelf waarnam toen ik werd geconfronteerd met een stress-trigger. Naderhand was ik verbaasd over het verwoestende effect dat een ogenschijnlijk klein incident op mij had.

App die mij van mijn sokkel sloeg

Het incident? Een app-bericht over iets wat ik gezegd zou hebben en wat daar de consequentie van zou kunnen zijn.

Doe normaal: dat is te onbeduidend om bij stil te staan!

Ja, dat zou je zeggen. Maar voor mij kennelijk niet want het was onwaar, raakte aan mensen die ik liefheb en ik kon me er niet tegen verdedigen. Teveel voor mijn brein om aan te kunnen en mijn innerlijke alarm ging op rood: gevaar!

Het brein en de werkende lagen

Ooit leerde ik iets over de werking van de hersenen in 3 met elkaar communicerende lagen. In een versimpelde notendop: vanuit het reptielenbrein worden de meest basale functies aangestuurd waarmee wij (over)leven. Ook huizen daar onze primaire impulsen fight, flight en freeze die we ervaren in overlevingssituaties. In ons zoogdierenbrein zitten de emoties en het geheugen dat ermee is verbonden. Er omheen ligt de ratio die ons helpt bij het nadenken, verbanden leggen, keuzes maken en zelfreflectie.

In goede onderlinge samenwerking maken deze drie brein-lagen dat wij ‘normaal’ doen.

Reductie tot reptielenstatus

Als hevige stress om de hoek komt kijken, blokkeert de zuurstofstroom naar je ratio en werkt relativerende deel van je brein even niet. Dan nemen negatieve emoties en jouw overlevingsgedrag het over. Simpel gezegd kom je terecht in een staat van disfunctioneren: het reptiel zwaait de scepter.

Koppeling herinnering-emotie-gedrag   

Overlevingsgedrag ontstaat in je vroege jaren. Je maakt dingen mee die jouw primaire impulsen prikkelen en daar negatieve emoties aan koppelen. Het brein onderscheidt geen ‘toen’ en ‘nu’, zij vindt het één pot nat. In je leven komen steeds situaties voorbij die voor jouw brein diezelfde emotionele lading hebben en daarmee hetzelfde primaire gedrag oproepen. Een kleine, onbeduidende trigger kan hierdoor een groot emotioneel gevolg hebben en daaraan gekoppeld onevenredig primair (lees: woest) gedrag.

Wat kun je doen?

Op een moment van grote stress is alle aandacht bij jouw primaire impulsen, je wilt vechten of vluchten! De kunst is om de aandacht te verleggen en zo het systeem te herstellen. Als dat lukt, kun je weer helder denken en doen. De oplossing zit ‘m in het adem halen en het ont-spannen van je spieren.

Adem in, adem uit

Rustig en diep ademhalen brengt die zuurstofstroom weer op gang. En omdat ons brein zich graag laat afleiden door plaatjes, helpt het extra de weg van je adem te visualiseren: door neus, keel en borst naar je buik, het daar even rond laten gaan en dan dezelfde weg weer terug.

Kom in beweging

Je systeem staat strak, klaar om te vechten of heel hard weg te rennen. Die spanning moet eraf. Dat kan simpel door je spieren even extra aan te spannen, de ontspanning volgt daarna vanzelf. Zo werkt ons lijf nou eenmaal. Daarom is sporten ook zo goed. En seks. En schrijven.

Hallelujah, dát klinkt makkelijk! Het herstel zit gewoon in het bewust gebruik maken van wat er al is; je adem en je spieren!? Ja, dat klopt. En als je je daar eenmaal echt van bewust bent, dus niet omdat je het nu gelezen hebt maar na lang en veel oefenen en toepassen en dan nóg eens (en nog eens), gaat het jouw game changer zijn. Ik beloof het je.

Dat appje dus?

Midden in mijn stressreactie als gevolg van dat stomme appje, terwijl ik niet in staat was te bewegen, mijn mond kurkdroog voelde en ik zag dat de kinderen tegen me praatten, maar ik me niet kon focussen op wat zij zeiden, realiseerde ik me wat er aan de hand was: mijn reptiel zwaait de scepter! Dus ik deed wat ik heb geleerd: ik haalde een paar keer heel diep adem, stond op en maakte een paar kniebuigingen (je moet toch wat terwijl drie kinderen je aanstaren) en keerde als vanzelf terug.

“Wat doe je mam?”

“Oh, niets bijzonders liefje, ik verjaag even een vervelend beest …”

Uit mijn dagboek: Mag ik héél eventjes struisvogel zijn?

image

Eén jaar geleden. Vliegen, lopen, rennen en vallen. Grote onzekerheid afgewisseld met stoere en oprecht gevoelde I can do it!’s. Die innerlijke strijd. Verscheurend en uitputtend, in gevecht met vooral mezelf.

De ene keer vol goede moed, dan weer met de moed der wanhoop en heel soms even moedeloos:

“Vanuit een diepe slaap kwam ik net ineens naar boven. Ik weet niet waarom. Ik hoor vogels en voel een zacht fris briesje door m’n open raam. Ik zie zonnestralen door m’n jaloezieën. Heel prinses-weelderig klinkt dit. En dat is het ook. Voor precies 2 seconden.

Want dan: reality hits me. En ook: reality bites! Over een maand zit ik zonder werk . En dus zonder inkomen! Fuck, hélp!!!

Ik ben huisbezitter. Met kinderen. Een single mama die zo nodig Zelfstandige wil zijn. Wat heb ik gedáán!? Ik heb veiligheid opgegeven voor eigenwaarde. In elke setting zou ik dat voor iedereen toejuichen maar nu voor mij voelt t vooral als: erg-nobel-maar-niet-goed-doordacht-en-dodelijk-eng. Die eigenwaarde daalt met deze realisatie ter plekke naar een nulpunt.

Ik kruip weg onder mijn dekens in de hoop dat deze ramp vanzelf overwaait maar vrees op voorhand het ergste. Toch ga ik even mijn struisvogeltactiek toepassen. Heel even. En dan, als ik me weer een beetje oké voel, kijk ik reality wel weer aan…”

Zie mij nu, één jaar later. Still standing, quite steady and strong. Voorzichtig bouwend en stap voor stap. Ja, het gevaar van mijn eigen valletjes loert steeds. Maar als ik rustig doorloop en durf te blijven kijken, ook al ziet het er donker en gevaarlijk uit, dan blijft de grond altijd in de buurt van mijn voeten.

Walk on!

De uitdaging die een heel andere bleek

mountaineering

Totaal ongeoefend beklim ik in Italië een berg met twee kompanen. Zij trainen voor iets groots en ik ga gewoon mee. Dat vind ik leuk en een hele uitdaging, want zal ik de top wel halen? De werkelijke vraag blijkt een heel andere: hóe overleef ik de nacht?

Boven en naast mij klinkt een concerto grandioso van geronk, gereutel, gezaag en gesnork, af en toe kracht bijgezet door een daverende knal. Ik knijp oren en neus dicht. Niet het klimmen naar een hoogte van 2900-en-nog-wat meter blijkt mijn grootste uitdaging. Nee, het is veel basaler: ik zal alle zeilen bij moeten zetten om deze nacht door te komen, zonder heel gekke dingen te doen.

Regels van een berghut

Na een zware dagtocht zijn we aangekomen bij de ‘Bivacco’ ofwel home of the moutaineers. Een hut van plaatmateriaal met een dak erboven, matrassen, dekens en een tafel. Dat is wat er is. Alles wat je meer had gewenst, had je zelf mee moeten nemen.

Deze bivacco blijkt druk vannacht. Met onze komst zijn we met negen man en in de verte komt nog een eenling aan. Tien is vol. Ik vraag me af wat er gebeurt als straks nog meer mensen aan komen klauteren. Survival of the fittest? Zoek het maar uit en zout maar op terug de berg af, had je maar op tijd moeten komen? Geen idee! Ik ken de mores van zo’n berghut niet. Maar voor de zekerheid leg ik alvast mijn slaapzak uit op een matras.

Gezellige slapies

Een Italiaanse eenling, twee ruwe bergmannen met heavy duty gletsjergear, een gezin met twee kinderen en ik met mijn twee klim-kornuiten. Ieder zorgt voor zich en babbelt ook wat met elkaar. Een groep van groepjes. Een uur geleden kenden we elkaar nog niet en nu zijn we huisgenoten-voor-een-nacht. Gelukkig komt er niemand meer bij; in de bivacco heerst een rustige balans. Als vanzelf ontstaat het onderling gedeeld ritme van eten maken en opeten, opruimen, tanden poetsen (oh nee, dat doen alleen wij en het gezin), ergens ongezien plassen (oh nee, dat doen alleen de moeder van het gezin en ik) en dan om 21.00 uur de slaapzak in want donker en koud. In dit nieuw ontstane gevoel van camaraderie is het lekker cosy tukken.

Well, guess again.

Realiteit bijt

Die cultuur van het bergvolk, daar leer ik wat over, zo in deze nacht. Namelijk dat geldt: “ieder voor zich en God voor jou alleen”. Gesnurk en gewind dus. Gepraat alsof men de enige is, hoofdlampen die aan gaan en het in- en uitlopen van mensen die daarbij keihard klappen met de buitendeur. Uitermate boeiend, zeer lawaaiig en inmiddels mottig warm. Dit gaat niet meer over fysieke grenzen, maar over mijn eigen, heel persoonlijke waarden: die van ruimte, rekening houden met en van beschaafd gedrag. HOE, in hemelsnaam, ga ik deze nacht doorkomen?!

Silencio per favore

Om 02.00 uur zoek ik de weldadige stilte op van de frisse buitenlucht. De kans op een face-to-face ontmoeting met een yeti of ander mysterieus bergwezen voor lief nemend, want ik móet er echt uit. Weg bij hun herrie en mijn neiging om te gaan slaan. Weg bij het gevecht dat ik voer met alleen maar mijzelf.

Onder het stille sterrendak, overweeg ik mij met mijn slaapzak op een steen neer te vleien. Helaas, uit veiligheidsoverwegingen mag dat niet. Ik sleep mezelf maar weer naar binnen, de bivacco in. Dat dit helemaal niemand z’n probleem is behalve dat van mij, is inmiddels net zo helder als het licht van de sterren.

‘Gewoon’

Dus ik zet me schrap maar laat tegelijkertijd alles voor wat het is. En wanneer dat even niet lukt pas ik een van de andere mind-volle technieken toe, die ik wel eens voorbij heb zien komen. Gewoon liggen. Gewoon doorademen.

Uiteindelijk slaap ik slechts van half 5 tot half 8 maar heb ik verder niets raars gedaan. Niemand in zijn neus geknepen of in zijn oor gesist, geen peut met mijn elleboog uitgedeeld noch opstandig met de deur gewapperd. Alhoewel ik daar echt Heel. Veel. Zin in had! Ik heb mezelf in weten te houden tot slechts wat hartgrondig gezucht en het nét iets bruusker omdraaien dan strikt noodzakelijk.

Het is mooi

Ik ben nu klaar voor de afdaling. Doodmoe maar I did it! Voordat ik aan deze bergtocht begon wist ik niet dat het “I did it” déze betekenis zou hebben. Het klimmen naar die top bleek peanuts vergeleken bij de knop van innerlijke zelfregulatie waar ik aan heb moeten draaien. Maar het is me gelukt en mijn primaire neiging om uit pure ergernis gekke dingen te doen, heb ik weten te bedwingen.

Zo, die steek ik mooi in mijn rugzak. En kom nu maar door met je afdaling want deze mountaineer ruikt stal!

 

Mails die ik in mijn hoofd ooit schreef maar nooit verstuurde (4)

Schim by Lauren

Dag schim in de menigte,

Wie je precies bent, weet ik niet. Je komt in vele gedaanten en hebt vele gezichten.

Je doet vriendelijk tegen me, groet me, maakt een praatje. Of je zegt niets en kijkt alleen. Wellicht ook dat niet. Ik zou het niet weten want zoals ik al zei: ik weet niet wie je bent.

Jij weet wel wie ik ben, want je hebt het over mij. Ik neem daarom aan dat je me ook kent. Anders zou je het denk ik over me hebben in de vragende vorm, vanuit belangstelling of nieuwsgierigheid.

Maar jij bent wat minder genuanceerd; je víndt er iets van dat ik zo eerlijk over mezelf schrijf en dat vervolgens publiceer. Je begrijpt niet waar het voor nodig is, dat publieke. Je vind het belachelijk zelfs. Daar praat je over. Met anderen dan, niet met mij.

En nu vraag ik mij iets af. Wil je het écht weten, het waarom van mijn openheid? De reden waarom ik schrijf en mijn stukjes publiceer? Want als dat zo is, zou je het mij gewoon kunnen vragen. En krijg je antwoord. Het échte antwoord. En niet dat van een ander die niet spreekt voor of namens mij.

Wist je dat een oordeel hebben over een ander of iets wat een ander doet, meestal iets zegt over wat het in jou raakt? Niets met míj te maken heeft dus, maar met jouzelf? Goh, daar zou ík nou graag eens met jou over willen bomen. Zou je het lef hebben daar open over te zijn? Misschien. Maar misschien ook niet. En weet je? Dat is allemaal oké.

Laten we afspreken dat je met me levelt wanneer je me een volgende keer treft. Niet alleen me in mijn gezicht toelacht en met me over niets babbelt, of vanuit de verte zwaait en doet of alles zo leuk is en oké. Want als je mij zou lezen zou je weten dat ik daar niet van hou. Sterker nog: ik heb een bloedhekel aan dat soort fake.

Het raakt mij namelijk onaangenaam dat jij zo over mij praat. Feitelijk ongehinderd door enige kennis. Tuurlijk! Ik weet dat ik me er het beste niets van aan kan trekken maar ik ben een mens en het doet zelfs een beetje pijn. Stom eigenlijk. Je bent een schim zonder gezicht.

Ik denk dat het pijn doet omdat ik me kwetsbaar opstel en bij zoiets als dit voelt het ineens niet fijn. I know, mijn keuze. En nee, zeker niet jouw probleem. Maar wellicht fijn voor je om te weten, omdat je je daar waarschijnlijk niet eens van bewust bent.

Ik realiseer me al schrijvend: jij helpt me ook. Want met je armen open staan betekent natuurlijk ook af en toe onbeschermd zijn tegen een tik. Dat moet ik duidelijk nog leren, onder andere van jou.

Ha, wat mooi, het klopt dus echt: we hébben allemaal een rol in elkaars leven. Helpen elkaar allemaal een beetje op weg naar huis.

Hee, bedankt voor dit zetje! Ik zie uit naar het moment dat jij het mijne in ontvangst neemt.

😉

A.

adem en stuur

AdemenStuur

Soms tref je jezelf op een moment van totale wanorde. Innerlijk bedoel ik dan, van buiten ziet niemand er verder iets van. Wat doe je om weer vat op de zaak en vooral op jezelf te krijgen?

Misschien herken je wat voor mij ook geldt: namelijk dat als ik het van binnen allemaal even niet meer weet, ik het daarbuiten ga ordenen. Ik verleg mijn focus. Dat geeft mij op zo’n moment even iets van rust  want een gevoel van controle.

“Echt effectief is dat niet.”

Nee, klopt. Want niets is onder controle natuurlijk. Al helemaal niet datgene wat zich binnen in mij afspeelt noch de omstandigheden die daar een rol in spelen. De werkelijke chaos ga ik dus even uit de weg. Dat kan ik best lang volhouden terwijl een groeiende klont in mijn maag het goed ademen zwaarder maakt.

Pas als ik het idee heb dat de zuurstof niet verder komt dan hoog in mijn keel, ontkom ik er naar adem happend niet meer aan om de werkelijke shit aan te kijken.

In eerste instantie kijk ik om me heen; wie kan mij helpen, wie kan dit van mij overnemen? En zie dan dat het oorverdovend stil en verlaten is. Want wat zich ín mij afspeelt, is aan mij en mij alleen om aan te gaan.

“Oh help maar dat kan ik niet.”

En terwijl de paniek opwelt om door mijn systeem te kunnen gieren, start het proces van zelfregulatie, door veel en hard te oefenen nu onderdeel van datzelfde systeem. Want dat ik het alleen moet doen, wist ik al! En dat ik het alleen kán doen, weet ik ook al. Maar kennelijk weet ik het nog niet sterk en zeker genoeg. Dus giert er stiekem toch van alles.

“Hé kom op. Je hebt wel voor hetere vuren gestaan. Helemáál alleen bleek je uiteindelijk nooit. En als wel dan toch: je leeft nog steeds.”

Het besef ontwaakt dat ik het, als ik maar rustig door blijf ademen, helemaal niet zo alleen hoef te doen. Dat er fijne mensen om me heen staan, die er niet alleen oprecht voor mij zijn maar die ook hun vertrouwen in mij al zo vaak hebben uitgesproken. Mensen bij wie ik onvoorwaardelijk liefde, kracht en wijsheid kan en mag tappen. Die ieder op hun eigen manier een lijntje met mij hebben en koesteren. En ik met hen.

Al het andere of al die anderen doen er eigenlijk niet toe. Althans; het doet er wel toe maar ik wil me er niet door van de wijs laten brengen. Dat besluit ik en wanneer ik dat besluit gebeurt er iets wonderlijks: de paniek gaat liggen en de chaotische brij van gedachten lost op. In mijn hoofd ontstaat rust en een helder palet om naar te kijken.

Nu kan ik wel-effectief aan de slag en stel mezelf een aantal wezenlijke vragen, waarbij als eerste de meest existentiële:

Ga ik dood aan wat ik zie? Nee!
Is het lastig? Ja.
Maar is het oplosbaar? JA!

En dan weet ik dat het goed komt. Als ik maar rustig blijf ademen en niet schroom te tappen waar ik tappen kan, mag en nodig heb.

Deze vorm van zelfregulatie is een zelfbedachte tussen de vele, door anderen bedachte vormen die er zijn. Daar zijn talloze boeken over geschreven maar in de kern komt het op één en hetzelfde ding neer.

Namelijk het werkelijke geloof dat jij aan het stuur staat waarmee je bepaalt welke waarde jij hecht aan jouw gedachten en daarmee welke kwaliteit jouw leven heeft.