Reddeloos verloren

reddeloos verloren

“Mam, weet je wat ik heb ontdekt?”

Al dingen uit de schappen pakkend met mijn verstand op nul want-Lidl-dus-alles-wat-ik-enigszins-denk-in-de-niet-al-te-verre-toekomst-een-keer-nodig-te-hebben, reageer ik wat afwezig: ‘Nou, wat dan?’

“Als ik zeg: ‘Ooohh, dit is ZÓ lekker!!’ dan zeg jij altijd: ‘Nou ok, pak maar.’, terwijl als ik het vráág, bijvoorbeeld: ‘Mag ik deze nootjes of chips of ijsjes?’, dan mag het bijna nooit! Bij papa is dat precies hetzelfde :))!”

Triomfantelijk kijkt hij me aan terwijl ik me verbaas over zijn slimme opmerkzaamheid. Dit is iets waar ik totaal niet bij stil heb gestaan. Nog nooit.

Ik knuffel hem stevig midden in die winkel, het kan nog net. Wat hou ik toch van dit onbaatzuchtige mannetje dat me per ongeluk zijn geheime winkel-wapen verklapt. En ik realiseer me dat ik hem deze middag, waarop hij zomaar uit school even bij zijn moesje langskwam terwijl het niet ‘mijn dagen’ zijn en gewoon goedgemutst en gezellig (ik hoefde er niet eens om te smeken) met me mee is getogen naar de supermarkt om me te helpen, helemaal níets geweigerd zou hebben.

Maar dat vertel ik hem er mooi niet bij …

Routineus

Mé-lie-té-ren

Net als ik wegzak in een weldadig meditatieve stilte, hoor ik boven een deurklink en sluipende voetjes en gaat het deel van mijn hersenen wat net even rustig was, direct aan de slag. Ik maan het tot stilte. Althans, dat probeer ik maar ook de rest van mij spitst zich op wat komen gaat.

En ja hoor, daar gaat de deur van de woonkamer zachtjes open, zo ook mijn rechteroog. Ik kijk in een voorzichtig lachend gezichtje.

“Goeiemorgen mam. Ben jij aan het mé-lie-té-ren?”

Ik haal mijn in elkaar gevouwen handen los en strek ze naar hem uit. Verheugd komt hij naar me toe en nestelt zich in de kom van mijn kleermakerszit. Zijn handjes in de mijne en zijn lijfje helemaal tegen me aan. Zo hebben we dat al vaker gedaan en ik weet: heel veel fijner wordt het niet, dat ‘melieteren’.

-Het zet niet echt de bedoelde zoden aan de dijk maar een kniesoor die daarover klaagt-

“Hoe lang nog?”
‘Nog 5 minuten en dan ga ik een paar oefeningen doen.’
“Óe-feningen?! Wat voor oefeningen?”
‘Een paar makkelijke, die hebben we al wel eens met z’n allen gedaan: buikspieren, benen en armen. Maar nu even stil, oké?’

…..

Sinds kort volg ik namelijk een ochtendroutine. Het duurt een minuut of 30 en bestaat uit de volgende stappen:
1) Na het opstaan direct je tandenpoetsen en een glas water drinken, dat geeft een fris gevoel in je hoofd
2) 10 minuten mediteren
3) 5 minuten focussen op wat je gaat doen die dag, dus niet het uitbannen van je gedachten maar ze juist extra sturen op wat er die dag voor jou op het programma staat. Een héle goede oefening voor een warrig hoofd.
4) De 7 minute workout; daar zijn apps voor. Één rondje is niet om in shape te komen maar wel om je lichaam in beweging te zetten en de stilte-oefeningen te laten landen.
5) Nog 2 minuten rekken en je bent klaar voor de douche, het ontbijt en de rest van je dag.

Herken je dit bijvoorbeeld: zo’n dag waarop je niet persé (vroeg) hoeft op te staan maar het wel druk hebt voor je gevoel. Blijven liggen vergroot dan de kans dat het hoofd de overhand krijgt, met als risico dat de doezel-exercitie uitmondt in onrustige to-do lijsten (die ikzelf bij de koffie alweer ben vergeten wat leidt tot frustratie) of negatieve gedachten over dingen, jezelf of anderen. Deze 5 stappen routine voorkomt dit. En op al die andere dagen dat je er wel op tijd uit moet en direct haast hebt, ben je het stress-gevoel vóór, vanwege het feit dat de dag met een frisse start bent begonnen die balans en energie geeft.

‘Routine’ klinkt van zichzelf niet leuk want saai maar is bijzonder zinvol.

…..

Terwijl ik in diepe muurzit de 60 seconden probeer te slechten, ligt mijn kleine vriend ergens anders in Plank-stand hardop te tellen. Zijn billetjes gaan alle kanten op en zijn knietjes staan al op de grond. Ik krijg zo de slappe lach dat ik door mijn muurzit heen zak. Als ík daarna in diezelfde Plank hang, lacht hij mij keihard uit. Mijn crunches telt hij hardop verkeerd en bij de squats klapt hij met veel kabaal ter aarde waardoor de andere twee ook wakker worden.

Goed. Daar gaat mijn routine.

Morgen nog maar een kwartiertje eerder op.

I.M. Madiba

madiba 3

‘Mama, wie is die meneer? Hij heeft een lief gezicht want hij lacht en kijkt heel aardig.’

“Dat is Nelson Mandela. Hij was ook een lieve meneer, denk ik. En hij was in ieder geval een heel bijzondere meneer. Hij is overleden.”

‘Ja, want ik zie dat hij al heel oud is. Waaróm is hij dan een bijzondere meneer?’

“Nou, hij heeft heel lang in de gevangenis moeten zitten, omdat hij vond dat alle mensen gelijk zijn en vrij moeten kunnen leven en dat niemand beter is dan de ander. En toen ze hem eindelijk vrij lieten, gaf hij de boze mannen een hand in plaats van een klap.”

‘Écht!!?? Was hij dan niet héél boos op die mannen?’

“Ik denk dat hij dat zeker wel is geweest maar toen hij vrij was vond hij het veel belangrijker om dat te vieren en heel veel andere mensen daarmee te helpen. Daarom is hij bijzonder. Iedereen in de hele wereld kent hem.”

….

‘Mama? Ik wilde hem eigenlijk óók wel kennen.’