Wat moet je als moeder als zo’n bom ontploft?

IMG_9912

Straks komen ze thuis en hebben ze het erover gehad op school. Mijn kinderen: 7, 11 en 13 jaar jong. Ze zullen  allemaal hun eigen vragen hebben; over Brussel, bommen en zelfmoord. En ik? In alle eerlijkheid: deze moeder weet nog even niet wat ze erop zal antwoorden.

Zelden voel ik me zo incompetent als moeder, als op de momenten waarop zij vragen hebben over dingen die in de wereld spelen, die ons allen raken en dreigend zijn, maar tegelijkertijd ook zó groot zijn dat ik niet weet waar ik zou moeten beginnen met vertellen. Ik wil hen geen angst meegeven, ik wil blijven opvoeden, ik wil ze beschermen. Maar nergens in het Handboek voor Moeders staat hoe dat moet.

Vragen

Door mijn hoofd spelen mijn eigen vragen, een heleboel. Wat bezielt zo’n gast toch? Hoelang tot de eerste bom in Nederland ontploft. Waar ben ik dan? Waar zijn zíj dan? En de meest prangende als ouder: hoe kan ik mijn kleintjes beschermen..?? Dus als ik zelf zoveel vragen heb, hoe kan ik dan in godsnaam die van hen beantwoorden?

Bang en bevend? Ik dacht het niet!

Een beslissing die ik in ieder geval ten diepste neem is dat het met hen delen van de angsten die ik voel, wel het allerlaatste is wat ik zal doen. Ik wil dat hun leven en beleving ervan niet lijdt onder wat zich afspeelt in die verziekte hoofden van terroristen. Het is belangrijk dat ze weten hoe het zit, de feitelijke kant ervan. Maar we gaan ons daar niet door laten leiden.

Cool en collected dan?

Ik kan ervoor kiezen geruststellend te zijn: “Nee hoor, lieve schat. Hier zal dat niet zo snel gebeuren.” Maar helaas: totaal ongeloofwaardig! Dat weten we niet, en dat weten zij ook. Daarnaast, Brussel is praktisch om de hoek. De tactiek dat ik, wij, hier alles onder controle hebben? Nee dat gaat hem zeker niet worden.

Wat klein is wordt groot

Ineens komt het gezegde “met de moed der wanhoop” in mijn hoofd naar boven. Wanhoop omdat er werkelijk niets heroïsch is aan deze hele situatie, noch aan mij ten opzichte van hen. Maar moed is wel degelijk de kern. Ik moet moedig zijn en mijn eigen vrees onbelangrijk maken. Ik moet de moed hebben om op die hele dunne grens te lopen tussen me kwetsbaar voelen en me kwetsbaar opstellen. En ik moet de moed hebben om eerlijk te zijn en tegelijkertijd hen de geruststelling te geven dat ze bij mij, ons, veilig zijn. Dat zij kunnen leven en zijn zoals wij dat in onze overtuiging voorstaan.

Moed op de vierkante centimeter? Misschien wel ja, maar was niet al wat nu groot is, eerst even klein?

Dood vs. leven

Het gekke is: de terrorist denkt waarschijnlijk langs een zelfde soort lijn. Alleen de uitgangspunten verschillen nogal. Bij de terrorist gaat het om angst, dood en verderf zaaien; wat mij betreft de easiest way out. Maar mijn gevecht gaat over warmte, bescherming en leven. Dood versus leven en laf versus moed. Verder uit elkaar kunnen we dus niet staan, de moeder en de terrorist.

Moed komt van ?

Terwijl ik dit schrijf, voel ik hoe mijn vechtlust bovenkomt en voel ik me dapperder worden. Ik persoonlijk kan niets veranderen aan waar anderen verkiezen hun leven voor in te zetten. Maar ik kan er wel voor zorgen dat mijn kleine omgeving zich gekoesterd en veilig voelt. En daarmee een basis meekrijgt die hen hopelijk de juiste keuzes in dit leven laat maken.

Ik zeg het je: echte moed? Dat komt van Moeder!

Al lachende zegt de zot zijn mening; want wie lacht is vrij

image

Tegen zoon van 13: “Hee vent, ik wil nog even terugkomen op gister. Ik zei tegen jou dat ik niet wil dat je me aankijkt alsof ik een boze heks ben. Jij gaf aan dat jíj dit niet denkt maar dat dit mijn eigen idee is. En je had gelijk. Ik vond mezelf op dat moment inderdaad onaardig. En omdat ik dat zèlf vond, dacht ik dat jij het ook vond.”

Een klein lachje op z’n gezicht, ogen kijken mij lief aan: “Ja mam, dat zei ik toch. Maar het geeft niet, hoor.”

Later vertel ik dit verhaal aan een meisje van 11. En moet lachen als ik vertel hoe mij liefjes de les gelezen werd.
“Dat is wel goed dat jij daar gewoon om kan lachen.” Ik zie een mengeling van een vraag en een lach op haar gezicht.

Met een knipoog maar tegelijkertijd ook serieus flap ik eruit: “Weet je, de dag dat je stopt met lachen om jezelf, is de dag dat je volgens mij beter vast in je kist kunt gaan liggen om te wachten op die eerste schep aarde.”

Een vertwijfelde blik. Ik meende het maar het was waarschijnlijk net iets teveel van het goede.

Als zij even later over leuke en niet-leuke leerkrachten vertelt en ik zeg dat ik overwogen heb juf voor pubers te worden, zegt ze: “Ik denk dat jij wel zo’n leuke juf zou zijn. Alleen dan wel ook een die moet lachen om zichzelf terwijl de kinderen het niet snappen.”

 

Right. Touché. 😄

Discipline is ook: stoppen vóórdat je een ongeluk begaat

Avonturier

Het is vakantie. Zij hebben vrij, ik niet. Een ingewikkelde combinatie die de ene dag beter werkt dan de andere. Het einde van de week nadert en we did it maar de rek is er absoluut uit.

Aan mijn voeten onder de tafel waar ik achter mijn laptop vooral in de ochtenduren zit te werken, is een wereld verrezen van helden en boeven, kastelen en kerkers. Een permanent gefluister gaat ermee gepaard en af en toe ineens een harde “Whammm, jij bent dood, zei Thor!” “TRRRRRTTTTTT, Bam, BAM” van machinegeweren en ander wapen arsenaal.

Fijne flow

Ik had het zelf niet verwacht vanwege alle oorlogstuig, maar zijn gespeel heeft een weldadige werking op mijn energie en creativiteit. Waarschijnlijk omdat hij zo in flow is met wat hij doet, dat het mij meeneemt. Ik kan hier eindeloos en heerlijk op werken!

Focus? Net een vent

Als hij maar niets tegen míj zegt. Want dan moet ik schakelen en dat kan ik niet. In ieder geval niet als ik in volle concentratie trainingstrajecten uitwerk, coaching sessies voorbereid of teksten schrijf. Ik weet niet wie ooit geroepen heeft dat vrouwen 6 dingen tegelijk kunnen en of dat echt zo is. Ik behoor in ieder geval niet tot die gelukkige super-soort. Sterker nog, ik ben waarschijnlijk erger dan menig kerel: ik kom pas dan tot het optimale hersenwerk wanneer ik ook echt kan focussen. Het enige voordeel hier is, dat ik me er terdege van bewust ben.

Bro’s will be bro’s

En als nu maar niet zijn grote broer erbij komt, want dan verdwijnt zijn speelflow en verandert de energie van zacht stromend naar die van: wij-zijn-jongens-en-broers-dus-nu-moeten-we-stoeien-maar-weet-je-wat-laten-we-daarbij-Heel-Veel-herrie-maken-en-als-we-dan-toch-bezig-zijn-elkaar-even-in-elkaar-trimmen’.

Kill me

Op zo’n moment is het ogenblikkelijk gedaan met mijn rust en daarmee mogelijkheid te doen wat ik moet doen vanachter mijn computertje. Maar helaas, ik hoor boven al gestommel. Dus ik doe wat voor nu even het beste is: ik stop met werken, vóórdat ik er door hun kabaal toe gedwongen word en zij geconfronteerd met de mommy from hell waarin ik dan weleens verander. Met het einde van deze werkweek nog niet in zicht is de kans daarop toch groot want de rek is er als gezegd uit. Ik doe iedereen een plezier: ik stop.

Teamwork

Op deze manier moeten werken vergt discipline, van ons allemaal. Van mij om zo effectief mogelijk de uren te pakken waarop dit het beste kan. Van hen om zich tegen hun natuur in, in te houden of zich schaars te maken en om niet mijn aandacht te willen. Allemaal even ingewikkeld. En ik ondervind nu dat het ook discipline vergt om tijdig te stoppen; dus vóórdat ik verander in die grote, boze moederheks.

Een avonturier

Het aapje aan mijn voeten heeft direct door dat mijn vibe verschoven is en komt onder de tafel vandaan.

“Mama? Thor wint! Hij heeft het zwaard dat in een vliegtuig kan veranderen en zelf heeft hij de superkracht van de allersterkste!”

“Wat heerlijk liefje, hoe jij die avonturen verzint en maakt. Ik vind het een feest!”

“Já. Daarom word IK dus ook avonturenmaker als ík groot ben…!”

 

Oké. Point taken.

 

 

Vertrouw je me als ik je zeg dat het beter wordt?

Shoot

Zijn papa en mama gaan niet meer samenwonen. Hij weet dat wel maar hij wíl het niet weten. Zo’n moment en gesprek dat alles in mijn buik even samenknijpt van onmacht, omdat ik dit verdriet niet voor hem kan oplossen.

Op zich gaat het goed. Heel goed, er is zelfs ruimte ontstaan voor nieuwe liefdes. Iedereen gaat fijn en harmonieus met elkaar om. Beter in ieder geval dan toen we nog samen waren. Maar uiteindelijk maakt dat in de ogen van de jongste van 7, helemaal niets uit.

Het is in zijn beleving allemaal leuk en aardig maar de gedachte dat zijn ouders bij elkaar moeten wonen, geeft hij niet op. Toen niet. Nu niet. En waarschijnlijk nog heel lang niet.

“Mama? Jij en papa hebben eigenlijk nooit meer ruzie, hè?!”
“Nee, dat klopt baasje. Dat is fijn, vind je niet?”
“Ja. Dan kunnen jullie dus weer bij elkaar gaan wonen!! Toch?”
“Lieverd, ik weet dat dit is hoe jij het wil. Maar dat is niet hoe het gaat.”

Schoudertjes zakken, koppie hangt. Ik neem hem op schoot. Middelste van 11 die het gesprek van een afstandje bekeken en beluisterd heeft, laat zich horen:

“Eigenlijk hè, mam, vind ik het niet meer zo heel erg, nu. Omdat het wel goed gaat zo en fijn voelt. Jullie zijn gewoon als goede vrienden en we gaan zelfs wel eens met elkaar op vakantie. En we kunnen met z’n allen op de verjaardagen zijn.”

Ik glimlach naar hem. Blij met zijn relativering en dat hij zich senang voelt. Echter no can do voor zijn kleine broertje:

“Nou. Maar ík wil gewoon dat er twéé ouders in mijn huis zijn. Niet in elk huis maar één! Bij papa is er dan niemand, want hij werkt. En bij jou ben jij er maar jij zit achter je computer. Ook aan het werk. Of je schrijft. En ik wil dat iemand spelletjes met míj doet! Hadden jullie niet kunnen wachten met scheiden tot ik iets ouder was?!”

Het overspoelt me, dit alles zo tegelijk. Het schuldgevoel. Het onvermogen. Het ik-doe-het-allemaal-niet-goed-genoeg. Het oneerlijke omdat als we nog wel bij elkaar zouden zijn, het niet anders zou zijn: vader aan het werk en moeder ook. Maar leg hém dat maar eens uit.

Hij begint te huilen. Hij wíl gewoon even heel hard huilen. Normaal lopen de tranen vanzelf uit zijn ogen, nu perst hij totdat ze rollen. En dat is helemaal oké, bij mij zit het ook hartstikke klem. Dus huil jij maar, lief mannetje, van binnen huil ik met je mee.

“Kijk mij eens aan, vent. Vertrouw je me als ik je zeg dat ik mijn best doe? En dat het beter wordt? En dat wij allemaal heel veel van jou houden, maakt niet uit wie waar woont?”

Zijn ogen zijn vol maar hij knikt. Godzijdank, hij knikt…

Het gevoel van een kind, hoe irreëel ook: het is er. En moet er mogen zijn; als kind slik je al zoveel weg omdat je je ouders niet wil kwetsen. Ook als de ouders zelf vinden dat ze het goed doen. Dus ik vraag en ik luister. Maar godjezusallemachtig, wat pijnlijk is dat soms.

Geachte heer Dekker, beste Sander,

Beste Sander

 

Vandaag kreeg ik een brief van u, omdat mijn kind in groep 8 zit en straks naar de middelbare mag.

U vertelt mij in deze brief dat ik mij daarom op scholen kan oriënteren, hierover met andere ouders in gesprek kan gaan en Open Dagen kan bezoeken om zo een keuze te kunnen maken (zou u zich realiseren dat vandaag de dag vooral het kínd een grote rol speelt in dit keuzeproces? Dat is even een gedachte terzijde die nu door mijn hoofd schiet).

Het is een aardige geste, uw brief. Echter, het is 27 januari en op as. weekend na, hebben alle scholen hun Open Dagen reeds achter de rug.

U bent dus meer dan rijkelijk laat. Zo zonde vind ik dat, van al dat papier voor brieven en enveloppen en al die mens-uren die in deze ‘informatieve’ ronde uwerzijds zitten.

Laat u deze informatieslag anders gewoon lekker aan de scholen zelf. Die doen dat vol enthousiasme en ruim op tijd. Zowel scholen van het primaire- als het voortgezette onderwijs. U voegt hier helemaal niets aan toe.

Besteedt u dan alstublieft gewonnen tijd en -budget aan die zaken waar u wél het verschil kunt maken, bijvoorbeeld waar het de vorm en kwaliteit van het onderwijs betreft? Dat zou nog eens fantastisch zijn!

Mijn hartelijke dank alvast en ook die van mijn kinderen.

Hoogachtend,

Alexa Kuit

 

PS. Als u dan met die kwaliteit en zo bezig bent, is het denk voor uw geloofwaardigheid en dat van uw Ministerie, verstandig wanneer u ervoor zorgt dat afzender-informatie op uw briefpapier klopt. Staat zo slordig, vindt u niet? Er zijn er die over wel minder struikelden …

 

Sandwich

sandwich

Zondagmiddag. Net terug van een paar dagen niet-bij-mij zitten we gezellig met elkaar aan een late lunch.

“Hee mam, wat heb jij allemaal gedaan de rest van het weekend? En zit jij nou nog wel eens op zo’n datingsite?”

Ik verslik me in mijn bammetje. Hallo zeg. We zijn wel open maar er zíjn zaken die ik liever met vrienden bespreek. Mijn kinderen zijn níet mijn vrienden.

“Haha, daar hebben we het toch al eens over gehad? En toen heb ik jullie verteld dat ik wel eens op een datingsite stond en ik heb ook een paar mislukte dates nagespeeld. Maar ik vind het niet zo nodig om het daar elke keer over te hebben met jullie, hoor. En eigenlijk ook niet om mijn weekend even met jullie door te nemen. Noem dat maar ‘privacy van mama’. Heb ik ook recht op, tenslotte. ”

Een licht-sarcastisch toontje sluipt in mijn stem. Zij horen het ook en drie paar verontwaardigde ogen staren mij stil.

“Nou, mah-ma! jij wil toch ook weten wat wíj allemaal hebben gedaan? En jij vraagt ons ook wel eens of wij iemand leuk vinden, ofzo! En dat is toch ónze privacy? Maar dan zeg jij dat je het fijn vindt om te weten wat ons bezighoudt. En dat je het belangrijk vindt dat we elkaar op de hoogte houden. Maar als jij zelf niets wil vertellen, doen wij het dus ook niet meer.”

De 7-jarige drama-koning topt het af:

“En trouwens, we zijn gewoon heel geïnteresseerd in jouw lé-ven!”

Ja.

Goeie lunch.

Lekkere sandwich ook …

Onbegrensd LTD.

LTD.

Hee lief drietal,

WAT.ZIJN.JULLIE.GEWELDIG!!

Zo, dat moest ik even groots noteren. Want echt, jullie bliezen me van mijn sokken vorige week. Ik ben altijd trots op jullie, dat weten jullie, gewoon omdat jullie het zijn. Maar soms ben ik SUPER trots. En dit was zo’n moment.

Het moment waarop ik vertelde over mijn actie van het ons opgeven voor “Ik ben een gastgezin voor een vluchteling”. Ik had dat gedaan toen jullie allemaal naar school waren, dus zonder enig overleg. Terwijl jullie de andere en evenzo gerechtigde bewoners van dit huis zijn.

Wat jullie niet weten: nadat ik ons had opgegeven, ben ik eventjes helemaal van de kaart geweest. Emotioneel en met een naar, dubbel gevoel. Want ik had nog niet op verstuur formulier gedrukt en daar kwamen ze hoor, de faalhaas-vragen: “Oh god, wat heb ik gedaan, straks staat er een heel gezin op mijn stoep. Waar láát ik hen dan allemaal? Kan ik dit echt wel, zo’n ‘verzorger’ bén ik helemaal niet. Of het blijkt een enge man, zit ik hier in mijn eentje!?”

Kortom, alle bedenkingen die er waarschijnlijk voor hadden gezorgd dat ik me niet had opgegeven, als ik eerst had gedacht en dan pas had gedaan. Onder dit alles schaamde ik me. Want waar hád ik het in hemelsnaam over; al dat leed van die vluchtelingen en dan maakte ik me druk om van die futiliteiten.

Maar jullie? Nee jullie niet, geen seconde. Jullie zijn veel dapperder, vrijer van geest en onbaatzuchtiger dan ik inmiddels ben. Natuurlijk ken ik jullie zo maar wat een feestje om op deze manier concreet te ervaren!

Mooie L. die met tranen in haar ogen naar de foto’s van de stromen mensen en dode kindertjes keek en uit de grond van haar hart zei: “Mama, ik vind het zó goed dat wij dit gaan doen!”

Lieve T. die direct bezorgd was over of we wel genoeg ruimte konden bieden aan die arme mensen. En daarop bedacht dat zijn kamer de grootste en dus meest geschikte was.

En de altijd enthousiaste D. regelde ogenblikkelijk het vrijkomen van deze kamer, zette zijn speelgoed klaar en riep met wijdse armgebaren dat we dan heel veel ruimte en spulletjes voor ÁL die mensen en kinderen hadden.

Hierna wist ik één ding zeker: zelfs al belt straks een heel elftal aan, wij kunnen dat. Jullie en ik.

Wat hou ik veel van jullie en wat ben ik dankbaar voor jullie, mijn lieve LTD. Ik hoop dat het jullie lukt om zoveel mogelijk van dat onbegrensde denken vast te houden.

Unboundedness is what makes you go places! Kus van jullie mama

Fly baby, fly!!

Fly baby, fly!

Lief kereltje,

Tien jaar ben jij en je stelt jezelf veel en bijzondere vragen. Ik ben blij dat je dat vaak hardop doet, aan mij bijvoorbeeld, en dat we dan samen kunnen filosoferen over redenen, ons samen druk kunnen maken over de (on)mogelijke antwoorden of het feit dat we al die antwoorden onvoldoende hout vinden snijden. We het soms gewoon niet snappen en elkaar daarin vinden. En gelukkig neem jij het mij niet kwalijk dat ik, je moeder nota bene, het antwoord (best vaak) niet weet. Ik heb het idee dat je het juist fijn vindt eenzelfde soort onbegrip bij mij te treffen als dat jij voelt.

Zo heb jij dit jaar de Entree-toets gemaakt. Je had een super goede score, een die jou er in ieder geval van vergewist dat je na volgend jaar alle kanten op kunt, wat je ook maar wilt. En dat vind ik heel fijn voor je, aangezien het onderwijssysteem in Nederland voor het belangrijkste deel gebaseerd is op dat soort toetsen en de resultaten die jullie halen.

Een systeem waar ik als ouder en als mens moeite mee heb. Omdat ik vind dat het voorbijgaat aan een aantal heel belangrijke waarden waar juist ook het onderwijs voor zou moeten staan. Die gaan niet over sommetjes en cijfertjes, woordjes en korte termijn kennis. Maar over het kind en zijn of haar unieke vermogens, het leren vertrouwen op eigen oordeel en vaardigheden als kritisch nadenken, discussiëren en het durven buiten de lijnen te lopen omdat jij dat wilt.

Kortom; waarden die gaan over het ontwikkelen van de sterkste vleugels waarmee jij, het kind, je leven in kunt vliegen vertrouwend op jezelf en jouw slagkracht. Zodat je zo hoog durft te gaan als je kunt.

En toen zei je vorige week ineens iets dat ik in het licht hiervan zó mooi vond; diep doordacht en zo oprecht. Je zei: “Mama, over die taaltoetsen, weet je wat ik daar écht niet van snap? Dat je vragen krijgt als: ‘welk woordje uit deze rij is niet goed geschreven?’. Ik vind dat zulke stomme vragen, want hoe belangrijk is dat nou? Ik bedoel, ik weet heus wel dat het fijn is als je goed kunt schrijven en niet té veel fouten maakt. Maar daar gaat het toch niet alleen maar over in het leven! Waarom vragen ze geen dingen waar je écht over moet nadenken?“

Je trof me met deze vraag en de emotie die ik bij je voelde. Ik vroeg je of je een voorbeeld kon geven. Dat kon je: “Bijvoorbeeld zo’n vraag die als verhaaltje wordt verteld; een situatie met mogelijkheden en dat dan wordt gevraagd:’ wat zou jij doen en waarom?’ Want daaraan kunnen ze tenminste zien hóe je denkt en wat je daarmee zou kunnen!?”

Ik gaf je gelijk. Natuurlijk gaf ik je gelijk! En we bespraken dat het nu dan helaas nog niet zo ver is maar dat allerlei bewegingen gaande zijn die er hopelijk voor zorgen dat het onderwijs van de toekomst beter en passender zal zijn voor alle kinderen. Daar werd jij enthousiast van. Gelukkig, want je eigen motivatie is jouw belangrijkste brandstof.

De manier waarop jij de realiteit aanvliegt, bevraagt en je gelijk (onder)zoekt maakt mij heel trots.

Lieve schat, wat een vertrouwen heb ik erin dat het met die vleugels en dat vliegen van jou helemaal goed komt! Ik hoop dat je altijd heel veel vragen blijft stellen, ook aan mij. Want met jouw vragen verrijk je niet alleen je eigen leven maar ook zeker dat van mij en van iedereen aan wie je ze stelt.

Alle liefs van je mama.

Reddeloos verloren

reddeloos verloren

“Mam, weet je wat ik heb ontdekt?”

Al dingen uit de schappen pakkend met mijn verstand op nul want-Lidl-dus-alles-wat-ik-enigszins-denk-in-de-niet-al-te-verre-toekomst-een-keer-nodig-te-hebben, reageer ik wat afwezig: ‘Nou, wat dan?’

“Als ik zeg: ‘Ooohh, dit is ZÓ lekker!!’ dan zeg jij altijd: ‘Nou ok, pak maar.’, terwijl als ik het vráág, bijvoorbeeld: ‘Mag ik deze nootjes of chips of ijsjes?’, dan mag het bijna nooit! Bij papa is dat precies hetzelfde :))!”

Triomfantelijk kijkt hij me aan terwijl ik me verbaas over zijn slimme opmerkzaamheid. Dit is iets waar ik totaal niet bij stil heb gestaan. Nog nooit.

Ik knuffel hem stevig midden in die winkel, het kan nog net. Wat hou ik toch van dit onbaatzuchtige mannetje dat me per ongeluk zijn geheime winkel-wapen verklapt. En ik realiseer me dat ik hem deze middag, waarop hij zomaar uit school even bij zijn moesje langskwam terwijl het niet ‘mijn dagen’ zijn en gewoon goedgemutst en gezellig (ik hoefde er niet eens om te smeken) met me mee is getogen naar de supermarkt om me te helpen, helemaal níets geweigerd zou hebben.

Maar dat vertel ik hem er mooi niet bij …

Routineus

Mé-lie-té-ren

Net als ik wegzak in een weldadig meditatieve stilte, hoor ik boven een deurklink en sluipende voetjes en gaat het deel van mijn hersenen wat net even rustig was, direct aan de slag. Ik maan het tot stilte. Althans, dat probeer ik maar ook de rest van mij spitst zich op wat komen gaat.

En ja hoor, daar gaat de deur van de woonkamer zachtjes open, zo ook mijn rechteroog. Ik kijk in een voorzichtig lachend gezichtje.

“Goeiemorgen mam. Ben jij aan het mé-lie-té-ren?”

Ik haal mijn in elkaar gevouwen handen los en strek ze naar hem uit. Verheugd komt hij naar me toe en nestelt zich in de kom van mijn kleermakerszit. Zijn handjes in de mijne en zijn lijfje helemaal tegen me aan. Zo hebben we dat al vaker gedaan en ik weet: heel veel fijner wordt het niet, dat ‘melieteren’.

-Het zet niet echt de bedoelde zoden aan de dijk maar een kniesoor die daarover klaagt-

“Hoe lang nog?”
‘Nog 5 minuten en dan ga ik een paar oefeningen doen.’
“Óe-feningen?! Wat voor oefeningen?”
‘Een paar makkelijke, die hebben we al wel eens met z’n allen gedaan: buikspieren, benen en armen. Maar nu even stil, oké?’

…..

Sinds kort volg ik namelijk een ochtendroutine. Het duurt een minuut of 30 en bestaat uit de volgende stappen:
1) Na het opstaan direct je tandenpoetsen en een glas water drinken, dat geeft een fris gevoel in je hoofd
2) 10 minuten mediteren
3) 5 minuten focussen op wat je gaat doen die dag, dus niet het uitbannen van je gedachten maar ze juist extra sturen op wat er die dag voor jou op het programma staat. Een héle goede oefening voor een warrig hoofd.
4) De 7 minute workout; daar zijn apps voor. Één rondje is niet om in shape te komen maar wel om je lichaam in beweging te zetten en de stilte-oefeningen te laten landen.
5) Nog 2 minuten rekken en je bent klaar voor de douche, het ontbijt en de rest van je dag.

Herken je dit bijvoorbeeld: zo’n dag waarop je niet persé (vroeg) hoeft op te staan maar het wel druk hebt voor je gevoel. Blijven liggen vergroot dan de kans dat het hoofd de overhand krijgt, met als risico dat de doezel-exercitie uitmondt in onrustige to-do lijsten (die ikzelf bij de koffie alweer ben vergeten wat leidt tot frustratie) of negatieve gedachten over dingen, jezelf of anderen. Deze 5 stappen routine voorkomt dit. En op al die andere dagen dat je er wel op tijd uit moet en direct haast hebt, ben je het stress-gevoel vóór, vanwege het feit dat de dag met een frisse start bent begonnen die balans en energie geeft.

‘Routine’ klinkt van zichzelf niet leuk want saai maar is bijzonder zinvol.

…..

Terwijl ik in diepe muurzit de 60 seconden probeer te slechten, ligt mijn kleine vriend ergens anders in Plank-stand hardop te tellen. Zijn billetjes gaan alle kanten op en zijn knietjes staan al op de grond. Ik krijg zo de slappe lach dat ik door mijn muurzit heen zak. Als ík daarna in diezelfde Plank hang, lacht hij mij keihard uit. Mijn crunches telt hij hardop verkeerd en bij de squats klapt hij met veel kabaal ter aarde waardoor de andere twee ook wakker worden.

Goed. Daar gaat mijn routine.

Morgen nog maar een kwartiertje eerder op.