Een Facebook-bedrijfspagina

5021C789-E975-4F22-B161-08C3E58515EC.jpeg

“Mama, ik heb even een Facebook account ‘genomen’. Niet om te ‘tjetten’ ofzo, maar omdat we een bedrijfje gaan starten en daar kunnen we via Facebook een pagina voor maken. Want eerst wilden we een website maken maar dat kost €130,- per jaar. Ja, dát gaan we dus mooi niet doen!”

Aan het woord is mijn 9-jarige en hij kijkt er stralend bij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is allemaal. Hij drukt zijn telefoon onder mijn neus: “Kijk, dit is ‘m!”

KLUSJESVOORIEDEREEN

“Hee, oké?! Eigenlijk ben ik niet zo blij dat jij nu ook al op Facebook bent. Is dat Insta niet genoeg?! Maar belangrijker: wat leuk dat jullie een bedrijfje starten! Wat is het idee precies?”

“Nou, we willen gewoon klusjes doen voor mensen. Allerlei soorten klusjes; boodschappen doen of de tuin harken of het konijnenhok verschonen…. Ik denk wel dat het vooral voor oudere mensen is, want die hebben geen kleine kinderen meer die het voor ze doen.”

Voordat je nu denkt ‘ach gut, die kinderen moeten dus vast heel hard werken voor hun moeder?!’: ja inderdaad, dat klopt.

“Hoe ga je die mensen naar je Facebookpagina krijgen, zodat ze weten dat jullie klusjes doen?”

“We gaan posters maken en ophangen. Ik ga ook vragen of ik er één in de Albert Heijn mag ophangen. En foldertjes die we rond gaan brengen.”

“Jullie hebben al heel veel bedacht, wat goed. Even nog een vraag: waarom ook nog Facebook als je al posters en folders maakt?”

Hij kijkt me aan alsof ik gek ben. “Ik kan toch geen twíntigduizend posters en folders maken?! En mensen scheuren denk ik heel vaak meteen foldertjes door en gooien ze dan weg, dat doe jij ook altijd. En we kunnen nooit álles op de posters en folders vertellen wat we willen. Want na elk klusje bijvoorbeeld, maken we een selfie met onze klant, als dat van hun mag. Daarom dus..!”

Tja, ik kan er werkelijk geen speld tussen krijgen: “Ik vind dat jullie echt supergoed hebben nagedacht al!”

“Ja maar mama, denk jij dat oude mensen wel op Facebook zitten? Ik bedoel mensen die, ehh (knijpt oogjes dicht van spanning), víjftig zijn..?” (uit z’n volgende blik blijkt dat ie niet zeker weet of dit een goede opmerking was)

“Baas! Zó oud is dat toch ook weer niet, dat zijn de meeste die ik hier ken, zo’n beetje. Volgens mij zitten juíst de wat oudere types op Facebook, daarom vind ik de keuze zo slim!”

Serieus verbaas ik me, ik wist helemaal niet dat ze al zó bij de pinken waren. Aan de ene kant word ik heel blij van deze frisse geesten en aan de andere kant stemt het me wat somber; want wat gaat het veel te snel met dat groot worden….

“Laatste vraag, vent: welke prijzen willen jullie vragen voor de klussen, weet je dat al?”

Denkt even na en zegt dan heel gedecideerd: “€1,50 per uur.”

”Per persoon, toch?”

”Nee! Per ons sámen natuurlijk..!”

… 😊 …

 

 

 

Over crackers en irritante ouders

E93B7AA5-A605-47B7-A7DB-D2BF1510E7B5.jpeg

In het donker dek ik de tafel voor het ontbijt. Ik heb geen haast, hoef niet al te vroeg ergens heen dus doe dit op mijn gemakje, terwijl één puber in de badkamer scharrelt en de ander ergens ‘burpees’ ligt te doen. Kleinste hoeft pas over een half uur op te staan. Huiselijke vrede die ineens zeldzaam lijkt en waar ik heel blij van word.

Aangekomen bij het brood blijkt r nog slechts een halfje van het niet-verse soort te zijn. F*ck!, had ik gisteren moeten halen. Vergeten. Mijn hersens scannen de mogelijkheden:

  • Me snel aankleden en naar de bakker. Nee, geen zin in want dit betekent haast en komt neer op verbreken van mijn gevoel van vrede.
  • Puberdochter zo in één streep naar de bakker sturen. Nee. Dat betekent voorts een half uur chagrijn van het ergste soort. Met grootse zekerheid ligt mijn gevoel van vrede dan aan diggelen.
  • Puberzoon uit zijn burpee rukken en naar de bakker sturen. Zie hierboven.
  • Jongste eerder wakker maken en naar de bakker sturen. Ach nee. hij hoest heel erg en doet altijd al alles en ook nog best vrolijk, als ik hem dat vraag. Vind ik zielig. Vrede etcetera.
  • Ze doen het er maar mee, ik smeer extra lekkere bammetjes en voeg ter aanvulling wat alternatieven toe. Topplan! Dilemma opgelost. Knappe jongen die dan nog aan mijn hoofd komt zeuren.

Als jongste aan tafel zit, inspecteert hij zijn lunchbakje: “Dank je mam, voor mijn lunch. Maar ik mag alleen niet dat pakje crackers meenemen.”

Alert en met iets hogere stem: “Hoezo mag dat niet, wat is dát nou weer voor een onzin?!” *mooi dat ik mijn aanvulling niet zonder slag of stoot opgeef en al zeker mijn gevoel voor vrede niet…!*

“Nou, we mogen geen snoep of koek tussen de middag.”

Opgelucht assertief en strijdbaar wapper ik met mijn armen: “Aha, ok, ik snap het. Maar dit is geen koek, dit is hártig. Met een beetje zout. Net als een boterham met kaas dus. Gewoon lekker meenemen, laat ze mij maar bellen als er problemen zijn..!”

Hij gniffelt want weet nu al wie dat dan zou winnen, vredelievend als ik ben.

Als puberzoon even later vertrekt, vertel ik hem wat snoevend over het cracker-dilemma.

“Oh ja, ik weet nog dat ik dan op Fruítdag altijd braaf mijn fruitje bij me had maar heel veel kinderen gewoon koek of snoep. En daar zeiden ze nooit iets van, volgens mij. Maar ja, dat is voor een leraar ook wel lastig: het tegen een kind zeggen is lullig want dan voelt het kind zich rot en die ouders reageren vaak super irritant.”

“Hm? Ah ja, hmhm, jaa, héél irritant vaak, die ouders inderdaad. Beláchelijk …”

 

Mind your … mind

IMG_2953

’n Drukke dag en dus direct ’n drukke ochtend. De stromende regen biedt mij een mooi excuus om de jongste met de auto naar school te brengen. Omdat de gang van een dag als deze afhangt van de efficiënte handelingen en daarmee het gevoel van controle, besluit ik op weg naar zijn schooltje alvast even te tanken. Dubbel-efficiënt want deze dorpspomp is goedkoper dan die langs de A2.

Als we bij de pomp komen, zien we dat aan ‘onze’ kant een motorrijder staat te tanken. En niet bij de 2e maar bij de 1e pomp vanaf ons bezien. Wij moeten er dus helemaal omheen en geïrriteerd mopperend doe ik dat. Mijn zoontje, die hier normaal geen enkel probleem bij zou ervaren, laat zich door mijn irritatie aansteken en zucht diep bij zulk inefficiënt onvermogen.

Terwijl het ondertussen echt is gaan gieten racen wij met volle tank en in stilte verder. Ik zie dat mijn baasje peinzend voor zich uit staart. Als we even later bij de school parkeren, begint hij ineens een relaas:

“Die sukkelige man hè, met die motor, die was helemaal kaal. Dat zag ik. Dat lijkt mij dus héél irritant als het zo regent op je helemaal-kale-hoofd. Dat je dan die druppels zo voelt, pàts-pàts, net als op een glazen ruit en dat het in zo’n stroompje langs je oren glijdt. Dat is best vervelend.”

Het beeld dat hij schetst ontstaat voor mijn ogen en in één ogenblik glijden alle irritatie en drukkende haast van mij af. Verrukt kijk ik opzij. Met een grote grijns naar mij, opent hij zijn deur en huppelt door de regen het plein op naar zijn vrienden.

Ik kijk hem na en kan me moeilijk aan het gevoel onttrekken dat hij precíes weet wat hij daar zojuist deed.

De kracht van het pak

powerpak

Videootjes van hem terwijl hij zich verliest in de een of andere dans, heb ik al vanaf zijn tweede, luier nog aan. Blik op oneindig met passievolle bewegingen, boeien wie het ziet.

Voetbal, karate en circus acrobaat; hij was wel lekker bezig dus ook nog dansles; nee, daar kwam het niet van.

Maar sinds zijn neef Billy Elliot was die wij op een groot podium bewonderden, is de dans-drift toegenomen. Totdat kortgeleden de vraag kwam: “Mama, is er een dansschool in de buurt? Een èchte, voor ballet?!”

Hij mocht meedoen met een proefles in het dansklasje van de zoon van een vriendin, die ook nog zo lief was zijn reservepakje uit te lenen. Een zwarte broek en -shirtje; strak, glad en zacht die stoere lijfjes omsluitend. Het soort gear dat iets dóet met de drager ervan.

En terwijl hij zich omkleedde, transformeerde mijn jongste van voddenbaal-met-te-lang-haar-en-stinksokjes in een trotse-dánser-met-kaarsrechte-rug-en-brede-schoudertjes. (*note to self: ik wil óók zo’n broek en shirt)

Hartelijk werd hij welkom geheten in de groep, ik mocht nog even kijken en kieken alvorens de deur gesloten werd. Een uur later ging-ie weer open en kregen wij, de in de deuropening samengepropte ouders die hoopten op een glimp, een klein modern ballet voorgeschoteld. Ik zag een gloedvol gepassioneerd figuurtje-in-het-zwart bloedserieus en met glanzende ogen zijn dansroutine uitvoeren alsof hij nooit anders had gedaan.

Dit jaar wordt zijn jaar van de moeilijke keuze: circus óf ballet. Want leren kiezen is belangrijk en daarbij kan het qua timing niet allemaal. Hij weet: mijn moeder doet veel voor mij maar ‘gekke-Taxi-Henkie-omdat-more=more’ zit daar helaas niet bij.

Één ding is voor hem sinds deze proefles in ieder geval volstrekt duidelijk:
“Mama? Als het nou door de tijden niet zou kunnen doorgaan met ballet, mag ik dan in íeder geval wel zo’n pak?”

Over monsters en hun plexus

monster-plexus-karate-spruitjes-spiegels-kinderen

“Mama?”

Hij ligt in zijn bed, moe van een dagje samen op pad. Na twee weken vakantie met zijn vader, nu een tussendoor dagje-met-nacht bij zijn moesje. Grote broer en zus zijn op zeilkamp dus eindelijk kan hij genieten van zijn welverdiende exclusivi-tijd.

‘Ja, lieve Diek?’

“Ik moet je even vertellen dat het wel goed gaat maar dat ik net bang was toen ik naar boven liep. Want ik dacht dat er enge monsters waren in mijn kamer. Dan durf ik bijna niet mijn kamer in want ik kan het ook niet zien als het zo donker is.”

‘Oh dat is heel naar, mannetje. En als je het ganglicht aandoet voordat je naar boven gaat? Dat kan, beneden aan de trap zit ook een knop voor boven.’

“Ja, dat weet ik maar dat maakt eigenlijk niet uit. Ik heb dat altijd, ook bij papa. Als ik lang bij jou ben geweest en weer bij hem thuiskom. Of nu, omdat ik lang bij papa ben geweest en vandaag weer bij jou.”

Terwijl hij me vertelt dat hij iedere keer zijn gevoel van veiligheid moet bevechten, vlamt op borsthoogte de pijnscheut op die ik lang niet meer heb gevoeld en loop ik schrompelig leeg als een lekke ballon. Zóveel dat ik niet weet. Dat lieve baasje, wat moet hij toch dapper zijn.

‘Wat goed van jou dat je me dit kunt vertellen, liefje. Ik zal er voortaan rekening mee houden en met jou mee naar boven lopen. Dan speuren we samen jouw kamer af.  En áls we dan een monster vinden, verslaan we die samen. Weet jij hoe we dat gaan doen?’

“Nee, weet jij dat, mama?”

‘Jij mag het verzinnen!’

“Oké, dan weet ik het. We roepen “BOEOE” en als het monster schrikt, sla ik hem keihard op zijn kern, de plexus heet dat. Of zoiets. Dat heb ik bij karate geleerd.”

Terwijl ik inwendig brul om zijn eigenwijze ‘plexus’, doet hij het even voor. Geen verdrietige oogjes maar een bloedfanatieke killersblik. En met de nog naschrijnende vlam in mijn eigen kern, zie ik dat de monsters geen enkele kans maken.

Een bitterzoete geruststelling; met dat vechten en die veerkracht zit het wel goed. Ook op dit vlak geldt het stap-voor-stap. Voor hem, voor mij, voor ons allemaal.

‘Ik vind dat een heel goed en dapper plan van jou. En ik verheug me er stiekem zelfs op!’

“Haha, gekke mama.  … Nou, ík ook!”

Toen álles nog liefde was …

 

don't walk, dance - spruitjes met spiegel

Drie jaar geleden zat ik achter het stuur met drie jongens tussen de 5-9 jaar op de achterbank. De autorit duurde twee uur. Normaal gesproken geen sinecure, dit keer vooral groots genieten. Ik herinner me een verhalenfeest en een paar opmerkingen van mijn jongste zoon die mijn moederhart deden smelten. Tegelijkertijd realiseer ik me dat hij-van-toen-5 nu ook al 8 is. En dat ik het dus waarschijnlijk binnenkort, als niet nú al, moet doen met deze zoete herinnering…

Halverwege de rit zijn we als ik mijn middelste zijn neefje hoor vertellen wie de player van zijn klas is. Op mijn vraag wat een ‘player’ in hun wereld is, legt hij mij uit dat dit de gast is die met álle meisjes in de klas verkering heeft gehad.

Niet gek, lijkt me, voor een 8-jarige.

Als ik vraag wat jongens en meisjes van die leeftijd dan precies dóen bij verkering, somt hij op dat je dan meestal samen speelt of misschien een keer naar de bios gaat of gewoon, niets doet. Dan voegt hij eraan toe dat hij het wel uitermate vreemd vindt dat desbetreffende player in de pauze zijn oogappel(s) van dat moment over het schoolplein sleurt of op de grond smijt, “of zoiets”.

Tsja.

De jongste zoemt op dit alles instemmend mee en ik wend me tot hem: “Weet jij wat verkering hebben betekent?”

“Ja, dat je verliefd bent.”

“En mannetje, ben jij verliefd op iemand uit je klas?”

“Nee. Dát zijn gewoon mijn vriendinnen. Ik ben maar op één iemand verlíefd en dat is mijn moeder!”

Kijk, dat zijn de betere teksten.

“En eigenlijk is het meer dan verliefd. Het is … het is álles!!”

Terwijl ik in katzwijm de auto op de weg houd, zie ik in de achteruitkijkspiegel dat de andere twee elkaar aankijken met opgetrokken wenkbrauwen en een blik van ‘ja-die-kennen-wij-en-dat-gaat-snel-genoeg-weer-over’.

Heren: het kan me geen bal schelen wat jullie weten, ík tel al mijn zegeningen op elk moment!

Sandwich

sandwich

Zondagmiddag. Net terug van een paar dagen niet-bij-mij zitten we gezellig met elkaar aan een late lunch.

“Hee mam, wat heb jij allemaal gedaan de rest van het weekend? En zit jij nou nog wel eens op zo’n datingsite?”

Ik verslik me in mijn bammetje. Hallo zeg. We zijn wel open maar er zíjn zaken die ik liever met vrienden bespreek. Mijn kinderen zijn níet mijn vrienden.

“Haha, daar hebben we het toch al eens over gehad? En toen heb ik jullie verteld dat ik wel eens op een datingsite stond en ik heb ook een paar mislukte dates nagespeeld. Maar ik vind het niet zo nodig om het daar elke keer over te hebben met jullie, hoor. En eigenlijk ook niet om mijn weekend even met jullie door te nemen. Noem dat maar ‘privacy van mama’. Heb ik ook recht op, tenslotte. ”

Een licht-sarcastisch toontje sluipt in mijn stem. Zij horen het ook en drie paar verontwaardigde ogen staren mij stil.

“Nou, mah-ma! jij wil toch ook weten wat wíj allemaal hebben gedaan? En jij vraagt ons ook wel eens of wij iemand leuk vinden, ofzo! En dat is toch ónze privacy? Maar dan zeg jij dat je het fijn vindt om te weten wat ons bezighoudt. En dat je het belangrijk vindt dat we elkaar op de hoogte houden. Maar als jij zelf niets wil vertellen, doen wij het dus ook niet meer.”

De 7-jarige drama-koning topt het af:

“En trouwens, we zijn gewoon heel geïnteresseerd in jouw lé-ven!”

Ja.

Goeie lunch.

Lekkere sandwich ook …