Tradities

Terwijl ik mij uit de griep probeer te worstelen die me al ruim 1,5 week in de ban houdt, scharrelen mijn kuikens weer om mij en mijn huis heen, na een afwezigheid van vrijwel de gehele herfstvakantie. Ik kan niet goed onder woorden brengen wat mijn gevoel is om hen weer hier te hebben, maar ik denk dat ‘heilzaam’ in de buurt komt.

Toen het griepje begon, waren ze nog hier en maakten voor het eerst van hun leven mee dat ze de schooldag helemaal zelf moesten starten omdat hun moeder niet in staat was haar opwachting te maken. De volgende dag vertrokken ze naar hun vader. Niet uit onvrede maar omdat dit nu eenmaal zo was afgesproken.

Ik verheugde mij op een aantal dagen alleen om beter te worden. Dit laatste gebeurde niet en het alleen voelde ineens wel Heel Alleen. De vierde dag na hun vertrek voelde ik me zo zielig dat ik bedacht dat er op deze manier toch allemaal helemaal NIETS meer aan was.

Gelukkig gaan dit soort momenten voorbij en kwamen zij ook weer terug, vrolijk en blij mij te zien. Het jaargetij helpt; veel knus binnen, kaarsjes aan en met z’n allen op de grond liggend spelletjes doen.

Ineens roept de jongste dat het Halloween is. Even heeft dit een ernstig verstorend effect op mijn gevoel van rust. Ik vind Halloween zo ongeveer een van de stomste niet-eigen-tradities-waar-wij-wel-aan-mee-doen; van hysterisch gegraai aan de voordeur. Ik weet niet exáct waarom maar deze folklore drukt bij mij op een heel allergische knop die gaat over dingen als primaire hebberigheid/ongecontroleerd/grenzeloosheid.

“Mama, we moeten nog even snoep in huis halen voor als kinderen langskomen!”

Ik wil zijn plezier niet verpesten dus laat hem zijn gang gaan dit te organiseren. Een grote bak zoete ellende en 3 paar hebberige ogen en handen is het tussen-resultaat.

“Oké guys, nu afblijven van die bak anders is het op voordat er ook maar één zo’n club schreeuwertjes is langsgekomen.”

Normaal is het vanaf 19.00 uur bal. Nu blijft het oorverdovend stil. Er wordt niet aangebeld. Geen enkele hysterische Halloweenganger rammelt aan onze voordeur.

Om 20.30 uur constateert de middelste: “Dit is ook een straat met alleen maar ouwe zeikerds die niets geven.”

Jongste: “Ja maar, EN wíj…”

Ik vertel hem maar niet dat ik de vorige twee jaar tussen 19 en 21 uur net heb gedaan alsof er niemand thuis was. Gewoon, omdat zíj er niet waren en ik Halloween stom vind.

Jongste haalt zijn schouders op en kruipt nog wat dichter tegen mij aan op de bank, oogjes vragend.

“Ja oké vent, pak die bak maar.”

Verheugd springt hij op en haalt alle snoep. De wolfjes die verstopt zitten onder al die kuikenveren vallen als één ongecontroleerd aan en stoppen pas als de bak helemaal leeg is.

Zoals ik al zei: heilzaam …