Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met als z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. En jou dus te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Change your game; verjaag je innerlijke reptiel

image

Mijn wereld keert naar binnen: waarneming vanuit ogen en oren versmalt en dempt, hersens werken trager, hartslag versnelt. Ik krijg het heet en koud tegelijk en hang tussen twee impulsen: wegwezen of to charge and kill?!  

Zie hier de reactie die ik bij mezelf waarnam toen ik werd geconfronteerd met een stress-trigger. Naderhand was ik verbaasd over het verwoestende effect dat een ogenschijnlijk klein incident op mij had.

App die mij van mijn sokkel sloeg

Het incident? Een app-bericht over iets wat ik gezegd zou hebben en wat daar de consequentie van zou kunnen zijn.

Doe normaal: dat is te onbeduidend om bij stil te staan!

Ja, dat zou je zeggen. Maar voor mij kennelijk niet want het was onwaar, raakte aan mensen die ik liefheb en ik kon me er niet tegen verdedigen. Teveel voor mijn brein om aan te kunnen en mijn innerlijke alarm ging op rood: gevaar!

Het brein en de werkende lagen

Ooit leerde ik iets over de werking van de hersenen in 3 met elkaar communicerende lagen. In een versimpelde notendop: vanuit het reptielenbrein worden de meest basale functies aangestuurd waarmee wij (over)leven. Ook huizen daar onze primaire impulsen fight, flight en freeze die we ervaren in overlevingssituaties. In ons zoogdierenbrein zitten de emoties en het geheugen dat ermee is verbonden. Er omheen ligt de ratio die ons helpt bij het nadenken, verbanden leggen, keuzes maken en zelfreflectie.

In goede onderlinge samenwerking maken deze drie brein-lagen dat wij ‘normaal’ doen.

Reductie tot reptielenstatus

Als hevige stress om de hoek komt kijken, blokkeert de zuurstofstroom naar je ratio en werkt relativerende deel van je brein even niet. Dan nemen negatieve emoties en jouw overlevingsgedrag het over. Simpel gezegd kom je terecht in een staat van disfunctioneren: het reptiel zwaait de scepter.

Koppeling herinnering-emotie-gedrag   

Overlevingsgedrag ontstaat in je vroege jaren. Je maakt dingen mee die jouw primaire impulsen prikkelen en daar negatieve emoties aan koppelen. Het brein onderscheidt geen ‘toen’ en ‘nu’, zij vindt het één pot nat. In je leven komen steeds situaties voorbij die voor jouw brein diezelfde emotionele lading hebben en daarmee hetzelfde primaire gedrag oproepen. Een kleine, onbeduidende trigger kan hierdoor een groot emotioneel gevolg hebben en daaraan gekoppeld onevenredig primair (lees: woest) gedrag.

Wat kun je doen?

Op een moment van grote stress is alle aandacht bij jouw primaire impulsen, je wilt vechten of vluchten! De kunst is om de aandacht te verleggen en zo het systeem te herstellen. Als dat lukt, kun je weer helder denken en doen. De oplossing zit ‘m in het adem halen en het ont-spannen van je spieren.

Adem in, adem uit

Rustig en diep ademhalen brengt die zuurstofstroom weer op gang. En omdat ons brein zich graag laat afleiden door plaatjes, helpt het extra de weg van je adem te visualiseren: door neus, keel en borst naar je buik, het daar even rond laten gaan en dan dezelfde weg weer terug.

Kom in beweging

Je systeem staat strak, klaar om te vechten of heel hard weg te rennen. Die spanning moet eraf. Dat kan simpel door je spieren even extra aan te spannen, de ontspanning volgt daarna vanzelf. Zo werkt ons lijf nou eenmaal. Daarom is sporten ook zo goed. En seks. En schrijven.

Hallelujah, dát klinkt makkelijk! Het herstel zit gewoon in het bewust gebruik maken van wat er al is; je adem en je spieren!? Ja, dat klopt. En als je je daar eenmaal echt van bewust bent, dus niet omdat je het nu gelezen hebt maar na lang en veel oefenen en toepassen en dan nóg eens (en nog eens), gaat het jouw game changer zijn. Ik beloof het je.

Dat appje dus?

Midden in mijn stressreactie als gevolg van dat stomme appje, terwijl ik niet in staat was te bewegen, mijn mond kurkdroog voelde en ik zag dat de kinderen tegen me praatten, maar ik me niet kon focussen op wat zij zeiden, realiseerde ik me wat er aan de hand was: mijn reptiel zwaait de scepter! Dus ik deed wat ik heb geleerd: ik haalde een paar keer heel diep adem, stond op en maakte een paar kniebuigingen (je moet toch wat terwijl drie kinderen je aanstaren) en keerde als vanzelf terug.

“Wat doe je mam?”

“Oh, niets bijzonders liefje, ik verjaag even een vervelend beest …”

Patatje oorlog

troosteloos

Op het overvolle strandje zitten we naast een grote groep kinderen van een jaar of 12, misschien 13. De enige plek waar vanachter een muurtje nog een reepje schaduw tekent.

Een schriel meisje met strak gezicht ligt schuin voor ons met haar magere, witte lijf in de volle zon en grabbelt in haar tas. Ze trekt er een leeg pakje shag uit en gooit het ongeïnteresseerd in het zand voor haar. Een door de puberteit ongelukkig getroffen jongen schreeuwt van een meter afstand: “Zöhw-hee, blöhw jai?!!” Het schriele kind balkt terug met een stem die je niet bij een dergelijk postuur verwacht: ‘Jááh, nou-énnn?!!! Ík blöhw en jai neukt je moeder!!!!’

Zelf echt geen heilige rijzen de haren me hierbij te berge. Ik kijk uit mijn ooghoeken naar mijn middelste, de grote observator die altijd alles ziet en hoort. Hij kijkt stoïcijns voor zich uit.

Aan de andere kant vreet een hele rij jongens zich op misselijkmakende wijze een weg door talloze zakken chips en bakken patat het onderwijl doorspoelend met blikjes fris. Al kauwend, smakkend en klokkend schreeuwen en schelden ze elkaar permanent toe en wordt een dikker jochie, kennelijk de groeps-pispaal, onder het oorlogsdeel van een patatje gesmeerd. Hij smeert het op zijn beurt weer af aan het muurtje waar later iemand in gaat zitten. Ze kijken er allemaal wezenloos onaangedaan bij en ik heb het idee dat ik van een andere planeet kom. Ben ik dan zó naïef?

“Zullen wij even ergens anders gaan zitten? Ik vind het hier erg rumoerig.”

‘Is goed, mam.’

We pakken ons boeltje en verkassen. Ik probeer het unheimische gevoel van me af te schudden maar het lukt me niet goed. Als we weggaan van het strandje zien we de nog-net-niet-rokende-puinhopen die deze kinderen nu letterlijk en straks misschien ook figuurlijk achterlaten. Hopen troosteloos afval.

Aan tafel ’s avonds herhaalt Middelste in woord en gebaar smeuïg alles wat is voorbijgekomen daar bij dat muurtje in de schaduw.

Als hij klaar is ziet Oudste mijn gezicht: “Maak je maar geen zorgen hoor, mam. Wíj gaan denk ik niet zo doen.”