Adiós, muchachos!!

Adiós muchachos

“Natuurlijk mag u voor, meneer. En ook als u het gewoon aan mij zou vragen.”

Nadat ik drie keer zijn winkelwagentje venijnig in mijn knieholte geduwd had gekregen en hij daarna ineens naast me stond, liet ik de man van een jaar of 82 voor mij gaan. Kennelijk vond hij dat hij per definitie voorrang had.

Zwijgend stiefelend duwde hij zijn kar langs mij. Graag gedaan, hoor.

Op zich heb ik helemaal geen moeite mensen voor te laten gaan. Hoe ouder ik word, hoe minder gehaast ik me sowieso voel en zeker in de rij bij de kassa. Echter deze mensen, want ineens was er een net zo oude echtgenote aan de zijde van de oude man verschenen met nog een aantal losse items in haar armen, hadden kennelijk juist haast op hun oude dag.

De echtgenote liet haar armen los en dropte haar artikelen op de counter. De man tilde een heel krat uit zijn kar en zette dat er –nog altijd zwijgend- bij. Hierop stopte de caissière met scannen. “Meneer, zou u alstublieft uw boodschappen eruit willen halen want op deze manier is het voor mij wel erg ongemakkelijk.” Boos zuchtend haalde de man zijn artikelen uit het krat.

Op zich had ze het best op zijn manier kunnen doen, ik zag aan haar dat zij dat ook dacht maar dat ze had besloten deze man niet op zijn wenken te bedienen. En ik snapte precies waarom. Het was de stilzwijgende, dwingende manier van doen die haar ergerde. En hij kon heus praten, dat had ik gehoord toen hij zijn pakjes shag daarvoor bij haar collega had gevraagd. Toen ie nog achter mij in de rij stond.

Ineens zag ik dat er nog een grote fles olijfolie in de kar stond. Helemaal in het achterste hoekje, redelijk opgaand in de achtergrond van het karretje, dus niet erg zichtbaar. Geen van beide zette de fles op de band. Nu was ik toch erg benieuwd.

Hij rekende af, zette alle spulletjes terug in de krat en deze in de kar. De fles nu echt verstopt. Ze liepen de winkel uit. Ik rekende mijn banaan, avocado en blikje tonijn af (ja echt, meer was het niet), ontving de blik van verstandhouding van de caissière, knikte haar begrijpend toe maar wist ook dat ze geen idee had van de echte suspense.

Snel liep ik naar buiten en zag nog net de man zijn lege! kar in de rij wachtkarren schuiven en zijn muntje eruit halen. De fles olijfolie lag stoïcijns bovenop de andere spullen in de achterbak van hun autootje, waarvan de klep nog wagenwijd openstond.

Wat een vervelend, brutaal en koelbloedig stel, dit oude echtpaar. Ik wist niet wat ik zag: oúde mensen die zó doen?! Ik trok mijn wenkbrauwen op tot aan mijn haargrens en mijn mond viel open maar er kwam geen geluid uit. Wat kon ik zeggen?

“Ehm meneer, ik geloof dat u die fles olijfolie zojuist niet hebt betaald maar nu wel meeneemt, dus feitelijk is dit diefstal!”

Hij zou me in dat geval zomaar een oplawaai kunnen geven. Ik vond hun gedrag zo asociaal dat ik ineens zeker wist dat ze hun hand niet voor een handgemeen zouden omdraaien. Daarom liet ik het erbij. Nog heel even dacht ik – hoopte (of vreesde) ik- dat ik op zo’n Benidorm Bastards-manier voor de gek werd gehouden.

Maar nee hoor, hij stapte in en zij gaf gas: “Adiós muchachos!!” Alleen de uit open raam wapperende hand ontbrak eraan….

Ik had een ander beeld bij ‘de oudere’, gelukkig geconditioneerd vanuit diegenen die ik ken. Naïef blijkt nu, Twitter heeft er zelfs een eigen woord voor: #aso-snowy

#weerwatgeleerd

Loop

2 fly

“Als het nu blijft regenen dan moeten we allemaal warme spullen pakken en een paar dingetjes aan de boot regelen maar we gáán slapen hoor, op die boot, no matter what!!”

Met een vastberaden attitude, de juiste mindset en de kracht van de verbeelding kom je ergens. Dat zie ik iedere keer weer en iedere keer weer sta ik ervan versteld dat het écht zo werkt. Die grappige, karaktervolle, chaotische, creatieve dochter van mij bijvoorbeeld, zij verzet hele bergen met deze eigenschappen. En niet zelden op het laatste moment. Want in de tijd eraan voorafgaand heeft ze te veel andere dingen te doen, vindt ze. Of niet. Dan droomt ze wat voor zich uit.

Ik word er altijd plaatsvervangend zenuwachtig van: “Kom op schat, aan de slag, de tijd dringt. Hoe kan ik nu weten wat je precíes allemaal moet doen? Dat weet jij alleen. Niet handig om daar pas om 5 voor 12 over na te denken…!” Of: “Ben je al begonnen en klopt het met je planning? Wat bedoel je: ‘welke planning’?! Ach natuurlijk, alles zit in je hoofd, ik snap het … zucht.”

Natuurlijk snap ik het. Want ik kijk in een spiegel; het is precies hoe ik het leven aanvlieg. Een stijl met rust én vaart, loopings en duikvluchten maar ook af en toe wat turbulentie of een noodlanding. Dus je leert meebewegen, herijken, de route wat verleggen al naar gelang de omstandigheden op dat moment van je vragen.

Maar die vlucht als geheel? Die is van mij.

Ik zie het bij iedereen die wakker wordt en het heft in handen neemt: met de juiste instelling en een enigszins (als niet onbelangrijk criterium) realistische voorstelling van zaken, passen ook de omstandigheden zich uiteindelijk aan. Een krachtig samenspel van jou met je omgeving en van je omgeving met jou; een natuurlijke ‘loop’.

“Het gaat gewoon gebeuren, no matter what.” Wat een heerlijke uitspraak.

En zie, de zon gaat schijnen. Als ik niet beter zou weten zou ik denken: dat is speciáál voor haar.

adem en stuur

AdemenStuur

Soms tref je jezelf op een moment van totale wanorde. Innerlijk bedoel ik dan, van buiten ziet niemand er verder iets van. Wat doe je om weer vat op de zaak en vooral op jezelf te krijgen?

Misschien herken je wat voor mij ook geldt: namelijk dat als ik het van binnen allemaal even niet meer weet, ik het daarbuiten ga ordenen. Ik verleg mijn focus. Dat geeft mij op zo’n moment even iets van rust  want een gevoel van controle.

“Echt effectief is dat niet.”

Nee, klopt. Want niets is onder controle natuurlijk. Al helemaal niet datgene wat zich binnen in mij afspeelt noch de omstandigheden die daar een rol in spelen. De werkelijke chaos ga ik dus even uit de weg. Dat kan ik best lang volhouden terwijl een groeiende klont in mijn maag het goed ademen zwaarder maakt.

Pas als ik het idee heb dat de zuurstof niet verder komt dan hoog in mijn keel, ontkom ik er naar adem happend niet meer aan om de werkelijke shit aan te kijken.

In eerste instantie kijk ik om me heen; wie kan mij helpen, wie kan dit van mij overnemen? En zie dan dat het oorverdovend stil en verlaten is. Want wat zich ín mij afspeelt, is aan mij en mij alleen om aan te gaan.

“Oh help maar dat kan ik niet.”

En terwijl de paniek opwelt om door mijn systeem te kunnen gieren, start het proces van zelfregulatie, door veel en hard te oefenen nu onderdeel van datzelfde systeem. Want dat ik het alleen moet doen, wist ik al! En dat ik het alleen kán doen, weet ik ook al. Maar kennelijk weet ik het nog niet sterk en zeker genoeg. Dus giert er stiekem toch van alles.

“Hé kom op. Je hebt wel voor hetere vuren gestaan. Helemáál alleen bleek je uiteindelijk nooit. En als wel dan toch: je leeft nog steeds.”

Het besef ontwaakt dat ik het, als ik maar rustig door blijf ademen, helemaal niet zo alleen hoef te doen. Dat er fijne mensen om me heen staan, die er niet alleen oprecht voor mij zijn maar die ook hun vertrouwen in mij al zo vaak hebben uitgesproken. Mensen bij wie ik onvoorwaardelijk liefde, kracht en wijsheid kan en mag tappen. Die ieder op hun eigen manier een lijntje met mij hebben en koesteren. En ik met hen.

Al het andere of al die anderen doen er eigenlijk niet toe. Althans; het doet er wel toe maar ik wil me er niet door van de wijs laten brengen. Dat besluit ik en wanneer ik dat besluit gebeurt er iets wonderlijks: de paniek gaat liggen en de chaotische brij van gedachten lost op. In mijn hoofd ontstaat rust en een helder palet om naar te kijken.

Nu kan ik wel-effectief aan de slag en stel mezelf een aantal wezenlijke vragen, waarbij als eerste de meest existentiële:

Ga ik dood aan wat ik zie? Nee!
Is het lastig? Ja.
Maar is het oplosbaar? JA!

En dan weet ik dat het goed komt. Als ik maar rustig blijf ademen en niet schroom te tappen waar ik tappen kan, mag en nodig heb.

Deze vorm van zelfregulatie is een zelfbedachte tussen de vele, door anderen bedachte vormen die er zijn. Daar zijn talloze boeken over geschreven maar in de kern komt het op één en hetzelfde ding neer.

Namelijk het werkelijke geloof dat jij aan het stuur staat waarmee je bepaalt welke waarde jij hecht aan jouw gedachten en daarmee welke kwaliteit jouw leven heeft.

Byebye stomme sliert!

byebye stomme sliert

“Het is ALLEMAAL MIJN SCHULD!!!”

Dikke tranen rollen over zijn warme wangetjes en dit verdriet snijdt dwars door mijn ziel.

‘Wat is allemaal jouw schuld lieverdje, waarom moet je zo huilen?’

“ALLES is allemaal míjn schuld! Omdat ík zat te schreeuwen aan tafel kon hij niet zijn verhaal vertellen en werd hij boos. En omdat ík niet mijn schoenen aandeed kwam zij wéér veel te laat en was jíj boos. En door mij is de televisie kapot en dat vind ik zo erg want nu kunnen we héél lang geen televisietje kijken. En nu denk ik dat alles door mij komt.”

Ach, dat dappere baasje met de zwaarte van schuld op zijn kleine schoudertjes. Schaamte en schuld: erger wordt het niet. Wat knap dat hij dit op deze manier aan kan geven.

‘Weet je wat wij gaan doen? We gaan die vervelende gedachte nu meteen aan de wind meegeven! Weet jij al hoe dat gaat?’

Grote traanogen met een vraag erin en in de verte een sprankje hoop.

‘Pak maar een zakdoekje en snuit je neus; zachtjes maar niet té zacht, want anders kan ik er niet bij. Goed zo, daar komt het al, net een noedelsliert, zie je dat? Dan neem ik je zakdoekje nu over en trek langzaam alles wat eraan vast zit naar buiten. Zooo … heeeel voorzichtig, beter als t niet breekt.’

Terwijl we samen zachtjes de vervelende gedachte uit zijn hoofd trekken straalt er ineens een glans in zijn natte ogen. Een glans van pure blijdschap en verwondering. Want wij zitten samen in het land van make believe, van verbeelding en verbondenheid. Het land waar álles kan.

Hij zet het raam open en ik wapper de onzichtbare schuld-sliert naar buiten, mee met de wind. Samen zwaaien we het ding gedag. Hij hard giechelend en ik met overstromend hartje. “Bye bye, stomme sliert!!!”

Hij kijkt me samenzweerderig aan. Zonder woorden sluiten we het pact: echt of niet echt, dat maakt niet uit. Dit is mooi, dit is leuk, dit werkt.

De W van Vespa

W van Vespa

Twee jaar geleden in een ‘bekend etablissement’ in Amsterdam, stonden we aan de bar af te rekenen. Ik keek even achterom. Recht in zijn gezicht. Terwijl niet helemaal doordrong in wiens gezicht ik keek, draaide ik me weer terug. Toen ging een lampje branden en flapte ik er fluisterend-maar-net-te-hard uit: “Jezus, in het echt is hij nog enger.”

Mijn kompaan verstijfde en verschoot van kleur tegelijkertijd, heel knap vond ik dat. Hij betaalde en spoedde zich richting uitgang. Met mij in zijn kielzog. Dat was trouwens het moment dat ik wist dat deze kompaan niet mijn toekomstige levensgezel zou zijn. Vóór mij uit snellend om zichzelf veilig te stellen: een nep-held, zo een op sokken. Ik hou meer van het ridderlijke type.

Maar dit terzijde.

In mijn rug voelde ik dat hij achter ons aanliep. Deze man is het soort mens dat er niets voor hoeft te doen om zijn aanwezigheid bekend te maken: die vóel je. Charisma noemen ze dat.

En daar waar een prettig-charismatisch mens iemand is aan wiens aanwezigheid jij je kunt warmen en wiens persoonlijkheid een stukje grootsheid op jou overbrengt, is deze man het type waarbij je door een koude rilling je billen vanzelf samen knijpt en de spierspanning in je benen aanzet, klaar om te sprinten als het moet.

Want om hem heen hangt een kilte. Zelfs in een flits zie je dat achter zijn ogen geen licht schijnt. Is hij zo geboren of is hij zo geworden? Hij stond op dat moment bekend als knuffel-crimineel maar in zijn nabije aanwezigheid weet je direct wel beter.

En zo, in opperste staat van alertheid en met bijna pijnlijke prikkels waar hoofd aan nek hecht, pakte ik de deur van de kroeg vast. Mentaal voorbereid op het onvermijdelijke: hij had me gehoord en zou me mores leren. Terwijl ik aan de zware deur trok, voelde ik deze ineens lichter worden omdat een grotere hand boven de mijne de trekkracht overnam. Als in slow motion keek ik weer achterom, alvast half weggedoken. Want ik moest het zien, dat wat er nu aan zou komen.

Hij knikte me behulpzaam toe en hield in om mij de ruimte te geven. Als een konijn dat in koplampen staart, struikelde ik naar buiten. Willem ging naar links en ik naar rechts alwaar mijn kompaan al een halve straat verder was, op veilige afstand dus nu in staat om te checken of ik het wel redde.

….

Achteraf en bekomen van de schrik besefte ik het écht interessante van deze ervaring. Deze twee minuten van illusie en desillusie, waarbij veel niet was zoals het leek. Maar dat wat léék te zijn, was wel wat ons denken en doen bepaalde.

Er doorheen

Er doorheen

“Het mag wel wat scherper”, hoorde ik vandaag. We hadden het over mijn blog. Kijk, dat is feedback waar ik wat aan heb. Want wat doe ik? Ik hou het netjes. En waarom? Omdat ik niet weet wie dit allemaal leest. Maar ik weet wel wie het allemaal zou kúnnen lezen.

Namelijk iedereen die ik ken. En ook iedereen die ik (nog) niet ken. Daarom hou ik het netjes. En suave. Terwijl iedereen die mij goed kent, weet dat ik een vrije geest ben met ongeremde mind, scherpe tong en een als ik echt losga, killerpen.

Ik hou van op het scherpst van de snede, veilige keuzes maken is helemaal niet mijn natuur, even lekker aan een boom schudden gewoon om beweging te krijgen maakt mij vrolijk en soms ineens met een aanloop ergens in of er doorheen; dat is waarvan ik mij levend voel.

Maar in mijn blog hou ik dus teveel rekening met anderen. Met de gedachte dat ik niemand tegen het verkeerde been wil schoppen. Waarom eigenlijk? Ik weet helemaal niet wie ik wanneer tegen welk been schop, op wiens you-know-what ik wel of niet trap en wiens neus nou precies welke kant op wijst.

Omdat ik het vervelend vind als iemand zich gekwetst voelt? Of uit vrees voor ongewenste commentaren en online gekaffer?

“Beide niet jouw verhaal”, zei mijn feedback-gever. En hij heeft natuurlijk helemaal gelijk. Niet mijn verhaal en een te beperkend mechanisme.

Dus: nog dichter naar mezelf toe, van nog dichterbij. Overigens blijf ik vasthouden aan de nuance. Al was het maar omdat ik zou willen dat meer mensen dat doen.

Van-dichtbij betekent met-meer-ruimte. Een contradictio in terminis, zo op het eerste oog. Maar dat is het niet.

Dicht bij jezelf; daar is het gewoon echt goed toeven.

Routineus

Mé-lie-té-ren

Net als ik wegzak in een weldadig meditatieve stilte, hoor ik boven een deurklink en sluipende voetjes en gaat het deel van mijn hersenen wat net even rustig was, direct aan de slag. Ik maan het tot stilte. Althans, dat probeer ik maar ook de rest van mij spitst zich op wat komen gaat.

En ja hoor, daar gaat de deur van de woonkamer zachtjes open, zo ook mijn rechteroog. Ik kijk in een voorzichtig lachend gezichtje.

“Goeiemorgen mam. Ben jij aan het mé-lie-té-ren?”

Ik haal mijn in elkaar gevouwen handen los en strek ze naar hem uit. Verheugd komt hij naar me toe en nestelt zich in de kom van mijn kleermakerszit. Zijn handjes in de mijne en zijn lijfje helemaal tegen me aan. Zo hebben we dat al vaker gedaan en ik weet: heel veel fijner wordt het niet, dat ‘melieteren’.

-Het zet niet echt de bedoelde zoden aan de dijk maar een kniesoor die daarover klaagt-

“Hoe lang nog?”
‘Nog 5 minuten en dan ga ik een paar oefeningen doen.’
“Óe-feningen?! Wat voor oefeningen?”
‘Een paar makkelijke, die hebben we al wel eens met z’n allen gedaan: buikspieren, benen en armen. Maar nu even stil, oké?’

…..

Sinds kort volg ik namelijk een ochtendroutine. Het duurt een minuut of 30 en bestaat uit de volgende stappen:
1) Na het opstaan direct je tandenpoetsen en een glas water drinken, dat geeft een fris gevoel in je hoofd
2) 10 minuten mediteren
3) 5 minuten focussen op wat je gaat doen die dag, dus niet het uitbannen van je gedachten maar ze juist extra sturen op wat er die dag voor jou op het programma staat. Een héle goede oefening voor een warrig hoofd.
4) De 7 minute workout; daar zijn apps voor. Één rondje is niet om in shape te komen maar wel om je lichaam in beweging te zetten en de stilte-oefeningen te laten landen.
5) Nog 2 minuten rekken en je bent klaar voor de douche, het ontbijt en de rest van je dag.

Herken je dit bijvoorbeeld: zo’n dag waarop je niet persé (vroeg) hoeft op te staan maar het wel druk hebt voor je gevoel. Blijven liggen vergroot dan de kans dat het hoofd de overhand krijgt, met als risico dat de doezel-exercitie uitmondt in onrustige to-do lijsten (die ikzelf bij de koffie alweer ben vergeten wat leidt tot frustratie) of negatieve gedachten over dingen, jezelf of anderen. Deze 5 stappen routine voorkomt dit. En op al die andere dagen dat je er wel op tijd uit moet en direct haast hebt, ben je het stress-gevoel vóór, vanwege het feit dat de dag met een frisse start bent begonnen die balans en energie geeft.

‘Routine’ klinkt van zichzelf niet leuk want saai maar is bijzonder zinvol.

…..

Terwijl ik in diepe muurzit de 60 seconden probeer te slechten, ligt mijn kleine vriend ergens anders in Plank-stand hardop te tellen. Zijn billetjes gaan alle kanten op en zijn knietjes staan al op de grond. Ik krijg zo de slappe lach dat ik door mijn muurzit heen zak. Als ík daarna in diezelfde Plank hang, lacht hij mij keihard uit. Mijn crunches telt hij hardop verkeerd en bij de squats klapt hij met veel kabaal ter aarde waardoor de andere twee ook wakker worden.

Goed. Daar gaat mijn routine.

Morgen nog maar een kwartiertje eerder op.

Bye bye

Starfish graveyard

‘Verlaten worden is de derde grootste angst van de gemiddelde Nederlander’, hoorde ik op de radio. Ik vraag me af: is dit precíes wat het is of is het wat kort door de bocht gesteld?

Wanneer ik hierop kauw, komt mijn gevoel bij ‘verlaten worden’ naar boven. Hoe ik eens met straf op mijn kamer zat in mijn loei-grote ouderlijk huis en plotseling mijn ouders en broertjes allemaal zag vertrekken. Heel gek vond ik het – ik was pas 8 jaar – want niemand had iets gezegd en in de regel werden wij echt niet alleen gelaten op die leeftijd. Toen ik in huis wilde checken of het allemaal wel klopte, ging het alarm af en voelde ik me als een rat in de val. Afgesloten, oorverdovend lawaai en ik kon er niet uit want alles zat op slot. Kennelijk was ik heel stout geweest en was mijn lot navenant.

Die heeft er ingehakt.

De belangrijkste associatie met het verlaten worden is voor mij dat ik iets helemaal verkeerd heb gedaan en dus mijn verdiende loon krijg. Het is niet het verlaten worden wat ik vrees, het is de geseling van de gedachte aan verdiende straf. Een gedachte die pijn doet; misselijkmakend knijpend van binnen. Meestal ga ik dan om me heen meppen omdat het voelt alsof mijn leven ervan afhangt.

Dus daar, míjn waarheid over verlaten worden, uit een ver verleden maar waar ik nu nog last van heb. En met mij ook anderen. Ai …

Ik vermoed dat de meeste mensen niet zozeer verlatingsangst hebben maar dat het gaat om de associatie; een negatief gevoel dat onder het verlaten worden ligt. Alleen zijn. Niet leuk of goed genoeg zijn. Niet de moeite waard zijn. Zelf niet in staat zijn. Schaamte. Enzovoort. Heel naar, heel vervelend en soms zelfs heel destructief.

Grote gevoelens en diepe emoties kunnen worden getriggerd door op zichzelf relatief kleine of zelfs onbeduidende gebeurtenissen in het verleden die een enorme impact hadden én hebben.

En dan nu het goede nieuws! Verlaten worden of alleen zijn, bang zijn of je rot voelen; het zijn de situaties bij uitstek om met dit soort zelfkastijding af te rekenen. Een mogelijkheid om iets bij jezelf te herstellen en te groeien.

Je zult trouwens wel moeten want het is zwemmen of verzuipen. op je gezicht gaan jezelf oppakken en weer doorgaan. En nog eens en nog eens. Net zolang totdat je het ziet voor wat het is: een ongevaarlijke gedachte. Niets meer en niets minder. En van die gedachte kun je als je ‘m doorhebt, ter plekke afscheid nemen. Uit het raam wapperen en gedag zwaaien. Toedeloe!

Ik kan het weten want ik heb gewapperd, zwaai nog steeds en zal ook wel blijven zwaaien. Elke belemmerende gedachte die ik gedag zwaai, is er één minder. Het is de vrijheid die lonkt. Echte vrijheid, namelijk die van de ketenen waarin ik mezelf vasthoud.

Wil je nog beter nieuws? Als ik het kan, kun jij het ook.

Ram Bam

Ram Bam En zo rende familie Mrs. Bean, bestaande uit drie kinderen en hun moeder, door de straat achter hun ontsnapte konijn aan dat de lente en dus de kolder in z’n kop had. De een gierend, de volgende bezorgd, de laatste jagend en moeder Bean genietend, ook nog van de spijker door haar hoofd van de avond ervoor.

Jumpie-Rod, van huis uit rammelaar en nu een je-weet-wel-konijn, had die ochtend besloten zijn geslacht en de afkorting ervan eer aan te doen. Met een stevig aanloopje maakte hij een finale sprong en ramde met zijn zacht aandoende maar kennelijk harde kop, de dekselklep van het hok open. In dezelfde beweging vloog hij het hok uit en de tuin door. Op weg naar de vrijheid.

Moeder Bean die het zag gebeuren, kon niet anders dan vol bewondering het hoofd buigen voor zoveel vindingrijkheid. Kennelijk had Jumpie-Rod geobserveerd hoe de zo op het oog minst kansrijke ontsnappingskant van zijn hok toch kansrijk kon zijn, al die keren dat de Bean-kinderen zich via die kant het hok in hadden gewurmd. Rustig maar met groeiende aandrang had hij gewacht. Tot dat moment.

Terwijl de vlucht door de straten een hilarisch hoogtepunt van de dag dreigde te worden voor familie Mrs. Bean, zag Jumpie-Rod in dat hij, hoewel de wind heerlijk langs zijn oren gierde en hij zijn vastgeroeste lijf eindelijk weer eens in jubelende vrijheid kon strekken, een kapitale fout had gemaakt: hij was zijn vriendin-en-huisgenoot vergeten. Haar bestaan was in de dampen van z’n bronstige hitte voor even aan zijn oog onttrokken geweest. Maar nu, op drift geraakt door de straat, zag datzelfde oog helemaal geen gedroomde velden vol sappige deernen. Slechts huizen, stenen en water.

Alle-keutels-op-een-hoopje, wát een tegenvaller …!

Midden in zijn sprint hield hij halt, draaide zich om en huppelde terug richting tuin waar hij vandaan kwam. Daar aangekomen deed hij met een typische Jumpster-schijnbeweging nog even net alsof hij niet gepakt wilde worden maar moeder Bean die hem, zijn bedoelingen en gemis begreep, greep Jumpie in de nek en herenigde hem met zijn levensmaatje. Dit onder luide aanmoedigingen van de Beantjes in wier ogen zíj op dat moment ook een treetje hoger op de heldinnen-ladder steeg.

En zo was het begin van ook die dag weer een aaneenschakeling van ogenschijnlijk kleine momenten. En op zichzelf staand allemaal van existentiële grootsheid. Zoals zo vele momenten. Op even zovele dagen.

Het leven is mooi. Het leven is goed. En grappig en wonder(lijk)schoon. Voor de goede verstaander op een moment van rust.

Happy Weekend!

Mirror, mirror on the wall

Mirror mirrorHeb je dat wel eens gedaan: een opsomming maken van je eigen onhebbelijkheden, in ieder geval voor zover jij die zelf ziet of terugkrijgt? Ik wel, gistermorgen nog. Na een week in de sneeuw met kinderen en hun vader waarin ik weer eens een paar keer fijn tegen mezelf was aangelopen en zij mét mij, was het duidelijk weer tijd om eerlijk stil te staan bij mezelf.

Dus ik maakte een lijst van mijn mindere trekken en dat ging me verdacht makkelijk af. Als test heb ik het ‘gepubliceerd’ op Twitter, nieuwsgierig naar wat dit soort openheid doet op een medium waar je elkaar in principe niet kent, alleen digitaal en vooral vanuit een ‘zend’modus. Waar jij bepaalt wat iemand wel of niet van je te zien krijgt. Tegelijkertijd is Twitter een medium with a vengeance: doordat men elkaar verder niet kent is voor velen de grens om ergens of van iemand iets te vinden, vrij wazig. Tot mijn verrassing kreeg ik leuke reacties en (bijna) niemand ontvolgde me. Terwijl het toch niet mis is, die lijst van mij.

Tsja, het kan verkeren.

Waarschijnlijk raakt het in veel gevallen iets goeds bij een ander als je gewoon durft te zeggen wat je te leren hebt. Ik denk dat het een uiting is van iets authentieks en van een kwetsbaarheid die prettig gevonden wordt. Het is echt, want wie gaat zichzelf nou voor de lol profileren als ontploffingsgevaar of koppige ezel en het is herkenbaar want: “oh gelukkig, zij ook …”.

Ons leven is zo gericht op profilering en ‘zenden’; iedereen is er druk mee zichzelf op een optimale en daarmee onderscheidende manier voor het voetlicht te brengen. Dit is geen oordeel, ik doe het zelf ook op veel plekken en momenten. We zullen wel moeten om mee te kunnen in de vaart der volkeren en in hoe de maatschappij het wil. Maar het is wel vermoeiend, vind ik en juist niet onderscheidend, uiteindelijk. Onderscheidend is pas dat wat het totaal-pakket maakt: the good, the bad ánd the ugly.

Ik zie het ook op datingsites: iedereen is aardig, lief en leuk, vrolijk en fruitig, actief en sportief, ondernemend, drinkt alleen maar goede wijn uit halfvolle en niet halflege glazen, ziet er naar eigen zeggen goed uit (smaken verschillen), is in balans met zichzelf en recht zo-ie gaat. En kennelijk geldt dit altijd en de hele tijd en daarmee lijkt – in ieder geval in mijn ogen- iedereen op elkaar.

Niet spannend, niet geloofwaardig en eerlijk gezegd bere-saai. Is het niet juist het scheve tandje in de verder perfecte rij, de wat brede neus of het littekentje op je kin die jou Jou maakt en daarom leuk? En dus ook je felheid en licht-chaotische edoch competitieve aard?

Het is een verademing om zwak- en onvolkomenheden te bekennen. Niet als poging ermee te koketteren maar als pleidooi om ermee in het reine te komen; te staan voor wie en hoe je bent. In optima forma vele malen rijker en veelzijdiger dan alleen vanuit ‘the good’.

Daarom hierbij mijn craquelé selfie-op-schrift van onhebbelijkheden die ik in meer of mindere mate bezit:

Ongeduldig
Eerzuchtig
Vulkanisch
Lichtgeraakt
Lui
Vergeetachtig
Scherpe tong
Spottend
Kritisch
Koppig

Is dat alles? Nou, nee dus maar ik vond het voor nu genoeg om onder ogen te zien. Want mijn god, als iemand mij al een jaar of 40 hard aanpakt op alles wat er minder ok is aan mij, ben ik dat zelf wel.

Vandaar mijn blijdschap toen ik dit niet-sluitende lijstje had gemaakt, ernaar keek en tóch dacht: ”Ja, ik ben heel ok en goed in wat ik doe.” Dat vond ik bepaald een revelatie. Ik heb geen zin meer om gebukt te gaan onder wat er niet goed (genoeg) is. Het is allemáál goed genoeg want het is menselijk. Sterker nog, hoe meer onhebbelijkheden ik bedenk, hoe meer lol ik er in krijg. Ik weet namelijk ook wat er naast en tegenover staat. En vooral dát is belangrijk!

Ja, laten we onszelf maar bevrijden van het juk van picture perfect.