Het dankbare mantra

56EBA44D-D1EE-4C73-A5AD-A47536467A8C

Na een week met hun paps naar de sneeuw zijn mijn schaapjes weer terug in mijn weitje. En hoewel het uit-elkaar-zijn met de jaren voor steeds minder vervelende momenten zorgt, blijft dat weg-zijn-met-de-andere-ouder een knagend iets. Je doet gewoon je ding: bent lekker aan het werk, hebt veel leuke afspraken buiten de deur want dat kan nu en dan af en toe ineens “pang”, die realisatie, altijd onverwacht:

In de AH als je hand automatisch naar de limonade uitstrekt: “Oh nee, dat hoeft nu niet..”, als je wakker wordt en ziet dat geschaatst kan worden wat zo leuk is met die aapjes: “Oh nee, ze zijn er helemaal niet…”, of als je ineens zo’n heerlijke gezins-selfie-in-de-sneeuw-waar-jij-niet-meer-op-staat ontvangt.

Het is een periode van absolute zelfregulatie. En die gaat over:
– het hen niet lastig vallen met jouw gevoel van gemis. Gewoon 100% niet! Zij hebben het zalig en genieten en hebben helemaal geen tijd om jou te missen. Dat verandert zodra jij ze confronteert met jouw gemis. Dan is er, hoe goed bedoeld ook, altijd een gevoel van schuld en spagaat aan hun kant.
– het jezelf weghouden van een gevoel van zelfmedelijden. Je bent niet zielig totdat jíj vindt dat je dat wel bent. En pas dan voelt het ook zo.

Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan maar weet je wat echt helpt?

Gewoon dankbaar zijn. En dat hardop zeggen, als een mantra. Want zo werken onze hersenen; wat je denkt en zegt, word je…

Dus:
Ik ben Dankbaar dat zij zo’n heerlijke week hebben.
Ik ben Dankbaar dat hun vader hen die kan bezorgen.
Ik ben Dankbaar dat ze het goed hebben.
Ik ben Dankbaar voor al mijn ‘vrije’ tijd waarin ik allemaal leuke dingen voor mij kan doen.

En nu ben ik Dankbaar dat ik ze weer alledrie om heen heb. Want potdorie, wat heb ik ze gemist!

Voetbalvroege muesli

IMG_0166.JPG
Naar goed gebruik moeten we voetbalvroeg opstaan deze zaterdag, ja ook in de herfstvakantie. En naar goed gebruik zitten we samen met piekharen en dikke oogjes aan tafel, starend in het niets.
 
Traag en met tegenzin lepelt hij zijn bakje yoghurt met muesli naar binnen. Op een of andere manier smaakt dit op zaterdagochtend minder dan op een doordeweekse, zeg, donderdag. Wonderlijk is dat.
 
Met lange tanden gaat de ‘laatste’ hap naar binnen. Ineens vrij snel loopt hij met het ‘lege’ bakje naar de kraan, spoelt het om en daarmee de laatste drie happen weg, alvorens het bakje keurig in de afwasmachine verdwijnt. Ik doe alsof ik niets doorheb.
 
In mezelf gniffelend moet ik denken aan de kilo’s Brinta waar ik mij vroeger op exact diezelfde wijze van ontdeed. Onder het mom van ‘ik doe wat van mij verwacht wordt” met uitgestreken smoel een boevenstreek uithalen. En. Niemand. Die. Het. Merkt. Heerlijk om je dag te kunnen beginnen met een kleine overwinning. Zit je meteen lekker in de wedstrijd.
 
HIj kijkt mij quasi onschuldig aan en ‘ziet’ dat ik niets heb gezien. Tevreden klautert hij op mijn schoot. Zo zitten we een minuutje heerlijk warm te worden.
 
“Kom op baasje, je moet gaan.” Vandaag fietst hij voor het eerst op zaterdagochtend helemaal alleen naar de team-verzamelplaats. Het is tijd, hij is groot genoeg.
 
Schoenen aan, fietssleutel en voordeur in de hand en één voet al buiten, kijkt-ie nog even achterom: “Dag mam.” Met rechte rug loopt hij naar de schuur, rukt zijn fiets eruit die klem staat tussen de logge apparaten van de andere twee, die al groot zijn en daarom wel mogen uitslapen vanuit het kleintjes-vroeg-groten-laat-principe en spurt weg. Als hij langs mij racet, is daar nog een zwaai. “Dag, vent.”
 
Alleen aan de keukentafel staar ik verder in het niets. Ik kan het me nauwelijks voorstellen maar binnenkort komt echt de dag dat ik ook dit voetbalvroege ga missen.