Rendez-vous

IMG_2998

Ik heb een werkafspraak op een buitenlocatie. Groot parkeerterrein en buitenloop-gebied. Ben iets te vroeg dus blijf nog even in mijn auto zitten om een paar apps weg te werken. Naast mij staat een auto met een vrouw erin die hetzelfde doet. Denk ik.

Ze kijkt even op, naar mij, fronst licht en duikt weer in haar mobiel. Dan verschijnt een andere auto met een man achter het stuur, die dicht naast haar aan de andere kant parkeert. Koket wuift zij haar vingers naar hem terwijl ze haar telefoon weglegt.

Aha. Dit is niet zakelijk.

Tegelijkertijd stappen beiden uit de auto en vallen elkaar in de armen. Vooral de vrouw valt. Diep. Ik zie het gewoon gebeuren. Blind voor en ongegeneerd naar haar omgeving, is haar lust voor de zojuist gearriveerde man tot in mijn auto voelbaar. Zij lijkt wel vloeibaar en waar ze net nog wat verstoord had gekeken ziet ze er nu in-gelukkig uit.

Hier zijn, op deze plek op dit tijdstip, maakt mij onbedoeld toeschouwer van hun intieme uitwisseling. En omdat dit nu eenmaal het gegeven is, besluit ik deze rendez-vous evenzo ongegeneerd te observeren.

Zij draagt een trouwring. Hij niet. Beide rijden in typische familie-auto’s. Zij een wat oudere Renault en hij een VW; lease-bak. In beide auto’s staan op de achterbank kinderstoeltjes. Bij haar 2, bij hem 1.

Ze zuigen zich aan elkaar vast tussen de deuren van hun bolides. Ik bekijk het geamuseerd. Dan gaat haar telefoon die kennelijk nog ergens op de bijrijdersstoel ligt. Met een wild schrikgebaar laten ze los. Zelfs ik schrik. Ze graait naar haar telefoon, kijkt wie het is en drukt diegene weg. Rode wangen en schuldbewuste ogen die de mijne even raken. Ze stopt haar telefoon in haar tas en gooit de autodeur dicht. Hij checkt ook nog even zijn mobiel en stopt die dan in zijn achterzak.

Ik zie hem zeggen: “Ga je mee?”. Ze knikt en samen lopen ze richting het weidse en met bossen omzoomde wandelgebied.

Met allemaal vragen blijf ik achter. Wat gaan ze nou doen? En wáár?! En zou dit misschien via zo’n vreemdgangers-site zijn ontstaan of is zij een stiekeme Tinderella? En, en, of, of??!!

Ik wil het allemaal weten maar zal geen antwoord krijgen. Balen…

Patatje oorlog

troosteloos

Op het overvolle strandje zitten we naast een grote groep kinderen van een jaar of 12, misschien 13. De enige plek waar vanachter een muurtje nog een reepje schaduw tekent.

Een schriel meisje met strak gezicht ligt schuin voor ons met haar magere, witte lijf in de volle zon en grabbelt in haar tas. Ze trekt er een leeg pakje shag uit en gooit het ongeïnteresseerd in het zand voor haar. Een door de puberteit ongelukkig getroffen jongen schreeuwt van een meter afstand: “Zöhw-hee, blöhw jai?!!” Het schriele kind balkt terug met een stem die je niet bij een dergelijk postuur verwacht: ‘Jááh, nou-énnn?!!! Ík blöhw en jai neukt je moeder!!!!’

Zelf echt geen heilige rijzen de haren me hierbij te berge. Ik kijk uit mijn ooghoeken naar mijn middelste, de grote observator die altijd alles ziet en hoort. Hij kijkt stoïcijns voor zich uit.

Aan de andere kant vreet een hele rij jongens zich op misselijkmakende wijze een weg door talloze zakken chips en bakken patat het onderwijl doorspoelend met blikjes fris. Al kauwend, smakkend en klokkend schreeuwen en schelden ze elkaar permanent toe en wordt een dikker jochie, kennelijk de groeps-pispaal, onder het oorlogsdeel van een patatje gesmeerd. Hij smeert het op zijn beurt weer af aan het muurtje waar later iemand in gaat zitten. Ze kijken er allemaal wezenloos onaangedaan bij en ik heb het idee dat ik van een andere planeet kom. Ben ik dan zó naïef?

“Zullen wij even ergens anders gaan zitten? Ik vind het hier erg rumoerig.”

‘Is goed, mam.’

We pakken ons boeltje en verkassen. Ik probeer het unheimische gevoel van me af te schudden maar het lukt me niet goed. Als we weggaan van het strandje zien we de nog-net-niet-rokende-puinhopen die deze kinderen nu letterlijk en straks misschien ook figuurlijk achterlaten. Hopen troosteloos afval.

Aan tafel ’s avonds herhaalt Middelste in woord en gebaar smeuïg alles wat is voorbijgekomen daar bij dat muurtje in de schaduw.

Als hij klaar is ziet Oudste mijn gezicht: “Maak je maar geen zorgen hoor, mam. Wíj gaan denk ik niet zo doen.”