Couleur locale – Buuv Bosbes

bosbes

Alhoewel een over het algemeen vredig Zuid-Hollands dorpje, is natuurlijk niet alles pais en vree. Zoals in iedere leefomgeving is het ook hier een vat vol gedoe en gedoetjes, geroddel en ruzies en zelfs af en toe een heus handgemeen. Ik zie het, hoor het en laat al jaren het meeste aan mij voorbijgaan, comfortabel dommelend in mijn eigen domeintje.

Totdat ik wakker schrok van scherpe haat die naast mij bleek te wonen.

Want naast ons, met alleen een klein steegje tussen onze tuinen, woont Buuv Bosbes. Zo heet zij hier in huis omdat wij ooit de associatie maakten met een van de kinderen uit “Sjakie en de Chocolade-fabriek”; het verwaande kauwgumkauwertje dat het, tijdens de rondleiding door de chocoladefabriek, niet kon laten om een net ontwikkeld stuk gum in haar mond te stoppen, ondanks de uitdrukkelijke waarschuwing van Willy Wonka om dit niet te doen. Zij blies vervolgens op tot een enorme bosbes, moest afgevoerd naar de uitpersmachine, kon de rondleiding niet afmaken en greep door haar nieuwsgierige hebberigheid naast de hoofdprijs.

Bij Buuv Bosbes hebben wij niet alleen de letterlijke associatie, ook wekt zij bij ons alle vier hetzelfde gevoel van geïrriteerd ongeduld als het vervelend kauwende meisje.

De hele geschiedenis begon zo’n 4 jaar geleden toen ik net alleen woonde. Ik belde bij haar aan om te vragen of zij de bal had gevonden die wij kwijt waren en vanuit het niets blies zij een scheldkanonnade van halve meter afstand in mijn gezicht. Snerpend schreeuwend, voorovergebogen en paars opbollend (hence de bosbes) met Duits Aktzent. Het ging over haar tuin en heg, onze bal, mijn nare rotkinderen en daarnaast was ik een gemene leugenaar.

Ik droop geïntimideerd af, gaf mijn kinderen op hun lazer over wat zij allemaal kennelijk wel niet hadden uitgespookt in die tuin, groef in mijn geheugen naar waar ik over gelogen zou hebben, kon dat niet vinden en ondertussen gaf mijn drietal in paniek aan dat ze echt niet wisten waar dit over ging en ik geloofde hen.

Met Argusogen volgde ik voortaan deze buurvrouw en zij deed hetzelfde.

Op mijn verjaardag een tijdje later waren mijn zoontjes van toen 8 en 4 in de tuin aan het spelen met hun eigengemaakte pijl en boogjes. Middelste die heldenfilm Robin Hood net had gezien, vertelde mij hoe cool hij het vond dat de man van zóver een appel van een hoofd schoot. “Heet dát dan een ‘headshot’, mam?”

10 Minuten later verscheen Buuv B. in mijn tuin. Met wederom een spervuur aan scherpe verwijten jegens ons allemaal, afgetopt met het snoeiharde: “En iek schnapp wel dat jouw Mán niet meer bij jou wiel sein en jouw Kindern sein bei hemm viel béter aus!”

De ogen van mijn kinderen vielen bijna uit hun gezichtjes van schrik en ik verzocht haar met mijn laatste beetje zelfbeheersing sehr schnell mijn tuin te verlaten als ze mijn voet niet tegen haar achterwerk wilde voelen. Ik geloof dat ik ook zei dat dit moeilijk te missen zou zijn. Kennelijk toch niet helemaal beheerst.

Terwijl ik de jongens troostte en zij dachten dat ze bij mij hetzelfde moesten doen (“Nee hoor, mam, zij zegt maar wat, wij vinden papa en jou even lief!”), klopte ineens een politie agent aan. Hij was gebeld met een aangifte van bedreiging. Er zou in mijn tuin gesproken zijn over een aanslag op de buurvrouw en wel door een schot op het hoofd met een scherpe pijl…

De indruk die dit psychische geweld op mijn kleine mannetjes maakte, trof mij recht in maag en hart. Ik heb oom agent uitgelegd hoe het werkelijk zat met het headshot en toen hij mijn zoontje aankeek zag ik dat ook hij begreep dat er sprake was van een vergissing.

Hij gaf mij een paar dingen mee over de situatie aan de andere kant van de heg en vroeg ons dan het verstandigst te zijn en gewoon verder te leven, rekening houdend met dat zij daar woont maar er verder niets mee te hoeven.

Tsja.

Mijn kinderen kunnen dat aan. In het begin vonden ze het moeilijk en schoten schichtig weg als zij eraan kwam. Tegenwoordig lopen ze gewoon door en zeggen zelfs per ongeluk wel eens gedag. En dan ben ik trots op ze. Het lukt hen zich hierin groots te tonen. Mij (nog) niet.