Leider

image

Het is een mooie ochtend, de zon schijnt en voelt direct warm, ondanks het feit dat het al weer later licht wordt en eerder donker.

De regen die twee dagen heeft aangehouden is eindelijk doorgedreven maar liet wel alles kletsnat achter; de straten, tegels, het gras en de blaadjes. Het zonlicht weerkaatst verblindend.

Zij van 93 schuift gebruikmakend van haar stok voorzichtig over de stoep richting straat om over te kunnen steken. Ondanks haar nog scherpe geest en relatief soepele ledematen, maakt het verminderde zicht deze tocht tot een spannende onderneming: nat-gladde blaadjes, een afstap, de schittering en te snelle auto’s. Niet zoveel maar genoeg om zeer op je hoede te moeten zijn voor een veilige overtocht.

Hij van 8, die net nog luidkeels joelend en met wilde bewegingen heen en weer stoof, valt stil terwijl hij de situatie in zich opneemt. Ik zie hem kauwen op het beeld.

Dan loopt hij naar haar toe en geeft haar zijn arm en schoudertje: “Zullen wij samen oversteken? Ik hou jou vast en kijk goed voor jou. Als ik ga voel je dat en kun jij met mij mee.”

Zijn overgrootmoeder slaakt een ontroerde zucht: “Niet lang geleden begeleidde ik jou zo naar de overkant. En nu, nu ben jij míjn leider.”

Deze komt zichtbaar binnen, trots kijkt hij even om naar mij. Dan legt hij zijn vrije hand ook op haar arm en kwijt zich met overgave van zijn belangrijke taak.

 

Eerst presteren, dan beloning

IMG_3940

Kleinste grote vriend mag naar een casting. Ze zoeken een adrogyn-ogend jongetje dat van dansen houdt. Ik vind hem helemaal niet androgyn maar hij mag toch komen, omdat alles aan hem danst en hij een fruitig snuitje heeft. Denk ik.

Daar gaan we dan, na een week lang alle scenario’s aangehoord te hebben die hij in zijn hoofd heeft over hoe zo’n ‘cáh-sting’ gaat. Van volle zalen met zeker 2000 andere deelnemertjes, gewoon meedoen omdat het “écht heel leuk is, toch mam? Ja hoor, vent”, tot de spanning van de gedachte aan helemaal- alleen-op-een-groot-podium-terwijl-iedereen-kijkt. Op naar hartje Amsterdam!

Na een totale chaos van afgesloten grachten en van alle kanten hard op ons inrijdend fietsverkeer, moeten we achteruit terug over het bruggetje van een klein centrumgrachtje, zwetend vanuit elke porie terwijl hij uit de auto hangt om sorry naar iedereen te roepen, sla ik met ogen dicht een kruisje alvorens gas te geven. Verwilderd arriveren we bij een grachtenpandje met klein souterrain, waar in studentikoos aandoende banken 1 ander jongetje onderuitgezakt ligt te wachten.

“Er komt zó iemand, hoor.” Minzaam sussend heeft de moeder van dit ook niet zo androgyne jongetje direct door dat wij beginners zijn. Wij ploffen neer, giechelen samen, drinken en eten van wat ik heb meegenomen (wat nogal wat is, want straks zitten we hier tenslotte úren tussen die 2000 anderen..)
Het verveelde jongetje wil ook drinken en laat dit zijn moeder weten. Zonder op te kijken van haar telefoon sist ze: “Eerst presteren, dan beloning.”

Wij verslikken ons in onze koek en worden ietsje stiller.

De coördinator van het geheel verschijnt, schudt ons vrolijk de hand en maakt een foto. Een nieuw kind met moeder komt binnen, prototype androgyn jongetje, -eindelijk iemand die het echt begrepen heeft-. Het onderuitgezakte ventje wordt opgehaald door een andere vrolijkerd met grote bos dansend krulhaar en verdwijnt achter de deur waar het allemaal gebeurt.

Kleine baas observeert en absorbeert, in opperste staat van spanning, verrukking en verbazing; dit lijkt in helemaal niets op een theater maar vooral op de gang van zaken bij een huisarts!

Ondertussen maak ik vrienden in de wachtbank door het wel-androgyne jongetje te complimenteren met zijn vooruitstrevende kapsel (deels kaal, deels knot). Zijn moeder corrigeert me; Hij blijkt een Zij. ‘Oh, mijn excuus.’ “Nou, geeft niet hoor. Zeg, jouw zoon is wel erg kleín, hè?”..

Dan wordt mijn kennelijk heel kleine vriend opgehaald, we geven elkaar een boks en hij danst met Danshaar mee naar binnen. Succes aapje, geniet er maar van!

Een kwartier later staat hij stralend weer voor me: “Mama, het ging heel goed want het was echt superleuk! Zij *wijst naar Danshaar* vroeg mij allemaal dingen, ik moest dan in de camera kijken en antwoorden. En toen de muziek kwam, danste zij heel grappig óók!” Danshaar jubelt met hem mee: “Wat een lust voor oor en oog, deze danser!” Voor danser kan zijn dag niet meer stuk en voor mij stiekem ook niet.

En zo staan we na 30 minuten weer buiten op de gracht, met volle tas, – maag én – gemoed van avontuur en ervaring.
“Vond je het spannend?”
“Ja, heel erg! Maar ik vond het ook heel leuk!”
“Ik vind het geweldig en ontzettend knap dat het jou lukt om het op zo’n spannend moment ook echt te Dóen!” .
“Nou mam, maar dit was Hét Moment. Ik wist; als ik het wil laten zien, dan Moet het dus NU!! Dús …”

Ja. Dús …

Bewonderend: “En nu? Eerst presteren, dan beloning?”
Grote grijns: “Haha ja, een mega-ijs graag!”

Freeze, froze, frozen: als je de ene voet niet meer voor de andere krijgt

image

Franse Alpen + kinderen = avontuur-activiteiten, I like! In mijn enthousiasme vergeet ik dat ik minder houd van gapende dieptes. Balancerend boven een ravijn slaat de angst en daarmee een freeze toe: HELP! Hoe, in hemelsnaam, krijg ik mijn controle terug?

Daar sta ik dan, halverwege een 40 meter lange staalkabel die gespannen is over een ravijn van minimaal evenzoveel meter diep. Een woest bergbeekje stroomt hard onderdoor in die genadeloze diepte. Mij extra benadrukkend dat ik ergens ben waar ik niet wil zijn.

Een zekering is nog geen vérzekering

Natuurlijk ben ik gezekerd, via twee stevige staalkabels aan weerszijden van mij. Niets aan het handje, zou je denken. Maar ik krijg, na de eerste 15 meter al wiebelend vooruit geschuifeld te zijn, ineens de ene voet niet meer voor de andere. Stokstijf stil met gekruiste benen en een totale verstijving in mijn lijf en hoofd.

Gewiebel en geduw

Wat niet helpt, is de jolige wiebelaar zo’n 20 meter vóór mij, die de kabels voor mijn gevoel een meter doet uitslaan en de hijgende adem van mijn 7-jarige in mijn nek. Hij gaat ook over deze kabel. Natuurlijk; hij doet het allemaal en alles met een noodgang. Ongeduldig geremd in zijn snelheid, vraagt hij zich af waarom zijn moeder zo tergend langzaam gaat en vooral waarom híj of all people de pech heeft achter haar te zitten.

Stoere moeder

“Mahammm!! Schiet eens op, mam! Mamáááá, mag ik al? Wáárom sta jij de hele tijd stil? Je staat trouwens heel raar met je BIL naar achter…. Nou, ik GA hoor!! Pfffffff, jij bent toch zo stoer?!” Zijn misgenoegen druipt ervanaf en ik vind mijn eigen kind onberedeneerd een ontzettende naarling.

Grond voelen

Mijn hele leven al vind ik dieptes eng. Zolang ik een vorm van vaste grond onder mijn voeten heb, is er niet veel aan de hand, slechts af en toe een weeïg gevoel in mijn maag dat mij nooit heeft belemmerd. Niet bij het afdalen van hoge en steile skipistes of het beklauteren van bergwanden, niet tijdens het bezoeken van culturele hoogstandjes zoals de toren van Pisa of de Duomo in Milaan. Zelfs niet bij het omhoogklimmen via best hoge ladders. Maar dít…?!

Freeze: figuurlijk bevroren

Ik draai mijn bovenlijf stijfjes en voorzichtig 90 graden in de richting vanwaar ik kwam, om het briesende baasje achter mij tot kalmte te manen:

“Zeg vriend, heb jij wel door hoe stoer ik inderdaad ben? Ik sta hier, midden op dit touw, terwijl ik E-NOR-ME hoogtevrees heb! Maar ik stá hier wel, ja?! … NEE, NIET bewegen!”

Gesnuif valt mij ten deel, alsmede een driftige ruk aan de zijkabels. Rotjoch!! Totale paniek verlamt mijn armen, mijn benen en mijn hoofd. Een klassieke Freeze: Ik.Kan.Dit.Niet. Ik houd mijn adem in en beweeg niet meer.

Overleven is ademhalen

Toch zal ik wel moeten; het is dát of hier op dit nare draadje blijven staan. Ik moet de controle over mezelf terugkrijgen en die freeze uit mijn hersenpan weren: “Je kunt het, je weet het, denk na; hoe moet dat ook al weer?” Door deze afleiding begint in mijn bevroren brein iets te dagen over ademhalen en blijven leven. De vernauwing van mijn bewustzijn verbreedt zich en in de ruimte die ontstaat, vervang ik de gedachte “Ik.Kan.Dit.Niet” door “Rustig en diep ademhalen”.

In godsnaam; gá!

Met deze poging tot ontspanning glijdt iets van de verkramping van me af en langzaam komt wat gevoel terug in mijn ledematen. Ik kan de ene voet voor de andere schuiven en de overkant komt dichterbij! Het gaat langzaam maar ik klaag niet: als ik in godsnaam maar ga.

De acrobaat vóór mij is allang weg en de driftige drukker achter mij block ik: “Hij is er niet, hij is er niet, hij is er niet!” En verdomd, ook dat werkt: voor even ís hij er niet.

De boom is mijn moeder

Met een woeste kreet van opluchting werp ik mezelf tegen de boom die het einde van de overtocht markeert en klamp me eraan vast alsof het mijn moeder is. Ik ben gered. Ik.Kon.Het.Toch!

PS mijn zoon is bij aankomst, 0,1 seconde na mij en met één blik op mijn gezicht, ook trots op mij. Hij vertelt aan iedereen dat het weliswaar leek alsof ik een bangebroek-met-bil-raar-naar-achteren was, maar dat ik feitelijk stoer ben gebleken. En dat is hem geraden, want hij hing zéker aan een draadje.

 

(Dit verhaal is van vorig jaar en ook gepubliceerd via urbanchicks.nl .

Als je GOED kijkt, ZIE je het ..

IMG_3284.JPGWe fietsen samen terug van zijn speelafspraak. Als altijd ga ik net wat harder en kijk daarom met regelmaat even achterom. Haartjes in de wind, opgewekt gezichtje. Aanzettend op zijn trappers omdat hij als altijd iets te vertellen heeft.

“Mama, wist jij dat L. heel muzikaal is? Hij kan pianospelen en zit op zangles. Hij kan echt Heel. Mooi. zingen!”

‘Tjee, wat leuk zeg. Nee, ik had geen idee!’

“Ik wist dat eerst ook niet! Maar hij zingt Mooi van Marco Borsato -ken jij dat, mam?- en dat klínkt ook echt heel mooi. En hij heeft mij net Shape of You op de piano geleerd.

‘Wat geweldig vent, jouw lievelings. Ga je dat straks voor mij spelen?.’

….

Zet weer aan en komt dichterbij

“Ja, oke. Weet je, mam, aan L. zie je zo eigenlijk niet dat hij iets bijzonders kan. Maar toch zíe je het.”

‘Hoe bedoel je dat precies, wat zie ik dan aan L.?’

“Nou gewoon, als je naar hem kijkt, zíe je het. Door hoe hij zijn hoofd houdt en hoe hij kijkt en loopt. Daardoor zie je dat hij iets bij zich heeft, iets dat hij heel goed kan. Ik zie dat. Ik zie dat altijd aan anderen.”

‘Wat een prachtige eigenschap vind ik dat. Dus als jij naar iemand kijkt, zie jij meer dan wat je letterlijk ziet?’

… hij is al pratend weer wat achterop geraakt en spant zich extra in om dichterbij te komen. Het ontroert me, ik rem wat af en herhaal mijn vraag.

“Ja. Of nee. Want ik zie het eigenlijk wél letterlijk. Het is er, maar je moet wel echt GOED kijken! Als je écht goed kijkt, zie je aan iedereen dat ie wat kan.

‘Weet je, lief mannetje, ik denk dat jij gelijk hebt. En weet je wat nog meer? Als ik naar jou kijk, zie ik zóveel  dat ik niets meer kan zeggen en alleen maar een traantje in mijn ogen krijg van geluk.’

….

Achter mij gaat de zon nog warmer schijnen.

 

A special place in hell …

IMG_3258

Lastig, die menselijke neiging onszelf kleiner te maken dan we zijn. Maar last hebben van een ander omdat diegene jóu zo nodig naar beneden moet halen? A special place in hell!

Gooi het er maar uit

Op straat loopt een kerel te schreeuwen. Zijn bloed irritante geluid dringt mijn huis binnen waar ik net probeer een ingewikkeld tekstje zo te krijgen dat het klopt. Het is vooral heel irritant omdat hij een metaalachtige van-achter-uit-zijn-keel-stem heeft waardoor ik niet versta wat hij roept.

Een stemmetje klinkt in mijn achterhoofd: best lekker; gewoon hoofd in je nek leggen en loeien doordat iets jou raakt. Luidkeels, omdat het zo voelt! Al schreeuwend en je niets aantrekkend van wat ‘men’ daar van vindt, een geluidsvacuüm creërend waarbinnen alles één wordt. Ik heb die impuls, zo heb ik kort geleden ervaren.

Straks hebben ze me door

Vorige week was ik te gast bij een mooie bijeenkomst van een vrouwennetwerk. Het ging onder andere over het ‘Impostor Syndrome’; universele lastpak voor mannen én vrouwen, alleen zijn de vrouwen met dubbele aantallen dik in de meerderheid. En 60% van die vrouwen lijdt er dermate hevig aan, dat het hen belemmert te komen waar ze zouden kunnen komen en te doen wat ze eigenlijk zouden willen doen. Dat is heel veel en doodzonde.

Dit Impostor Syndrome beschrijft de angst om als bedrieger of indringer ontdekt te worden. Een vorm van onzekerheid met belemmerende gedachten die gaan van “Ik hou me op de vlakte want anders ontdekken ze dat ik helemaal niet zoveel weet of kan.” tot “Als ik nu maar keihard werk en geen fouten maak, dan komt niemand erachter dat ik maar wat doe”. Ik ken genoeg mensen die hiermee worstelen en God weet dat ik er zelf ook een handje van heb.

Deze middag ging daarom over in jezelf geloven, stelling nemen en daarvoor staan.

Krachtig pact

Nu bestond de bijeenkomst uit allemaal vrouwen die al behoorlijk succesvol zijn of op weg om doelen en dromen te verwezenlijken. Niemand in ieder geval op wie het Impostor Syndrome een ernstig belemmerend effect lijkt te hebben. Wellicht omdat zij zich gesteund weten door een groep vrouwen die achter hen staat, propositie van dit krachtige netwerk. En ja, ook ik geloof in de onbegrensde mogelijkheden die een sterk pact van vrouwen onderling kan bieden, dus was nieuwsgierig naar wat dit businessnetwerk voor mij zou kunnen betekenen en andersom…

Kom op, jij bent oké!

Tjeesis, wát een bak met power heeft zich hier verzameld. Gaaf! Spannend ook. Hebben zij allemaal een eigen ‘bizniz’?! Ik weet eigenlijk niet of ik dat wat ík doe, zo durf te noemen ..

Ach, natuurlijk wel; je acquireert, werkt en krijgt daarvoor betaald. Bizniz dus. Nou hup, je kent niemand maar je bént er! Ga gewoon naar de bar en doe wat jij altijd doet: energiek, geïnteresseerd, open en kwetsbaar. Jij kunt dit. Go, girl!

Ik haal adem, loop naar de bar, doe wat ik altijd doe en heb een paar bijzonder leuke gesprekken die ook meteen ergens over gaan. Zie?! Niets aan het handje.

Gedist met koude schouder

Dan neem ik plaats naast een succesvol ogende vrouw, die er in ieder opzicht uitziet om door een ringetje te halen. Ik geef haar een compliment en stel een vraag ter kennismaking. Haar respons is een strakke pitch, geleverd op afgemeten toon. Ze stelt geen vraag terug maar kijkt langs mij heen, ik mompel mijn intro en val stil. Dan monstert ze mij met die typische ‘ik bekijk jou van boven naar beneden en … tsjáh …’- blik, non-verbaal voor ‘niet interessant’, en draait zich om. Mij rest haar rug, een koele schouder en de vraag waarom zij dit in godsnaam nodig heeft.

Even voel ik me klein en onwaardig, dan recht ik mijn rug; Graag of niet, hoor. Gelukkig lukt het mij inmiddels ervoor te kiezen niet onder de indruk te zijn maar ik weet ook van veel prachtvrouwen dat zij dit moeilijker vinden.

That special place in hell

De -vette aanrader want geweldige- presentatie ‘F*ck die onzekerheid’ begint en al snel is daar de quote van Madeleine Albright: “There’s a special place in hell for women who don’t help other women.” Naast mij stoot de vrouw haar vuist in de lucht en loeit joelend van instemming. Kennelijk raakt deze quote wèl de goede snaar.

En ik? Ik ontvlam inwendig van nijd, teleurstelling en verontwaardiging over de hypocrisie van dit moment en heb óók zin om te loeien! Keihard te schreeuwen zodat ik een geluidsvacuüm creëer waarmee ik alles omvat, haar incluis. Stelling nemend tegen dat verdomde onderhuidse geweld, zo veelvoorkomend tussen vooral vrouwen onderling. Een f*cking impostor is er niets bij; zo fnuikend, zo ondermijnend maar bovenal zo ontzettend onnodig!

Ik doe het niet. Natuurlijk niet: wat zullen ze wel niet van mij denken

Couleur locale – Een haag van Zelfbeschikking.

IMG_3081

“Nououww zeg. Die mag óók wel eens wat aan d’r hèg doen!?!”

Voorbij tour-fietst een stel van een jaar of 65-70 dat door de jaren heen op elkaar is gaan lijken. Diepbruine, enigszins verweerde gezichten van het vele buiten zijn, allebei kort grijs haar. Hij in een knielange broek met van die aantrek-touwtjes onderaan, zij met driekwart-broek met ook aantrek-touwtjes onderaan. Alles in ton-sûr-ton kaki en gebroken wit.

Ongeacht waar je bent in Nederland, kom je hen tegen, zeker ook hier in dit dorp. Hardop de omgeving becommentariërend met alleen hun eigen referentiekader als maatstaf. Ongehinderd door het besef dat ze goed hoorbaar zijn omdat ze, rekening houdend met elkaars en eigen afnemend gehoor, best hard praten. Tegelijkertijd denk ik niet dat het hen iets kan schelen, want wat zij vinden mag door de wereld gehoord worden.

Maak mij gek: kleinburgerlijke bemoeizucht met van alles waaronder de uiterlijke omstandigheid van andermans woon- en dus persoonlijke ruimte. Het heeft op mij het kinderachtige effect dat mijn hakken zich in het zand begraven: ‘Piss off, ik doe lekker helemaal níets meer aan die heg..!’

Maar goed, dit terzijde.

Want mijn heg en ik, wij hebben een bijzondere relatie, ontstaan doordat ik mijn heg al jaren met de hand snoei. Jazeker, met de hand! Het startte toen ik hoogzwanger dit door de heg omzoomde huis betrok en in een vlaag van nestdrang bedacht dat ie geknipt én geschoren moest. Ik vond een grote, loodzware heggenschaar en wierp me met ’n evenzo loodzware buik op de klus.

Ik herinner me talloze mensen, lieve buren en vreemden, die voorbij kwamen en stil bleven staan. Kennelijk bood het een wonderlijk plaatje. Sommigen complimenteerden mij met mijn ijver, anderen maanden me bezorgd tot rust en voorzichtigheid en weer anderen gaven me tips – ook uit zorg maar vooral die voor de toekomst van mijn heg. Minzaam nam ik alle zijlijn-commentaren in ontvangst, strekte mijn rug nog maar eens en ging stoïcijns verder.

Zwoegend en zwetend ondervond ik dat het therapeutisch werkte: knip-knip-knip door al die takjes, korte metten makend met … ja, met wat precies? Hoe dan ook, het gaf me het gevoel van een vrolijk en vooral stoer soort zelfbeschikking: Kloddertje roze hier, Takje minder daar, Mijn kind, Mijn huis, Mijn heg!

Zo ben ik dat blijven doen, jaar in jaar uit en word sinds een jaar of 5 geholpen door mijn zoontjes. En iedere keer komen ze, de goedbedoelde maar ongevraagde en daarmee lichte ergernis opwekkende opmerkingen van de buurt-schippers aan wal. Onze lol is dat wij elkaar later vertellen wat we allemaal opgevangen en geantwoord hebben, sommige uitwisselingen zijn inmiddels tot gimmick verworden: “Zeau, jai ben hier wel effe mee bezig, hè?” ‘Ja dat klopt, en zo makkelijk is het nog niet hoor, best lastig om het recht te doen.’ “Hm. Ja. Nou. Dòt zien ik!!”.

Schuldbewust moet ik bekennen dat de heg na 15 jaar zelfbeschikkend geknip, inderdaad van schots naar uitermate scheef is gegroeid, twee meter dik is, ik door dit alles niet zo goed weet hoe of waar ik nu moet beginnen en niet verder kom dan er halfslachtig naar staren. Mijn kinderen wil ik dit toch ook niet aandoen: het is tijd voor een drastische maatregel.

Dezelfde jongen die 6 jaar geleden bij wijze van hobby-bijbaan mijn zelfbedachte tuinset uit hout tevoorschijn wist te toveren en nu op zijn 23e een florerend tuinbedrijf heeft met 14 man in dienst, gaat mijn heg onderhanden nemen. Want mijn trouwe therapeut verdient niets minder dan een echte local hero!

En ik? Ik ga er die dag eens goed voor zitten. Het zal wel even wennen zijn maar ik heb zo het vermoeden dat dit een veel relaxter vorm van zelfbeschikking gaat zijn…

 

 

Rendez-vous

IMG_2998

Ik heb een werkafspraak op een buitenlocatie. Groot parkeerterrein en buitenloop-gebied. Ben iets te vroeg dus blijf nog even in mijn auto zitten om een paar apps weg te werken. Naast mij staat een auto met een vrouw erin die hetzelfde doet. Denk ik.

Ze kijkt even op, naar mij, fronst licht en duikt weer in haar mobiel. Dan verschijnt een andere auto met een man achter het stuur, die dicht naast haar aan de andere kant parkeert. Koket wuift zij haar vingers naar hem terwijl ze haar telefoon weglegt.

Aha. Dit is niet zakelijk.

Tegelijkertijd stappen beiden uit de auto en vallen elkaar in de armen. Vooral de vrouw valt. Diep. Ik zie het gewoon gebeuren. Blind voor en ongegeneerd naar haar omgeving, is haar lust voor de zojuist gearriveerde man tot in mijn auto voelbaar. Zij lijkt wel vloeibaar en waar ze net nog wat verstoord had gekeken ziet ze er nu in-gelukkig uit.

Hier zijn, op deze plek op dit tijdstip, maakt mij onbedoeld toeschouwer van hun intieme uitwisseling. En omdat dit nu eenmaal het gegeven is, besluit ik deze rendez-vous evenzo ongegeneerd te observeren.

Zij draagt een trouwring. Hij niet. Beide rijden in typische familie-auto’s. Zij een wat oudere Renault en hij een VW; lease-bak. In beide auto’s staan op de achterbank kinderstoeltjes. Bij haar 2, bij hem 1.

Ze zuigen zich aan elkaar vast tussen de deuren van hun bolides. Ik bekijk het geamuseerd. Dan gaat haar telefoon die kennelijk nog ergens op de bijrijdersstoel ligt. Met een wild schrikgebaar laten ze los. Zelfs ik schrik. Ze graait naar haar telefoon, kijkt wie het is en drukt diegene weg. Rode wangen en schuldbewuste ogen die de mijne even raken. Ze stopt haar telefoon in haar tas en gooit de autodeur dicht. Hij checkt ook nog even zijn mobiel en stopt die dan in zijn achterzak.

Ik zie hem zeggen: “Ga je mee?”. Ze knikt en samen lopen ze richting het weidse en met bossen omzoomde wandelgebied.

Met allemaal vragen blijf ik achter. Wat gaan ze nou doen? En wáár?! En zou dit misschien via zo’n vreemdgangers-site zijn ontstaan of is zij een stiekeme Tinderella? En, en, of, of??!!

Ik wil het allemaal weten maar zal geen antwoord krijgen. Balen…