T.M.I.

“WIJ RIJDEN MET JOUOUOU MEEEEE!!!”

Aankomend op het schoolplein, zijn de meeste ouders al met hun lading 7de-groepers op weg naar hun auto. Ik ben er, denk ik, stipt op tijd maar dat blijkt ternauwernood te zijn.

Afijn.

Een aantal tien- en elfjarigen rent op mij af. Mijn eigen kind rijdt niet met mij mee maar met zijn vader. Wij hebben ons per ongeluk allebei opgegeven. Komt prima uit, er zijn nu precies genoeg plekken om dit natuur-uitje door te kunnen laten gaan.

Mijn lading bestaat uit drie vriendjes van mijn zoon, enthousiaste en prepuberale mannen. “Kom maar mee, heren, dat daar is mijn auto, die blauwe!”

JEEEEEE, MAG HET DÁK NAAR BENEDEN?! JAHOEOEOEOE, DIT IS DE COOLSTE AUTO, WIJ ZITTEN IN DE COO-HOOL-STUHHHH!”

Toegegeven, het ís ook heerlijk: dak naar beneden, wapperende haren. Ik doe het niet vaak genoeg, vind het al snel te koud door de wind of veel te bloody warm in de bakkende zon. Ergo, ik ben een zeurpiet. Hup, open dat dak! Al zoevend moet ik lachen om het drietal dat luid joelend, zwaaiend naar anderen en genietend achterin zit.

“JA, HAHAHA, DAT WIST JE NOG NIET MAAR WIJ KUNNEN HÉÉL WILD DOEN!!”

“Not to worry, vriend, dat was mij direct al volstrekt duidelijk. Júllie doen wild en ik ben streng, dus: ogenblikkelijk op je billen gaan zitten en níet gaan staan terwijl ik rij, alsjeblieft. Zitten en je riem om. Lawaai maken is prima, levensgevaarlijk stunten doe je maar bij je eigen moeder in de auto.”

Lachend gaat de bende zitten en even later wordt het stiller. Met af en toe wat gegiechel. Dan ineens hard gegiechel en ik hoor een van hen zeggen: “Hoe harder een vrouw kreunt, hoe groter het genot bij alle betrokkenen (behalve de buren).”.

Naast mij slaat mijn bijrijder alsnog bijna overboord van lamlendig-makende slappe lach terwijl zijn wangen helderrood kleuren. Achter mij nu keihard gegiechel: “Zorg dat je slim sekst. En je kunt niet genoeg seksen, dus doe het zo vaak als je kunt en doe dan vooral veel wilde spelletjes met elkaar. Hou je sokken aan voor een gegarandeerd orgasme.

“WHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAAAHHH!!”

Naast mij heeft het niet meer. Paars aangelopen houdt hij het midden tussen schaamte, opgewonden pre-puberale stoutigheid en pure pret, en hangt inmiddels half over het portier-zonder-raam naar buiten. Ik heb moeite mijn ogen op de weg en de boel in de auto in het gareel te houden. Wat ís dit zeg, waar hebben die types het over!?!

Triomfantelijk wappert degene achter mij een blad in mijn gezicht: “Dit ligt in jóuw auto! En ík lees er gewoon uit voor!”

Met geoefende hand trek ik razendsnel het blad uit zijn handen en scan in een oogopslag het voorblad. Oh jee, de Quest met een artikel over 10 Wetenschappelijke Tips om Slim te Seksen. Sommige ervan kende ik ook nog niet: bak een taart en draag sokken!?

Ineens gaat nog een lampje branden, vandáár dat mijn eigen mannen laatst zo helemaal stil waren tijdens een lange autorit.

“Mogen we dat blad nu weer terug?”

“Nee jongens, genoeg geleerd over seks weer voor vandaag. Ik ben bang dat jullie ouders mij anders zullen kielhalen vanwege de ‘TMI’.”

Teleurgestelde geluiden achter mij maar naast mij gebeurt iets anders; terwijl ik het woord ‘seks’ uitspreek, sterft mijn naaste bijrijder happend naar adem definitief van ellende.

Ik leg mijn hand geruststellend op zijn rug en maan de achterbank: “Heren, jullie vriend heeft mond-op-mond beademing van iemand nodig, ik ben bang dat de spanning hem teveel is geworden… Wie van jullie wil dat doen, ik moet namelijk echt goed op de weg letten.”

In de achteruitkijkspiegel zie ik twee paar groot geworden ogen zoeken naar de mijne: Meent ze dit? Gaat het niet goed met hem? En moeten wíj hem nu mond-op-mond- beademen…?!?!”

Ik kijk ze even quasi-ernstig aan en geef ze dan een knipoog. Beide sluiten hun ogen van opluchting en zakken achterover. Naast mij komt langzaam bij en overeind.

De overige twee minuten tot de parkeerplaats van het natuuruitje voltrekken zich in voor mij fijne en door hen ingehouden stilte.

Als we zijn uitgestapt, valt het een andere ouder op dat mijn ladinkje zulke heerlijk rode wangen heeft: “Echt fijn hoor, zo’n cabrio, krijgen ze meteen kleur van op die bleke toetjes.”

“Hm-hm..”

Heerlijk inderdaad, top-begin van dit Natuur-uitje.

Favoriete hashtag

Hashtag-unapologetic. Ik zie en lees het vaak de laatste tijd. En gebruik het zelf ook. Sterker nog, het is mijn favoriete hashtag.

Maar wat ís het eigenlijk? ‘t Nieuwste mode-ding? Hype?

Volgens mij is het meer en is het een belofte; van vrijheid en verbinding. Want unapologetic gaat in mijn beleving over het ‘jezelf permissie geven’. Ten diepste en zonder sorry.

Het gaat over niet meer afwachten maar doen. Niet in bescheidenheid onzichtbaar blijven maar jezelf laten zien. Niet altijd keurig aan de kant gaan maar eens lekker in het midden blijven lopen. Niet op toestemming wachten maar jezelf toestaan.

Unapologetic staat daarmee voor mij in de kern voor het afrekenen met de echo’s van bloedlijnen, maatschappij, cultuur en cultuurtjes. Je daar niet meer -zoveel- door laten leiden of van aantrekken. Omdat het allemaal zo zwanger is van schaamte en schuld, waarvan veel niet eens vanuit jouzelf komt.

Hoe heerlijk om jezelf daar nou eens van te bevrijden!?

En verloopt die bevrijding dan over lijken en smeulende hopen van verschroeide aarde? Door nergens en met niemand meer rekening te houden, dwars door goede manieren en belangrijke nuances heen?

Nee.

Voor mij in ieder geval niet.

Unapologetic is jouw manier. Om te doen wat jij wil, op het moment en de wijze waarop dat voor jou goed voelt. Dus ook vanuit nuance, zachtheid en bescheidenheid.

Een heel mooie vorm van persoonlijk leiderschap, los van een ander en zijn/haar manier van doen. Niet om losgezongen te zijn maar juist om ècht te verbinden.

Kunnen verbinden vanuit gevoelde persoonlijke vrijheid smeedt namelijk de krachtigste band; puur en waarachtig.

#Unapologetic.

Niet gek.

Kansen en angsten

Hij is uitgenodigd om te komen kijken naar een repetitie van de Junior Company van het Nationale Ballet. We gaan samen.

Terwijl we zitten te genieten, vraagt de artistiek leider hem of hij wel zou willen auditeren voor hun balletacademie.

Naast mij een ingehouden schrikreactie. Zijn droom maar ook zijn nachtmerrie. Want hoe moet dat dan met ons, zijn vriendjes, zijn school, en gewoon alles wat voor hem bekend en vertrouwd is?

Met rode wangetjes en schitterende ogen knikt-schudt hij en kruipt wat meer naar mij toe. De man glimlacht begrijpend en zegt: “Kom maar een dagje meekijken en -doen, dan weet je beter hoe het is.”

Dankbaar voor deze tijdelijke escape, klinkt een opgeluchte zucht naast me.

Later in de auto terug verwoordt hij het mij op zijn manier: “In mijn hart voel ik dat ik dit wil. Maar mijn hoofd zegt ook heel veel over waarom het misschien géén goed idee is, waardoor ik twijfel en niet goed weet wat het gevoel in mijn buik betekent.”

Ach, hoe herkenbaar.

“Ik snap je helemaal, baas. Alleen wil ik je vertellen dat wat je hoofd zegt, wel begrijpelijk is maar vaak niet per se heel waar. Omdat het dan denkt vanuit angst en niet vanuit kans. En ook dat het bijzonder is dat jij je hart zo goed voelt. Probeer maar goed te luisteren en weet: wij steunen je in alles wat je besluit!”

Twee dagen later:

“Mam, ik weet het nu: ik wil auditie doen. Toen ik echt helemaal in mijn hart ging, werd mijn hoofd stil en mijn buik blij. Toen wist ik het.”

Angel

Dit is hoe tegenwoordig mijn dagelijkse liefjesbriefjes aan het drietal achterblijven, nadat ze zijn geconsumeerd.

In het begin verdwenen ze koesterend in broekzak, rugzak danwel speciaal hiervoor aangemerkt doosje. Nu liggen ze na het lezen op tafel, of ergens anders in de keuken. Ogenschijnlijk nonchalant achtergelaten als: “seen it, read it, what’s next!?”

Ik maak er een punt van ze te schrijven. Elke dag een dagstart vol liefdevolle confirmatie voor een ieder van hen. Ook als er irritatie is, slechte zin of bozigheid. Zodat ze weten: ‘dat mag er zijn, het maakt je niet minder oké; er wordt nog steeds als altijd van jou gehouden!’ (In plaats van dat ze alleen mijn woeste blik onthouden ..)

Ineens bij dit achtergelaten hoopje schoot bij míj een klein angeltje vast: ‘ja, halló zeg, wordt dit überhaupt wel gewaardeerd of doe ik dit voor de kat zn staart?’ Tja. Helaas, ook ik ben maar mens…

Het deed mij gisteren de vraag aan mijn jongste stellen: “vind je het fijn om elke dag zo’n briefje te krijgen of vind je het inmiddels wel zo’n beetje genoeg?” Hij kijkt me aan. Ik kan zijn blik niet helemaal lezen. Hij is aan het begin van zijn grote verandering van jochie naar vent en ondanks dat dit nog niet zo lang gaande is, wijst alles er op dat dit een bumpy road gaat worden. Als niet voor hem dan in ieder geval zeker voor mij.

Dan, oplichtende oogjes: “Ik vind het juist heel fijn mam, om als je op zo’n snert-regendag naar beneden komt en nergens zin in hebt, als eerste allemaal complimenten te krijgen.”

En vanmorgen, toen oudste wat stilletjes aan tafel kwam, zag ik het gebeuren. Als eerste het briefje, lezen, klein glimlachje terwijl ogen op briefje: “Thanks mam..”. Dan slaat ze haar ogen op, kijkt in de mijne. Haar lieve gezicht breekt open. Ze weet het: hier is fijne warmte en dikke liefde.

Mijn les: ik zal niet meer twijfelen…!

Tonen

Mijn kleine grote vriend had geen goede middag. Er ging het een en ander naar zijn idee heel erg mis en hij voelde zich daar, tot dikke tranen aan toe, erg rot over.

Gelukkig had hij dansles. Daarna voelde hij zich al iets beter.

Inmiddels is het avond, de misère is weliswaar voor een goed deel voorbij maar zingt vanuit de schaduwen nog wat na, nauwelijks hoorbaar maar de trilling van zijn tonen wel aanwezig.

Dan, als ik hem bij het naar bed gaan een dikke goede-nacht-kus kom brengen, zit daar een ineens verheugd mannetje mij op te wachten: “Eigenlijk hè, mam, ben ik een geluksvogel. Want vooral door de mensen die er voor mij zijn! Door de mensen die ik ontmoette, kwam ik bij OnYourFeet terecht. Daar leerde ik weer iemand kennen waardoor ik naar een Supergave voorstelling mee mocht. Door opa en oma zie ik veel dans en zang. En dankzij papa en jou kan het allemaal….”

Een grote aai over zijn bol: “Dank je wel, mannetje. Wat goed dat jij kunt bedenken waar je dankbaar voor bent. Voel je je nu ook beter?”

“Ja”, tevreden gaat hij liggen.

En ik vertel hem dat hij zichzelf zojuist een heel belangrijke les heeft geleerd. Namelijk dat als je kunt denken vanuit dankbaarheid, je een gelukkiger leven hebt.

Dit kun je maar beter zo vroeg mogelijk snappen .. 🍀

Evengewichtig

De spoken komen vaak ‘s nachts. Klein en zeurderig of groot, beangstigend en met kabaal. Die nachten van wakker liggen en hopen dat het iets sneller ochtend wordt.

Zelfstandige, single mom van 3 en een eigen huis. Allemaal eigen keuzes. Dit is dus geen klacht en daarnaast, het gaat goed. Durf om te investeren in mezelf zodat het nóg wat beter gaat. De moed om iedere dag bij het krieken aan te kijken. Blije kinderen. Ik ben daar trots op, ’t had ook anders kunnen zijn.

Maar soms, die spoken. Ze bestoken me: “Hoe zit het met je pensioen, je wil toch niet tot je 80e werken?” en “Top, die schilderbeurt, je spaargeld is nu op.” of “Staat de toekomst voor je 3tal in de steigers of is t meer een kaartenhuis?”

Af en toe badend wakker worden, met een hart dat bijna je lijf uit klopt. Of paniek door buik, borst en keel: “doe ik het echt wel goed?”

Dan ben ik blij dat ik mentaal gezond ben en dat ik mezelf kan reguleren.

Maar hou op met doen alsof het er niet is, die soms inktzwarte nacht en haar wankele evenwicht tussen het-lukt-me en hoe-moet-ik-het-allemaal-doen.

Alle successen zijn er slechts bij gratie van spoken, donkere wolken of afgrond waar je gierend langs zeilt.

Want het échte Leven heeft een rauwe rand. En ik zou het ook niet anders willen.

Insta(nt) blues

“Hee mam, welke foto heb jij van mij op Insta gezet? X zegt net dat ie leuk is.”

Aan het woord is mijn middelste die zelf niet aan social media doet. Heeft hij geen zin in, vindt het nauwelijks interessant en weet ook dat áls hij eraan begint, de kans dat al zijn tijd daaraan opgaat, toch aanzienlijk is. Dat ziet hij genoeg om zich heen en vindt hij een schrikbeeld want doodzonde.

Die types bestaan dus ook.

“Klopt vent. Die karatefoto!” (Ergens achter in mijn hoofd vraagt een stemmetje waarom X mij eigenlijk is gaan volgen. In het kader van … tsja, van waarschijnlijk van alles dat te maken heeft met cool, vergankelijkheid en gezien worden, vind ik het ergens best vleiend dat vriendjes van mijn kinderen mij kennelijk opzoeken online, maar ergens anders lonkt tegelijkertijd de voorbode van problemen)

“Ja, maar waarom vráág jij niet of je die foto van mij mag gebruiken??!!” Zwaar geïrriteerd is hij nu. 

Betrapt dus defensief: “Jemig, ik heb die foto toch zelf gemaakt, je ziet geen gezicht en jij vond ‘m zelf ook goed gelukt?” (Note to self: hij heeft wel een beetje gelijk…)

Mompelmompelmorrel …

Voor een gelukkig half uurtje denk ik dat ik me eruit heb weten te redden. 

Dan ineens, terwijl we -dacht ik- allemaal heerlijk liggen te lezen, dommelen of anderszins onze zondes overpeinzen, scheurt zijn door de baard-in-keel geteisterde stemgeluid ineens ruw door mijn overpeinzingen heen:

“Jeeeeeeezussss mahammm!, dat is toch echt een beláchelijke caption bij die foto!?!

Ik voel paniek opkomen: caption? Caption? Wat is in godesnaam een CÁPTION??

Gàst, wáárom ZO’N stomme tekst?!”

Ik kijk op en zie een groot lijf dat totaal op instorten staat. Ach jemig, vanwege zijn afwezigheid op al die social media heb ik er geen seconde bij stilgestaan dat het wel supergevoelig ligt allemaal. 

Ik voel me rot voor hem en er is maar één oplossing: ik trek de generatiekloof-meaculpa-kaart. 

“Sorry vent, ik ben gewoon 33 jaar ouder dan jij. Voor mij en míjn vrienden is die tekst wel oké. Ik wist niet eens dat het caption heet. Vergeef het je oude moedertje. Ik verwijder het nu direct.”

Matig gerustgesteld maar toch rustiger zakt het enorme lijf weer wat meer in ontspanning. Mijn hartslag kalmeert met hem mee.

Ik verwijder de foto.

En ik verwijder ook X uit mijn volgers…

Vieze verraaiert.