Let me be your ruler

handHij komt voor me zitten, zijn gezichtje dicht bij het mijne en kijkt me ernstig aan. Ik kom rechter-op; er staat iets te gebeuren. Dan houdt hij zijn hand voor me, palm open naar boven gedraaid. Ik kijk hem vragend aan. Hij zegt alleen maar: “Low five”.

Ik weet wat mij te doen staat.

Plechtig heft hij zijn hand en draait de palm naar mij toe: “High five”.

Braaf gehoorzaam ik.

Nu volgt verwarring want terwijl hij zijn hand nog hoger in de lucht laat zweven en ik afwacht wat de opdracht zal zijn, klinkt het: “Space five”.

Ik raak in de war want heb geen idee wat dit is. Of wat van mij nu gevraagd wordt.

“Spáce Five!” ongeduldig commandeert hij en ik zwabber wat lafjes mijn hand naar de zijne. Mis.

Met opgetrokken wenkbrauw kijkt hij mij minzaam aan en mijn gedachten dwalen naar de vraag wat hier nou moeilijk aan kan zijn. Net als ik het hem wil vragen zie ik uit mijn linkerooghoek iets komen.

“FACE five!” roept hij triomfantelijk, terwijl zijn handje op mijn wang daalt. En er is niets wat ik kan doen.

Dan dringt het tot me door; my ruling days are over…

In da face

ouch Het engelse woord ‘rebound’ (letterlijk: terug springen of –stuiten) is als duiding gekozen voor een relatie die je hebt om terug te komen van de ellende van een vorige relatie. Een relatie die jou laat terug stuiten in het goede gevoel en het prettige leven. Een rebound relatie is dan ook per definitie niet bedoeld om in te blijven. Als je er zo over nadenkt zou een rebound relatie dus op zich een fijne herinnering moeten zijn. Ten slotte bracht deze je terug naar het land der levenden.

Maar: er is ook een ander soort rebound relatie. Dat is de rebound die z’n eigen betekenis niet zo goed begrepen heeft. En in plaats van een re-bound-naar-de-goede-plek een re-bounce-in-your-face is. Deze soort relatie heeft als ongezellig kenmerk dat, als je het niet snel genoeg herkent of onderkent voor wat het is, de bounces steeds blijven terugkomen; venijniger en korter op elkaar. Als bounce-ontvanger, en dit weet ik uit eerste want eigen hand, ga je op een gegeven moment vooral aan de gezondheid van je eigen geest twijfelen.

Het moet een grappig schouwspel zijn voor een goede verstaander aan de kant:

TIK. Hey. Waar kwam dat vandaan? Wat zegt het? Geen idee. Ik zie niets. Dus lekker doorgaan. Goh, het is zo gezellig en fijn en wat ben ik verliefd.
POK! Au! Nah. Alweer. Het is ook wel heftig en niet niks allemaal. Natuurlijk loop ik nu tegen wat dingetjes aan. Maar dat geeft niet. Dat hoort erbij. Want kijk nu toch, het is zo leuk en gezellig en, zoals ik al zei, wat ben ik toch verliefd.
TÁK!! Jemig, ik ben toch niet gek of wel soms?! Dat was echt niet fijn. Het doet best pijn eigenlijk. Zal wel van alle voorgaande jaren zijn ofzo. Want nú ben ik heel gelukkig. Toch?

Ziende blind zogezegd. Terwijl ik het nu opschrijf moet ik zelf lachen. Ik zie ineens voor me de keer dat ik op een golfbaan liep in het oosten van het land. Ik stond bekend als longhitter; iemand die ver kan slaan. Op een gegeven moment sloeg ik af en de bal zat er heerlijk op. Ik voelde mezelf erdoorheen gaan en keek zoals het hoort lang genoeg naar de grond. Die was mínstens 220 meter ver, mooi rechtdoor, dat kon niet anders. Toen ik opkeek zag ik de bal echter nergens vliegen. Ik had wel een harde ‘ták’ gehoord maar dat was ergens recht naast me. Kon daarom dus nooit die zo heerlijk geslagen bal zijn. Ik voelde ook iets rakelings langs me zoeven; dat was vast een vogel. Een uur hebben we gezocht naar die superbal van mij. Totdat ik, met een plotselinge tegenwoordigheid van geest, in het stuk hei ging zoeken naast waar ik had geslagen. En ja hoor, daar lag mijn top-bal. In zijn schitterende vlucht met een hoek van 90 graden (en dat kan alleen als iets in je techniek verkeerd gaat, bij mij meestal iets met de stand van mijn voeten) tegen een boom gekaatst en met een noodgang terug-gebounced. Rakelings langs mij heen en nog ietsje verder weg van de hole terechtgekomen dan vanwaar ik had geslagen….

Zoiets dus. Dát gevoel. Ergens weet je dat je verkeerd stond, want voelde en hoorde je het bewijs maar je hersens verdraaien de waarheid naar de wens.

Zo wordt de ontkenning van wat er scheef zit in die ontzettend fijne relatie versterkt door het gegeven dat er een door je hersens gesponnen mistig gebied is waar jij niet echt doorheen kunt kijken. Een mistig gebied waar gevoelens van liefde en affectie door elkaar gaan lopen. Aanhankelijkheid en houden van hetzelfde lijken en de wens naar een arm om je heen de vader van je ‘dit-is-liefde’-gedachte blijkt.

En dan, op een dag, komt de finale bounce. Degene die je in het gezicht treft:

BÁM!!! Waar ben ik? Volgens mij ben ik even K.O. geweest. Ik weet niet zo goed meer wat er gebeurde. Maar nog wel dat ik een enorme dreun kreeg. En ik weet ook nog waar het vandaan kwam; het kwam van naast me. Oh, en naast me is het nu leeg…

Het goede van deze bounce is wel dat je ogen, als de zwelling van de klap weggetrokken is, weer volledig open zijn. Je wat duizelig bent maar wel verder kunt. Net als die keer dat ik met een diepe zucht en nieuw gevoel voor realiteit mijn eindelijk gevonden bal na twee lullige stuiterslagjes tenslotte toch met een prachtboog uit die hei kreeg.

Mind over matter

InvincibleDoor de stromende regen en striemende wind rijden we in mijn Japanse koekblik terug naar huis. Sofar heb ik het enorm getroffen met alles wat na de scheiding geregeld moest worden. Tot op het niveau dat ik mijn huis kon kopen zodat het nu helemaal van mij is en niet slechts voor de helft of erger nog, dat ik het had moeten verlaten. Maar dit is toch wel een klein verdrietje; dat ik mijn heerlijk zware en automatisch cruisende Amerikaan moest wegdoen vanwege de financiële onhoudbaarheid ervan: zoop teveel en elke reparatie kostte kapitalen. Maar zeker in dit soort weersomstandigheden en ook als ik verder moet rijden denk ik met weemoed aan mijn grote Amerikaanse vriend, die er niet uitzag volgens ‘de kenners’ waardoor ik ‘m alleen maar nog leuker vond.

Afijn.

M’n allerkleinste vriendje ondertussen, zit achterin zich op geen enkele wijze storend aan het feit dat hij nu in een plastic schuddebakje zit en vertelt me wat hij allemaal heeft gedaan die middag. Ogen op de weg en oren naar achter gespitst hoor ik hem ineens zeggen: “Ik ben zo blij, mama, dat opa toen is weggegaan uit het leger en daarom niet in de oorlog moest. Want anders was hij denk ik wel doodgegaan.”

Ik begrijp helemaal niet waar of over wie hij het heeft en vraag hem welke opa. Op een toon alsof hij het tegen een zwakzinnige heeft legt hij uit dat het opa J. betreft, de vader van zijn vader. Aha, daar heb ik het met mijn voormalige schoonvader nooit over gehad volgens mij maar ik laat hem in de waan dat dit breed gedeelde informatie is: “Ja nóu vent, want anders was jíj er ook niet geweest.” Bemoedigend lachend kijk ik hem via de spiegel aan maar mijn lach verstomd direct wanneer ik zie dat hij als door de bliksem getroffen terugkijkt. Oh jee; ik heb de reikwijdte van zijn begrip in deze duidelijk overschat.

“HÓE-ZOO???!!!! Mama, ik ben toch uit jóu geboren?!!??”

Sussend leg ik hem uit: “Dat klopt maar jouw papa was daar wel ook bij. De helft van jou komt van je papa en de andere helft van mij. En jouw papa komt weer voor de helft van opa J. Dus als opa J. in een oorlog met het leger had moeten vechten en was gestorven, was jouw papa er niet geweest en jij dus ook niet.”

Terwijl mijn stem wegsterft zie ik op zijn gezicht inmiddels een blik van geschokt afgrijzen staan. En ik vrees dat dit voor het eerst is dat ergens in zijn hersentjes het besef doordringt dat er een wereld had kunnen zijn zónder hem erin. En ook dat er een wereld is die doorgaat als hij er niet meer is, ooit.

Ik weet nog zo goed dat ik toen ik 5 was deze zelfde mokerslag kreeg toegediend. Ook – natuurlijk – op een totaal onverwacht moment. En dat ik ontroostbaar heb gebruld in de armen van mijn vader over de onbegrijpelijke oneerlijkheid van die waarheid.

Maar terwijl wij in t donker verder zwabberen over de weg, zie ik mijn jongste een heel ander besluit nemen. Hij besluit dat ík het niet goed heb begrepen, zwakzinnig als ik me immers al had bewezen. Hij legt zijn kin op mijn schouder en plant een liefdevol troostende kus in mijn oor:

“Ach, mah-máá…”

Heyy … wil jij mijn subje zijn … ?

Birds of a feather ...

8 dagen, 351 berichtjes en 617 profielbezoekers verder, weet ik dat er in de tussentijd niets is veranderd op de datingsite voor mensen die naast hun gewone, gelukkige maar in eigen ogen ook bloedsaaie relatie behoefte hebben aan een ander. Alhoewel er meer stiekeme sites zijn, lijkt deze mij met 538.000 leden behoorlijk actief.

Mijn vorige blogpost over Second Love genereerde zoveel bereik en reacties; kennelijk raakte het een snaar. In ieder geval werd ik erdoor getriggerd mij nog eens in die wereld onder te dompelen.

Aandacht vs. nieuwsgierigheid

Waar ik bij “Second Lovers” vooral de link legde tussen het hebben van een grote aandachtsbehoefte en het zijn van je eigen eerste liefde, wil ik nu iets meer inzicht verschaffen in bepaalde aspecten van het op zo’n site staan. Een getrouwde vriendin vertelde me naar aanleiding van mijn vorige blog dat zij zo ontzettend benieuwd is naar “hoe dat werkt”. En met haar velen. En, nou ja, ik heb niets te verliezen in dat opzicht.

Man jaagt op vrouw

Het gekke is: verreweg het overgrote deel dat zich op de second lovers website (in jargon: ‘SL’) ophoudt, heeft wél van alles te verliezen. En bij navraag realiseren ze zich dat ook nog maar blijkt de roep van de natuur sterker. Want als er een conclusie is die ik zou willen trekken, is dat de honger naar de jacht en de spanning ervan groter is dan de wilskracht van menigeen. Het evolutionaire element zit er waarschijnlijk in dat het jagen niet slechts alleen nog aan de man is voorbehouden maar dat inmiddels heel wat vrouwen niet alleen van wanten weten maar daar ook mee uit de kast komen. Toch schijnt de verhouding vrouw man 1:20 te zijn. Dat is nog verre van gelijk.

Verleiding by profile

Wat ik begreep is dat de gemiddelde man met geluk 1 bericht per week ontvangt tegen 100 voor de gemiddelde vrouw. Ik kreeg het driedubbele terwijl er geen foto aan te pas komt en ikzelf het initiatief niet neem, ik zou niet weten waar ik die tijd nog vandaan moet halen. Hoe dat kan? Wat deed ik anders dan kennelijk veel anderen? Geen idee, ik beschreef mezelf zoals ik mezelf zie, met juist ook de niet aller-zonnigste kanten van mijn persoonlijkheid. Ik maakte er een scherp maar ook humorvol profiel van. Was ook een beetje streng want gaf duidelijk aan waar ik echt níet naar op zoek was en voegde tot slot een snufje ‘verleiding’ toe door met een schouderophalend relativeren een paar opmerkingen te kopiëren die ik wel eens heb gekregen op een goed gelukte profielfoto. Arrogant met een twist.

Slaapkamerjargon

Kennelijk sprak die combinatie tot de verbeelding van een grote groep spanning-zoekenden. En wat ik zei níet te zoeken, meldde zich dus wel, of moet ik zeggen: juist. Zonder omwegen werd één-op-één ook de vertaling gemaakt naar de eventuele slaapkamer voorkeuren en -prestaties. Ik leek sommigen de ideale ‘dominant’ terwijl anderen mij dolgraag zouden willen omscholen tot hun ‘subje’ (beiden ook weer jargon). Ik ben nog aan het nadenken over of ik dit nou een compliment vind of niet.

Conclusie

Want duidelijk moge zijn: personal branding en – performance is ook op de (stiekeme) datingsites van eminent belang. Het vermogen jezelf onderscheidend over de bühne te krijgen en de ander niet alleen te boeien maar ook geboeid te houden, bepaalt je succes.

PS: Drooggeiler!

Inmiddels beginnen de eerste bittergestemden zich te melden. Uit de teleurgestelde reacties lees ik dat ik niet adequaat genoeg reageer op de sappige uitnodigingen en smeuiige tekstjes en leer ik dat “Drooggeiler” ook jargon is. Mijn ‘geboeid houden’ vergt in deze kennelijk nog enige oefening.

Yep. Time to go.byebye birdie

Second Lovers

Engel

Als er iets is wat eng en kwetsbaar maar ook spannend, grappig en leuk kan zijn, is dat het hele datinggedoe. Vind ik. Toen ik nog niet gescheiden was luisterde ik met klapperende oren naar de verhalen van single vrienden en – vriendinnen over al hun avonturen in online dating-land. Toen het in mijn relatie misliep was dit dan ook het eerste wat ik deed; mij inschrijven op zo’n site. En het greep me.

Aan de ene kant was daar de aandacht waar ik gevoelig voor bleek. Een paar leuke foto’s en snedige zinnen en je wordt overspoeld met aandacht. Heerlijk, ik baadde me erin. Aan de andere kant is het mijn aard om te willen begrijpen wat zich allemaal afspeelt in de hoofden van mensen en wat hun gedragingen bepaalt. Ook waar het mezelf betreft. Wat voor mij dan het allerbeste werkt is me erin storten, even verzuipen, weer bovenkomen en analyseren. Ik heb rondgesnuffeld op sites voor alleen hoger opgeleiden en sites waarop van alles rondhangt, geswiped totdat ik een muisduim had en uit nieuwsgierigheid me gemeld op een site voor tweede geliefden. Ik kwam er onder andere achter dat ik hoger opgeleid echt belangrijk vind, niet op (hele) oude mannen val en dat ik weliswaar niet verslavingsgevoelig ben voor genotsmiddelen maar des te meer voor aandacht.

Door die second lovers kijk ik met andere ogen naar relaties in het algemeen. Honderdduizenden schuinsmarcheerders die vertellen dolgelukkig te zijn in hun relatie maar “toch wat te missen”. Ja, dat snap ik want de helft van het profiel bestaat uit het invullen van de heel basale Me Tarzan, You Jane- informatie; de favoriete standjes en co. Vrijwel allemaal voegen ze er guitig aan toe dat hun vrouw ze best snapt maar toch niet op de hoogte is van hun uitstapjes …: “sshhhht 😜”…

Wat zich aan de kant van de vrouwelijke deelnemers afspeelt weet ik niet maar ik kreeg na aanmelding direct een gratis abonnement en had zonder foto binnen 5 minuten zo’n tachtig berichten, dus denk dat er minder vrouwen dan mannen op deze site staan. Maar vooral geloof ik nu dat er in veel relaties zaken scheef zitten. Wat betreft verwachtingen, wensen en behoeften. En dat daar niet goed of genoeg over wordt gepraat met elkaar. Geen oordeel maar meer een constatering van iemand die ervaringsdeskundige is, precies op dat punt.

In plaats van me aan te bieden of op aanbiedingen in te gaan stelde ik die tweede-liefde heren allerlei vragen en zij bleken meer dan bereid het digitale gesprek aan te gaan. Wat tot de conclusie leidde dat hun drive niet alleen fysiek was maar dat het ook –alweer- om aandacht ging. Gelukkig, dacht ik, ik ben niet de enige. Ergens vond ik het namelijk best een sneu aspect van mezelf, dat ik zo graag aandacht wilde.

Eén belangrijk puntje zag ik nog over het hoofd.

Dating kan zeker leuk zijn en online een mooi middel, de verslaving aan aandacht is levensgevaarlijk. Want waarschijnlijk is het al een ontwikkelpunt als het zo gevoelig is. Het ongebreideld aangeboden krijgen ervan, verzadigt dan niet maar doet juist wat een verslaving in het algemeen doet: je wilt alleen maar méér. Het is een desastreuze spiraal naar beneden, een monster dat, dermate wakker geschud, met zekerheid (nog meer) op gaat spelen in de relaties die je al hebt. Omdat het de realiteit vertekent.

Vele maanden, een tiental dates, een paar gezellige scharrels en een verliefdheid verder ben ik er dan toch achter: dat monster is een deel van jou en heeft maar één ding nodig om getemd te worden. Namelijk jóuw oprechte aandacht voor je eigen wensen en behoeften. En niet die van Pieter, Marcel, Michel of Remco. Vergeleken met jezelf zijn zij en alle anderen welbeschouwd sowieso jouw second loves.

(sshhhtt ;))

Reality Bites?

bubble

In de liefde lijkt alles vaak vanzelfsprekend. Je vaart op je gevoel en dat is goed. Zeker in het begin als de liefde pril en beloftevol is en het verliefd zijn alles kleurt wat je doet, ziet, voelt, zelfs ruikt.

Te weinig minuten in een uur als het samenzijn niet blijvend is die dag. Teveel uren in de dag wanneer je wacht op het moment waarop je elkaar weer ziet en meer. Wie kent dat niet, het verlangen dat pijn kan doen. Het soort pijn dat we zoet noemen.

           Liefde en waarneming; een wonderlijke combinatie.

Als we verliefd worden schijnt het dat je korte tijd zonder alle lagen van bescherming en afweermechanismen bent, in totale verbinding met elkaar en ook met jouzelf. Het gevoel van een zielsverbinding dat je soms voelt, klopt dus misschien wel. Je laat elkaar toe en ziet, voelt en ervaart hetzelfde.

Moeilijkheden ontstaan zodra de lagen weer om ieders kern heen gewikkeld worden. Die eerste verliefde toestand, die na (ik las eens een gemiddelde van) een maand of 5 afneemt omdat de eerste onzekerheid de hoek om heeft gekeken of de eerste minder prettige discussie heeft plaatsgevonden, krijgt geduchte concurrentie te verduren.

Van jouzelf

Jouw realiteit – zijnde de vertaling van wat er in, om, met en tussen jou, jezelf en anderen gebeurt – blijkt ineens op allerlei vlakken een andere dan die van degene waar je zo dol op bent, en andersom. Op zich hoeft dit geen enkel probleem te zijn en lukt het om elkaar toe te blijven laten. Maar het kán wel lastig zijn of worden.

                                        Als verwijdering ontstaat door onbegrip.

Of als blijkt dat beiden ook maar mensen zijn met deuken, schrammen en gekneusde kantjes, narrige haakjes en aanhangsels.

          Wanneer kortom de roze waan overgaat

Hoe dan om te gaan met wat Is in vergelijking met wat Was? En hoe ervoor te zorgen dat je wegblijft van zelfdestructieve gedachten als: “Zie je nou, ik bén ook gewoon niet zo leuk” of “Ik zal er wel om gevraagd hebben” en meer van dit soort ongezonde notes to self?

Dan volgt nu de onthulling van één van de grote publieke geheimen van het Leven:

het wat was, ís sowieso niet meer.

Elke volgende seconde al niet. Als jij je daarbij neerlegt, al het voorbije loslaat en niet stilstaat bij wat in de toekomst zou kunnen liggen, vaar je een steady koers. Dan verloopt jouw realiteit vanuit rust en klopt het met waar je bent op dat moment.

                                                                         Een piepklein beetje helpt al groots.

En terwijl dit soort technische uitleggen altijd heel logisch en begrijpelijk klinken, is het de toepassing ervan waarop velen onder ons langdurig haken. Het goede nieuws is: het schijnt een kwestie van oefening te zijn. Van humor en een lange adem. En van veel, heel veel liefde.

Vooral voor jezelf.

 

recht, krom, kort, lang

banaan 2

Soms weet ze niet of het luiheid is of lamlendigheid, desinteresse of omdat ze het oprecht onbelangrijk vindt wat maakt dat ze niet overgaat tot actie op het moment dat een specifiek item van haar mentale to-do lijst voorbijkomt. Bijvoorbeeld zo iets als het aanpakken van enkele ramen en kozijnen. Deze specifieke actie staat al drie jaar bovenaan de lijst en het valt haar op dat de ramen die het betreft, er nu toch echt redelijk verrot uitzien. Echter, zij is kampioen in het hoe-denk-ik-een-kromme-banaan-recht-mechanisme:

“Shit, die ramen moeten nu echt gedaan worden! Ok, ik ga iemand bellen die dit kan doen. Yes, zou fijn zijn als het gebeurd is. .. Hmm .. Maar, wíe moet ik dan bellen? En als het gedaan wordt, moet ik dan deze hele kamer afplakken of nog erger, de hele verdieping? Gadver. Welke verf moet ik kopen, ik weet de kleur allang niet meer? Hoeveel kost zoiets eigenlijk? Als ik die ramen laat doen, dan moeten ook die andere ramen. En de vloer beneden. En al die dingetjes in de badkamer. Ahh nee, daar heb ik nu geen budget voor, hoor. Trouwens, ik kan het denk ik zelf ook wel. Ja. Ik doe het zelf. Maar niet nu, nu is het te koud. En nat. Dus in het voorjaar. Of anders wordt het de zomer. Kan best. Goed plan.”

Tevreden swiped ze zowel de actie als de mentale to-do lijst weg. Tevreden, totdat ze er op een dag echt over nadenkt en haar gedachten en handelen methodisch fileert. Om vervolgens tot een ontluisterende conclusie te komen. Komt-ie:

“Het is luie, lamlendige zelfondermijning onder het móm van ‘het boeit me niet echt’. Een zogenaamd me afzetten tegen de pico bello omgeving waarin ik ben opgegroeid en waarvan ik ooit heb bedacht deze niet te kunnen evenaren. Dus probeer ik  het niet eens.”

Voorheen zou ze vanwege bovenstaande conclusie zichzelf straffen door zich murw te geselen met harde, nietsontziende gedachten die maken dat ze zichzelf tot een zandkorrel reduceert. Maar nu niet meer. Een nieuw, vrolijk makend mechanisme treedt in werking: het gewoon her- en onderkennen van wat ze doet. Zij fopt zichzelf, al met al best een goeie grap.

En die ramen? Die boeien haar toch wel. Dus aangezien ze heus wel iemand kent, begint hij morgen.