Second Lovers

Engel

Als er iets is wat eng en kwetsbaar maar ook spannend, grappig en leuk kan zijn, is dat het hele datinggedoe. Vind ik. Toen ik nog niet gescheiden was luisterde ik met klapperende oren naar de verhalen van single vrienden en – vriendinnen over al hun avonturen in online dating-land. Toen het in mijn relatie misliep was dit dan ook het eerste wat ik deed; mij inschrijven op zo’n site. En het greep me.

Aan de ene kant was daar de aandacht waar ik gevoelig voor bleek. Een paar leuke foto’s en snedige zinnen en je wordt overspoeld met aandacht. Heerlijk, ik baadde me erin. Aan de andere kant is het mijn aard om te willen begrijpen wat zich allemaal afspeelt in de hoofden van mensen en wat hun gedragingen bepaalt. Ook waar het mezelf betreft. Wat voor mij dan het allerbeste werkt is me erin storten, even verzuipen, weer bovenkomen en analyseren. Ik heb rondgesnuffeld op sites voor alleen hoger opgeleiden en sites waarop van alles rondhangt, geswiped totdat ik een muisduim had en uit nieuwsgierigheid me gemeld op een site voor tweede geliefden. Ik kwam er onder andere achter dat ik hoger opgeleid echt belangrijk vind, niet op (hele) oude mannen val en dat ik weliswaar niet verslavingsgevoelig ben voor genotsmiddelen maar des te meer voor aandacht.

Door die second lovers kijk ik met andere ogen naar relaties in het algemeen. Honderdduizenden schuinsmarcheerders die vertellen dolgelukkig te zijn in hun relatie maar “toch wat te missen”. Ja, dat snap ik want de helft van het profiel bestaat uit het invullen van de heel basale Me Tarzan, You Jane- informatie; de favoriete standjes en co. Vrijwel allemaal voegen ze er guitig aan toe dat hun vrouw ze best snapt maar toch niet op de hoogte is van hun uitstapjes …: “sshhhht 😜”…

Wat zich aan de kant van de vrouwelijke deelnemers afspeelt weet ik niet maar ik kreeg na aanmelding direct een gratis abonnement en had zonder foto binnen 5 minuten zo’n tachtig berichten, dus denk dat er minder vrouwen dan mannen op deze site staan. Maar vooral geloof ik nu dat er in veel relaties zaken scheef zitten. Wat betreft verwachtingen, wensen en behoeften. En dat daar niet goed of genoeg over wordt gepraat met elkaar. Geen oordeel maar meer een constatering van iemand die ervaringsdeskundige is, precies op dat punt.

In plaats van me aan te bieden of op aanbiedingen in te gaan stelde ik die tweede-liefde heren allerlei vragen en zij bleken meer dan bereid het digitale gesprek aan te gaan. Wat tot de conclusie leidde dat hun drive niet alleen fysiek was maar dat het ook –alweer- om aandacht ging. Gelukkig, dacht ik, ik ben niet de enige. Ergens vond ik het namelijk best een sneu aspect van mezelf, dat ik zo graag aandacht wilde.

Eén belangrijk puntje zag ik nog over het hoofd.

Dating kan zeker leuk zijn en online een mooi middel, de verslaving aan aandacht is levensgevaarlijk. Want waarschijnlijk is het al een ontwikkelpunt als het zo gevoelig is. Het ongebreideld aangeboden krijgen ervan, verzadigt dan niet maar doet juist wat een verslaving in het algemeen doet: je wilt alleen maar méér. Het is een desastreuze spiraal naar beneden, een monster dat, dermate wakker geschud, met zekerheid (nog meer) op gaat spelen in de relaties die je al hebt. Omdat het de realiteit vertekent.

Vele maanden, een tiental dates, een paar gezellige scharrels en een verliefdheid verder ben ik er dan toch achter: dat monster is een deel van jou en heeft maar één ding nodig om getemd te worden. Namelijk jóuw oprechte aandacht voor je eigen wensen en behoeften. En niet die van Pieter, Marcel, Michel of Remco. Vergeleken met jezelf zijn zij en alle anderen welbeschouwd sowieso jouw second loves.

(sshhhtt ;))

Reality Bites?

bubble

In de liefde lijkt alles vaak vanzelfsprekend. Je vaart op je gevoel en dat is goed. Zeker in het begin als de liefde pril en beloftevol is en het verliefd zijn alles kleurt wat je doet, ziet, voelt, zelfs ruikt.

Te weinig minuten in een uur als het samenzijn niet blijvend is die dag. Teveel uren in de dag wanneer je wacht op het moment waarop je elkaar weer ziet en meer. Wie kent dat niet, het verlangen dat pijn kan doen. Het soort pijn dat we zoet noemen.

           Liefde en waarneming; een wonderlijke combinatie.

Als we verliefd worden schijnt het dat je korte tijd zonder alle lagen van bescherming en afweermechanismen bent, in totale verbinding met elkaar en ook met jouzelf. Het gevoel van een zielsverbinding dat je soms voelt, klopt dus misschien wel. Je laat elkaar toe en ziet, voelt en ervaart hetzelfde.

Moeilijkheden ontstaan zodra de lagen weer om ieders kern heen gewikkeld worden. Die eerste verliefde toestand, die na (ik las eens een gemiddelde van) een maand of 5 afneemt omdat de eerste onzekerheid de hoek om heeft gekeken of de eerste minder prettige discussie heeft plaatsgevonden, krijgt geduchte concurrentie te verduren.

Van jouzelf

Jouw realiteit – zijnde de vertaling van wat er in, om, met en tussen jou, jezelf en anderen gebeurt – blijkt ineens op allerlei vlakken een andere dan die van degene waar je zo dol op bent, en andersom. Op zich hoeft dit geen enkel probleem te zijn en lukt het om elkaar toe te blijven laten. Maar het kán wel lastig zijn of worden.

                                        Als verwijdering ontstaat door onbegrip.

Of als blijkt dat beiden ook maar mensen zijn met deuken, schrammen en gekneusde kantjes, narrige haakjes en aanhangsels.

          Wanneer kortom de roze waan overgaat

Hoe dan om te gaan met wat Is in vergelijking met wat Was? En hoe ervoor te zorgen dat je wegblijft van zelfdestructieve gedachten als: “Zie je nou, ik bén ook gewoon niet zo leuk” of “Ik zal er wel om gevraagd hebben” en meer van dit soort ongezonde notes to self?

Dan volgt nu de onthulling van één van de grote publieke geheimen van het Leven:

het wat was, ís sowieso niet meer.

Elke volgende seconde al niet. Als jij je daarbij neerlegt, al het voorbije loslaat en niet stilstaat bij wat in de toekomst zou kunnen liggen, vaar je een steady koers. Dan verloopt jouw realiteit vanuit rust en klopt het met waar je bent op dat moment.

                                                                         Een piepklein beetje helpt al groots.

En terwijl dit soort technische uitleggen altijd heel logisch en begrijpelijk klinken, is het de toepassing ervan waarop velen onder ons langdurig haken. Het goede nieuws is: het schijnt een kwestie van oefening te zijn. Van humor en een lange adem. En van veel, heel veel liefde.

Vooral voor jezelf.

 

recht, krom, kort, lang

banaan 2

Soms weet ze niet of het luiheid is of lamlendigheid, desinteresse of omdat ze het oprecht onbelangrijk vindt wat maakt dat ze niet overgaat tot actie op het moment dat een specifiek item van haar mentale to-do lijst voorbijkomt. Bijvoorbeeld zo iets als het aanpakken van enkele ramen en kozijnen. Deze specifieke actie staat al drie jaar bovenaan de lijst en het valt haar op dat de ramen die het betreft, er nu toch echt redelijk verrot uitzien. Echter, zij is kampioen in het hoe-denk-ik-een-kromme-banaan-recht-mechanisme:

“Shit, die ramen moeten nu echt gedaan worden! Ok, ik ga iemand bellen die dit kan doen. Yes, zou fijn zijn als het gebeurd is. .. Hmm .. Maar, wíe moet ik dan bellen? En als het gedaan wordt, moet ik dan deze hele kamer afplakken of nog erger, de hele verdieping? Gadver. Welke verf moet ik kopen, ik weet de kleur allang niet meer? Hoeveel kost zoiets eigenlijk? Als ik die ramen laat doen, dan moeten ook die andere ramen. En de vloer beneden. En al die dingetjes in de badkamer. Ahh nee, daar heb ik nu geen budget voor, hoor. Trouwens, ik kan het denk ik zelf ook wel. Ja. Ik doe het zelf. Maar niet nu, nu is het te koud. En nat. Dus in het voorjaar. Of anders wordt het de zomer. Kan best. Goed plan.”

Tevreden swiped ze zowel de actie als de mentale to-do lijst weg. Tevreden, totdat ze er op een dag echt over nadenkt en haar gedachten en handelen methodisch fileert. Om vervolgens tot een ontluisterende conclusie te komen. Komt-ie:

“Het is luie, lamlendige zelfondermijning onder het móm van ‘het boeit me niet echt’. Een zogenaamd me afzetten tegen de pico bello omgeving waarin ik ben opgegroeid en waarvan ik ooit heb bedacht deze niet te kunnen evenaren. Dus probeer ik  het niet eens.”

Voorheen zou ze vanwege bovenstaande conclusie zichzelf straffen door zich murw te geselen met harde, nietsontziende gedachten die maken dat ze zichzelf tot een zandkorrel reduceert. Maar nu niet meer. Een nieuw, vrolijk makend mechanisme treedt in werking: het gewoon her- en onderkennen van wat ze doet. Zij fopt zichzelf, al met al best een goeie grap.

En die ramen? Die boeien haar toch wel. Dus aangezien ze heus wel iemand kent, begint hij morgen.

Gedist

We zitten in de auto, zoals al twee jaar elke woensdagmiddag dus is er een ritme: de radio staat lekker hard aan, ik zing mee, zij vinden al kletsend de wereld uit en becommentariëren als nodig tussendoor de muziek.

“Siiinds een dag of 2, Vliiinders in m’n buik” …
“Ze is, ze is van Mij-ie-hij..!!”

Ik jodel vrolijk mee maar achter mij is het ineens erg stil. Bij de volgende uithaal klinkt er een soort braakgeluid en zegt mijn middelste met niet-verholen walging: “Wat ís dit, mam?! Dit is toch geen muziek!”

Ik leg uit dat dit wel degelijk muziek is, die volgens mij “ska” heet. En dat dit een liedje is van een groep die in mijn tijd mega-populair was. Dat iedereen in die tijd zijn of haar kleding ‘pimpte’ met buttons van deze groep die Doe Maar heet. Iedereen behalve ik want ik dweepte niet zo heel erg met anderen en als wel dan toch met een stoere gezond-glanzende sportheld en niet met die popartiesten die er in mijn ogen wat verlept uitzagen. Deze instelling is in al die jaren eigenlijk niet veranderd, bedenk ik me. In mijn herinnering vond ik alleen George Michael prettig smeuïg, maar die lol was er snel vanaf toen hij van de mannen bleek.

IMG_4470

Afijn.

Achter me zijn ze in ieder geval warmgedraaid: “Nou ehhh, daar kun je beter ‘Niet’ achter zetten. Doe Maar NIET!!”

De heren komen niet meer bij. En hoewel ik het ook geestig vind, kan ik er niets aan doen maar moet ik toch meezingen dus zet ik nog even aan met zo’n echte ska-snik.

Lijzig –koeltjes reageert het vriendje van middelste: “Het is écht lelijk, dit soort muziek. Maar die Doe Maar Niet zingt wel nét ietsje beter dan jij, moet ik zeggen.”

..… Tsss ….

Via de achteruitkijkspiegel zie ik mijn zoon als stervende zwaan van de bank glijden door de slappe lach bij zoveel snedige durf. Mijn hart maakt een sprongetje; ik weet nog precíes hoe het voelt; dit ontdekken van jezelf, je slimheid en je humor. Ik wil ook weer even 10 zijn.

3300 voet

Terwijl ze slikte en nóg een keer maar de brok niet weggeslikt kreeg, grijnsde het haar als de onoverkomelijke waarheid in haar gezicht. Ze sloeg haar ogen op en keek het recht aan. Ja: ze zou moeten springen.

… Voor iemand met een mate van hoogtevrees en een misschien niet aangeboren maar wel ergens aangehaakt gebrek aan gevoelde veiligheid, is de suggestie om alles los te laten, de aanloop te nemen en van de berg te springen, ongeveer hetzelfde als vragen of ze zich alsjeblieft even op de hoogte van 3300 voet uit het vliegtuig wil laten vallen, alléén. Eerst is er de flits van avontuur, het ingebeelde gevoel van het heerlijke vallen en dan vliegen zo levendig dat het echt lijkt. Maar daarna neemt de ‘rede’ in het brein het over: want wie zegt dat de parachute het doet?? En trouwens, aan welk touwtje moet er dan in godsnaam op welk moment getrokken worden?! Jij weet helemaal niet hoe dat moet!! IMG_4433

De fysiologie verandert. De mond wordt droog, het hart gaat van verwachtingsvol kloppen over in een angstig gebonk en er ontstaat een pijnlijk gevoel tussen de ribben dat de ademhaling precies onder het borstbeen gevangen houdt. Angst.

Pure, onversneden angst. En wat doet dit met iemand? Yep; het verlamt. Dus gebeurt er niets. En gaat het moment voorbij en alles verder zoals het al was. En was dat nou niet precies waar het gevoel van het in een fuik gevangen zitten vandaan kwam? …

In een nanoseconde joeg het geijkte ‘ik kan het niet, in ieder geval niet alleen’ door haar hoofd terwijl de verlammende keten van reacties in werking trad. Maar net voordat de eerste scheut van pijn tegen haar ribben kon beuken, deed ze iets heel onverwachts. Ze haalde diep adem en zei: “Stop.”

Stop tegen de duivel, stop tegen haar brein. Het verbaasde haarzelf maar ze voelde zich wel ter plekke een stuk beter. Want ergens, weggestopt in een diepte, had haar moed bedacht dat het nu maar eens afgelopen moest zijn met de onzin. Verontwaardigd door het permanent over het hoofd gezien worden, terwijl er zoveel situaties te noemen waren waar hij de hoofdrol had gespeeld. Glorieus had overwonnen en voor zalige momenten had gezorgd. Maar altijd als dat stomme brein zich ermee ging bemoeien, in ieder geval het ‘redelijke’ deel ervan, kon de moed het hazepad kiezen, want was er niemand die hem aandacht gaf. Dus vertrok hij stilletjes in de diepte, wachtend op het volgende moment dat het brein even sliep of het sop de kool niet waard vond. Arrogante kwal. Sinds wanneer is het je hele leven zelf regelen en financieel en emotioneel onafhankelijk zijn als sop de kool niet waard? Of het op dating sites staan wat een doodenge en naargeestige jungle van gekwetste zielen en lullige losers lijkt met af en toe een parel ertussen –tenminste dat hoop je dan maar -?! Of het besluiten je hele wezen open te zetten en een ander in alle openheid te ontvangen in plaats van achter een betonnen muur te beschouwen? Allemaal uitdagingen die buiten haar comfortzone lagen. En die ook eerst onmogelijk, lastig of eng hadden geleken maar eenmaal toe over gegaan prima te handelen.

Op een of andere manier lieten zij en haar moed zich iedere keer weer op een dwaalspoor zetten door het brein. Hoe dichter bij haar kern, hoe dikker het rookgordijn.

Maar nu: genoeg! Moed heette niet voor niets moed. En als je moed heet, dan moet je maar eens wat.

“Stop.” En ze sprong.

I.M. Madiba

madiba 3

‘Mama, wie is die meneer? Hij heeft een lief gezicht want hij lacht en kijkt heel aardig.’

“Dat is Nelson Mandela. Hij was ook een lieve meneer, denk ik. En hij was in ieder geval een heel bijzondere meneer. Hij is overleden.”

‘Ja, want ik zie dat hij al heel oud is. Waaróm is hij dan een bijzondere meneer?’

“Nou, hij heeft heel lang in de gevangenis moeten zitten, omdat hij vond dat alle mensen gelijk zijn en vrij moeten kunnen leven en dat niemand beter is dan de ander. En toen ze hem eindelijk vrij lieten, gaf hij de boze mannen een hand in plaats van een klap.”

‘Écht!!?? Was hij dan niet héél boos op die mannen?’

“Ik denk dat hij dat zeker wel is geweest maar toen hij vrij was vond hij het veel belangrijker om dat te vieren en heel veel andere mensen daarmee te helpen. Daarom is hij bijzonder. Iedereen in de hele wereld kent hem.”

….

‘Mama? Ik wilde hem eigenlijk óók wel kennen.’