Ram Bam

Ram Bam En zo rende familie Mrs. Bean, bestaande uit drie kinderen en hun moeder, door de straat achter hun ontsnapte konijn aan dat de lente en dus de kolder in z’n kop had. De een gierend, de volgende bezorgd, de laatste jagend en moeder Bean genietend, ook nog van de spijker door haar hoofd van de avond ervoor.

Jumpie-Rod, van huis uit rammelaar en nu een je-weet-wel-konijn, had die ochtend besloten zijn geslacht en de afkorting ervan eer aan te doen. Met een stevig aanloopje maakte hij een finale sprong en ramde met zijn zacht aandoende maar kennelijk harde kop, de dekselklep van het hok open. In dezelfde beweging vloog hij het hok uit en de tuin door. Op weg naar de vrijheid.

Moeder Bean die het zag gebeuren, kon niet anders dan vol bewondering het hoofd buigen voor zoveel vindingrijkheid. Kennelijk had Jumpie-Rod geobserveerd hoe de op het oog minst kansrijke ontsnappingskant van zijn hok toch kansrijk kon zijn, die keren dat de Bean-kinderen zich via die kant het hok in hadden gewurmd. Rustig maar met groeiende aandrang had hij gewacht. Tot dat moment.

Terwijl de vlucht door de straten een hilarisch hoogtepunt van de dag dreigde te worden voor familie Mrs. Bean, zag Jumpie-Rod in dat hij, hoewel de wind heerlijk langs zijn oren gierde en hij zijn vastgeroeste lijf eindelijk weer eens in jubelende vrijheid kon strekken, een kapitale fout had gemaakt. Hij was zijn vriendin-en-huisgenoot vergeten. Haar bestaan was in de dampen van z’n bronstige hitte voor even aan zijn oog onttrokken geweest. Maar nu, op drift geraakt door de straat, zag datzelfde oog helemaal geen gedroomde velden vol sappige deernen. Slechts huizen, stenen en water. Alle-keutels-op-een-hoopje, wát een tegenvaller …!

Midden in zijn sprint hield hij halt, draaide zich om en huppelde terug richting tuin waar hij vandaan kwam. Daar aangekomen deed hij met een typische Jumpster-schijnbeweging nog even net alsof hij niet gepakt wilde worden maar moeder Bean die hem, zijn bedoelingen en gemis begreep, greep m in de nek en herenigde hem met zijn levensmaatje. Dit onder luide aanmoedigingen van de Beantjes in wier ogen zíj op dat moment ook een treetje hoger op de heldinnen-ladder steeg.

En zo was het begin van ook die dag weer een aaneenschakeling van ogenschijnlijk kleine momenten. Maar die op zichzelf staand allemaal van existentiële grootsheid waren. Zoals zo vele momenten. Op even zovele dagen.

Het leven is mooi. Het leven is goed. En grappig en wonder(lijk)schoon. Voor de goede verstaander op een moment van rust.

Happy Sunday!

Couleur locale – de markt op blauwe dagen

bluesy

Het is zaterdag en wij staan op onze markt bestaande uit drie kippenstands en één paardenstal. Mijn kleinste vriend houdt de wacht bij de kaasboer, terwijl ik in de snijdend koude wind lentebloemetjes koop, daar ik die sinds een paar dagen in de bol heb. En hoe koud het ineens ook weer is, die lente zit daar goed.

Zoals te doen gebruikelijk is het een komen en gaan van bekenden en hangt de marktgang van kletsjes aan elkaar. Het “even naar de markt” is een gedeeld moment in de zaterdagse ochtendagenda van een heleboel dorpsgenoten.

———

Ons aller perceptie van deze markt is ook gedeeld en bijzonder lokaal. Daar wees vriendin Y mij op, toen ik hier net was komen wonen en zij haar naar het dorp verhuisde bestie kwam bezoeken: ze bestierf het luidruchtig van het lachen midden op ons marktplein over het feit dat ík, toch ook een echte stadse van huis-uit, deze drie-en-een-halve-stand met het woord “markt” aanduidde.

Ze liet me wat verward achter: was ik dan echt al zó opgegaan in mijn omgeving dat ik bepaalde zaken letterlijk anders zag? Het simpele antwoord bleek: “ja”. Maar op een manier die mij vooral goed deed: ik was in die zin ‘ver-dorpst’ dat ik tevreden was met het kleine: een goed stuk boerenkaas, bloempje, fruit en een vers visje. Goed genoeg is goed genoeg en meer of groter niet persé beter. Dat deze levenshouding aanstekelijk is, blijkt uit het feit dat Y niet lang daarna ook hier neerstreek, maar dat terzijde.

———

Om het warmer te krijgen huppel ik tijdens de gesprekjes wat van mijn ene been op het andere en knijp de spieren van mijn bovenlijf even goed aan. Zoon-met-jas-half-open heeft nergens last van, zegt hij maar wil nu toch wel gaan. En net zo blauw als de druifjes die straks samen met de hyacinten moeten zorgen dat het lentegevoel binnen in ieder geval hoogtij viert, snelwandelen we saampjes terug naar huis.

“Mama, zijn zakkenrollers heel rijk?”
‘Ha, wat een grappige vraag, hoe kom je daar nu ineens op?’
“Nou, die mevrouw waar jij mee stond te praten; ik zag dat haar portemonnee in haar jaszak zat en die stond heel wijd open. En toen bedacht ik me dat een zakkenroller het zo kon pakken. Dat lijkt me heel makkelijk werk; zakken rollen.”

“Ik vind die mevrouw een beetje een sukkel.”

“En jíj deed trouwens Heel.Raar!”

“Ik ga NOOIT meer mee naar die markt!!!”

Even ben ik met stomheid geslagen en dan begrijp ik het; zo zingt hij zíjn koude blues.

EnzoVoort

KnolHet is heel makkelijk om elitair over te doen of er een nuffige neus voor op te halen en dat was zeker mijn eerste neiging. Maar op de keper beschouwd is het natuurlijk vooral knap. Hij heeft een concept bedacht, in werking gezet, online gegooid en na twee weken was hij een merk. Zo gaat dat, in jonge mensen land. Enzo Knol; 21 jaar en een (vandaag) geschat bruto inkomen van rond de 20.000 euro per maand.

Doe mij dat.

Zowel de vorm als inhoud staan zo ver van mij af dat ik niet begrijp hoe iemand er op komt. Maar de vaardigheden die hij inzet óm het te doen, deze zijn van alle tijd voor het succesvol zijn: focus, commitment, enthousiasme, geloof in wat hij doet en vooral: het doen! Ik heb hem op google opgezocht en het is ongelooflijk de hoeveelheid output die deze jonge ‘gast” produceert.

Bij thuiskomst tref ik mijn dochter met een dik verband om haar hand en pols. Het zit er bij nadere blik wat voddig omheen terwijl haar broer met van sensatie glanzende ogen om háár heen aan het springen is. Met name dit laatste doet mij vermoeden dat ik in de maling word genomen. Maar zij is bloedserieus en zegt dat ze op school zodanig langs een stenen muur is gegleden dat ze nu twee nare brandwonden heeft.

“Wil je het zien, mam?” ze wikkelt het verband eraf en eronder vandaan komen twee lelijk uitziende plekken. Ik trap er griezelend in. Het stel ligt in een deuk en zoonlief doet met gierende uithalen verslag voor zijn zus. Zij is –terecht- trots dat ik haar levendige kunstwerk voor waar aanzag.

Wat blijkt? EnzoKnol -want je moet dat zo aan elkaar schrijven- heeft “soms chille maar meestal stomme trucs”, die zo’n zeshonderduizend hits per stuk krijgen. Dit keer had hij op zijn vlog (videoblog voor de leken) zijn huisgenoot gefilmd die een test deed door deodorant van dichtbij langere tijd op zijn arm te spuiten en te kijken wat er dan gebeurde. Dit ging, bekeken door honderdduizenden kinderen, binnen no time viral en op ieder schoolplein stonk het vervolgens naar Axe en verbrande huid. Want dat is dus wat er gebeurt: zo toegebracht fikt dat spul de huid weg en ontstaan nare brandblaren. Niet helemaal de bedoeling van Enzo maar iemand met een béétje KnolPower bijt op zijn kiezen en gaat juichend verder met living his loose life. Of zoiets.

Mijn dochter piekerde er niet over om de test te doen maar haar leek het wel grappig net te doen alsof. Kijken hoe cool dat gevonden werd. En-zo ben ik blij dat ze de sensatie snapte maar de inhoud kritisch benaderde.

Haar tip voor een succesvolle performance in dat opzicht: “Fake it till you make it”.

Beter.

Elementary

Elementary“Mama, gaan jullie nu weer bij elkaar wonen en zijn we dan weer sámen? Met z’n alle-maal?”

Grote lang gewimperde ogen kijken mij hoopvol aan.

“Nee liefje, dat gaan we niet.”

Een schaduw trekt over zijn gezicht, waterlanders wellen op en benemen ons even het zicht op elkaar. Ik dwing mezelf hem aan te blijven kijken. Wat ik zie grijpt als een koude klauw naar binnen, om mijn hart dat voelt als steen.

“Máh-ma!! Waaróm niet? Jullie hebben bijna helemaal geen ruzie gemaakt en het was echt superleuk. Dan kunnen we dus toch altijd allemaal samenzijn!!”

“Ik weet dat dat jouw liefste wens is en ik vind het heel erg dat ik die niet kan vervullen. We hebben met elkaar afgesproken dat we, als en zolang het kan, met z’n vijfjes op skivakantie gaan. Tuurlijk, wij willen ook dat zo’n week gezellig is samen. En dat lukt gelukkig. Maar we gaan niet meer met elkaar in één huis wonen. Je moet het maar zo zien dat papa en mama een beetje zijn zoals jullie drie met elkaar, als broer en zus. Dus niet meer als verliefd.”

Dikke, wanhopige tranen nu. Hij knijpt zijn ogen heel hard dicht en schudt zijn hoofdje heen en weer.

“Maar dan kán het juíst!? Wij maken best vaak ruzie maar we gaan toch óók niet allemaal ergens anders wonen!!??”

“Ach mannetje, ik vind het zo erg voor je dat je zo’n verdriet hebt. En ík weet helemaal niet hoe dit voelt want mijn papa en mama zijn wel nog bij elkaar. Maar jouw papa en ik niet meer. En dat blijft zo.”

Hij huilt nog even hartverscheurend hard in mijn armen en gaat dan met rood hoofdje en natte wangen liggen om te slapen. Mijn hart wordt heel warm.

“Gaat het weer een beetje, liefje?”

Zijn verdriet heeft hem uitgeput, hij vertrekt al richting dromenland maar mompelt nog:
“Ja mama. Je weet het toch; ik ben gewoon heel ge-vóelig…”.

Mijn hart wordt vloeibaar, loopt vol en dan over.

Mirror, mirror on the wall

Mirror mirrorHeb je dat wel eens gedaan: een opsomming maken van je eigen onhebbelijkheden, in ieder geval voor zover jij die zelf ziet of terugkrijgt? Ik wel, gistermorgen nog. Na een week in de sneeuw met kinderen en hun vader waarin ik weer eens een paar keer fijn tegen mezelf was aangelopen en zij mét mij, was het duidelijk weer tijd om eerlijk stil te staan bij mezelf.

Dus ik maakte een lijst van mijn mindere trekken en dat ging me verdacht makkelijk af. Als test heb ik het ‘gepubliceerd’ op Twitter, nieuwsgierig naar wat dit soort openheid doet op een medium waar je elkaar in principe niet kent, alleen digitaal en vooral vanuit een ‘zend’modus. Waar jij bepaalt wat iemand wel of niet van je te zien krijgt. Tegelijkertijd is Twitter een medium with a vengeance: doordat men elkaar verder niet kent is voor velen de grens om ergens of van iemand iets te vinden, vrij wazig. Tot mijn verrassing kreeg ik leuke reacties en (bijna) niemand ontvolgde me. Terwijl het toch niet mis is, die lijst van mij.

Tsja, het kan verkeren.

Waarschijnlijk raakt het in veel gevallen iets goeds bij een ander als je gewoon durft te zeggen wat je te leren hebt. Ik denk dat het een uiting is van iets authentieks en van een kwetsbaarheid die prettig gevonden wordt. Het is echt, want wie gaat zichzelf nou voor de lol profileren als ontploffingsgevaar of koppige ezel en het is herkenbaar want: “oh gelukkig, zij ook …”.

Ons leven is zo gericht op profilering en ‘zenden’; iedereen is er druk mee zichzelf op een optimale en daarmee onderscheidende manier voor het voetlicht te brengen. Dit is geen oordeel, ik doe het zelf ook op veel plekken en momenten. We zullen wel moeten om mee te kunnen in de vaart der volkeren en in hoe de maatschappij het wil. Maar het is wel vermoeiend, vind ik en juist niet onderscheidend, uiteindelijk. Onderscheidend is pas dat wat het totaal-pakket maakt: the good, the bad ánd the ugly.

Ik zie het ook op datingsites: iedereen is aardig, lief en leuk, vrolijk en fruitig, actief en sportief, ondernemend, drinkt alleen maar goede wijn uit halfvolle en niet halflege glazen, ziet er naar eigen zeggen goed uit (smaken verschillen), is in balans met zichzelf en recht zo-ie gaat. En kennelijk geldt dit altijd en de hele tijd en daarmee lijkt – in ieder geval in mijn ogen- iedereen op elkaar.

Niet spannend, niet geloofwaardig en eerlijk gezegd bere-saai. Is het niet juist het scheve tandje in de verder perfecte rij, de wat brede neus of het littekentje op je kin die jou Jou maakt en daarom leuk? En dus ook je felheid en licht-chaotische edoch competitieve aard?

Het is een verademing om zwak- en onvolkomenheden te bekennen. Niet als poging ermee te koketteren maar als pleidooi om ermee in het reine te komen; te staan voor wie en hoe je bent. In optima forma vele malen rijker en veelzijdiger dan alleen vanuit ‘the good’.

Daarom hierbij mijn craquelé selfie-op-schrift van onhebbelijkheden die ik in meer of mindere mate bezit:

Ongeduldig
Eerzuchtig
Vulkanisch
Lichtgeraakt
Lui
Vergeetachtig
Scherpe tong
Spottend
Kritisch
Koppig

Is dat alles? Nou, nee dus maar ik vond het voor nu genoeg om onder ogen te zien. Want mijn god, als iemand mij al een jaar of 40 hard aanpakt op alles wat er minder ok is aan mij, ben ik dat zelf wel.

Vandaar mijn blijdschap toen ik dit niet-sluitende lijstje had gemaakt, ernaar keek en tóch dacht: ”Ja, ik ben heel ok en goed in wat ik doe.” Dat vond ik bepaald een revelatie. Ik heb geen zin meer om gebukt te gaan onder wat er niet goed (genoeg) is. Het is allemáál goed genoeg want het is menselijk. Sterker nog, hoe meer onhebbelijkheden ik bedenk, hoe meer lol ik er in krijg. Ik weet namelijk ook wat er naast en tegenover staat. En vooral dát is belangrijk!

Ja, laten we onszelf maar bevrijden van het juk van picture perfect.

Tell ‘m

Birds tellingAl de hele dag roert zich een gevoel van onbehagen in mijn buik. Iets ongewis daar diep beneden, af en toe welt het op en voel ik me een beetje misselijk zelfs. Ik weet niet precies wat het is of waar het door komt. Ik weet wel dat het een fysieke reactie is op iets wat zich ergens in mijn hersenpan afspeelt.

Gaat het over mijzelf? Op zich kan ik altijd wel iets bedenken wat er aan mezelf mankeert en waar ik een gevoel van onbehagen over kan creëren als ik mentaal een beetje mijn best doe. Maar ik geloof dat het dit keer gaat over het grotere: de wereld en al het leed dat zich daar prangend en dreigend afspeelt. Ik hoor, lees en zie niet anders dan verontrustende berichten, boze geluiden, nare beelden. Het begint erop te lijken dat we als mensheid op weg zijn naar een botsing die alles en iedereen zal raken.

Ik weet niet of dit ook echt zo is. Want ik heb daar niet erg veel verstand van. Maar velen schreeuwen en vertellen elkaar eens even flink de Waarheid, ook (of juist) diegenen die er volgens mij nog minder vanaf weten. Waarom scheldt men zo en wordt er –over en weer- zo grof en nietsontziend gepraat en gedaan? Allerlei mensen en hele groepen bespuugd, bedreigd en uitgescholden. Uitgekafferd en weggewenst.

Wat maakt dat we niet wat rustiger en meer bij onszelf blijven?

Angst natuurlijk. Ja, dat is een universele emotie; de hele wereld is bang. Uiteindelijk verschillen we met z’n allen niet zo heel veel van elkaar. Maar als nou iets een overall slechte raadgever is, ook in hoe we ons moeten gedragen en opstellen, dan is het wel Angst. Dat weten we toch?

Het voelt onmachtig en oncontroleerbaar. In ieder geval niet voor mij te (be)vatten, het is te groot. Dus probeer ik het klein te houden en richt ik mijn aandacht op datgene waar ik wel enigszins invloed heb; door mijn kinderen de twee dingen mee te geven die ik belangrijk vind voor een fijn leven en een prettige wereld. Door ze te vertellen en te laten merken dat ze het werkelijk waard zijn om er te Zíjn en door hen de basisintentie bij te brengen om aardig te doen tegen een ander. Wat voor mij betekent dat ze op z’n minst rekening houden met en zich proberen in te leven in die ander. Ongeacht wie het is en waar hij vandaan komt.

Dit is het enige zinvolle wat ik aan deze situatie bij te dragen heb, anders weet ik het ook niet. Maar ik weet nu wel dat mijn gevoel van onbehagen ook Angst is. Dat het gewoon niet genoeg zal zijn.

Let me be your ruler

handHij komt voor me zitten, zijn gezichtje dicht bij het mijne en kijkt me ernstig aan. Ik kom rechter-op; er staat iets te gebeuren. Dan houdt hij zijn hand voor me, palm open naar boven gedraaid. Ik kijk hem vragend aan. Hij zegt alleen maar: “Low five”.

Ik weet wat mij te doen staat.

Plechtig heft hij zijn hand en draait de palm naar mij toe: “High five”.

Braaf gehoorzaam ik.

Nu volgt verwarring want terwijl hij zijn hand nog hoger in de lucht laat zweven en ik afwacht wat de opdracht zal zijn, klinkt het: “Space five”.

Ik raak in de war want heb geen idee wat dit is. Of wat van mij nu gevraagd wordt.

“Spáce Five!” ongeduldig commandeert hij en ik zwabber wat lafjes mijn hand naar de zijne. Mis.

Met opgetrokken wenkbrauw kijkt hij mij minzaam aan en mijn gedachten dwalen naar de vraag wat hier nou moeilijk aan kan zijn. Net als ik het hem wil vragen zie ik uit mijn linkerooghoek iets komen.

“FACE five!” roept hij triomfantelijk, terwijl zijn handje op mijn wang daalt. En er is niets wat ik kan doen.

Dan dringt het tot me door; my ruling days are over…