Mails die ik in mijn hoofd ooit schreef maar nooit verstuurde (2)

Schaap

Beste Bor de Bons,

Van functiewege zou ik je eigenlijk met ‘U’ aan moeten spreken. Maar in jouw geval pieker ik daar niet over. Daarvoor heb ik teveel sms-jes van bedenkelijke aard van je gekregen.

Geen zorg, het is zeker mijn bedoeling niet om jou met deze mail aan de publieke schandpaal te nagelen. Ik geef op geen enkele manier een hint over wie dit gaat, dat beloof ik je. Een heel beperkt aantal mensen zal misschien een vermoeden hebben, áls ze deze mail al lezen, want ik heb het er uiteindelijk maar met twee of drie mensen ooit over gehad.

Getrouwd met kinderen en grote politieke ambities, bekleedde je een belangrijke publieke positie. En zoals wel vaker bij mensen in dat soort schoenen: een narcistische persoonlijkheid voor wie het gevoel van macht en de grenzeloze ambitie gekanaliseerd moesten worden met spanning en seks. Kwam ik achter.

Ik kwam bij je aangewaaid om je te interviewen. Jonger dan jij en stralend want zwanger. Dat wist jij niet. En ik tóen ook nog niet want het was heel pril. Later vertelde men mij dat jij binnen “het wereldje” bekend stond als: ‘heeft-in-elk-stadje-een-ander-schatje. Op dat moment echter was mij dit volledig onbekend. Ik was geen insider in desbetreffend wereldje en de ‘verheven’ moraal die erbij hoort kwam niet eens in mij op.

Hormonaal bevattelijk trapte ik met beide voetjes in jouw dodelijk charmante manier van doen. Hoewel ik er tijdens het interviewgesprek geen seconde erg in had, naïef braaf-stralend schaap dat ik was, bleek ik geen partij voor jou. Dus toen ik later die avond je sms bericht ontving leek het erop dat ik rijp was voor de slachtbank.

Of ik nog in town was voor een drankje, want je had me nog láng niet alles verteld. En of ik je op dit nummer terug wilde teksten want dan zag je secretaresse het niet ..;)

Wát spannend. Overkwam mij dit? Vond die charmante, belangrijke meneer míj zo leuk? Wow…!!

Tegelijkertijd schoot er allerlei kramp in mijn bestaan. Want wat moest ik hiermee richting mijn partner die het zo druk en zwaar had in zijn eigen bestaan. Dit zou hij niet trekken. En wat zei het over mij dat ik ontvankelijk was voor de aandacht? Beschaamd hield ik mijn kaken angstvallig op elkaar. Wat moest ik hierover zeggen tegen wie dan ook? Kon ik dat maken, naar jou toe? Wat zou er dan gebeuren, jij zat op een bijzonder chantabele plek. Zo politiek bewust was ik wel.

Gelukkig klonk ergens in mijn achterhoofd het belletje van ‘gevaar’ waardoor ik me op afstand hield en ook het werkcontact digitaal bleef. Je probeerde en nodigde me voor van alles uit, met als klap op de vuurpijl een trip naar het Verre Oosten uit hoofde van je functie. Het gemak waarmee jij je voorstel deed en me liet weten hoe mijn aanwezigheid, ondanks de grootte van de groep die mee zou reizen, geen enkel probleem zou opleveren, deed mij helemaal de schellen van de ogen vallen.

Je zeer bewust van je positie en macht gedroeg jij je als een roofdier en waarschijnlijk vandaag de dag nog steeds. Maar ik vraag me af; waarom gedroeg/gedraag jij je niet gewoon naar je functie? Namelijk verantwoordelijk voor en respectvol naar de mensen die je vertegenwoordigt? Door jou was ik een illusie armer waar het jouw soort betreft. Treurig, banaal en laf was de nasmaak die ik had bij het ambt waarvan je zou willen, als burger zelfs zou mogen eísen, dat het respectabel en rechtschapen is.

Het moment dat jij doorhad dat ik niet hard-to-get speelde maar impossible-to-get wás, werd je onaardig, vilein en veegde mij met een klap van je roofdieren-klauw uit je bestaan. Wat prima was, want de kramp waarin ik zat was daarmee voorbij.

Stiekem hoop ik je nog eens tegen te komen, want tegenwoordig is dit schaapje allesbehalve naïef en lust jou, waardeloze wolf die volgens mij politiek ook geen deuk in een pakje boter slaat, inmiddels rauw.

Je bent gewaarschuwd,

A.

Pluche

Pluche

Jij hoort bij mij
Je bent niet mooi
Maar je hoort bij mij

Jij bent deel van mij
Vaak voel je stroef
Toch ben je deel van mij

Dus ik omhels je
En hou je vast
Want koester ook
Het jou in mij

Je spartelt en slaat
Je vecht en je bijt
Maar ik laat niet los
Want ook jij bent mij

Ja ik omhels je
Want alleen dan
Word jij zachter
En wint liefde het
Van haat in mij

Reddeloos verloren

reddeloos verloren

“Mam, weet je wat ik heb ontdekt?”

Al dingen uit de schappen pakkend met mijn verstand op nul want-Lidl-dus-alles-wat-ik-enigszins-denk-in-de-niet-al-te-verre-toekomst-een-keer-nodig-te-hebben, reageer ik wat afwezig: ‘Nou, wat dan?’

“Als ik zeg: ‘Ooohh, dit is ZÓ lekker!!’ dan zeg jij altijd: ‘Nou ok, pak maar.’, terwijl als ik het vráág, bijvoorbeeld: ‘Mag ik deze nootjes of chips of ijsjes?’, dan mag het bijna nooit! Bij papa is dat precies hetzelfde :))!”

Triomfantelijk kijkt hij me aan terwijl ik me verbaas over zijn slimme opmerkzaamheid. Dit is iets waar ik totaal niet bij stil heb gestaan. Nog nooit.

Ik knuffel hem stevig midden in die winkel, het kan nog net. Wat hou ik toch van dit onbaatzuchtige mannetje dat me per ongeluk zijn geheime winkel-wapen verklapt. En ik realiseer me dat ik hem deze middag, waarop hij zomaar uit school even bij zijn moesje langskwam terwijl het niet ‘mijn dagen’ zijn en gewoon goedgemutst en gezellig (ik hoefde er niet eens om te smeken) met me mee is getogen naar de supermarkt om me te helpen, helemaal níets geweigerd zou hebben.

Maar dat vertel ik hem er mooi niet bij …

Mails die ik in mijn hoofd ooit schreef maar nooit verstuurde (1)

Kippig

Geachte vervelende oogarts,

Het is 30 jaar geleden dat ik voor u stond als bedremmelde 12-jarige bij wie zojuist door de schoolarts minder zicht was geconstateerd. In de eerste klas van de middelbare zat ik en deed ik mijn best mijn plekje te veroveren. Dodelijk onzeker tussen al die coole, knappe, superslimme types. Mijn tactiek was die van een grote mond maar in mijn hart voelde ik me erg klein. En na mijn bezoek aan u nog een heel stuk kleiner.

Het bericht dat ik naar u toe moest voor een serieuze meting want met zekerheid een bril, was voor mij al een mokerslag die mijn kleine wereldje van school en sport deed beven. En precies zo stond ik samen met mijn moeder te wachten, ik zal het nooit vergeten, net over de drempel van uw spreekkamer totdat u zo goed zou zijn ons in onze aanwezigheid te erkennen.

U was druk bezig iets op schrift te stellen, keek niet op of om en ik durfde bijna geen adem te halen in de hoop dat het zicht-probleem dan vanzelf zou verdwijnen. Eindelijk drukte u een punt op het papier en uw bril steviger op uw neus, hief het hoofd en nog voordat u ons aankeek zei u het, langzaam en nasaal snerpend.

“Zooooo, dus Alexa hier is KÍP-piggg …?!”

Het klonk als een beschuldigend pistoolschot. En toen de ‘ggg’ van KÍP-piggg wegstierf en uw hoofd recht op uw schouders stond zodat u ons aankeek, zag ik kleine, kwaaiig-priemende oogjes achter Heel. Dik. Glas. Het was alsof u míj de schuld van dat dikke glas gaf en voor straf me nu met hetzelfde ging opzadelen.

Ik zakte ter plekke door de grond. Was dat ook echt gebeurd en ik nooit meer boven gekomen was het voor mij prima geweest. Mijn moeders hand beefde van ingehouden woede en nog als we het erover hebben voel ik die emotie. Dus ik heb het me niet verbeeld.

Kippig… wat een belachelijk woord om te gebruiken. Ik vroeg me nadien wel eens af of u gráp-piggg probeerde te zijn maar dat kan bijna niet. Zó niet-grappig was het.

De rest van de meting kan ik mij niet herinneren maar wel dat ik twee dagen later met een brilletje met ook Best Dik Glas naar school moest, alsook naar paardrijden en de verschillende sportvelden waar ik zo door de week verkeerde. Overal schoten mij de tranen in de ogen want zag ik uw oogjes-achter-jampotglazen voor me en hoe verschrikkelijk dat eruit had gezien dus hoe ik er in mijn beleving nu ook uitzag. Met mijn paardrij cap erboven…

Ik hoop dat mijn tot op het bot geschokte blik u aan het denken heeft gezet, die middag. Maar ik denk het eigenlijk niet. U was namelijk al redelijk oud -dat zag ik dan toch wel- en u deed dit waarschijnlijk al 40 jaar en al 40 jaar zo. Zonder invoelend vermogen, in ieder geval niet naar een kind, noch vriendelijke uitstraling.

U snapte de impact van uw professionele positie en autoriteit volgens mij niet. Daarom wil ik u, waar u nu ook bent, met terugwerkende kracht laten weten wat zulk communicatief onvermogen kan doen.

Het kleine beetje gevoel van zekerheid dat ik bezat was na die middag geheel en al zoek en jarenlang heb ik me lelijk gevoeld en had ik een van mijlenver zichtbare, zwakke plek waarop ik makkelijk te pakken was: Want Die Bril. In een tijd waarin een bril allesbehalve cool was. Daarom ontwikkelde ik uit zelfbescherming een nog grotere snavel met nog scherpere en stoerdere praat, wat mij met grote zekerheid links en rechts niet in dank werd afgenomen. Maar kwetsbaar mocht en kon ik natuurlijk niet zijn, dat had ik bij u wel gezien en gevoeld. Dus waar ik gevaar rook, pikte ik erop los. Gelijk een kip naar korrels, bedenk ik nu.

Gelukkig kwamen er na niet al te lang lenzen. Maar het gevoel van lelijk en kwetsbaar dus met schild en grote bek is wel nog lang gebleven. Daarbij had ik inmiddels een reputatie op dat vlak en u weet: om te overleven in de jungle van jonge adolescentie moet je je wel kunnen weren. Misschien is dat wel hoe u uzelf hebt geleerd zich staande te houden: met op niet-grappige-manier-grappig-proberen-te-zijn …

Overigens is het heel goede nieuws dat ik 8 jaar geleden mijn ogen kon laten laseren waardoor ik nu een haviks-blik bezit. Dat is nog eens wat anders dan een kíp. Vindt u ook niet? Een havik kan tenminste vliegen!

Hoogachtend,
De niet-meer-kippige Alexa

Happy Mom’s Day

Mom's day

– the day before –

Keihard gehuil komt uit de badkamer. Ik ren erheen; zou hij nu uiteindelijk toch -na 6 jaar schampschoten- vol tegen die scherpe stenen punt gevallen zijn?

Als ik binnenkom blijkt dat niet het geval. Tranen stromen maar geen bloed, geen ontvellingen en geen ontwrichte ledematen.

‘Wat is er vent?’
Maar hij komt er niet uit, stikt in z’n snikken.

Dan schiet Middelste hem te hulp en wijst met ernstig gezicht naar de verzameling douche tubes:
“Hij heeft iets voor jou gekocht maar zag nu dat je het al hebt…”

Ahhhh arme baas. De hele dag verheugt hij zich al op morgen omdat ie dan z’n zelf-uitgezochte cadeautje kan geven.

‘Lieverd, we kunnen t nu direct gaan ruilen als je nog weet in welke winkel?’

No can do. Gehuil gaat over in geloei maar ruilen wil-ie niet. Dit is wat hij uitzocht, dit is wat hij wil geven.

Dan pak ik de tube waar zijn cadeautje zo op lijkt: ‘Ach kijk, die is al stokoud, dit merk bestaat niet meer denk ik hoor. In ieder geval is déze over datum. Die kan weg. Zo, ín de prullenbak. En nou heb ik helemaal geen douchezeepje meer …”

Hij kijkt me wantrouwend aan: ‘Was die niet goed meer?’

Ik schud mijn hoofd.

‘Dus dan heb je het echt nódig? Zie je wel! Ik wíst het. Dáárom wilde ik het niet ruilen!! Mórgen weet je het, liefste mama!’
💕

Adiós, muchachos!!

Adiós muchachos

“Natuurlijk mag u voor, meneer. En ook als u het gewoon aan mij zou vragen.”

Nadat ik drie keer zijn winkelwagentje venijnig in mijn knieholte geduwd had gekregen en hij daarna ineens naast me stond, liet ik de man van een jaar of 82 voor mij gaan. Kennelijk vond hij dat hij per definitie voorrang had.

Zwijgend stiefelend duwde hij zijn kar langs mij. Graag gedaan, hoor.

Op zich heb ik helemaal geen moeite mensen voor te laten gaan. Hoe ouder ik word, hoe minder gehaast ik me sowieso voel en zeker in de rij bij de kassa. Echter deze mensen, want ineens was er een net zo oude echtgenote aan de zijde van de oude man verschenen met nog een aantal losse items in haar armen, hadden kennelijk juist haast op hun oude dag.

De echtgenote liet haar armen los en dropte haar artikelen op de counter. De man tilde een heel krat uit zijn kar en zette dat er –nog altijd zwijgend- bij. Hierop stopte de caissière met scannen. “Meneer, zou u alstublieft uw boodschappen eruit willen halen want op deze manier is het voor mij wel erg ongemakkelijk.” Boos zuchtend haalde de man zijn artikelen uit het krat.

Op zich had ze het best op zijn manier kunnen doen, ik zag aan haar dat zij dat ook dacht maar dat ze had besloten deze man niet op zijn wenken te bedienen. En ik snapte precies waarom. Het was de stilzwijgende, dwingende manier van doen die haar ergerde. En hij kon heus praten, dat had ik gehoord toen hij zijn pakjes shag daarvoor bij haar collega had gevraagd. Toen ie nog achter mij in de rij stond.

Ineens zag ik dat er nog een grote fles olijfolie in de kar stond. Helemaal in het achterste hoekje, redelijk opgaand in de achtergrond van het karretje, dus niet erg zichtbaar. Geen van beide zette de fles op de band. Nu was ik toch erg benieuwd.

Hij rekende af, zette alle spulletjes terug in de krat en deze in de kar. De fles nu echt verstopt. Ze liepen de winkel uit. Ik rekende mijn banaan, avocado en blikje tonijn af (ja echt, meer was het niet), ontving de blik van verstandhouding van de caissière, knikte haar begrijpend toe maar wist ook dat ze geen idee had van de echte suspense.

Snel liep ik naar buiten en zag nog net de man zijn lege! kar in de rij wachtkarren schuiven en zijn muntje eruit halen. De fles olijfolie lag stoïcijns bovenop de andere spullen in de achterbak van hun autootje, waarvan de klep nog wagenwijd openstond.

Wat een vervelend, brutaal en koelbloedig stel, dit oude echtpaar. Ik wist niet wat ik zag: oúde mensen die zó doen?! Ik trok mijn wenkbrauwen op tot aan mijn haargrens en mijn mond viel open maar er kwam geen geluid uit. Wat kon ik zeggen?

“Ehm meneer, ik geloof dat u die fles olijfolie zojuist niet hebt betaald maar nu wel meeneemt, dus feitelijk is dit diefstal!”

Hij zou me in dat geval zomaar een oplawaai kunnen geven. Ik vond hun gedrag zo asociaal dat ik ineens zeker wist dat ze hun hand niet voor een handgemeen zouden omdraaien. Daarom liet ik het erbij. Nog heel even dacht ik – hoopte (of vreesde) ik- dat ik op zo’n Benidorm Bastards-manier voor de gek werd gehouden.

Maar nee hoor, hij stapte in en zij gaf gas: “Adiós muchachos!!” Alleen de uit open raam wapperende hand ontbrak eraan….

Ik had een ander beeld bij ‘de oudere’, gelukkig geconditioneerd vanuit diegenen die ik ken. Naïef blijkt nu, Twitter heeft er zelfs een eigen woord voor: #aso-snowy

#weerwatgeleerd

“Zo van: Whaaaaa!!!”

prikjes

Om 20.30 uur kom ik thuis van een bijeenkomst waar ik speciale ademhalingstechnieken heb geleerd. Als het goed is krijg ik nu veel meer zuurstof binnen bij elke ademteug en ben ik in balans en rustige state of mind.

Oudste past, zoals wel vaker tijdens mijn afwezigheid bij overzichtelijke tijden, op haar twee broertjes. Wat in dit geval zoveel betekent als een patatje met ze halen, filmpje met ze kijken en ze helpen op tijd naar bed te gaan: 20.00 uur voor de jongste en 20.30 uur voor de middelste.

Ik kijk naar binnen en zie het direct: de hele set zit voor de tv. Niemand is omgekleed laat staan klaar voor bed. De patatbordjes liggen naast hen. Met name de oudste staart gehypnotiseerd naar de film. Geen enkel tijdsbesef noch besef van haar omgeving.

Een kleine misvatting van mijn kant: de jongens hebben nog geen vakantie maar zij wel. En in die sferen verkeert ze overduidelijk ook.

Mijn sterk verbeterde ademhaling ten spijt schiet mijn adrenaline omhoog en ik in mijn valkuil: die van irritatie wanneer verwachting en werkelijkheid niet met elkaar matchen omdat ik zelf het stemmetje in mijn achterhoofd heb genegeerd.

“AHHH, nee guys, dat hadden we Ab-So-Luut niet afgesproken. Dit vind ik niet ok! HUP; tv direct uit en mannen: omkleden en naar jullie bed. Het is al Veel. Te. Laat!!”

‘Nou mam, je hoeft niet zo te schreeuwen hoor.’

“Ik schreeuw niet; ik praat har-der omdat ik dit echt heel irritant vind.”

10 minuten later ligt de kleinste fris en fruitig in zijn bed.

“Sorry hoor, mannetje, het was niet echt nodig dat ik meteen zo ongezellig deed.”

‘Ach nou ja, mama, dat geeft niet hoor. Jij moet het gewoon lekker laten gáán..! Dat is goed voor je. Sommige mensen hébben dat gewoon. Weet je wel, zo van: Wháááááá!!!!’

“Haha, wat goed dat jij dat zo kunt zeggen. Van wie heb je dat geleerd?”

‘Nou gewoon. Van jóu.’

Als ik de kamer uitloop vraagt middelste me: “Hoe was eigenlijk je bijeenkomst, mam?”
….