Pain is gain, óók bij de Thai!

IMG_7080

Van Jezelf Houden: een belangrijk inzicht in het ontwakend zelfbewustzijn van velen. Hierbij hoort lief zijn voor jezelf en wat mij betreft, betekent dit aandacht, tijd en cadeautjes. Allemaal voor me, myself and I. Te beginnen met een fijne massage …

Op mijn buik lig ik te wachten, slechts een klein broekje aan mijn lijf. Een fluisterend muziekje, een vlaag van warme lavendelolie in een donker gemaakt kamertje. Alles voor het gevoel van comfortabele ontspanning. De deur gaat open en iemand komt binnen.

“Waah jij las van?!”, knalt het overal dwars doorheen.

Verschrikt kijk ik om. Een kleine maar woest-kijkende Thaise kijkt vorsend op mij neer.

“Uhhhm, sorry, wat vroeg u?” Als een konijn in de koplampen staar ik haar aan.

“Waah.Jij.Lás.Van!?!!”

Een onverwachte sensatie

Nog voordat ik kan antwoorden dat ik hier lig als cadeau aan mezelf en dat ik volgens mij niet echt ergens specifiek last van heb, voel ik twee handen in moordend tempo naar boven stampen. Via kuiten, dijen, onderrug en langs mijn ruggengraat omhoog, lijkt het alsof zij met zes mokers tegelijk mijn gehele achterkant bewerkt.

Mijn ogen puilen uit hun kassen. Ik kan een vloek nog net binnenhouden en wat eruit komt is een harde snik gevolgd door de hik van een lach. Holy Fúck en -Cow tegelijk, wat een pijn doet dit!

Ontspanning..

Terwijl ik mijn adem zoek, verlegt mijn woeste-masseuse-met-belachelijk-sterke-handen het handdoekje dat horizontaal over bovenbenen en bil ligt, zó dat mijn gehele rechterbeen vrij komt.

Met snelle bewegingen begint ze mijn kuit te massseren. Haar handen, mijn huid en de spieren eronder worden één. Gelukzalig ontspan ik me, klaar om volledig op te kunnen gaan in dit vloeiende ritme. En net als ik met een weldadige zucht  mijn hoofd neerleg en alles loslaat om optimaal te kunnen genieten, zet zij haar duimen vol in de kuitspier die kennelijk stijf staat van spanning.

SM?!

Een oer-kreun ontsnapt uit mijn keel; ik grijp naar de bovenkant van het matras en klamp me eraan vast alsof mijn leven er vanaf hangt. Elke vezel in mijn lijf zet zich schrap om deze aanval te weerstaan.

Waar en wanneer heb ik in godsnaam het idee opgevat dat Thaise massage lekker en ontspannend zou zijn? Dat ik mezelf eens fijn mocht verwennen omdat dit lief-zijn was voor mezelf? Ik had poezelige typetjes verwacht met fluwelen pootjes en nu blijk ik door een Thaise Attila met ijzeren hand bewerkt te worden.

SM staat voor mij vanaf nu voor Sado Massage!

Tussen hoop en vrees

Ik voel de neiging opkomen deze martelgang af te breken en het hazenpad te kiezen. Maar een ander, zachter, stemmetje maant me te blijven liggen en dit te ondergaan. Alweer komt uit de diepte van mijn buik een schaterlach omhoog. Een bijwerking van de adrenaline-rush die bij mij kennelijk langs mijn lachspier giert.

Kim -zo heet ze- moet nu ook grinniken. En dat blijft ze doen terwijl ik me gedurende het volgende uur met witte knokkels, als een drenkeling met bijhorende geluiden, aan alles vasthoud waar ik bij kan.

Ont-knoping

“Jij heb véél las: want niet genoeg ontspannen.”

Ineens besef ik dat Kim mij met haar bodywork van top tot teen heeft kunnen lezen. Met haar duimen alle pijnlijke plekken heeft gevonden, ingeduwd en doorgeduwd, zodat de rotzooi die daar verstopt zat, de komende dagen mijn lichaam kan verlaten.

Deze pijnlijke lief-voor-mij-massage krijgt ineens een onverwachte waarde en diepere betekenis.

Pain = gain

Lief zijn voor jezelf is niet alleen maar jezelf aaien. Het is óók jezelf faciliteren om naar je pijn te gaan en deze eens goed te voelen. Jezelf de kans te geven ergens doorheen te gaan om daarna fris verder te kunnen.

En als je er dan zelf niet bij kunt? Helemaal niets mis mee een ander te vragen je te helpen. Ik kan je mijn Kim van harte aanbevelen!

Deze blog schreef ik voor UrbanChicks maar is per definitie Van Dichtbij

Gewoon nemen die man

karate-kid

Woensdag – Taxidag. Op weg naar de karateles van de heren. Jongste heeft zich een plek in het hart en daarmee in de les van de sensei veroverd, al is hij nog ruim een jaar te klein. Hij heeft daartoe Middelste, gepassioneerd en serieus beoefenaar van deze vechtkunst, met hand op zijn hart plechtig moeten beloven, dat hij zich verantwoordelijk en geconcentreerd zal gedragen en niet als de springerige, karate kid-achtige, salto-draaiende, ongericht trappende of hoekende 7-jarige die hij eigenlijk is.

Maar dat terzijde.

In de auto komt het gesprek op nieuwe liefdes en hoe dat voor hen is als hun papa of mama met iemand ‘gaat’. Jongste vraagt zich af waarom hij diegene en eventuele aanverwanten niet direct en ter plekke zou ontmoeten. Middelste begrijpt dat beter. Hij legt uit: “Omdat misschien soms, als we dan net iemand een beetje kennen en ook wel leuk zijn gaan vinden, gaat het uit en zien wij ze ook niet meer.” Jongste ziet vooralsnog het probleem niet: “Jawel hoor, want dan kunnen ze toch gewoon als vríenden blijven!”

Ik leg hem uit dat dit niet altijd het waarschijnlijke scenario is. En dat het belangrijk is om met de gevoelens van allemaal rekening te houden, vooral die van de kinderen: “De vriend waar ik vorig jaar een tijd mee samen was, hebben jullie daarom ook niet ontmoet. Ik had ergens het gevoel dat het niet persé heel goed tussen hem en jullie zou klikken. Dat vond ik moeilijk. Dus tsja, vandaar.”

Middelste bevestigt droogjes: “Dat denk ik eigenlijk ook niet. Want dat ging dus uit. Toch!?”

Even is het stil. Vervolgens krijg ik een lesje ‘Own it’ van mijn 7-jarige leeuwtje:

“Mama. Ik vind dat jij niet zoveel rekening met ons hoeft te houden. Jij moet doen wat voor jou goed is. Als jij die man leuk vindt, dan moet je niet aan ons denken maar dan moet je gewoon hem nemen!”

De rest van de rit kan ik mij niet meer herinneren.

Sandwich

sandwich

Zondagmiddag. Net terug van een paar dagen niet-bij-mij zitten we gezellig met elkaar aan een late lunch.

“Hee mam, wat heb jij allemaal gedaan de rest van het weekend? En zit jij nou nog wel eens op zo’n datingsite?”

Ik verslik me in mijn bammetje. Hallo zeg. We zijn wel open maar er zíjn zaken die ik liever met vrienden bespreek. Mijn kinderen zijn níet mijn vrienden.

“Haha, daar hebben we het toch al eens over gehad? En toen heb ik jullie verteld dat ik wel eens op een datingsite stond en ik heb ook een paar mislukte dates nagespeeld. Maar ik vind het niet zo nodig om het daar elke keer over te hebben met jullie, hoor. En eigenlijk ook niet om mijn weekend even met jullie door te nemen. Noem dat maar ‘privacy van mama’. Heb ik ook recht op, tenslotte. ”

Een licht-sarcastisch toontje sluipt in mijn stem. Zij horen het ook en drie paar verontwaardigde ogen staren mij stil.

“Nou, mah-ma! jij wil toch ook weten wat wíj allemaal hebben gedaan? En jij vraagt ons ook wel eens of wij iemand leuk vinden, ofzo! En dat is toch ónze privacy? Maar dan zeg jij dat je het fijn vindt om te weten wat ons bezighoudt. En dat je het belangrijk vindt dat we elkaar op de hoogte houden. Maar als jij zelf niets wil vertellen, doen wij het dus ook niet meer.”

De 7-jarige drama-koning topt het af:

“En trouwens, we zijn gewoon heel geïnteresseerd in jouw lé-ven!”

Ja.

Goeie lunch.

Lekkere sandwich ook …

Onbegrensd LTD.

LTD.

Hee lief drietal,

WAT.ZIJN.JULLIE.GEWELDIG!!

Zo, dat moest ik even groots noteren. Want echt, jullie bliezen me van mijn sokken vorige week. Ik ben altijd trots op jullie, dat weten jullie, gewoon omdat jullie het zijn. Maar soms ben ik SUPER trots. En dit was zo’n moment.

Het moment waarop ik vertelde over mijn actie van het ons opgeven voor “Ik ben een gastgezin voor een vluchteling”. Ik had dat gedaan toen jullie allemaal naar school waren, dus zonder enig overleg. Terwijl jullie de andere en evenzo gerechtigde bewoners van dit huis zijn.

Wat jullie niet weten: nadat ik ons had opgegeven, ben ik eventjes helemaal van de kaart geweest. Emotioneel en met een naar, dubbel gevoel. Want ik had nog niet op verstuur formulier gedrukt en daar kwamen ze hoor, de faalhaas-vragen: “Oh god, wat heb ik gedaan, straks staat er een heel gezin op mijn stoep. Waar láát ik hen dan allemaal? Kan ik dit echt wel, zo’n ‘verzorger’ bén ik helemaal niet. Of het blijkt een enge man, zit ik hier in mijn eentje!?”

Kortom, alle bedenkingen die er waarschijnlijk voor hadden gezorgd dat ik me niet had opgegeven, als ik eerst had gedacht en dan pas had gedaan. Onder dit alles schaamde ik me. Want waar hád ik het in hemelsnaam over; al dat leed van die vluchtelingen en dan maakte ik me druk om van die futiliteiten.

Maar jullie? Nee jullie niet, geen seconde. Jullie zijn veel dapperder, vrijer van geest en onbaatzuchtiger dan ik inmiddels ben. Natuurlijk ken ik jullie zo maar wat een feestje om op deze manier concreet te ervaren!

Mooie L. die met tranen in haar ogen naar de foto’s van de stromen mensen en dode kindertjes keek en uit de grond van haar hart zei: “Mama, ik vind het zó goed dat wij dit gaan doen!”

Lieve T. die direct bezorgd was over of we wel genoeg ruimte konden bieden aan die arme mensen. En daarop bedacht dat zijn kamer de grootste en dus meest geschikte was.

En de altijd enthousiaste D. regelde ogenblikkelijk het vrijkomen van deze kamer, zette zijn speelgoed klaar en riep met wijdse armgebaren dat we dan heel veel ruimte en spulletjes voor ÁL die mensen en kinderen hadden.

Hierna wist ik één ding zeker: zelfs al belt straks een heel elftal aan, wij kunnen dat. Jullie en ik.

Wat hou ik veel van jullie en wat ben ik dankbaar voor jullie, mijn lieve LTD. Ik hoop dat het jullie lukt om zoveel mogelijk van dat onbegrensde denken vast te houden.

Unboundedness is what makes you go places! Kus van jullie mama

Het verhaal van de voetstappen

verhaal-voetstappen-dichtbij-zout

Als draden lopen ze langs de kustlijn, de voetstappen in het zand. Verhalen vertellend over degenen die ze daar achterlieten, voet voor voet hun stappen zettend op weg naar …. tsja, naar waar het ook is dat ze heengaan.

Want dat vertellen ze niet, die voetstappen. De weg die ze lopen en hoe, kun je zien. Maar waar ze op een dag zullen stoppen blijft het grote geheim. Gelukkig maar.

Voor mij zijn ze mijn redding vandaag. Mijn visuele houvast aan de werkelijke, de meest basale realiteit. Die van de zee. Het strand. De zoute wind die mijn zonnebril beslaat en de woeste luchten waarin wolken en zon elkaar afwisselen. Die van mijn eigen adem en mijn eigen stap na stap.

Ik was het bijna kwijt, mijn adem. Kopje onder in die wereld die sinds kort onderdeel uitmaakt van mijn leven en mij verandert, omdat het anders is. Die wereld van online. In contact en gesprek met mensen die ik niet ken. Een wereld waarin ik niet weet wat nou precies echt is en van wie.

Het begon speels. Onder-zoekend. Bloggen betekent ‘visibility’ op online media, van Facebook en Twitter tot Instagram. Onmisbaar voor een zelfstandig ondernemer. Maar nu dit bloggen ook echt een onderdeel van mijn online identiteit is, word ik geregeerd door diezelfde media. Want ook het bloggen gaat, in the end, om de cijfers. Het gaat om sharing, RT’s, comments en likes. Het gaat om gezien en gelezen worden. En jij bent één van de velen in een heel grote, volle zee.

Het maakt een kant in mij los die niet mijn beste is. De kant van de competitor, degene die de beste wil zijn, van zichzelf móet zijn. Die het absoluut geweldig vindt voor een ander als diegene succes heeft en tegelijkertijd het knagende geluid hoort in haar achterhoofd: ‘Waarom zij wel en jij niet?” Mijn grootste vijand die ik nog moet leren liefhebben. Ik durf er mijn adem niet op in te houden. Dat gebeurt vanzelf wel als, versterkt door de zuigende werking van de sociale media, het ademen mij vergaat.

Tot vandaag. Totdat ik de voetstappen zag van hen die mij voorgingen, de paden die zij trokken langs het strand.

Schoenen, schoentjes, gympen en laarzen afgewisseld door blote voeten en ontroerend kleine kindervoetjes. Teentjes die ooit hoorden bij een voet, alweer meegenomen door het water. De opvallend keurige voeten van een stoere kiter, die zijn hielen diep in het zand moest zetten om de ongeduldige kite te bedwingen, op weg naar die jubelende zegetocht over de golven en door de lucht.

Zoveel vertellen die stappen je, als jij dat wilt. Ze vertellen je of zij samen waren of alleen. Voorovergebogen zoekend of op de tenen hup, vooruit. Over een kwieke, lichtvoetige tred of een meer slepende gang. Over de drang om veilig te zijn en daarom ver van het water te lopen of juist rakelings erlangs, om net op tijd weg te springen of soms net te laat dus verder met een nat pootje.

En terwijl ik mijn eigen voeten neerzet, vind ik mijn adem terug en ook mijn gezonde gedachten. Mijn optimistische blik en liefdevolle oog. Achter mij aan verschijnt voor de toeschouwer die het zien wil, míjn verhaal van vandaag; van zwaarder naar licht.

Want het bloggen begón ooit als liefde. Liefde voor mijn kinderen, liefde voor mezelf en voor het schrijven. Door vanuit een waarachtig gevoel iets te creëren en zo aan hen die mij lief zijn iets achter te laten. Door ze mee te nemen langs de gangen van mijn hoofd en mijn hart. En ook door met liefde iets over te dragen aan hen die mij willen lezen.

Ja, precies zó wil ik dat het bloggen voor mij blijft.

Imperfection is my way

perfecte imperfectie

To be perfect, or not to be perfect. That is the question.

Well, my answer to this question is that I’d rather, much rather, not be perfect. Otherwise my life would be over by now and I’m not ready to go yet. God no, I’ve just started.

I used to think though, it was very important to be just that: perfect. And every second I proved myself not to be, was a burden on me. So, you can imagine how heavy it felt, that load on my shoulders. I was literally dragging myself through life. More or less with a smile on my face, because the irony of it all was: I didn’t have a clue!

Coming from a well-off background of hardworking, smart, goodlooking, creative, sportive and overall succesful people, I made sure I’d fit in. Thís didn’t cost me a whole lot of effort. Because I’m smart. Goodlooking-enough. Creative-enough. Sportive-enough. Succesful-enough.

But there it is, you see, the quintessence of my story: goodlooking-, creative-, sportive-enough wasn’t góód-enough for me. Because the environment I grew up in, was competitive and one of comparison, as is society as such, and somewhere along the line I began to believe that being good-enough meant being Number One. But in all of those fine characteristics of my surroundings, I never was number one.

Since I always saw the good-better-best in people around me, but had my eyes wide shut towards myself, I never came in first. Never best, never perfect. Basically a failure. Thus extra load on the shoulders, that started dropping along with my motivation.

A very saddening and tiring mechanism. So at one point my smile became a grin, a little while later that grin started to look gloomy. And then, out of the blue, someone I accidently met, stopped me in my track and said: “Whát is wrong with you? Whát, for f***s sake, are you drágging yourself around for through life?!”

This sounds horrible, rather insulting actually, doesn’t it? To just come out and say something like that, unasked for? But guess what. It was like a bolt of lightning that hit home.

I think this “insult” was one of the most profound presents I’ve ever received. It set in motion a life-changing process, in which I started to open my eyes to myself. And by doing that, to all those others around me. In a totally different way then before: unconditionally and non-judging instead of by comparison and competition.

This path I’m walking is slippery, full of ditches and false notes and sometimes dark and lonely. And it scares me. Until I remember that the path is the who/what/why I am. And that’s the moment that happiness fills me and I feel lucky that I have thís path to walk. Because it taught and teaches me the most valuable lessons in my life:

  • To love myself means to be completely honest to myself and unconditionally accept my own answers. Even the ones I will not like.
  • Kindness comes in all sorts of packages. Not only with a smile or a ribbon around it.
  • To understand someone means to really see that person. By looking beyond what meets the eye.
  • To listen not only with the ears but with all my senses.
  • Good-enough is exactly what it says it is: Good. Enough. No need for better or best.
  • And I want to be as near to myself as possible because that is where I belong.

The only way to really get there is to keep on walking. One step after another I put my feet down along my wonderfully imperfect path, that will bring me home. And gives me my drive and motivation to help others to do exactly the same; their way.

Dit stuk plaatste ik afgelopen week op Linkedin ter aanvulling op mijn professionele profiel, omdat ik ervan overtuigd ben dat het zo werkt: mensen meenemen in wie/wat/waarom je bent. Doodeng, want mijn weg in essentie. En daarom ook voor Van Dichtbij.

Auw, je kníjpt!!

freedom

Het is vakantie.

Ze heeft de eerste van de middelbare met beheerste nonchalance doorstaan en overleefd en wat heb ik haar zien groeien, die knappe dochter van me. Zowel mentaal als fysiek. Er is ogenschijnlijk niets kleins meer aan haar. Zeker niet in vergelijking met de basisschool-knulletjes die haar broertjes zijn.

Ja, zij wordt groot en dat gaat vanzelf. Maar hoe-zo gaat dat eigenlijk vanzelf? Want ík bots al het hele jaar met haar en mezelf, in mijn drang haar richting te geven, te helpen. Maar hoe meer ik dat doe, hoe minder ze me nodig lijkt te (willen) hebben. Dus ga ik nog meer ‘coachen’. En gaat het coachen over in dwingen.

Terwijl ik dwing, duwt zij mij weg. Wanhopig pak ik haar arm vast. Geen wonder dat de blik die mij ten deel valt gevuld is met koele geringschatting. Maar precies díe blik doet mij stomen want triggert, zonder dat zij het weet, iets dat oud is, diepgeworteld zit en heel primair is. En dit alles maakt dat mijn hand begint te knijpen.

Ergens achter in mijn hoofd vraagt een stem wat ik aan het doen ben: “Zeg, hallo! Wat dóe je?!! Ben jij soms zo’n moeder die steeds maar nódig gevonden wil worden door haar kinderen? En word je nu boos op haar omdat zij jou duidelijk maakt dat ze daar niet op zit te wachten?”

Ja, wat bezielt mij?!

Ik voel alle verbinding tussen ons wegvallen: zij vertrekt in zichzelf, ik vertrek in mezelf. Tussen haar en mij alleen nog dat armpje met hand eromheen. Als symbool van waardeloze onmacht.

De blik van mijn dochter is inmiddels veranderd in een hele woeste. Maar nu begrijp ik het. Godzijdank begrijp ik het. Vastgehouden worden terwijl je het zelf moet doen en wíl doen. Vastzitten terwijl je op zoek bent naar jouw vrijheid. Natúúrlijk word je daar woest van, ik ken het zelf als geen ander.

Mijn met vulkanisch hete lucht gevulde, primaire ballon loopt in een grote diepe zucht leeg. Ga maar, lieve schat. Spring, dans, ren, struikel, val en sta weer op. En kom maar lekker bij je mama praten, lachen, huilen, eten en een hele liefdevolle knuffel halen als jij die nodig hebt.

Je weet waar ik ben.