Hans

Hans

Taal is geweldig. Neem nu het heerlijke woord ‘labbekakken’…

LAH-BUH-KAH-KUN.

Het soort woord waarvan je, ook al had je het nooit eerder gehoord en heb je geen idee wat de letterlijke betekenis ervan is, toch direct snapt wat iemand die het zegt, ongeveer bedoelt aan het adres van degene tegen wie hij het zegt. Ik denk zelfs voor iemand die onze taal überhaupt niet spreekt.

Een woord dat door de uitspraak ervan al betekenis krijgt. Door de klank, de plek waar het vandaan komt als je het uitspreekt met extra nadruk op de klemtoon, namelijk achter uit je keel en daarom met een verzuchting erdoor verweven. Als je het vaak achter elkaar zegt, merk je dat je steeds een beetje meer leegloopt door het vele (ver)zuchten.

Ja, labbekakken.

Dit woord wordt beeld zodra je het zegt. Ik zie het als volgt voor me; (natuurlijk) een drol. En ook verschijnt een kakkerlak. Een kakkerlak in de vorm van een drol. En dan verandert het beeld vanzelf in een mestkever, die een drol vooruitduwt. Waarom doen ze dat eigenlijk? Maken ze er hun huisjes van? Ik weet het niet maar in ieder geval is hun leven gevuld met allerhande shit. En daarmee is voor mij het cirkeltje woord-labbekak en beeld-labbekak rond.

(Wist je trouwens dat een mestkever een drol kan duwen die wel 400x zwaarder is dan hijzelf?! Heb ik geleerd van Freek-niet-meer-alleen-van-in-het-wild-of-van-Eva-maar-nu-vooral-van-de-AH-plaatjes. Bij Freek komt ook een beeldend woord in me op. Niet van een labbekak hoor, hij voldoet allesbehalve aan mijn beeld van de labbekak. Bij hem komt het woord “boomklever” in me op. Geen idee waarom. Waarschijnlijk omdat hij ineens omnipresent is in mijn huis en daarmee leven.)

Een hele groep mensen labbekakken noemen, lijkt mij om een heleboel redenen niet in orde. Degenen die jij werkelijk kent en waarvan je weet dat ze hun hand ophouden terwijl ze kansen en mogelijkheden hebben om te werken, daarover kun je en mag je een mening hebben. Maar om die mening met een soort zwaai van je arm en uit hoofde van je functie als voorzitter van het VNO-NCW ongenuanceerd over een hele groep uit te spreken is niet een béétje dom. Dat is héél erg dom. Zelfs als de rest van het betoog in alle mogelijke grijstinten zou zijn gedaan -wat niet zo is-, is het effect van zo’n uitspraak vernietigend.

Hans had beter moeten weten.

Maar Hans-“ja doehoe” is Hans en zegt het gewoon. Hij zegt het allemaal. De twee journalisten die dit stuk voor de Volkskrant schreven, hadden een field day en ontvangen ergens in de toekomst vast een prijs voor “meest spraakmakende interview van het jaar” of zoiets. Bij hen zie ik voor me hoe zij al interviewende veranderden in steeds harder kwijlende bloedhonden. Want zij roken bloed. Reken maar.

En Hans? Hans ziet er in mijn beeldend brein (ook door de Volkskrantfoto’s) uit als Haaitje Hans, zo eentje uit een Disney film. Meestal worden die aan het einde van de film uit “hun” zee weggejaagd…

Mails die ik in mijn hoofd ooit schreef maar nooit verstuurde (2)

Schaap

Beste Bor de Bons,

Van functiewege zou ik je eigenlijk met ‘U’ aan moeten spreken. Maar in jouw geval pieker ik daar niet over. Daarvoor heb ik teveel sms-jes van bedenkelijke aard van je gekregen.

Geen zorg, het is zeker mijn bedoeling niet om jou met deze mail aan de publieke schandpaal te nagelen. Ik geef op geen enkele manier een hint over wie dit gaat, dat beloof ik je. Een heel beperkt aantal mensen zal misschien een vermoeden hebben, áls ze deze mail al lezen, want ik heb het er uiteindelijk maar met twee of drie mensen ooit over gehad.

Getrouwd met kinderen en grote politieke ambities, bekleedde je een belangrijke publieke positie. En zoals wel vaker bij mensen in dat soort schoenen: een narcistische persoonlijkheid voor wie het gevoel van macht en de grenzeloze ambitie gekanaliseerd moesten worden met spanning en seks. Kwam ik achter.

Ik kwam bij je aangewaaid om je te interviewen. Jonger dan jij en stralend want zwanger. Dat wist jij niet. En ik tóen ook nog niet want het was heel pril. Later vertelde men mij dat jij binnen “het wereldje” bekend stond als: ‘heeft-in-elk-stadje-een-ander-schatje. Op dat moment echter was mij dit volledig onbekend. Ik was geen insider in desbetreffend wereldje en de ‘verheven’ moraal die erbij hoort kwam niet eens in mij op.

Hormonaal bevattelijk trapte ik met beide voetjes in jouw dodelijk charmante manier van doen. Hoewel ik er tijdens het interviewgesprek geen seconde erg in had, naïef braaf-stralend schaap dat ik was, bleek ik geen partij voor jou. Dus toen ik later die avond je sms bericht ontving leek het erop dat ik rijp was voor de slachtbank.

Of ik nog in town was voor een drankje, want je had me nog láng niet alles verteld. En of ik je op dit nummer terug wilde teksten want dan zag je secretaresse het niet ..;)

Wát spannend. Overkwam mij dit? Vond die charmante, belangrijke meneer míj zo leuk? Wow…!!

Tegelijkertijd schoot er allerlei kramp in mijn bestaan. Want wat moest ik hiermee richting mijn partner die het zo druk en zwaar had in zijn eigen bestaan. Dit zou hij niet trekken. En wat zei het over mij dat ik ontvankelijk was voor de aandacht? Beschaamd hield ik mijn kaken angstvallig op elkaar. Wat moest ik hierover zeggen tegen wie dan ook? Kon ik dat maken, naar jou toe? Wat zou er dan gebeuren, jij zat op een bijzonder chantabele plek. Zo politiek bewust was ik wel.

Gelukkig klonk ergens in mijn achterhoofd het belletje van ‘gevaar’ waardoor ik me op afstand hield en ook het werkcontact digitaal bleef. Je probeerde en nodigde me voor van alles uit, met als klap op de vuurpijl een trip naar het Verre Oosten uit hoofde van je functie. Het gemak waarmee jij je voorstel deed en me liet weten hoe mijn aanwezigheid, ondanks de grootte van de groep die mee zou reizen, geen enkel probleem zou opleveren, deed mij helemaal de schellen van de ogen vallen.

Je zeer bewust van je positie en macht gedroeg jij je als een roofdier en waarschijnlijk vandaag de dag nog steeds. Maar ik vraag me af; waarom gedroeg/gedraag jij je niet gewoon naar je functie? Namelijk verantwoordelijk voor en respectvol naar de mensen die je vertegenwoordigt? Door jou was ik een illusie armer waar het jouw soort betreft. Treurig, banaal en laf was de nasmaak die ik had bij het ambt waarvan je zou willen, als burger zelfs zou mogen eísen, dat het respectabel en rechtschapen is.

Het moment dat jij doorhad dat ik niet hard-to-get speelde maar impossible-to-get wás, werd je onaardig, vilein en veegde mij met een klap van je roofdieren-klauw uit je bestaan. Wat prima was, want de kramp waarin ik zat was daarmee voorbij.

Stiekem hoop ik je nog eens tegen te komen, want tegenwoordig is dit schaapje allesbehalve naïef en lust jou, waardeloze wolf die volgens mij politiek ook geen deuk in een pakje boter slaat, inmiddels rauw.

Je bent gewaarschuwd,

A.

Mails die ik in mijn hoofd ooit schreef maar nooit verstuurde (1)

Kippig

Geachte vervelende oogarts,

Het is 30 jaar geleden dat ik voor u stond als bedremmelde 12-jarige bij wie zojuist door de schoolarts minder zicht was geconstateerd. In de eerste klas van de middelbare zat ik en deed ik mijn best mijn plekje te veroveren. Dodelijk onzeker tussen al die coole, knappe, superslimme types. Mijn tactiek was die van een grote mond maar in mijn hart voelde ik me erg klein. En na mijn bezoek aan u nog een heel stuk kleiner.

Het bericht dat ik naar u toe moest voor een serieuze meting want met zekerheid een bril, was voor mij al een mokerslag die mijn kleine wereldje van school en sport deed beven. En precies zo stond ik samen met mijn moeder te wachten, ik zal het nooit vergeten, net over de drempel van uw spreekkamer totdat u zo goed zou zijn ons in onze aanwezigheid te erkennen.

U was druk bezig iets op schrift te stellen, keek niet op of om en ik durfde bijna geen adem te halen in de hoop dat het zicht-probleem dan vanzelf zou verdwijnen. Eindelijk drukte u een punt op het papier en uw bril steviger op uw neus, hief het hoofd en nog voordat u ons aankeek zei u het, langzaam en nasaal snerpend.

“Zooooo, dus Alexa hier is KÍP-piggg …?!”

Het klonk als een beschuldigend pistoolschot. En toen de ‘ggg’ van KÍP-piggg wegstierf en uw hoofd recht op uw schouders stond zodat u ons aankeek, zag ik kleine, kwaaiig-priemende oogjes achter Heel. Dik. Glas. Het was alsof u míj de schuld van dat dikke glas gaf en voor straf me nu met hetzelfde ging opzadelen.

Ik zakte ter plekke door de grond. Was dat ook echt gebeurd en ik nooit meer boven gekomen was het voor mij prima geweest. Mijn moeders hand beefde van ingehouden woede en nog als we het erover hebben voel ik die emotie. Dus ik heb het me niet verbeeld.

Kippig… wat een belachelijk woord om te gebruiken. Ik vroeg me nadien wel eens af of u gráp-piggg probeerde te zijn maar dat kan bijna niet. Zó niet-grappig was het.

De rest van de meting kan ik mij niet herinneren maar wel dat ik twee dagen later met een brilletje met ook Best Dik Glas naar school moest, alsook naar paardrijden en de verschillende sportvelden waar ik zo door de week verkeerde. Overal schoten mij de tranen in de ogen want zag ik uw oogjes-achter-jampotglazen voor me en hoe verschrikkelijk dat eruit had gezien dus hoe ik er in mijn beleving nu ook uitzag. Met mijn paardrij cap erboven…

Ik hoop dat mijn tot op het bot geschokte blik u aan het denken heeft gezet, die middag. Maar ik denk het eigenlijk niet. U was namelijk al redelijk oud -dat zag ik dan toch wel- en u deed dit waarschijnlijk al 40 jaar en al 40 jaar zo. Zonder invoelend vermogen, in ieder geval niet naar een kind, noch vriendelijke uitstraling.

U snapte de impact van uw professionele positie en autoriteit volgens mij niet. Daarom wil ik u, waar u nu ook bent, met terugwerkende kracht laten weten wat zulk communicatief onvermogen kan doen.

Het kleine beetje gevoel van zekerheid dat ik bezat was na die middag geheel en al zoek en jarenlang heb ik me lelijk gevoeld en had ik een van mijlenver zichtbare, zwakke plek waarop ik makkelijk te pakken was: Want Die Bril. In een tijd waarin een bril allesbehalve cool was. Daarom ontwikkelde ik uit zelfbescherming een nog grotere snavel met nog scherpere en stoerdere praat, wat mij met grote zekerheid links en rechts niet in dank werd afgenomen. Maar kwetsbaar mocht en kon ik natuurlijk niet zijn, dat had ik bij u wel gezien en gevoeld. Dus waar ik gevaar rook, pikte ik erop los. Gelijk een kip naar korrels, bedenk ik nu.

Gelukkig kwamen er na niet al te lang lenzen. Maar het gevoel van lelijk en kwetsbaar dus met schild en grote bek is wel nog lang gebleven. Daarbij had ik inmiddels een reputatie op dat vlak en u weet: om te overleven in de jungle van jonge adolescentie moet je je wel kunnen weren. Misschien is dat wel hoe u uzelf hebt geleerd zich staande te houden: met op niet-grappige-manier-grappig-proberen-te-zijn …

Overigens is het heel goede nieuws dat ik 8 jaar geleden mijn ogen kon laten laseren waardoor ik nu een haviks-blik bezit. Dat is nog eens wat anders dan een kíp. Vindt u ook niet? Een havik kan tenminste vliegen!

Hoogachtend,
De niet-meer-kippige Alexa

Bye bye

Starfish graveyard

‘Verlaten worden is de derde grootste angst van de gemiddelde Nederlander’, hoorde ik op de radio. Ik vraag me af: is dit precíes wat het is of is het wat kort door de bocht gesteld?

Wanneer ik hierop kauw, komt mijn gevoel bij ‘verlaten worden’ naar boven. Hoe ik eens met straf op mijn kamer zat in mijn loei-grote ouderlijk huis en plotseling mijn ouders en broertjes allemaal zag vertrekken. Heel gek vond ik het – ik was pas 8 jaar – want niemand had iets gezegd en in de regel werden wij echt niet alleen gelaten op die leeftijd. Toen ik in huis wilde checken of het allemaal wel klopte, ging het alarm af en voelde ik me als een rat in de val. Afgesloten, oorverdovend lawaai en ik kon er niet uit want alles zat op slot. Kennelijk was ik heel stout geweest en was mijn lot navenant.

Die heeft er ingehakt.

De belangrijkste associatie met het verlaten worden is voor mij dat ik iets helemaal verkeerd heb gedaan en dus mijn verdiende loon krijg. Het is niet het verlaten worden wat ik vrees, het is de geseling van de gedachte aan verdiende straf. Een gedachte die pijn doet; misselijkmakend knijpend van binnen. Meestal ga ik dan om me heen meppen omdat het voelt alsof mijn leven ervan afhangt.

Dus daar, míjn waarheid over verlaten worden, uit een ver verleden maar waar ik nu nog last van heb. En met mij ook anderen. Ai …

Ik vermoed dat de meeste mensen niet zozeer verlatingsangst hebben maar dat het gaat om de associatie; een negatief gevoel dat onder het verlaten worden ligt. Alleen zijn. Niet leuk of goed genoeg zijn. Niet de moeite waard zijn. Zelf niet in staat zijn. Schaamte. Enzovoort. Heel naar, heel vervelend en soms zelfs heel destructief.

Grote gevoelens en diepe emoties kunnen worden getriggerd door op zichzelf relatief kleine of zelfs onbeduidende gebeurtenissen in het verleden die een enorme impact hadden én hebben.

En dan nu het goede nieuws! Verlaten worden of alleen zijn, bang zijn of je rot voelen; het zijn de situaties bij uitstek om met dit soort zelfkastijding af te rekenen. Een mogelijkheid om iets bij jezelf te herstellen en te groeien.

Je zult trouwens wel moeten want het is zwemmen of verzuipen. op je gezicht gaan jezelf oppakken en weer doorgaan. En nog eens en nog eens. Net zolang totdat je het ziet voor wat het is: een ongevaarlijke gedachte. Niets meer en niets minder. En van die gedachte kun je als je ‘m doorhebt, ter plekke afscheid nemen. Uit het raam wapperen en gedag zwaaien. Toedeloe!

Ik kan het weten want ik heb gewapperd, zwaai nog steeds en zal ook wel blijven zwaaien. Elke belemmerende gedachte die ik gedag zwaai, is er één minder. Het is de vrijheid die lonkt. Echte vrijheid, namelijk die van de ketenen waarin ik mezelf vasthoud.

Wil je nog beter nieuws? Als ik het kan, kun jij het ook.

Elementary

Elementary“Mama, gaan jullie nu weer bij elkaar wonen en zijn we dan weer sámen? Met z’n alle-maal?”

Grote lang gewimperde ogen kijken mij hoopvol aan.

“Nee liefje, dat gaan we niet.”

Een schaduw trekt over zijn gezicht, waterlanders wellen op en benemen ons even het zicht op elkaar. Ik dwing mezelf hem aan te blijven kijken. Wat ik zie grijpt als een koude klauw naar binnen, om mijn hart dat voelt als steen.

“Máh-ma!! Waaróm niet? Jullie hebben bijna helemaal geen ruzie gemaakt en het was echt superleuk. Dan kunnen we dus toch altijd allemaal samenzijn!!”

“Ik weet dat dat jouw liefste wens is en ik vind het heel erg dat ik die niet kan vervullen. We hebben met elkaar afgesproken dat we, als en zolang het kan, met z’n vijfjes op skivakantie gaan. Tuurlijk, wij willen ook dat zo’n week gezellig is samen. En dat lukt gelukkig. Maar we gaan niet meer met elkaar in één huis wonen. Je moet het maar zo zien dat papa en mama een beetje zijn zoals jullie drie met elkaar, als broer en zus. Dus niet meer als verliefd.”

Dikke, wanhopige tranen nu. Hij knijpt zijn ogen heel hard dicht en schudt zijn hoofdje heen en weer.

“Maar dan kán het juíst!? Wij maken best vaak ruzie maar we gaan toch óók niet allemaal ergens anders wonen!!??”

“Ach mannetje, ik vind het zo erg voor je dat je zo’n verdriet hebt. En ík weet helemaal niet hoe dit voelt want mijn papa en mama zijn wel nog bij elkaar. Maar jouw papa en ik niet meer. En dat blijft zo.”

Hij huilt nog even hartverscheurend hard in mijn armen en gaat dan met rood hoofdje en natte wangen liggen om te slapen. Mijn hart wordt heel warm.

“Gaat het weer een beetje, liefje?”

Zijn verdriet heeft hem uitgeput, hij vertrekt al richting dromenland maar mompelt nog:
“Ja mama. Je weet het toch; ik ben gewoon heel ge-vóelig…”.

Mijn hart wordt vloeibaar, loopt vol en dan over.

Mirror, mirror on the wall

Mirror mirrorHeb je dat wel eens gedaan: een opsomming maken van je eigen onhebbelijkheden, in ieder geval voor zover jij die zelf ziet of terugkrijgt? Ik wel, gistermorgen nog. Na een week in de sneeuw met kinderen en hun vader waarin ik weer eens een paar keer fijn tegen mezelf was aangelopen en zij mét mij, was het duidelijk weer tijd om eerlijk stil te staan bij mezelf.

Dus ik maakte een lijst van mijn mindere trekken en dat ging me verdacht makkelijk af. Als test heb ik het ‘gepubliceerd’ op Twitter, nieuwsgierig naar wat dit soort openheid doet op een medium waar je elkaar in principe niet kent, alleen digitaal en vooral vanuit een ‘zend’modus. Waar jij bepaalt wat iemand wel of niet van je te zien krijgt. Tegelijkertijd is Twitter een medium with a vengeance: doordat men elkaar verder niet kent is voor velen de grens om ergens of van iemand iets te vinden, vrij wazig. Tot mijn verrassing kreeg ik leuke reacties en (bijna) niemand ontvolgde me. Terwijl het toch niet mis is, die lijst van mij.

Tsja, het kan verkeren.

Waarschijnlijk raakt het in veel gevallen iets goeds bij een ander als je gewoon durft te zeggen wat je te leren hebt. Ik denk dat het een uiting is van iets authentieks en van een kwetsbaarheid die prettig gevonden wordt. Het is echt, want wie gaat zichzelf nou voor de lol profileren als ontploffingsgevaar of koppige ezel en het is herkenbaar want: “oh gelukkig, zij ook …”.

Ons leven is zo gericht op profilering en ‘zenden’; iedereen is er druk mee zichzelf op een optimale en daarmee onderscheidende manier voor het voetlicht te brengen. Dit is geen oordeel, ik doe het zelf ook op veel plekken en momenten. We zullen wel moeten om mee te kunnen in de vaart der volkeren en in hoe de maatschappij het wil. Maar het is wel vermoeiend, vind ik en juist niet onderscheidend, uiteindelijk. Onderscheidend is pas dat wat het totaal-pakket maakt: the good, the bad ánd the ugly.

Ik zie het ook op datingsites: iedereen is aardig, lief en leuk, vrolijk en fruitig, actief en sportief, ondernemend, drinkt alleen maar goede wijn uit halfvolle en niet halflege glazen, ziet er naar eigen zeggen goed uit (smaken verschillen), is in balans met zichzelf en recht zo-ie gaat. En kennelijk geldt dit altijd en de hele tijd en daarmee lijkt – in ieder geval in mijn ogen- iedereen op elkaar.

Niet spannend, niet geloofwaardig en eerlijk gezegd bere-saai. Is het niet juist het scheve tandje in de verder perfecte rij, de wat brede neus of het littekentje op je kin die jou Jou maakt en daarom leuk? En dus ook je felheid en licht-chaotische edoch competitieve aard?

Het is een verademing om zwak- en onvolkomenheden te bekennen. Niet als poging ermee te koketteren maar als pleidooi om ermee in het reine te komen; te staan voor wie en hoe je bent. In optima forma vele malen rijker en veelzijdiger dan alleen vanuit ‘the good’.

Daarom hierbij mijn craquelé selfie-op-schrift van onhebbelijkheden die ik in meer of mindere mate bezit:

Ongeduldig
Eerzuchtig
Vulkanisch
Lichtgeraakt
Lui
Vergeetachtig
Scherpe tong
Spottend
Kritisch
Koppig

Is dat alles? Nou, nee dus maar ik vond het voor nu genoeg om onder ogen te zien. Want mijn god, als iemand mij al een jaar of 40 hard aanpakt op alles wat er minder ok is aan mij, ben ik dat zelf wel.

Vandaar mijn blijdschap toen ik dit niet-sluitende lijstje had gemaakt, ernaar keek en tóch dacht: ”Ja, ik ben heel ok en goed in wat ik doe.” Dat vond ik bepaald een revelatie. Ik heb geen zin meer om gebukt te gaan onder wat er niet goed (genoeg) is. Het is allemáál goed genoeg want het is menselijk. Sterker nog, hoe meer onhebbelijkheden ik bedenk, hoe meer lol ik er in krijg. Ik weet namelijk ook wat er naast en tegenover staat. En vooral dát is belangrijk!

Ja, laten we onszelf maar bevrijden van het juk van picture perfect.

Tell ‘m

Birds tellingAl de hele dag roert zich een gevoel van onbehagen in mijn buik. Iets ongewis daar diep beneden, af en toe welt het op en voel ik me een beetje misselijk zelfs. Ik weet niet precies wat het is of waar het door komt. Ik weet wel dat het een fysieke reactie is op iets wat zich ergens in mijn hersenpan afspeelt.

Gaat het over mijzelf? Op zich kan ik altijd wel iets bedenken wat er aan mezelf mankeert en waar ik een gevoel van onbehagen over kan creëren als ik mentaal een beetje mijn best doe. Maar ik geloof dat het dit keer gaat over het grotere: de wereld en al het leed dat zich daar prangend en dreigend afspeelt. Ik hoor, lees en zie niet anders dan verontrustende berichten, boze geluiden, nare beelden. Het begint erop te lijken dat we als mensheid op weg zijn naar een botsing die alles en iedereen zal raken.

Ik weet niet of dit ook echt zo is. Want ik heb daar niet erg veel verstand van. Maar velen schreeuwen en vertellen elkaar eens even flink de Waarheid, ook (of juist) diegenen die er volgens mij nog minder vanaf weten. Waarom scheldt men zo en wordt er –over en weer- zo grof en nietsontziend gepraat en gedaan? Allerlei mensen en hele groepen bespuugd, bedreigd en uitgescholden. Uitgekafferd en weggewenst.

Wat maakt dat we niet wat rustiger en meer bij onszelf blijven?

Angst natuurlijk. Ja, dat is een universele emotie; de hele wereld is bang. Uiteindelijk verschillen we met z’n allen niet zo heel veel van elkaar. Maar als nou iets een overall slechte raadgever is, ook in hoe we ons moeten gedragen en opstellen, dan is het wel Angst. Dat weten we toch?

Het voelt onmachtig en oncontroleerbaar. In ieder geval niet voor mij te (be)vatten, het is te groot. Dus probeer ik het klein te houden en richt ik mijn aandacht op datgene waar ik wel enigszins invloed heb; door mijn kinderen de twee dingen mee te geven die ik belangrijk vind voor een fijn leven en een prettige wereld. Door ze te vertellen en te laten merken dat ze het werkelijk waard zijn om er te Zíjn en door hen de basisintentie bij te brengen om aardig te doen tegen een ander. Wat voor mij betekent dat ze op z’n minst rekening houden met en zich proberen in te leven in die ander. Ongeacht wie het is en waar hij vandaan komt.

Dit is het enige zinvolle wat ik aan deze situatie bij te dragen heb, anders weet ik het ook niet. Maar ik weet nu wel dat mijn gevoel van onbehagen ook Angst is. Dat het gewoon niet genoeg zal zijn.