Elementary

Elementary“Mama, gaan jullie nu weer bij elkaar wonen en zijn we dan weer sámen? Met z’n alle-maal?”

Grote lang gewimperde ogen kijken mij hoopvol aan.

“Nee liefje, dat gaan we niet.”

Een schaduw trekt over zijn gezicht, waterlanders wellen op en benemen ons even het zicht op elkaar. Ik dwing mezelf hem aan te blijven kijken. Wat ik zie grijpt als een koude klauw naar binnen, om mijn hart dat voelt als steen.

“Máh-ma!! Waaróm niet? Jullie hebben bijna helemaal geen ruzie gemaakt en het was echt superleuk. Dan kunnen we dus toch altijd allemaal samenzijn!!”

“Ik weet dat dat jouw liefste wens is en ik vind het heel erg dat ik die niet kan vervullen. We hebben met elkaar afgesproken dat we, als en zolang het kan, met z’n vijfjes op skivakantie gaan. Tuurlijk, wij willen ook dat zo’n week gezellig is samen. En dat lukt gelukkig. Maar we gaan niet meer met elkaar in één huis wonen. Je moet het maar zo zien dat papa en mama een beetje zijn zoals jullie drie met elkaar, als broer en zus. Dus niet meer als verliefd.”

Dikke, wanhopige tranen nu. Hij knijpt zijn ogen heel hard dicht en schudt zijn hoofdje heen en weer.

“Maar dan kán het juíst!? Wij maken best vaak ruzie maar we gaan toch óók niet allemaal ergens anders wonen!!??”

“Ach mannetje, ik vind het zo erg voor je dat je zo’n verdriet hebt. En ík weet helemaal niet hoe dit voelt want mijn papa en mama zijn wel nog bij elkaar. Maar jouw papa en ik niet meer. En dat blijft zo.”

Hij huilt nog even hartverscheurend hard in mijn armen en gaat dan met rood hoofdje en natte wangen liggen om te slapen. Mijn hart wordt heel warm.

“Gaat het weer een beetje, liefje?”

Zijn verdriet heeft hem uitgeput, hij vertrekt al richting dromenland maar mompelt nog:
“Ja mama. Je weet het toch; ik ben gewoon heel ge-vóelig…”.

Mijn hart wordt vloeibaar, loopt vol en dan over.

Mirror, mirror on the wall

Mirror mirrorHeb je dat wel eens gedaan: een opsomming maken van je eigen onhebbelijkheden, in ieder geval voor zover jij die zelf ziet of terugkrijgt? Ik wel, gistermorgen nog. Na een week in de sneeuw met kinderen en hun vader waarin ik weer eens een paar keer fijn tegen mezelf was aangelopen en zij mét mij, was het duidelijk weer tijd om eerlijk stil te staan bij mezelf.

Dus ik maakte een lijst van mijn mindere trekken en dat ging me verdacht makkelijk af. Als test heb ik het ‘gepubliceerd’ op Twitter, nieuwsgierig naar wat dit soort openheid doet op een medium waar je elkaar in principe niet kent, alleen digitaal en vooral vanuit een ‘zend’modus. Waar jij bepaalt wat iemand wel of niet van je te zien krijgt. Tegelijkertijd is Twitter een medium with a vengeance: doordat men elkaar verder niet kent is voor velen de grens om ergens of van iemand iets te vinden, vrij wazig. Tot mijn verrassing kreeg ik leuke reacties en (bijna) niemand ontvolgde me. Terwijl het toch niet mis is, die lijst van mij.

Tsja, het kan verkeren.

Waarschijnlijk raakt het in veel gevallen iets goeds bij een ander als je gewoon durft te zeggen wat je te leren hebt. Ik denk dat het een uiting is van iets authentieks en van een kwetsbaarheid die prettig gevonden wordt. Het is echt, want wie gaat zichzelf nou voor de lol profileren als ontploffingsgevaar of koppige ezel en het is herkenbaar want: “oh gelukkig, zij ook …”.

Ons leven is zo gericht op profilering en ‘zenden’; iedereen is er druk mee zichzelf op een optimale en daarmee onderscheidende manier voor het voetlicht te brengen. Dit is geen oordeel, ik doe het zelf ook op veel plekken en momenten. We zullen wel moeten om mee te kunnen in de vaart der volkeren en in hoe de maatschappij het wil. Maar het is wel vermoeiend, vind ik en juist niet onderscheidend, uiteindelijk. Onderscheidend is pas dat wat het totaal-pakket maakt: the good, the bad ánd the ugly.

Ik zie het ook op datingsites: iedereen is aardig, lief en leuk, vrolijk en fruitig, actief en sportief, ondernemend, drinkt alleen maar goede wijn uit halfvolle en niet halflege glazen, ziet er naar eigen zeggen goed uit (smaken verschillen), is in balans met zichzelf en recht zo-ie gaat. En kennelijk geldt dit altijd en de hele tijd en daarmee lijkt – in ieder geval in mijn ogen- iedereen op elkaar.

Niet spannend, niet geloofwaardig en eerlijk gezegd bere-saai. Is het niet juist het scheve tandje in de verder perfecte rij, de wat brede neus of het littekentje op je kin die jou Jou maakt en daarom leuk? En dus ook je felheid en licht-chaotische edoch competitieve aard?

Het is een verademing om zwak- en onvolkomenheden te bekennen. Niet als poging ermee te koketteren maar als pleidooi om ermee in het reine te komen; te staan voor wie en hoe je bent. In optima forma vele malen rijker en veelzijdiger dan alleen vanuit ‘the good’.

Daarom hierbij mijn craquelé selfie-op-schrift van onhebbelijkheden die ik in meer of mindere mate bezit:

Ongeduldig
Eerzuchtig
Vulkanisch
Lichtgeraakt
Lui
Vergeetachtig
Scherpe tong
Spottend
Kritisch
Koppig

Is dat alles? Nou, nee dus maar ik vond het voor nu genoeg om onder ogen te zien. Want mijn god, als iemand mij al een jaar of 40 hard aanpakt op alles wat er minder ok is aan mij, ben ik dat zelf wel.

Vandaar mijn blijdschap toen ik dit niet-sluitende lijstje had gemaakt, ernaar keek en tóch dacht: ”Ja, ik ben heel ok en goed in wat ik doe.” Dat vond ik bepaald een revelatie. Ik heb geen zin meer om gebukt te gaan onder wat er niet goed (genoeg) is. Het is allemáál goed genoeg want het is menselijk. Sterker nog, hoe meer onhebbelijkheden ik bedenk, hoe meer lol ik er in krijg. Ik weet namelijk ook wat er naast en tegenover staat. En vooral dát is belangrijk!

Ja, laten we onszelf maar bevrijden van het juk van picture perfect.

Tell ‘m

Birds tellingAl de hele dag roert zich een gevoel van onbehagen in mijn buik. Iets ongewis daar diep beneden, af en toe welt het op en voel ik me een beetje misselijk zelfs. Ik weet niet precies wat het is of waar het door komt. Ik weet wel dat het een fysieke reactie is op iets wat zich ergens in mijn hersenpan afspeelt.

Gaat het over mijzelf? Op zich kan ik altijd wel iets bedenken wat er aan mezelf mankeert en waar ik een gevoel van onbehagen over kan creëren als ik mentaal een beetje mijn best doe. Maar ik geloof dat het dit keer gaat over het grotere: de wereld en al het leed dat zich daar prangend en dreigend afspeelt. Ik hoor, lees en zie niet anders dan verontrustende berichten, boze geluiden, nare beelden. Het begint erop te lijken dat we als mensheid op weg zijn naar een botsing die alles en iedereen zal raken.

Ik weet niet of dit ook echt zo is. Want ik heb daar niet erg veel verstand van. Maar velen schreeuwen en vertellen elkaar eens even flink de Waarheid, ook (of juist) diegenen die er volgens mij nog minder vanaf weten. Waarom scheldt men zo en wordt er –over en weer- zo grof en nietsontziend gepraat en gedaan? Allerlei mensen en hele groepen bespuugd, bedreigd en uitgescholden. Uitgekafferd en weggewenst.

Wat maakt dat we niet wat rustiger en meer bij onszelf blijven?

Angst natuurlijk. Ja, dat is een universele emotie; de hele wereld is bang. Uiteindelijk verschillen we met z’n allen niet zo heel veel van elkaar. Maar als nou iets een overall slechte raadgever is, ook in hoe we ons moeten gedragen en opstellen, dan is het wel Angst. Dat weten we toch?

Het voelt onmachtig en oncontroleerbaar. In ieder geval niet voor mij te (be)vatten, het is te groot. Dus probeer ik het klein te houden en richt ik mijn aandacht op datgene waar ik wel enigszins invloed heb; door mijn kinderen de twee dingen mee te geven die ik belangrijk vind voor een fijn leven en een prettige wereld. Door ze te vertellen en te laten merken dat ze het werkelijk waard zijn om er te Zíjn en door hen de basisintentie bij te brengen om aardig te doen tegen een ander. Wat voor mij betekent dat ze op z’n minst rekening houden met en zich proberen in te leven in die ander. Ongeacht wie het is en waar hij vandaan komt.

Dit is het enige zinvolle wat ik aan deze situatie bij te dragen heb, anders weet ik het ook niet. Maar ik weet nu wel dat mijn gevoel van onbehagen ook Angst is. Dat het gewoon niet genoeg zal zijn.

Second Lovers

Engel

Als er iets is wat eng en kwetsbaar maar ook spannend, grappig en leuk kan zijn, is dat het hele datinggedoe. Vind ik. Toen ik nog niet gescheiden was luisterde ik met klapperende oren naar de verhalen van single vrienden en – vriendinnen over al hun avonturen in online dating-land. Toen het in mijn relatie misliep was dit dan ook het eerste wat ik deed; mij inschrijven op zo’n site. En het greep me.

Aan de ene kant was daar de aandacht waar ik gevoelig voor bleek. Een paar leuke foto’s en snedige zinnen en je wordt overspoeld met aandacht. Heerlijk, ik baadde me erin. Aan de andere kant is het mijn aard om te willen begrijpen wat zich allemaal afspeelt in de hoofden van mensen en wat hun gedragingen bepaalt. Ook waar het mezelf betreft. Wat voor mij dan het allerbeste werkt is me erin storten, even verzuipen, weer bovenkomen en analyseren. Ik heb rondgesnuffeld op sites voor alleen hoger opgeleiden en sites waarop van alles rondhangt, geswiped totdat ik een muisduim had en uit nieuwsgierigheid me gemeld op een site voor tweede geliefden. Ik kwam er onder andere achter dat ik hoger opgeleid echt belangrijk vind, niet op (hele) oude mannen val en dat ik weliswaar niet verslavingsgevoelig ben voor genotsmiddelen maar des te meer voor aandacht.

Door die second lovers kijk ik met andere ogen naar relaties in het algemeen. Honderdduizenden schuinsmarcheerders die vertellen dolgelukkig te zijn in hun relatie maar “toch wat te missen”. Ja, dat snap ik want de helft van het profiel bestaat uit het invullen van de heel basale Me Tarzan, You Jane- informatie; de favoriete standjes en co. Vrijwel allemaal voegen ze er guitig aan toe dat hun vrouw ze best snapt maar toch niet op de hoogte is van hun uitstapjes …: “sshhhht 😜”…

Wat zich aan de kant van de vrouwelijke deelnemers afspeelt weet ik niet maar ik kreeg na aanmelding direct een gratis abonnement en had zonder foto binnen 5 minuten zo’n tachtig berichten, dus denk dat er minder vrouwen dan mannen op deze site staan. Maar vooral geloof ik nu dat er in veel relaties zaken scheef zitten. Wat betreft verwachtingen, wensen en behoeften. En dat daar niet goed of genoeg over wordt gepraat met elkaar. Geen oordeel maar meer een constatering van iemand die ervaringsdeskundige is, precies op dat punt.

In plaats van me aan te bieden of op aanbiedingen in te gaan stelde ik die tweede-liefde heren allerlei vragen en zij bleken meer dan bereid het digitale gesprek aan te gaan. Wat tot de conclusie leidde dat hun drive niet alleen fysiek was maar dat het ook –alweer- om aandacht ging. Gelukkig, dacht ik, ik ben niet de enige. Ergens vond ik het namelijk best een sneu aspect van mezelf, dat ik zo graag aandacht wilde.

Eén belangrijk puntje zag ik nog over het hoofd.

Dating kan zeker leuk zijn en online een mooi middel, de verslaving aan aandacht is levensgevaarlijk. Want waarschijnlijk is het al een ontwikkelpunt als het zo gevoelig is. Het ongebreideld aangeboden krijgen ervan, verzadigt dan niet maar doet juist wat een verslaving in het algemeen doet: je wilt alleen maar méér. Het is een desastreuze spiraal naar beneden, een monster dat, dermate wakker geschud, met zekerheid (nog meer) op gaat spelen in de relaties die je al hebt. Omdat het de realiteit vertekent.

Vele maanden, een tiental dates, een paar gezellige scharrels en een verliefdheid verder ben ik er dan toch achter: dat monster is een deel van jou en heeft maar één ding nodig om getemd te worden. Namelijk jóuw oprechte aandacht voor je eigen wensen en behoeften. En niet die van Pieter, Marcel, Michel of Remco. Vergeleken met jezelf zijn zij en alle anderen welbeschouwd sowieso jouw second loves.

(sshhhtt ;))

3300 voet

Terwijl ze slikte en nóg een keer maar de brok niet weggeslikt kreeg, grijnsde het haar als de onoverkomelijke waarheid in haar gezicht. Ze sloeg haar ogen op en keek het recht aan. Ja: ze zou moeten springen.

… Voor iemand met een mate van hoogtevrees en een misschien niet aangeboren maar wel ergens aangehaakt gebrek aan gevoelde veiligheid, is de suggestie om alles los te laten, de aanloop te nemen en van de berg te springen, ongeveer hetzelfde als vragen of ze zich alsjeblieft even op de hoogte van 3300 voet uit het vliegtuig wil laten vallen, alléén. Eerst is er de flits van avontuur, het ingebeelde gevoel van het heerlijke vallen en dan vliegen zo levendig dat het echt lijkt. Maar daarna neemt de ‘rede’ in het brein het over: want wie zegt dat de parachute het doet?? En trouwens, aan welk touwtje moet er dan in godsnaam op welk moment getrokken worden?! Jij weet helemaal niet hoe dat moet!! IMG_4433

De fysiologie verandert. De mond wordt droog, het hart gaat van verwachtingsvol kloppen over in een angstig gebonk en er ontstaat een pijnlijk gevoel tussen de ribben dat de ademhaling precies onder het borstbeen gevangen houdt. Angst.

Pure, onversneden angst. En wat doet dit met iemand? Yep; het verlamt. Dus gebeurt er niets. En gaat het moment voorbij en alles verder zoals het al was. En was dat nou niet precies waar het gevoel van het in een fuik gevangen zitten vandaan kwam? …

In een nanoseconde joeg het geijkte ‘ik kan het niet, in ieder geval niet alleen’ door haar hoofd terwijl de verlammende keten van reacties in werking trad. Maar net voordat de eerste scheut van pijn tegen haar ribben kon beuken, deed ze iets heel onverwachts. Ze haalde diep adem en zei: “Stop.”

Stop tegen de duivel, stop tegen haar brein. Het verbaasde haarzelf maar ze voelde zich wel ter plekke een stuk beter. Want ergens, weggestopt in een diepte, had haar moed bedacht dat het nu maar eens afgelopen moest zijn met de onzin. Verontwaardigd door het permanent over het hoofd gezien worden, terwijl er zoveel situaties te noemen waren waar hij de hoofdrol had gespeeld. Glorieus had overwonnen en voor zalige momenten had gezorgd. Maar altijd als dat stomme brein zich ermee ging bemoeien, in ieder geval het ‘redelijke’ deel ervan, kon de moed het hazepad kiezen, want was er niemand die hem aandacht gaf. Dus vertrok hij stilletjes in de diepte, wachtend op het volgende moment dat het brein even sliep of het sop de kool niet waard vond. Arrogante kwal. Sinds wanneer is het je hele leven zelf regelen en financieel en emotioneel onafhankelijk zijn als sop de kool niet waard? Of het op dating sites staan wat een doodenge en naargeestige jungle van gekwetste zielen en lullige losers lijkt met af en toe een parel ertussen –tenminste dat hoop je dan maar -?! Of het besluiten je hele wezen open te zetten en een ander in alle openheid te ontvangen in plaats van achter een betonnen muur te beschouwen? Allemaal uitdagingen die buiten haar comfortzone lagen. En die ook eerst onmogelijk, lastig of eng hadden geleken maar eenmaal toe over gegaan prima te handelen.

Op een of andere manier lieten zij en haar moed zich iedere keer weer op een dwaalspoor zetten door het brein. Hoe dichter bij haar kern, hoe dikker het rookgordijn.

Maar nu: genoeg! Moed heette niet voor niets moed. En als je moed heet, dan moet je maar eens wat.

“Stop.” En ze sprong.

Lieve Kiwi

imageUit de grond werd je gerukt, hardhandig met wortel en al. Bang voor het oncontroleerbare karakter konden ze je niet echt waarderen. Althans, daar leek het op. Maar jij liet je niet kennen en kroop uit het geslagen gat, je was er immers gewoon. Als een gebalde vuist kwam je boven en om de regenpijp heen vond je houvast in de wisteria met wie je een ontroerend pact sloot.

Ineengestrengeld vormden jullie een dak van groen. Weldadige koelte en waterdichte bescherming daar in dat tuintje op het zuidwesten. Jullie samen bloeiden naar hartenlust en toen … kwam het jaar dat jij fruit ging dragen. Eerst een paar en vervolgens hing je voller dan vol. Home farming werd een begrip via de eco-kap die uitbundig genoot en deed genieten.

Toch, sluipenderwijs, kwam de klad in die ooit zo vruchtbare verstrengeling. Blad viel ineens flink en voortijdig uit. Het groen werd minder, tsja, gróen. In het dak vielen gaten, het lekte water en verpieterende warmte. Jullie symbiose en synergie bleek te zwaar aangezet, werkte verstikkend. De eerdere ontworteling maakte dat jij  – hoe statig, sterk en aanwezig ook – kwetsbaar en wankel in de grond stond. Snoeien, eerst een beetje toen steeds drastischer, het hielp niet meer. Het gewicht drukte en geen adem is de dood; jullie moesten uit elkaar.

Je doet het nu alleen. En je doet het goed. Ik zie wel dat je het zwaar hebt en dat je moet bijkomen. Je hebt dit jaar veel minder fruit, de storm blies bijna alle bloesem weg. Maar je leert jezelf ermee omgaan. Jij past je aan en de elementen om je heen passen zich aan jou aan. Je merkt het nu; vrij kunnen ademen is het enige wat belangrijk is. Zodat weer alles kan stromen en jij weer echt stevig kunt wortelen.

Uitbundige draagkracht vanuit een veilige diepte; dat is wat ik jou toewens.

X