Basis

“Waar haal jij je inspiratie uit, Alexa?”

Om eerlijk te zijn, veel van mijn inspiratie komt voort uit het dagelijks leven. Omdat het dagelijks leven ons onze werkelijke basis toont. Onze basis zoals wij die ten diepste ervaren. Vaak onbewust.

De manier waarop we staan en ons lichaam dragen, onze reflexen, de impulsen en regulaties die we met ons gezicht laten zien, ons binnen en buiten, de wijze waarop we wel of niet tot (inter)acties overgaan. Totaal fascinerend.

Maar mijn puurste, rijkste en meest diepgevoelde inspiratie komt van degenen die het allerdichtst bij mij staan. Het hart van mijn dagelijks leven.

Door de manier waarop zij helemaal zichzelf schijnen te zijn, ongeacht het gegeven dat ze dezelfde achtergrond hebben, opvoeding en sociale omgeving.

Ik bewonder hun unieke natuur waarin zoveel voor mij te herkennen valt maar ook nog zoveel meer te ontdekken en leren.

Neem nou deze baas. Hij kiest ‘de barre’ als vriend (en vijand). Dapper en de doorzetter die hij is, zal het hem binnenkort zeker lukken om zijn voet op de bovenste stang te leggen.

Onvermoeibaar en niet gestoord door anderen, gaat hij door. Soms met koele berekening en vooraf bedachte strategie. Vaak ook gewoon, zó. Af en toe woest en ziedend om dat het niet snél genoeg gaat. Maar door gaat hij want opgeven zit er niet bij.

Ik weet dat omdat ik hem ken.

En daarnaast zie ik het in zijn ogen, zijn rechte schouders en volledig open houding.

❤️

Knop

Regelmatig lees ik over hoe kinderen van gescheiden ouders moeten (ont)wennen op wisseldagen; als zij van vader naar moeder gaan en andersom. En dat dit inhoudt dat die kinderen op zo’n dag meer in zichzelf gekeerd zijn, afstandelijker. Ook naar andere betrokkenen, zoals de nieuwe liefdes die er misschien zijn.

Ik heb daar nog nooit iets van gemerkt bij mijn kinderen maar vraag het me nu ineens af: hebben zij daar soms ook last van? Ik besluit het ze maar gewoon te vragen.

“Hee lieverds, hebben jullie op de dagen dat je van papa naar mij gaat of andersom, last van ‘moeten wennen’ of een gevoel dat het moeilijk is om ineens bij de andere ouder te zijn. En dat je je daardoor even wat stiller voelt of merkt dat je even niet weet waar je staat? Ik denk dat het voelt alsof je van binnen je armen stevig om jezelf heen slaat.”

3 paar ogen kijkt mij aan van boven hun borden: “Huh?”, “Euh..”, “?”

“Mam! Wat bedóel je?”

“Ik lees en hoor dat best vaak: dat het voor kinderen lastig is als ze van de ene ouder naar de andere gaan, van het ene huis naar het andere. Misschien zelfs van het ene leven naar het andere leven. Ik vroeg me dus af, aangezien jullie ook steeds moeten wisselen, of jullie dat herkennen?”

Even is het stil. Drie hoofdjes denken, drie lijfjes voelen.

Oudste: “Nee, daar heb ik helemaal geen last van. Het is bij jullie precies hetzelfde; even fijn.”

Middelste: “Ehm… nee. Totaal niet herkenbaar. Het huís is wel anders, maar het vóelt niet anders.”

Jongste: “Nee hoor, mijn leven gaat altijd door. Gewoon hetzelfde.”

Ik voel opluchting, mijn angst is toch altijd dat ik de dieper gelegen, echt wezenlijke dingen bij hen mis: “Daar ben ik blij om zeg, dat is fijn voor jullie.”

“Maar mam, hebben echt veel kinderen dat wel? Ik snap niet waarom?! Dat vind ik zielig voor die kinderen.”

“Ik weet ook niet precies waarom dat is, ik ken het niet vanuit mijn eigen situatie maar kan me er wel iets bij voorstellen. Kun je bedenken waardoor het zou komen?”

Middelste: “Ik ken een jongen die dat heeft, hij heeft me dat verteld. Hij zei dat het kwam omdat zijn ouders niet goed met elkaar omgaan en niet aardig over elkaar praten. Daardoor weet hij niet wat nou waar is en wat hij kan geloven. Hij zei dat hij daarom twee knoppen in zijn hoofd heeft: één voor bij zijn vader en één voor bij zijn moeder. Ik vroeg welke knop dan zijn echte was. Toen zei hij dat hij zijn eigen knop kwijt is.”

We zijn er stil van, ik weet niet wat ik moet zeggen, voel me enigszins verslagen en kijk naar beneden, in mijn bord. Als ik weer opkijk zie ik drie paar peinzende ogen. Dan spreekt jongste voor de hele set:

“Ik vind het ook heel fijn voor ons dat wij onze eigen knop gewoon hebben…”

Van nature

Middelste, zelf C-speler, is gevraagd mee te spelen bij B1. Terwijl hij me dit vertelt kan hij zijn trots niet verbloemen. Terecht.

Op het moment van vertrek echter, is daar ineens vertwijfeling, hij blijft op de drempel staan, wel-niet-wel-niet, voeten weigeren dienst: “Ik wil denk ik niet …”.

Herken je dat? Ineens die twijfel of je het wel kunt. En dan het idee opvatten dat het beter is om niet te gaan, zodat niemand ziet dat jij helemaal niet goed genoeg bent.

Ondermijnende zelftwijfel met als ultiem jammerlijke uiting de zelfsabotage.

Het heeft weinig zin hem nu aan te moedigen met dwingend ‘motivational’ zinnen als: “Jawel joh, jij kunt het!! Ze hebben jóu toch maar mooi gevraagd?!” Het stemmetje in z’n eigen hoofd is voor nu even harder en scherper. Beter is het stil te zijn, te wachten op wat van hem uit nu komt en daarop liefdevol te reageren met een klein duwtje. Gentle nudging, zogezegd.

Dan komt zijn kleine broertje erbij die geboren is onder het gelukkige gesternte van iemand die per definitie ervan uitgaat dat het hem lukt. Kennelijk heeft hij de hele scène vanachter zijn ontbijtbord met interesse gevolgd en weet precies wat hem te doen staat: “Weet je wat het is? Je moet er niet zo over nadenken. Je moet het gewoon DOEN!”

Irritant maar effectief wakker geschud door het in zijn ogen kleine, stink-eigenwijze etterbakje, draait hij zich snuivend om, stapt naar buiten en trekt de voordeur met ‘n klap achter zich dicht.

Hm. Tsja. Goed.

Hij kan ervan vinden wat hij wil, maar díe drempel is in ieder geval geslecht.

😎

Verpletterend

Zondag

Moederdag

09.17 uur

Ik hoor de deur naast mij zachtjes opengaan. Mijn oudste, m’n lieve lieve dochter, staat op en hoe dromerig en wazig of in ieder geval niet erg alert ík haar soms ook vind, zij heeft de lead in alles wat mijn drietal samen onderneemt en besluit.

Altijd.

De twee broers kunnen hoog springen en laag, ze kunnen de illusie hebben van inspraak; áls het al zo is, dan is deze zeer beperkt.

Zij beslist.

Vandaag maken ze samen mijn ontbijt, op een vooraf strak geregisseerd tijdstip, waarbij rekening gehouden is met:

– mijn altijd sowieso wakker zijn rond half 7 (“dat is best wel irritant, mam”) en dus op een gegeven moment knorrend maagje

– het feit dat middelste naar zijn WingChun training moet en

– hun aller mogelijkheid tot íets van uitslapen.

Meer dan terecht ook dat laatste, vond ik toeschietelijk toen ze mij gisteren op de hoogte brachten van hun planning.

Voordat ze naar beneden gaan, komen ze ineens met z’n drieën mijn kamer in: “Happy Momsday, mam!”

Jongste als altijd voorop als geboren stralend middelpunt en showmaster, daarna Oudste die haar broertje dit meestal gunt omdat ze weet dat als het er op aankomt, zij hem met 1 blik en woord naar achteren kan dwingen en als laatste Middelste, die altijd even wacht op welke ruimte voor hem overblijft. Niet omdat hij zielig is maar omdat hij heel veel rekening met een ander houdt. Teveel soms, wat mij betreft, en zie daar nog een klein taakje voor deze moeder.

Ik neem de 3 paar uitgestrekte armen gulzig in ontvangst en druk al die mooie, warme, mij zo ongelooflijk lieve lijven tegen mij aan. Ik snuif hun zoete geuren op die ik uit duizenden zou herkennen en neem met grote teugen alles op wat ik voel en krijg. Wat een geluk, deze enorme hoeveelheid mens bij elkaar wat nog maar nauwelijks tussen mijn armen past. Mijn grootste cadeau.

Overmand door liefde en om mezelf te bewijzen dat het heus nog wel makkelijk past, druk ik ze nog wat steviger tegen mijn borst en adem hen nog eens extra diep in terwijl ik bijna verdrink in mijn gevoel.

…..

“Mám…. Ik word geplet … auw …. mam … ik krijg geen adem …”

…..

Oh. Ja. Nee.

Met een zucht laat ik los.

Opge-lucht en met een aai over mijn vogelnest laten ze me achter.

“We roepen je zo, mam. Voor jouw ontbijt.” En weg zijn ze.

❤️

#happymomsday

T.M.I.

“WIJ RIJDEN MET JOUOUOU MEEEEE!!!”

Aankomend op het schoolplein, zijn de meeste ouders al met hun lading 7de-groepers op weg naar hun auto. Ik ben er, denk ik, stipt op tijd maar dat blijkt ternauwernood te zijn.

Afijn.

Een aantal tien- en elfjarigen rent op mij af. Mijn eigen kind rijdt niet met mij mee maar met zijn vader. Wij hebben ons per ongeluk allebei opgegeven. Komt prima uit, er zijn nu precies genoeg plekken om dit natuur-uitje door te kunnen laten gaan.

Mijn lading bestaat uit drie vriendjes van mijn zoon, enthousiaste en prepuberale mannen. “Kom maar mee, heren, dat daar is mijn auto, die blauwe!”

JEEEEEE, MAG HET DÁK NAAR BENEDEN?! JAHOEOEOEOE, DIT IS DE COOLSTE AUTO, WIJ ZITTEN IN DE COO-HOOL-STUHHHH!”

Toegegeven, het ís ook heerlijk: dak naar beneden, wapperende haren. Ik doe het niet vaak genoeg, vind het al snel te koud door de wind of veel te bloody warm in de bakkende zon. Ergo, ik ben een zeurpiet. Hup, open dat dak! Al zoevend moet ik lachen om het drietal dat luid joelend, zwaaiend naar anderen en genietend achterin zit.

“JA, HAHAHA, DAT WIST JE NOG NIET MAAR WIJ KUNNEN HÉÉL WILD DOEN!!”

“Not to worry, vriend, dat was mij direct al volstrekt duidelijk. Júllie doen wild en ik ben streng, dus: ogenblikkelijk op je billen gaan zitten en níet gaan staan terwijl ik rij, alsjeblieft. Zitten en je riem om. Lawaai maken is prima, levensgevaarlijk stunten doe je maar bij je eigen moeder in de auto.”

Lachend gaat de bende zitten en even later wordt het stiller. Met af en toe wat gegiechel. Dan ineens hard gegiechel en ik hoor een van hen zeggen: “Hoe harder een vrouw kreunt, hoe groter het genot bij alle betrokkenen (behalve de buren).”.

Naast mij slaat mijn bijrijder alsnog bijna overboord van lamlendig-makende slappe lach terwijl zijn wangen helderrood kleuren. Achter mij nu keihard gegiechel: “Zorg dat je slim sekst. En je kunt niet genoeg seksen, dus doe het zo vaak als je kunt en doe dan vooral veel wilde spelletjes met elkaar. Hou je sokken aan voor een gegarandeerd orgasme.

“WHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAAAHHH!!”

Naast mij heeft het niet meer. Paars aangelopen houdt hij het midden tussen schaamte, opgewonden pre-puberale stoutigheid en pure pret, en hangt inmiddels half over het portier-zonder-raam naar buiten. Ik heb moeite mijn ogen op de weg en de boel in de auto in het gareel te houden. Wat ís dit zeg, waar hebben die types het over!?!

Triomfantelijk wappert degene achter mij een blad in mijn gezicht: “Dit ligt in jóuw auto! En ík lees er gewoon uit voor!”

Met geoefende hand trek ik razendsnel het blad uit zijn handen en scan in een oogopslag het voorblad. Oh jee, de Quest met een artikel over 10 Wetenschappelijke Tips om Slim te Seksen. Sommige ervan kende ik ook nog niet: bak een taart en draag sokken!?

Ineens gaat nog een lampje branden, vandáár dat mijn eigen mannen laatst zo helemaal stil waren tijdens een lange autorit.

“Mogen we dat blad nu weer terug?”

“Nee jongens, genoeg geleerd over seks weer voor vandaag. Ik ben bang dat jullie ouders mij anders zullen kielhalen vanwege de ‘TMI’.”

Teleurgestelde geluiden achter mij maar naast mij gebeurt iets anders; terwijl ik het woord ‘seks’ uitspreek, sterft mijn naaste bijrijder happend naar adem definitief van ellende.

Ik leg mijn hand geruststellend op zijn rug en maan de achterbank: “Heren, jullie vriend heeft mond-op-mond beademing van iemand nodig, ik ben bang dat de spanning hem teveel is geworden… Wie van jullie wil dat doen, ik moet namelijk echt goed op de weg letten.”

In de achteruitkijkspiegel zie ik twee paar groot geworden ogen zoeken naar de mijne: Meent ze dit? Gaat het niet goed met hem? En moeten wíj hem nu mond-op-mond- beademen…?!?!”

Ik kijk ze even quasi-ernstig aan en geef ze dan een knipoog. Beide sluiten hun ogen van opluchting en zakken achterover. Naast mij komt langzaam bij en overeind.

De overige twee minuten tot de parkeerplaats van het natuuruitje voltrekken zich in voor mij fijne en door hen ingehouden stilte.

Als we zijn uitgestapt, valt het een andere ouder op dat mijn ladinkje zulke heerlijk rode wangen heeft: “Echt fijn hoor, zo’n cabrio, krijgen ze meteen kleur van op die bleke toetjes.”

“Hm-hm..”

Heerlijk inderdaad, top-begin van dit Natuur-uitje.

Favoriete hashtag

Hashtag-unapologetic. Ik zie en lees het vaak de laatste tijd. En gebruik het zelf ook. Sterker nog, het is mijn favoriete hashtag.

Maar wat ís het eigenlijk? ‘t Nieuwste mode-ding? Hype?

Volgens mij is het meer en is het een belofte; van vrijheid en verbinding. Want unapologetic gaat in mijn beleving over het ‘jezelf permissie geven’. Ten diepste en zonder sorry.

Het gaat over niet meer afwachten maar doen. Niet in bescheidenheid onzichtbaar blijven maar jezelf laten zien. Niet altijd keurig aan de kant gaan maar eens lekker in het midden blijven lopen. Niet op toestemming wachten maar jezelf toestaan.

Unapologetic staat daarmee voor mij in de kern voor het afrekenen met de echo’s van bloedlijnen, maatschappij, cultuur en cultuurtjes. Je daar niet meer -zoveel- door laten leiden of van aantrekken. Omdat het allemaal zo zwanger is van schaamte en schuld, waarvan veel niet eens vanuit jouzelf komt.

Hoe heerlijk om jezelf daar nou eens van te bevrijden!?

En verloopt die bevrijding dan over lijken en smeulende hopen van verschroeide aarde? Door nergens en met niemand meer rekening te houden, dwars door goede manieren en belangrijke nuances heen?

Nee.

Voor mij in ieder geval niet.

Unapologetic is jouw manier. Om te doen wat jij wil, op het moment en de wijze waarop dat voor jou goed voelt. Dus ook vanuit nuance, zachtheid en bescheidenheid.

Een heel mooie vorm van persoonlijk leiderschap, los van een ander en zijn/haar manier van doen. Niet om losgezongen te zijn maar juist om ècht te verbinden.

Kunnen verbinden vanuit gevoelde persoonlijke vrijheid smeedt namelijk de krachtigste band; puur en waarachtig.

#Unapologetic.

Niet gek.

Kansen en angsten

Hij is uitgenodigd om te komen kijken naar een repetitie van de Junior Company van het Nationale Ballet. We gaan samen.

Terwijl we zitten te genieten, vraagt de artistiek leider hem of hij wel zou willen auditeren voor hun balletacademie.

Naast mij een ingehouden schrikreactie. Zijn droom maar ook zijn nachtmerrie. Want hoe moet dat dan met ons, zijn vriendjes, zijn school, en gewoon alles wat voor hem bekend en vertrouwd is?

Met rode wangetjes en schitterende ogen knikt-schudt hij en kruipt wat meer naar mij toe. De man glimlacht begrijpend en zegt: “Kom maar een dagje meekijken en -doen, dan weet je beter hoe het is.”

Dankbaar voor deze tijdelijke escape, klinkt een opgeluchte zucht naast me.

Later in de auto terug verwoordt hij het mij op zijn manier: “In mijn hart voel ik dat ik dit wil. Maar mijn hoofd zegt ook heel veel over waarom het misschien géén goed idee is, waardoor ik twijfel en niet goed weet wat het gevoel in mijn buik betekent.”

Ach, hoe herkenbaar.

“Ik snap je helemaal, baas. Alleen wil ik je vertellen dat wat je hoofd zegt, wel begrijpelijk is maar vaak niet per se heel waar. Omdat het dan denkt vanuit angst en niet vanuit kans. En ook dat het bijzonder is dat jij je hart zo goed voelt. Probeer maar goed te luisteren en weet: wij steunen je in alles wat je besluit!”

Twee dagen later:

“Mam, ik weet het nu: ik wil auditie doen. Toen ik echt helemaal in mijn hart ging, werd mijn hoofd stil en mijn buik blij. Toen wist ik het.”