Solly, solly …

AB45B3A2-84B6-4B05-908F-BFCDD97585E7

Soms moet je even afkoelen. Alleen. Met jezelf. Vanwége jezelf. Of anderen. Hoe dan ook, toen ik van binnen ontplofte en kon kiezen om dat van buiten ook te doen richting mijn lunchgezelschap, bestaande uit 4 onwillig lamenterende pubers en 1 irritante net 10-jarige, òf mezelf even schaars te maken, koos ik voor het laatste.

Dus liet ik hen zitten waar ze zaten in het surfrestaurant, stampte via het bloedhete strand terug naar huis, pakte de auto en reed naar het Spaanse stadje dat bij aankomst in diepe siësta bleek te verkeren. Alle winkels waren dicht, dus daar ging mijn plan om mezelf als troost eens gezellig van iets leuk nieuws Spaans te voorzien.

5 Minuten later wist ik weer waarom die slimme Spanjaarden tussen half 2 en half 6 alles dichtgooien, want zat ik uitgewrongen en lamgeslagen door de intense warmte, mijn allang weer weggezakte woede en lichte spijt over de achtergelaten heerlijke dis met fris sprankelend water en zeebriesje, op een stoepje onder twee olijfbomen.

Terwijl ik enigszins somber peinzend over mijn af en toe explosieve aard voor me uit staarde, zag ik ineens de winkelruit vóór me: Thai Massage. Open all day. Met daaronder een bordje waarop de specialiteiten van het huis: ‘body 30 minutes or 60 minutes’ en ‘feet’ zelfde tijdspanne. Al starend nam de visualisatie bezit van mij waarin sierlijk kleine doch sterke vingers op precies de goede plekken onder mijn voetzool duwden, mijn tenen kneedden en vloeiend het zware gevoel uit mijn enkels zouden rollen.

Bevangen door dit beeld, kwamen mijn voeten als vanzelf in beweging. Ik liep naar binnen en meldde mij bij de desk: “Hola. Si. Espela aquí.” (“Hallo. Ja. Wacht hiel.”). Ik wachtte.

De laatste keer dat ik een Thaise massage ‘genoot’, staat me nog vers in het geheugen gegrift als heuse foltering. Waarom ik dit dan nu weer wilde, wist ik niet goed, misschien een complexe combinatie van iets doen waar ik me beter door zou voelen en het gevoel dat ik wellicht een kleine straf verdiende.

Overal hingen ingelijste diploma’s die de professionaliteit van de masseuses onderstreepten. Deze, samen met de vertrouwenwekkende want ingewikkelde posters van het menselijk lichaam waarop de verbindingen tussen onze chakra’s en alle spieren, zenuwen en botjes met elkaar weergegeven werden, droegen er aan bij dat ik me stukje bij beetje ontspande. Iets wat volgens Kim, de Thaise masseuse die mij destijds onder handen nam, nodig is om pijnlozer door de massage en het leven te gaan.

Eindelijk kwam achter een deur een kleine, wat oudere dame tevoorschijn die mij wenkte. Haar gezicht het toppunt van ondoorgrondelijke vriendelijkheid, gebaarde ze mij te gaan liggen op het massagebed, dat was voorzien van mooie lappen en naar jasmijn geurende handdoeken. Mijn jurk moest uit en toen ik wees naar mijn voeten “Sólo los pies?”, maakte ze een geluid dat ik niet begreep en begon mijn voeten heerlijk in een olietje te zetten. Ik dacht “Kan mij het schelen.”, deed mijn ogen dicht en gaf me over.

Drie seconden later schoot een felle pijnscheut door mijn linkervoet, die overging in de volgende om vervolgens een helse aaneenschakeling van scheuten te worden. Ik kon alleen maar mijn ogen stijf dichtknijpen, handen voor mijn mond slaan, het van binnen uitgieren van de pijn en denken: “WAAROM??!!”

Waarom had ik bedacht dat het dit keer pijnloos zou zijn, wáárom deed ik dit soort dingen, waarom, waarom, waaróm?!

Met een houten staafje ragde de lieve, oude vrouw over mijn voet alsof het een stuk deeg was dat tot pizza moest worden. Hard. Aangezien mijn voeten alleen maar vel, botjes, spieren en zenuwen zijn, hoef ik niet uit te leggen hoe dat voelde. Ik beet mijn handen stuk, kneep mijn billen samen en deed alles om het niet uit te gillen. Nadat het deeg genoeg was stukgeslagen, waren mijn tenen aan de beurt. Het stokje werd er tussen gepord, stuk voor stuk en daarna werden ze ieder om de beurt uit hun kom getrokken. Vervolgens opnieuw aan de rechterkant, want opgeven is geen optie en we maken natuurlijk wél af waar we aan begonnen zijn.

Na de voeten dook mijn martelares, die achter mijn stijfgesloten ogen de gedaante van een vuurspugende, oosterse krijger had aangenomen, op mijn dijen. Zij, in haar totaliteit even klein en smal als één dij van mij, bewerkte met schouder, bovenarm en elleboog bruut al die spieren die inmiddels gespannen stonden als een veer. Toen ik dan eindelijk een diepe kreun niet meer kon onderdrukken, keek zij op, zei: “Hihi, solly, solly…” en ging gewoon door.

Dit herhaalde zich de rest van mijn benen en toen het eindelijk klaar was en ik met tranen in mijn ogen van dankbaarheid over het eindige van deze lijdensweg wilde opstaan, liet ze me slechts rechtop zitten, zei nog één keer: “Solly, Solly”, sprong achter mij op de bank en plantte haar knie in de kom tussen schouder en nek. Ik hoorde “KRAK” en dacht even helemaal niets meer.

10 Minuten later stond ik fris op straat, al mijn soepele tenen voelend terwijl ik die normaal nooit voel. Ik keek naar mijn voeten, naglanzend van de olie, de huid weer zacht en mooi in plaats van craquelé als bij binnenkomst. Stevig op de grond, sterk en getuned. Klaar om nieuwe stappen te gaan zetten.

Ineens wist ik het antwoord op het ‘Waarom?’.

Omdat af en toe even pijn lijden en tóch doorzetten, wonderwel heilzaam is.

Wat jouw blik mij vertelt

 

 

“Weet jij dus nu áltijd wanneer ik jok?”

Vanachter zijn kop thee komt deze vraag en ik zie hem nog net met zijn oogjes knijpen in gespannen afwachting van het antwoord. 

Sinds ik mijn examen Non Verbal Strategy Analysis behaalde, merk ik dat mijn kinderen mij sowieso met argusogen bekijken.

Het is ook wel ‘een dingetje’; dat je moeder kan lezen welke micro-bewegingen zich rond jouw ogen laten zien. En wat zij daaruit kan opmaken over bepaalde aspecten van jouw persoonlijkheid en het soort gedrag dat jij hoogstwaarschijnlijk laat zien als je spanning ervaart.

Die blik waarmee jij kijkt. In dit geval de letterlijke blik met al z’n impulsen en regulaties waarvan ieder mens een eigen, onbewust patroon laat zien, vooral wanneer het spannend of oncomfortabel wordt. Jouw blik en de impact ervan op een ander. Onbewust voor jou maar veelzeggend en helder voor mij. Deze bijzondere non-verbale tool stelt mij in mijn werk met mensen in staat hun blik objectief te analyseren en vervolgens begrijpend te lezen. Bere-interessant!

Ik besluit hem even te plagen, geruststellen kan altijd nog: “Ja vent, klopt. Ik zie nu precies wanneer jij de waarheid vertelt en wanneer jij mij voor de gek probeert te houden! Dat zie ik aan alle kleine beweginkjes van en rond jouw ogen.”

Met een diepe zucht laat hij zijn kop thee zakken, waar hij zich daarnet nog zo comfortabel achter dacht te kunnen verstoppen met alleen zijn ogen zichtbaar.

“Ik vind dat niet leuk, mam, het is best wel superirritant!” 

Zijn rechterwenkbrauw schiet de lucht in terwijl zijn oogleden juist wat verder over zijn iris zakken. Een fronsje, een knijpje; mijn lieve jongste heeft het even zwaar.

“Het is ook maar een grapje. Ik kan niet zeker weten of je jokt, hoor. Wat ik wél kan zien als jij mij iets vertelt, is hoe spannend jij het vindt om het daarover te hebben. Zelfs als jij je héle gezicht en lijf in bedwang houdt, verraden de spiertjes van en rond jouw ogen je: wat zij doen en niet-doen, dat kan ik lezen. Maar het hoeft niet per se te zijn dat je dan jokt, het zou allerlei redenen kunnen hebben. Dus zou ik jou daarover een vraag stellen om te zien of ik je misschien ergens mee kan helpen.”

Want dit is natuurlijk het allerleukste van deze kunde: het spot on jouw nonverbale impact op een ander of binnen een team te kunnen inschatten en welk soort behoeften je hebt waar het bepaalde lastige situaties, interacties en communicatie betreft. Je te kunnen helpen hierin effectiever te zijn en de juiste interventies te plegen, op jezelf of jegens de ander(en).

Bewegingloos kijkt hij me nu aan. Fronst, haalt zijn schoudertjes licht op en laat mij dan achter in de keuken. Ik peins nog wat na.

2 Minuten later komt hij weer terug met onze IPad in zijn handen en een enorme, diepzwarte zonnebril op zijn neus. Míjn zonnebril.

“Mama, kijk nou! Er zit een héle grote barst in het scherm van jouw IPad en ík weet niet hoe dat kan ….”

Een simpele (?) formule: Verkopen = Aandacht.

47ACE01D-2D3A-4FCC-AD69-C04709EC8024
Soms heeft iemand het verkopers-bloed door de aderen stromen. Zo ook mijn jongste; nog niet eerder heb ik iemand zó soepel, zóveel geld zien verdienen op de Vrijmarkt.
Van wie hij het heeft weet ik niet maar met bewondering heb ik zijn werkwijze gadegeslagen. De belangrijkste kenmerken kwamen eigenlijk allemaal neer op 1 en hetzelfde ding: aandacht, aandacht, aandacht:
– Iedereen die voorbijkwam of stilstond ter hoogte van zijn kleedje werd met een helder en vrolijk klinkend “Há-llooo” begroet. Ook al was het een rug of een bil die hem aankeek, hij groette. Onvermoeibaar.
– In antwoord op zijn groet dwaalden of (in geval van rug/bil) draaiden ieders oog naar dit gezellige geluid en ontmoette daar een kwieke (en ik moet eerlijk zijn; nogal lang-gewimperde) oogopslag.
– Die vervolgens met gulle lach en uitnodigend gebaar naar zijn uitgestalde waar vroeg: “Wil je iets van mij kopen?” en met uitgekiende precisie bepaalde spullen aanprees.
– De items op het kleed waren door hem kritisch en met zorg uitgezocht. Niet teveel en overzichtelijk uitgestald.
– Zijn prijsstelling was aan de hoge kant (vond ik) maar werd door hem zonder blikken of blozen gebracht. Dermate overtuigd en overtuigend dat niemand twijfelde.
– Hij bezegelde vrijwel iedere koop met een klein cadeau; een extra autootje, diertje of mini-boekje.
Tot drie keer toe verkocht hij zijn kleedje leeg en moesten we nieuwe spullen gaan halen om zijn voorraad aan te vullen. Het enige wat steeds bleef staan waren mijn 2 paar laarzen. Hij voelde zich hier niet verantwoordelijk voor en bij iedere poging die ik ondernam, viel slechts een wat deerniswekkende blik mij ten deel (waaróm eigenlijk, het waren hartstikke coole laarzen..?!)
Toen ik hem achteraf vroeg of hijzelf ook verbaasd was over zijn succes, keek hij me aan alsof ik hem voor de gek hield: “Nee natuurlijk niet! Ik weet toch waardoor ik zélf  iets koop? Dat is als ik voel dat iemand mij kent en weet wat ik leuk vind. Dus dát is wat ik ook doe!”
Ja. Dát dus.
#aandacht

Een treetje hoger

5AC43F2F-D879-4334-ADAA-71A04915ADED

“EN WAT ZEI JIJ TOEN, THIJS?! WAT ZEÍ JIJ TOEN??!”

Thijs roept wat hij zei en ondanks dat het mannetje niet bepaald een zachte stem heeft, is het zwaar voor hem om op te boksen tegen het bulderende geweld van de lach van zijn moeder. Haar buurvrouw jodelt hard-hoog mee, Thijs en zijn antwoord gaan helaas kans- en daarmee roemloos ten onder.

ÍEDEREEN, ECHT ÍEDEREEN GING STUK, HÈ??!! -moeder Thijs geeft buurvrouw een peut met haar elleboog ter bevestiging. Deze knikt terwijl zij snikkend giert en lijkt daardoor sprekend op het lachende icoontje waarbij de tranen uit de ogen springen- WHAHAHAHAHA!!!

Ik ben benieuwd wat het nou was dat Thijs zei maar leg me er bij neer dat ik het nooit zal weten.

We zitten in de chillruimte van de dansschool van de jongste. Hij heeft balletles en ik zit in de chillbank met mijn computer op schoot. Samen hebben we een fijn ritme ontwikkeld gezien het gegeven dat we hier wekelijks midden op de werkdag naartoe moeten komen. Hij danst, ik klus. Daarna drinken, eten en zingen we (vals) in de auto op weg terug naar huis.

Alsof hij dit ruikt, zingt achter mij Thijs ineens een liedje, over Sinterklaas in zijn blote kont en iets met een mond. Af en toe valt hij stil om te zien of ook dit succesnummer al wordt opgepikt aan de bar en beloond met daverende lachsalvo’s. Maar helaas voor hem ratelt en reutelt men daar zonder pauze door.

Ik voel met hem mee en geef hem een knipoog als hij voor me langs loopt. Stoïcijns kijkt hij me met halfgeloken ogen koeltjes aan: ”Sint…Kont…mond …” en loopt zonder verder sjoege te geven door.

Waar je ook maar komt voor je kinderen, overal is sprake van een zekere pikorde tussen de aanwezige ouders. Ook op een dansschool, zeker een die bekend staat om z’n ambitie en de vele talenten die er rondlopen. De pikorde wordt hier niet bepaald door afkomst of hoeveel je verdient maar wel door de onderlinge connecties, de anciënniteit, de bijdrage aan de shows en natuurlijk in hoge mate wat er via het dansende kind op jou als ouder afstraalt.

Alleen wat dat laatste betreft maak ik op een dag misschien kans op een opwaartse beweging langs die sociale ladder. Verder ben ik: niet-van-hier, net-nieuw, nog-geen-show-meegemaakt-en-zo-op-het-oog-geen-talent-voor-kostuums-of-schmink.

Zelfs Thijs heeft dit kennelijk haarscherp door.

Het gejoel aan de bar neemt weer toe in volume, twee net binnengekomen ouders zijn er bij gaan staan en delen mee in de feestvreugde. En net als ik me afvraag of ik me nou buitengesloten en dus zielig moet voelen of juist opgelucht omdat ik er niets mee hoef, staat ineens Thijs weer voor me. Ik ben de lulligste niet dus kijk hem toch maar even aan.

Dan geeft hij mij een grote knipoog. En met een verlegen grijns laat hij me woordeloos weten dat ik op de ladder van zíjn pikorde in ieder geval een treetje ben gestegen.

 

(de naam van ‘Thijs’ is gefingeerd)

Galmt iets na? Luister dan.

DCFC35B3-330E-49AD-BB5C-DAE2F156113B.jpeg

Een moment ontmoet een gedachte, een handeling. Soms wéét je het op dat ene moment al, dat die gedachte of die handeling bepalend gaat zijn voor de rest van jouw dag, je week, het jaar of misschien wel je leven.

Als ik een boek zou willen schrijven, dan zou ik al die bepalende momenten aan elkaar rijgen, met alle bepalende gedachten en daaruit voorvloeiende handelingen (of niet-handelingen). De draden spinnend waarlangs mijn verhaal tot nu toe loopt. Fijntjes maar sterk en glashelder duidend waarom ik sta waar ik sta. En de intentie waarmee ik daar sta.

Waarom ik ga zoals ik ga. Niet alleen mijn hoofd recht, mijn rug en schouders inmiddels ook. Trots en steeds meer zelfverzekerd. Schoudertjes die eerst konden hangen of erger, tot hoog aan mijn oren opgetrokken stonden, zodat ik vaak pijn in mijn nek en daardoor hoofd had. Spanning waar ik nu steeds vaker een comfortabele ontspanning ontwaar.

Adem die tot diep in mijn buik gaat en dan pas weer eruit. Waar ik me voorheen met regelmaat moe, duizelig of opgejaagd voelde en erachter kwam dat ik vaak vergat adem te halen als het spannend werd of juist teveel teugen nam maar te kort en oppervlakkig.

Ervan overtuigd dat ik ga zoals ik was bedoeld om te gaan; in ieder geval langs de grote lijnen ervan bekeken. “Sociaal onaangepast” noemde een kennis het. Nadat ik daar om had gegrinnikt, vond ik het een groot compliment: “op een sociale manier helemaal je eigen gang gaan”, bedoelde ze. Denk ik.

Ik was al nooit van de conventies, tradities, fomo’s of de “ik-moet-omdat-anders-hij-of-zij-of-iedereen”’s en dat ben ik nu nog minder. Mijn weg meandert vrolijk tussen, langs en door die van anderen. Ik trek me als het erop aankomt, vrij weinig aan van wat een ander vindt en als het me wel raakt, laat ik me er niet door van de wijs brengen in die zin dat ik erdoor van mijn paadje raak.

Toch is dat ook wel anders geweest.

Zien, horen, lezen, ervaren. Mijn innerlijke wereld botst vaak genoeg met wat ik tegenkom. Voorheen verzette ik me. Fel en met kracht. Strijdend ten onder of ongeschonden door, met daartussen nog een tiental mogelijke uitkomsten. Nu niet meer. Of althans veel minder.

Mijn kracht blijkt te zitten juist in de momenten van rustige balans. En hoe meer ik die momenten bewust creëer of pak als ze voorbijkomen, hoe beter de dingen gaan. Vloeiender en veel meer onaantastbaar.

Die bepalende momenten? Zij hebben mij hier stap voor stap gebracht. Wild, luidruchtig, zoet, eenzaam of stil. Verschillend waren ze in alles maar met één ding gemeen: ze galmden na. Luid en duidelijk.

En ik? Ik hoefde maar één ding te doen: luisteren.

 

 

Let dan ook op, sukkel..!

37F03EAC-43FB-4102-9361-41D8006DDA25

Niet te lang bij stil staan hoor, maar een groot deel van het leven bestaat uit wachten. Op een bus, een telefoontje, een uitslag, een antwoord, een reactie, in de rij bij de kassa, aan de counter bij de slager, tot je kind eindelijk z’n schoenen aanheeft of de auto voor je weer in beweging komt.

Afwachten, wachten op, wachten tot; … we wachten heel wat af.

Vroeger was ik heel slecht in wachten. Dat meisje dat onrustig van het ene been op het andere wipt, met haar hoofd abrupt van links naar rechts, dat moeilijk stilzit, zuchtend, ongeduldig, boos en uitdagend kijkend? Dat was ik.

Een ‘tikkie’ ongeduldig was ik zeker van mezelf maar misschien hield ik ook niet van wachten vanuit de associatie met het wachten op die bom die ieder moment kon ontploffen. Wachten kreeg daarmee iets dreigends ongewis. En was oneerlijk. Want ontploffen deed-ie toch wel, dus waarom dan niet gewoon meteen? De onvoorspelbaarheid van het moment waarop, maakte voor mij ‘wachten’ tot iets waar ik niet in rust in kon verpozen, maar waarin ik alert moest blijven en ook moest weten waar een eventuele exit was.

Onrust als dit galmt lang na en zingt nog wat door maar met het verstrijken van de jaren en het in perspectief kunnen plaatsen van belangrijke gebeurtenissen en emoties, komt berusting en daarmee meer rust.

Wachten is inmiddels prima uit te houden. Ik bereid me er zowel mentaal als fysiek op voor en hou mijn blik op het Hier en Nu, waardoor het nu vaak juist gestolen momentjes van genieten zijn. Momenten ook waar zomaar mooie verhaaltjes uit voort kunnen komen.

Áf moeten wachten daarentegen, is nog steeds een moeilijke. Vooral waar het gaat over het overgeleverd zijn aan wat die ander wel of niet gaat doen. Kunnen controléren wil ik het, snap dat dan! Iemand die een app of mail van mijn hand leest maar niet beantwoordt terwijl er een duidelijke vraag om reactie is bijvoorbeeld: een kwelling… Niet meteen natuurlijk maar als het zover is, dan is het mechanisme er één van absolute zelfgeseling; hard en direct.

“Ben-het-niet-waard-vindt-mij-natuurlijk-stom-was-een-idiote-tekst-kan-ik-het-nog-deleten-godver-waarom-stuur-ik-dit-dan-ook-ik-had-het-toch-kunnen-weten-Let-Dan-Ook-Op-Sukkel…!!”

Oog in oog met dat kleine meissie, zo boos op zichzelf want het kán niet anders dan dat het allemaal aan haar ligt. Onmacht, frustratie, verdriet slaan haar van binnen neer en naar buiten om zich heen.

Het verschil met toen is dat ik het nu zíe en dan weet ik het weer. Het enige antwoord, de enige reactie waar ik, waar zij op zit te wachten: “Het maakt niet uit: hoe lang het duurt niet en of het überhaupt komt of niet, want Jij Bent Oké.”

Stilte, terwijl de zon voorzichtig gaat schijnen.

Ik geef haar een hand: “Kom, terwijl we wachten, lopen we samen verder.”

Verzuipen of zwemmen?

11AC04B0-79A9-4283-88EB-8BC8E45B2E1B

5 jaar geleden was het over en stond ik er gevoelsmatig ineens alleen voor. Met kinderen, huis, het leven + alles wat hierbij komt kijken.

Even was daar totale paniek en kon ik kiezen: verzuipen of zwemmen? Angstig en vol oordeel over mezelf lag ik in dat koude water, bang om aan een ongewisse tocht te beginnen. En toch, er zat maar één ding op…

Komende vanuit een achtergrond waar ik altijd in een boot zat en überhaupt niet hoefde te zwemmen als ik daar geen zin in had, was dit een mentale game changer.

Mijn: “ja maar, ik weet niet zeker of ik wel goed genoeg kan zwemmen” of “help, de overkant is te ver, ik zíe m niet eens!” veranderden al plonzend en naar adem happend in “Rustig aan, slag voor slag, reguleer je ademhaling” en “Als je goed kijkt kom je op weg naar de overkant allerlei drijfhout, eilandjes en boeien tegen waar je op uit kunt blazen.”

5 Jaar later, soms schoolslag dan crawl en dan weer even genietend uitdrijven op mijn rug, zwem ik vrij steady naar die overkant.

Zie ik ‘m al?
Nee.

Is dat erg?
Nee!

Als ik maar blijf ademhalen en op die cadans blijf gaan. Dat brengt mij waar ik gaan wil. Met een sterker lijf, krachtiger hoofd en gelukkiger hart. Want in plaats van vol oordeel ben ik nu trots op mezelf.

De les? Als je verliest, heb je vervolgens van alles te winnen.