Favoriete hashtag

Hashtag-unapologetic. Ik zie en lees het vaak de laatste tijd. En gebruik het zelf ook. Sterker nog, het is mijn favoriete hashtag.

Maar wat ís het eigenlijk? ‘t Nieuwste mode-ding? Hype?

Volgens mij is het meer en is het een belofte; van vrijheid en verbinding. Want unapologetic gaat in mijn beleving over het ‘jezelf permissie geven’. Ten diepste en zonder sorry.

Het gaat over niet meer afwachten maar doen. Niet in bescheidenheid onzichtbaar blijven maar jezelf laten zien. Niet altijd keurig aan de kant gaan maar eens lekker in het midden blijven lopen. Niet op toestemming wachten maar jezelf toestaan.

Unapologetic staat daarmee voor mij in de kern voor het afrekenen met de echo’s van bloedlijnen, maatschappij, cultuur en cultuurtjes. Je daar niet meer -zoveel- door laten leiden of van aantrekken. Omdat het allemaal zo zwanger is van schaamte en schuld, waarvan veel niet eens vanuit jouzelf komt.

Hoe heerlijk om jezelf daar nou eens van te bevrijden!?

En verloopt die bevrijding dan over lijken en smeulende hopen van verschroeide aarde? Door nergens en met niemand meer rekening te houden, dwars door goede manieren en belangrijke nuances heen?

Nee.

Voor mij in ieder geval niet.

Unapologetic is jouw manier. Om te doen wat jij wil, op het moment en de wijze waarop dat voor jou goed voelt. Dus ook vanuit nuance, zachtheid en bescheidenheid.

Een heel mooie vorm van persoonlijk leiderschap, los van een ander en zijn/haar manier van doen. Niet om losgezongen te zijn maar juist om ècht te verbinden.

Kunnen verbinden vanuit gevoelde persoonlijke vrijheid smeedt namelijk de krachtigste band; puur en waarachtig.

#Unapologetic.

Niet gek.

Kansen en angsten

Hij is uitgenodigd om te komen kijken naar een repetitie van de Junior Company van het Nationale Ballet. We gaan samen.

Terwijl we zitten te genieten, vraagt de artistiek leider hem of hij wel zou willen auditeren voor hun balletacademie.

Naast mij een ingehouden schrikreactie. Zijn droom maar ook zijn nachtmerrie. Want hoe moet dat dan met ons, zijn vriendjes, zijn school, en gewoon alles wat voor hem bekend en vertrouwd is?

Met rode wangetjes en schitterende ogen knikt-schudt hij en kruipt wat meer naar mij toe. De man glimlacht begrijpend en zegt: “Kom maar een dagje meekijken en -doen, dan weet je beter hoe het is.”

Dankbaar voor deze tijdelijke escape, klinkt een opgeluchte zucht naast me.

Later in de auto terug verwoordt hij het mij op zijn manier: “In mijn hart voel ik dat ik dit wil. Maar mijn hoofd zegt ook heel veel over waarom het misschien géén goed idee is, waardoor ik twijfel en niet goed weet wat het gevoel in mijn buik betekent.”

Ach, hoe herkenbaar.

“Ik snap je helemaal, baas. Alleen wil ik je vertellen dat wat je hoofd zegt, wel begrijpelijk is maar vaak niet per se heel waar. Omdat het dan denkt vanuit angst en niet vanuit kans. En ook dat het bijzonder is dat jij je hart zo goed voelt. Probeer maar goed te luisteren en weet: wij steunen je in alles wat je besluit!”

Twee dagen later:

“Mam, ik weet het nu: ik wil auditie doen. Toen ik echt helemaal in mijn hart ging, werd mijn hoofd stil en mijn buik blij. Toen wist ik het.”

Tonen

Mijn kleine grote vriend had geen goede middag. Er ging het een en ander naar zijn idee heel erg mis en hij voelde zich daar, tot dikke tranen aan toe, erg rot over.

Gelukkig had hij dansles. Daarna voelde hij zich al iets beter.

Inmiddels is het avond, de misère is weliswaar voor een goed deel voorbij maar zingt vanuit de schaduwen nog wat na, nauwelijks hoorbaar maar de trilling van zijn tonen wel aanwezig.

Dan, als ik hem bij het naar bed gaan een dikke goede-nacht-kus kom brengen, zit daar een ineens verheugd mannetje mij op te wachten: “Eigenlijk hè, mam, ben ik een geluksvogel. Want vooral door de mensen die er voor mij zijn! Door de mensen die ik ontmoette, kwam ik bij OnYourFeet terecht. Daar leerde ik weer iemand kennen waardoor ik naar een Supergave voorstelling mee mocht. Door opa en oma zie ik veel dans en zang. En dankzij papa en jou kan het allemaal….”

Een grote aai over zijn bol: “Dank je wel, mannetje. Wat goed dat jij kunt bedenken waar je dankbaar voor bent. Voel je je nu ook beter?”

“Ja”, tevreden gaat hij liggen.

En ik vertel hem dat hij zichzelf zojuist een heel belangrijke les heeft geleerd. Namelijk dat als je kunt denken vanuit dankbaarheid, je een gelukkiger leven hebt.

Dit kun je maar beter zo vroeg mogelijk snappen .. 🍀

Net als een golf

Terwijl ik aan het werk ben, speelt Einaudi zijn mooie Le Onde (De Golven). Als ik de muziek van Einaudi te lang of te vaak hoor, word ik er melig van maar voor nu klinkt het heerlijk weg. Jongste komt binnen, fris gedoucht na zijn intensieve balletles. Hij wil wat tegen me zeggen maar is ineens weg – verdwenen in De Golven: “Mama, op déze muziek ga ik een dans schrijven!”

Dit was drie weken geleden. Vandaag lopen mijn kleine vriend en ik samen over straat. Ineens draait hij een pirouette en gooit zijn been in de lucht: “Ik ben al heel ver met het schrijven van mijn dans.”

“Hee wat goed, vent. Ik was vergeten dat je daarmee bezig was! Doe je ‘m straks voor?”

“Dat kan nog niet, ik heb ‘m nu nog alleen geschréven. Dat is best moeilijk want ik weet niet van alle pasjes precies de naam.”

De ene term na de andere oplepelend, vertelt hij mij in woorden hoe zijn dans er uit ziet, althans het deel dat af is. Ineens staat hij stil:

“De dans gaat over mijn LÉVEN, mam. De eerste jaren die makkelijk en simpel waren, omdat ik gewoon er vrolijk was en niet zoveel kon en ik dat ook niet meer zo goed weet.” Terwijl hij dit vertelt doet hij de volgens hem ‘pas de’: het op de punten van de tenen met gekruiste voetjes kleine trippelpasjes makend.

“Dan komt een zwaarder stuk want toen gingen jullie scheiden. Dat vond ik moeilijk, ik voelde me toen veel minder goed, vaak verdrietig.” Hij verbeeldt dit door via een pirouette ineen te duiken waarbij hij zichzelf omarmt, als om zich te beschermen.

Hij vertelt zowel mèt als zonder woorden gloedvol en bewogen vanuit zijn hart en heeft geen idee hoezeer hij het mijne raakt. Met zijn bewegingen, zijn verhaal, zijn passie en gevoel en de hele wijze waarop hij zich zo midden op straat staat te uiten, volledig opgaand in zijn performance.

“Daarna word ik weer blij, is het zware opgelost, ga ik van beneden weer naar boven en is het weer goed. Net als een GÓLF.” En met een enorme zwaai van zijn armen komt hij op en vouwt zijn hele lichaam open. Met gespreide armen klaar om de wereld en alles wat erbij hoort te ontvangen.

En terwijl ik naar hem kijk, realiseer ik me dat deze nog on-affe maar toch volledige voorstelling laat zien dat hij onze scheiding echt heeft verwerkt en hoezeer ik dit kind bewonder om de manier waarop hij zijn processen lééft. En daarmee voor zichzelf de ruimte creëert om werkelijk verder te kunnen.

Hij stond zichzelf toe zijn verdriet te voelen, heeft het doorleefd, daarna opgepakt en een plek gegeven. En nu, tot slot, laat hij dit volledig geleid door zijn gevoel, tot uiting komen op zijn eigen, bijzondere manier.

“Hee vent, weet je wat het betekent, ‘Le Onde’?”

“Nee, wat dan, mam?!”

🌊 ❤️ 🌊




n Kleine tussenevaluatie

16 jaar geleden was ik vandaag precies 1 dag moeder. En had ik op de roze wolk van bevallingsadrenaline, de totale verwondering en pure liefde die mij permanent overspoelden als ik naar dat kleine poppetje keek, geen flauw benul wat mij in deze nieuwe hoedanigheid te wachten stond. En al helemaal niet hoe ik het zou vinden, voelen, beleven, ervaren.

God nee. Van toeten noch blazen. En dat was misschien maar goed ook.

Dit jubileum, deze Sweet Sixteen, vind ik wel een mooi moment voor een kleine reflectie. Want de tijd ging met ups en downs. De jaren, maanden, weken, zelfs dágen gingen met ups en downs. Niks sweets aan vaak.

Tjeesis. Móeder zijn. Niet alleen een nieuwe rol, het geeft een geheel nieuwe dimensie maar ook definitie aan het leven. Een definitie die voor mij ook wel eens strak voelde, té strak als ik heel eerlijk ben. Want waar bleef ik, Alexa!? Mens met een eígen leven en eigen wensen en behoeftes. Die niet alléén maar wil (ont)zorgen, regelen, achter vodden aanzitten, zich onvoorwaardelijk dienstbaar opstellen.

Af en toe heb ik me flink verzet, en nog; kont tegen de krib en met gestrekt been erin. Iemand met een ego als het mijne vind dat ‘onvoorwaardelijke’ weliswaar volstrekt logisch maar wil er stiekem wel óók erkenning voor krijgen. En niet slechts 1 keer per jaar. Om maar iets te noemen.

Het lijkt soms een beetje op een grote grap. Zo’n ‘You’ve been pranked!!’. Zoals het gegeven dat je na jaren van totale afhankelijkheid ineens overbodig blijkt. Tenminste, dat dènken die types bij wie tijdens hun puberschap de meer rationele hersenfuncties een-voor-een uitschakelen. Sta jij daar met je goede bedoelingen: “Yo mam, ga even aan de kant, je staat in de weg. Neehee, je hoeft niets meer te doen voor mij, ik kan alles zelf!”

-Behalve dan als er een sok kwijt is, een boek, een telefoon, sportspullen, een fietslampje. Of als er gegeten moet worden (24/7), ruzietjes zijn, de oppasklus hélemaal vergeten blijkt, per ongeluk teveel aan biertjes geroken is, te weinig geslapen is maar wel gewoon het eerste uur school, etcetera..-

Zonder scrupules en alsof het de gewoonste zaak van wereld is. Helemaal woest word ik er soms van. En voel me dan matig gewaardeerd: “Zoek het uit, ik ga mijn eigen leven wel weer leiden. Eikels. Ik pak mijn koffertje en ben weg. Naar iets warms, leuks, rustigs en waar andere mensen iets voor míj doen én ook nog aardig zijn!”

Tegelijkertijd, als ze dan allemaal opgekrast zijn naar waar ze heen moesten, realiseer ik me dat ik heel veel van het leven én van mezelf pas ben gaan zien, snappen en ook waarderen, door het simpele feit dat ik moeder ben van drie van die spruitjes met zeer scherpe spiegels. Of je er even in wil kijken, mama!

Moeder: dat woord is vast niet zomaar gekozen. Het geeft niet alleen moed maar vraagt het ook. In die spiegels kijken en iets doen aan de dingen die niet zo mooi terugkaatsen … je moet het elke keer maar weer durven aangaan. En dat doe je. Althans; ík doe dat.

All in all is voor nu de -Thank God- tevreden stemmende conclusie dat, ondanks mijn angst dat ik delen van mezelf kwijt zou raken, het intens en intensief beleven van het moederschap mij juist en vooral een completer mens heeft gemaakt.

Completer en beter. Niet gek.

Nabrander: ik vind denk ik niets zoeters dan die niet-veranderende blik van bewondering en diepe indruk op die koppies als, terwijl zij al in paniek raken en nog vóór ze hun zin: “Mààmmm, wáár is mijn …” af hebben gemaakt, jij reeds aan komt lopen met sok, boek, hockeyrok of telefoon.

Diezelfde blik waarmee die weerloze hummeltjes je aankeken vanaf het moment dat ze intuïtief wisten dat jíj degene was die hen het leven gaf en degene is die ervoor zorgt dat ze in leven blijven.

Ze wisten het. Toen en nu deep down nog steeds.

Díe blik. Goud! 😉

Ochtend-modus

Zondagochtend, 11.00 uur. Heerlijke rust en even niets dat moet. Eindelijk ben ik warm na drie ijskoude wedstrijden langs de lijn op zaterdag. Van typisch voetbal-vroeg tot aardedonker hockey-laat.

Zaterdag is vaak de klap op de vuurpijl: een dag die op een of andere manier bol staat van ‘moetjes’, na de week die óók al onverminderd vol voelt.

Niet alleen voor mij, ook voor de jeugdige medebewoners van mijn leven.

Nu dus even een goddelijk niets; slechts rust en een krantje.

In de keuken scharrelt middelste die net zijn bed uit is gerold. Oudste, die het volste schema van iedereen heeft maar dit zelf zo organiseert en er verder weinig last van lijkt te hebben, is wel al weer op weg. Niets waar ik iets mee moet.

Normaal gesproken is onze jongste het vroegst, programma of niet. Nu heb ik hem nog niet gezien of gehoord.

Op datzelfde moment: een keiharde klap en rommelend gedonder boven ons hoofd. Middelste houdt van schrik op met yoghurt lepelen en ik wacht met gespitste oren op een schreeuw of gehuil. Als het nu helemaal stil blijft, vind ik dit pas echt eng worden.

Om de spanning iets te verlichten zeg ik met typisch misplaatste schrik-humor: “wat denk je, zou hij nog leven?”

Zonder op antwoord te wachten krabbel ik op van de bank, in mijn hoofd al de plek waar ik de autosleutels voor het laatst zag om snel te kunnen handelen want het is nog altijd stil. Dan gaat de deur open en hinkelt jongste telg verder ogenschijnlijk ongedeerd naar binnen.

Opgelucht: “Gaat het, vent?”

“Ja, die bak stond er maar dat was ik even vergeten dus ik sprong per ongeluk vanuit bed in die bak. …. Ik lette niet op want ik ben gewoon even in een ‘ochtend-modus’”

Schouderophalend loopt hij door naar de keuken.

Ik denk even na over wat hij zei en ben nieuwsgierig: “Wat betekent het, dat jij in de ‘ochtend-modus’ bent?”

Met zijn oncontroleerbare en daardoor af en toe bloeddirritante en hardklinkende stem, en hij zal het niet toegeven, in dit geval vooral ingegeven door de opgeluchting dat hij zijn broertje in relatief goede doen ziet verschijnen, loeit middelste: “Dat betekent dat hij de hele ochtend al in zijn telefoon zit te staren..!”

Getergd want betrapt, brult jongste hieroverheen: “Neeeeheeeeee, dat betekent gewoon dat ik het even rustig áán doe! Want het is zóndag. En ik hóef eindelijk eens even niets…”

Say no more, kleine vriend. Ik snap je.

Tradities

Terwijl ik mij uit de griep probeer te worstelen die me al ruim 1,5 week in de ban houdt, scharrelen mijn kuikens weer om mij en mijn huis heen, na een afwezigheid van vrijwel de gehele herfstvakantie. Ik kan niet goed onder woorden brengen wat mijn gevoel is om hen weer hier te hebben, maar ik denk dat ‘heilzaam’ in de buurt komt.

Toen het griepje begon, waren ze nog hier en maakten voor het eerst van hun leven mee dat ze de schooldag helemaal zelf moesten starten omdat hun moeder niet in staat was haar opwachting te maken. De volgende dag vertrokken ze naar hun vader. Niet uit onvrede maar omdat dit nu eenmaal zo was afgesproken.

Ik verheugde mij op een aantal dagen alleen om beter te worden. Dit laatste gebeurde niet en het alleen voelde ineens wel Heel Alleen. De vierde dag na hun vertrek voelde ik me zo zielig dat ik bedacht dat er op deze manier toch allemaal helemaal NIETS meer aan was.

Gelukkig gaan dit soort momenten voorbij en kwamen zij ook weer terug, vrolijk en blij mij te zien. Het jaargetij helpt; veel knus binnen, kaarsjes aan en met z’n allen op de grond liggend spelletjes doen.

Ineens roept de jongste dat het Halloween is. Even heeft dit een ernstig verstorend effect op mijn gevoel van rust. Ik vind Halloween zo ongeveer een van de stomste niet-eigen-tradities-waar-wij-wel-aan-mee-doen; van hysterisch gegraai aan de voordeur. Ik weet niet exáct waarom maar deze folklore drukt bij mij op een heel allergische knop die gaat over dingen als primaire hebberigheid/ongecontroleerd/grenzeloosheid.

“Mama, we moeten nog even snoep in huis halen voor als kinderen langskomen!”

Ik wil zijn plezier niet verpesten dus laat hem zijn gang gaan dit te organiseren. Een grote bak zoete ellende en 3 paar hebberige ogen en handen is het tussen-resultaat.

“Oké guys, nu afblijven van die bak anders is het op voordat er ook maar één zo’n club schreeuwertjes is langsgekomen.”

Normaal is het vanaf 19.00 uur bal. Nu blijft het oorverdovend stil. Er wordt niet aangebeld. Geen enkele hysterische Halloweenganger rammelt aan onze voordeur.

Om 20.30 uur constateert de middelste: “Dit is ook een straat met alleen maar ouwe zeikerds die niets geven.”

Jongste: “Ja maar, EN wíj…”

Ik vertel hem maar niet dat ik de vorige twee jaar tussen 19 en 21 uur net heb gedaan alsof er niemand thuis was. Gewoon, omdat zíj er niet waren en ik Halloween stom vind.

Jongste haalt zijn schouders op en kruipt nog wat dichter tegen mij aan op de bank, oogjes vragend.

“Ja oké vent, pak die bak maar.”

Verheugd springt hij op en haalt alle snoep. De wolfjes die verstopt zitten onder al die kuikenveren vallen als één ongecontroleerd aan en stoppen pas als de bak helemaal leeg is.

Zoals ik al zei: heilzaam …