Rendez-vous

IMG_2998

Ik heb een werkafspraak op een buitenlocatie. Groot parkeerterrein en buitenloop-gebied. Ben iets te vroeg dus blijf nog even in mijn auto zitten om een paar apps weg te werken. Naast mij staat een auto met een vrouw erin die hetzelfde doet. Denk ik.

Ze kijkt even op, naar mij, fronst licht en duikt weer in haar mobiel. Dan verschijnt een andere auto met een man achter het stuur, die dicht naast haar aan de andere kant parkeert. Koket wuift zij haar vingers naar hem terwijl ze haar telefoon weglegt.

Aha. Dit is niet zakelijk.

Tegelijkertijd stappen beiden uit de auto en vallen elkaar in de armen. Vooral de vrouw valt. Diep. Ik zie het gewoon gebeuren. Blind voor en ongegeneerd naar haar omgeving, is haar lust voor de zojuist gearriveerde man tot in mijn auto voelbaar. Zij lijkt wel vloeibaar en waar ze net nog wat verstoord had gekeken ziet ze er nu in-gelukkig uit.

Hier zijn, op deze plek op dit tijdstip, maakt mij onbedoeld toeschouwer van hun intieme uitwisseling. En omdat dit nu eenmaal het gegeven is, besluit ik deze rendez-vous evenzo ongegeneerd te observeren.

Zij draagt een trouwring. Hij niet. Beide rijden in typische familie-auto’s. Zij een wat oudere Renault en hij een VW; lease-bak. In beide auto’s staan op de achterbank kinderstoeltjes. Bij haar 2, bij hem 1.

Ze zuigen zich aan elkaar vast tussen de deuren van hun bolides. Ik bekijk het geamuseerd. Dan gaat haar telefoon die kennelijk nog ergens op de bijrijdersstoel ligt. Met een wild schrikgebaar laten ze los. Zelfs ik schrik. Ze graait naar haar telefoon, kijkt wie het is en drukt diegene weg. Rode wangen en schuldbewuste ogen die de mijne even raken. Ze stopt haar telefoon in haar tas en gooit de autodeur dicht. Hij checkt ook nog even zijn mobiel en stopt die dan in zijn achterzak.

Ik zie hem zeggen: “Ga je mee?”. Ze knikt en samen lopen ze richting het weidse en met bossen omzoomde wandelgebied.

Met allemaal vragen blijf ik achter. Wat gaan ze nou doen? En wáár?! En zou dit misschien via zo’n vreemdgangers-site zijn ontstaan of is zij een stiekeme Tinderella? En, en, of, of??!!

Ik wil het allemaal weten maar zal geen antwoord krijgen. Balen…

Instant geluk, ook als je níet het type ‘happy camper’ bent!

Geluk

#DagvanGeluk, met heuse eigen #. Wij menen het serieus met het geluksconcept. Terecht, want bij mensen die zich gelukkig voelen, is het over het algemeen leuker, vrolijker en inspirerender toeven.

Ik doe dus ook mijn best de geluksmomenten te herkennen, uit te stralen, te voeren en te vieren. Ook al is het voor mij niet vanzelfspekend, want ik ben niet altijd lichtvoetig, gebalanceerd of van het type ‘Happy Camper’. Mijn scores kunnen nogal uitslaan: grote-hoogten-diepe-dalen. Zo godsgelukkig als ik me kan voelen, zo loodzwaar kan ik het ook hebben met mezelf, alles en iedereen om mij heen.

In de jaren heb ik hard gewerkt om de scherpe randen van dat zware of sombere gevoel te verzachten. Zo heb ik leren accepteren dat het gewoon soms zo ís – er is nu eenmaal weinig echt te doen aan hormonale schommelingen bijvoorbeeld – en dat ik er desondanks nog steeds mag zijn. Zelfs als dat betekent verlept, broedend of exploderend als een vulkaan. Ook heb ik geleerd dat de gedachten die dan door mijn hoofd galmen, gewoon niet waar zijn en daarmee direct te relativeren tot nep of verwaarloosbaar. Klinkt simpel, werkt groots.

En toen las ik ineens een vrijwel geheel begrijpelijk artikel over de neuroscience achter happiness en wat blijkt? Het gevoel van geluk is op te wekken, op een manier die ook voor iemand als mijzelf mogelijk is. De crux zit ‘m in het creëren van een aantal goede rituelen:

Pluis je brein uit op zoek naar die dingen waar je dankbaar voor bent

Ja hoor, heb je weer zo’n zeveraar: wat een dooddoener, as if! Ik hoor het menigeen denken. Stiekem dacht ik zelf voorheen ook iets langs die lijn. Maar, nergens te beroerd voor, probeerde ik het toch uit. Nadat ik mezelf even had toegestaan te zwelgen in alle shit en me daar vooral alleen maar slechter door voelde, verving ik vervolgens alle gedachten die opkwamen over wat zuur danwel mislukt aan mijn leven was óf wat anders had moeten zijn, door iets waar ik dankbaar voor ben.

Na deze exercitie voelde ik me een heel stuk beter. Niet alleen voor 5 minuten; het gehele depressieve gevoel was gaan liggen. Het was zelfs moeilijk om iets stoms te bedenken. Want wat blijkt? Met het zoeken naar dankbaarheid in je brein komt een wolk aan ‘serotonine’ vrij: een typisch geluksstofje.

Druk je gevoel uit in simpele woorden

Ik weet niet hoe jij er mee omgaat maar voorheen ging ik vaak heel erg mijn best doen om me niet te voelen zoals ik me in het echt wel voelde: somber, slecht of gewoon moes-kapot. Maar toen las ik dat wanneer je de emotie erkent en met een of twee woorden voor jezelf beschrijft, deze direct vermindert. Dus stel je voor: je zit op de bank jezelf slecht te voelen, geef dan een woord aan dat gevoel: is het angst of boosheid of ben je ongerust? Hoe je het ook noemt, hou het simpel.

Waarom werkt dat? Ik begrijp het zo: het koppelen van een woord aan het gevoel, maakt dat het limbische deel van de hersens (waar vanuit je emoties voortkomen) kalmeert en de emotie daarmee afneemt. Dit is een pindakaas-uitleg voor iets ingewikkelds, maar ik ben dan ook geen neuro-specialist. Ik ben ervaringsdeskundige die niet exact hoeft te weten HOE, maar vooral DAT het werkt.

Neem een besluit

Twijfelen is de hel. Het heeft een upside, dat weet ik, maar het echte, ingebakken twijfelen omdat je het niet fout wil of mag doen van jezelf, dat is geen fijne plek om te zijn. Ik weet daar alles van. Streven naar foutloos, perfectie, heeft de werking van een zee waarin je steeds kunt verdrinken: een plek waar je dus nergens controle over hebt. Terwijl het nemen van een beslissing voelt als controle en dit vervolgens waarmaken – niet omdat je het moet maar omdat je het wíl – als het krijgen van een cadeau.

Komt dat even goed uit; ik word heel gelukkig van cadeautjes!

En tot slot mijn favoriet: omhels, omhels, omhels

Deze was mij al zeer bekend; de heilzame en niet te onderschatten werking van de aanraking. Het uitwisselen van liefde, erkenning en acceptatie krijgen van een ander. Ik ben van nature van het aan-raken, in woord en in daad. Maar er was een tijd dat ik dit stuk van mijzelf kwijt was, zó figuurlijk dat het bijna letterlijk werd. En dat deed pijn. Het is moeilijk te omschrijven maar niet kunnen (aan)raken doet echt pijn.

Gelukkig behoort deze periode tot het verleden en omhels ik mijzelf met grote regelmaat helemaal plat aan mijn liefsten, naasten en iedereen die dat nodig heeft.

Echt. Instant #geluk.

 

Wabi Sabi

 

wabi-sabi

Na een drukke werkweek met 2 doorwaakte nachten, trek ik zaterdagochtend nog zonder koffie of ontbijt achter de kiezen en half slapend maar gehaast want laat, de deur achter me dicht om mijn jongste naar zijn als altijd idioot vroege voetbalwedstrijd te brengen. Ik draai de deur op slot maar de sleutel doet niets. Gaat niet naar links en ook niet naar rechts. Ergens achter in mijn duffe brein daagt iets.

F*CK!!!!!! De sleutel aan de binnenkant zit er nog in.

Slecht nieuws want alles zit potdicht, ik kom dit huis niet meer in. In ieder geval niet zonder een raam of deur te mollen.

Foeterend op mezelf vraag ik vriendelijk doch dwingend of mijn zoontje snel zijn fiets pakt. We dreigen inmiddels serieus te laat te komen. 

Onderweg blijf ik woest tegen mezelf mopperen. Over stom, dom, sukkel en dat soort verheffende zaken.

Mijn kleine vriend fietst snel maar bedachtzaam mee. Even probeert hij mij te verlichten met de mededeling dat het eigenlijk zijn schuld ook is want hij heeft er óók niet aan gedacht, etcetera.

 Vertederd en tegelijkertijd me bewust van dit précaire moment, kijk ik hem aan en verzeker hem dat dit zijn taak noch verantwoordelijkheid is. Opgelucht pedaalt hij door.

Op de voetbalclub aangekomen geef ik hem een zetje richting teamgenootjes. Als hij bijna bij hen is, kijkt hij nog even naar mij om. Ik realiseer me hoe hij mij moet zien: licht verwilderd, bleekjes van slaap en bij gebrek aan een werkende hersenpan, met een lege blik in opgezette ogen. Ik verstop me achter de luiken die even helemaal dicht gaan.

Hij draait zich op zijn hielen om en komt op een drafje terug. Heel dichtbij komt hij staan met zijn gezicht naar mij opgeheven. Hij boort zijn heldere ogen in de mijne en laat me in volle openheid zien wie hij is. En terwijl ik daar met open mond in wegzak, zegt hij zacht maar heel bewust: “Mama? Vraag.Om.Hulp.”

Dan draait hij zich weer om en draaft naar team en kleedkamer.

 

Verbluft blijf ik achter. Niet eerder was ik mij zó bewust van de mate van schoonheid die ook in een waardeloze situatie kan zitten.

“Is hij nou mijn stief-váder?” en andere enge vragen bij een nieuwe liefde

IMG_9909

En toen was er nieuwe liefde in mijn leven. Heerlijk maar ook spannend. Beiden komen we met kinderen, exen, ouders en andere aanverwanten. It’s a first voor ons en ook voor hen. En dat maakt dat af en toe enge vragen worden gesteld.

Vragen waarbij mijn mond wel opengaat maar er slechts vage woorden of niet-determineerbare klanken uitkomen. Antwoorden waar niet zo heel veel touw aan vast te knopen valt.

Help!

Waarom vind ik het enge vragen? Omdat ze me eraan herinneren hoe het eerder ook misging en niet alleen ik maar ook anderen daar heel verdrietig van waren. Omdat ik merk dat er derden zijn die niets met onze liefde te maken hebben en wel onlosmakelijk zijn verbonden met onze relatie. Omdat het prima is dat je eígen kinderen soms zien, horen en dus weten dat jij een boze moederheks kunt zijn, maar heel zielig voor andermans kinderen.

En overall omdat het hartstikke kwetsbaar voelt: het managen van andermans verwachtingen wanneer je ze juist zelf probeert níet te hebben en het dealen met andermans angsten als je die van jezelf nog tracht het hoofd te bieden. Ja, wat mij betreft ernstig enge vragen dus:

Mama, wanneer gaan jullie trouwen?

Mijn jongste van 7 mist iemand in een 1-ouder gezin. Slechts één groot mens in huis past niet in zijn utopische plaatje van hoe het ’t beste toeven is. Natuurlijk wil hij dat papa en mama gewoon gezellig samen in hetzelfde huis wonen maar als dat niet kan, dan is de tweede beste oplossing een andere leuke volwassene. Dus wat hem betreft geldt: niet te lang dralen, the more the merrier, vooruit met de geit. Praktische bezwaren doet hij sowieso niet aan en dat zijn moeder enkele mentaal-psychische ‘beertjes’ op haar weg treft, is niet iets om met hem te bespreken. Dus blijf ik hangen in een “Eehmm, tsjaa, nou, haha”-achtig non-antwoord. Ik kom ermee weg maar weet niet voor hoelang dat zal zijn.

Hou je wel het belang van de kinderen goed in de gaten?

Deze vraag is mijn achilleshiel pur sang. Want als ik íets doe in het hele proces van moeder-zijn, scheiden en nieuwe relaties hebben, is het mezelf schuldig voelen naar de kinderen en hen op de eerste plaats zetten. Ik moet eerder uitkijken dat ik mijzelf hierin niet voorbijloop of vergeet, dan dat ik niet über-zorgvuldig handel in het belang van mijn kinderen. Ja, óók als ik verliefd ben. Iedereen die mijn verhalen leest of kent, weet dat en de vraagsteller van deze vraag zou het zéker moeten weten. Het is goed bedoeld en ook vanuit zorg voor het kroost gesteld, desalniettemin ga ik er lichtjes van in steigerstand.

Het is er toch niet wéér een die direct wegvliegt?

Sinds ik hiervan ben bijgekomen, zie ik in dat de vraag voortkomt uit lieve betrokkenheid. De relaties die ik tot nu had, waren lang genoeg om mijn ouders ervan op de hoogte te stellen. Maar hen kennis laten maken met desbetreffende “beau”, daar kwam het niet van. Nu wel. Maar mijn ouders hechten zich ook aan mensen. Een ‘nieuwe’ ontmoeten, betekent voor hen dus dat zij zich weer open zullen stellen en daarmee ook het risico lopen van afscheid nemen. Maar ja, ik doe niet meer aan garanties waar het de zaken van het hart betreft. Dat heb ik geleerd. Dus mijn antwoord is: “Vandaag is het goed. En morgen vast ook.”

Blijft je bij ons slapen?

Natuurlijk blijf ik bij hem slapen. Maar nog niet als zijn kinderen thuis zijn. Het idee van 24/7 meedraaien in een gezin dat niet het mijne is of opstaan en dan met een soort vogelverschrikkershoofd de rest van het huishouden de stuipen op het lijf jagen: ik ben daar niet aan toe! Mijn zelfbewustzijn zou overuren draaien. Ik heb nog even tijd nodig en het ongecompliceerde van ‘just the two of us’. Heel moeilijk om uit te leggen aan kinderen die mij met open armen ontvangen. Het ligt aan mij lieve schatten, alleen aan mij!

Is hij nou mijn stief-váder?

Mijn middelste is degene die het meeste tobt, denkt, voelt en bij anderen stil staat. De blik in zijn ogen zuigt mij mee naar zijn beleving: wat moet hij hier nou écht van vinden? Deze nieuwe man, hoe leuk ook, is die er in plaats van mijn vader? Is hij nu de Man in Huis? En als ik hem leuk vind, pleeg ik dan een vorm van verraad aan mijn papa?

Ik stel hem gerust door te luisteren en te beamen dat er maar één papa is voor hem en dat alles wat hij voelt of denkt goed is. Ondertussen denk ik bij mezelf: ik vind het veel te fijn om alleen te zijn en mijn eigen ding te regelen en doen. Geen afhankelijkheid maar de Vrouw in Huis!

Enge vragen zetten aan tot moedig zijn

Deze vragen dwingen mij naar de toekomst te kijken. Ooit deed ik dat al en kreeg ik het deksel op mijn neus. En nu zie ik wat er gebeurt! Ik ben bang geworden: bang om op te geven wat ik verworven heb, bang om niet geaccepteerd te worden, bang voor -weer- pijn en verdriet. En dus verschans ik me in mijn nieuwe comfortzone en hou ik niet van enge vragen die me daaruit trekken. Maar de andere betrokkenen zetten mij zo terecht aan tot moedig zijn. Voor hen en ook voor mezelf.

Dus, let’s do this. Nieuwe liefde: inderdaad heerlijk en inderdaad heel spannend. Kom maar op met je enge vragen!

 

 

Discipline is ook: stoppen vóórdat je een ongeluk begaat

Avonturier

Het is vakantie. Zij hebben vrij, ik niet. Een ingewikkelde combinatie die de ene dag beter werkt dan de andere. Het einde van de week nadert en we did it maar de rek is er absoluut uit.

Aan mijn voeten onder de tafel waar ik achter mijn laptop vooral in de ochtenduren zit te werken, is een wereld verrezen van helden en boeven, kastelen en kerkers. Een permanent gefluister gaat ermee gepaard en af en toe ineens een harde “Whammm, jij bent dood, zei Thor!” “TRRRRRTTTTTT, Bam, BAM” van machinegeweren en ander wapen arsenaal.

Fijne flow

Ik had het zelf niet verwacht vanwege alle oorlogstuig, maar zijn gespeel heeft een weldadige werking op mijn energie en creativiteit. Waarschijnlijk omdat hij zo in flow is met wat hij doet, dat het mij meeneemt. Ik kan hier eindeloos en heerlijk op werken!

Focus? Net een vent

Als hij maar niets tegen míj zegt. Want dan moet ik schakelen en dat kan ik niet. In ieder geval niet als ik in volle concentratie trainingstrajecten uitwerk, coaching sessies voorbereid of teksten schrijf. Ik weet niet wie ooit geroepen heeft dat vrouwen 6 dingen tegelijk kunnen en of dat echt zo is. Ik behoor in ieder geval niet tot die gelukkige super-soort. Sterker nog, ik ben waarschijnlijk erger dan menig kerel: ik kom pas dan tot het optimale hersenwerk wanneer ik ook echt kan focussen. Het enige voordeel hier is, dat ik me er terdege van bewust ben.

Bro’s will be bro’s

En als nu maar niet zijn grote broer erbij komt, want dan verdwijnt zijn speelflow en verandert de energie van zacht stromend naar die van: wij-zijn-jongens-en-broers-dus-nu-moeten-we-stoeien-maar-weet-je-wat-laten-we-daarbij-Heel-Veel-herrie-maken-en-als-we-dan-toch-bezig-zijn-elkaar-even-in-elkaar-trimmen’.

Kill me

Op zo’n moment is het ogenblikkelijk gedaan met mijn rust en daarmee mogelijkheid te doen wat ik moet doen vanachter mijn computertje. Maar helaas, ik hoor boven al gestommel. Dus ik doe wat voor nu even het beste is: ik stop met werken, vóórdat ik er door hun kabaal toe gedwongen word en zij geconfronteerd met de mommy from hell waarin ik dan weleens verander. Met het einde van deze werkweek nog niet in zicht is de kans daarop toch groot want de rek is er als gezegd uit. Ik doe iedereen een plezier: ik stop.

Teamwork

Op deze manier moeten werken vergt discipline, van ons allemaal. Van mij om zo effectief mogelijk de uren te pakken waarop dit het beste kan. Van hen om zich tegen hun natuur in, in te houden of zich schaars te maken en om niet mijn aandacht te willen. Allemaal even ingewikkeld. En ik ondervind nu dat het ook discipline vergt om tijdig te stoppen; dus vóórdat ik verander in die grote, boze moederheks.

Een avonturier

Het aapje aan mijn voeten heeft direct door dat mijn vibe verschoven is en komt onder de tafel vandaan.

“Mama? Thor wint! Hij heeft het zwaard dat in een vliegtuig kan veranderen en zelf heeft hij de superkracht van de allersterkste!”

“Wat heerlijk liefje, hoe jij die avonturen verzint en maakt. Ik vind het een feest!”

“Já. Daarom word IK dus ook avonturenmaker als ík groot ben…!”

 

Oké. Point taken.

 

 

Waarom alleen zijn héél soms sucks!

IMG_9672

Alleen zijn in een huishouden met drie kinderen valt mij niet zwaar. Sterker nog, het gaat me prima af! Niemand om rekening mee te houden, lekker alles zelluf doen. Maar héél soms … zou het wel fijn zijn, die sterke en handige meneer.

Terwijl ik aan de keukentafel werk en mijn jongste met zijn vriendje naar wasknijpers speurt in het washok, nodig voor een knutselwerk, hoor ik eerst een harde “KRAK”, vervolgens een doffe klap en daarna even niets. Dan klinkt de stem van het vriendje droogjes: “Zó. Die is kapot.”

Brain knows all

Grappig hoe je hersenen dan in een nano-seconde alle mogelijke rampscenario’s afgaan: de ruimte haarscherp projecterend op het netvlies van je brein, alle hoekjes afvinkend samen met de mogelijke geluiden die te horen zouden kunnen zijn. Om uiteindelijk stil te staan bij de enige juiste conclusie: de wasmachine is gemold.

Sloper moest zo nodig springen

En ja hoor. Met een schuldbewust en rood aangelopen hoofd, komt de kleine sloper het hok uit, met de deur van mijn wasapparaat los in zijn hand. Afgebroken. Omdat hij zo nodig ergens af moest springen waar niets te springen valt en bij gebrek aan ruimte dus vol op deze openstaande deur sprong.

Primaire drift

Ik heb zin om hem bij zijn armpjes te pakken en stampvoetend heel hard heen en weer te schudden! In plaats daarvan tetter ik mijn frustratie:  “Néééé! Hoe móet dat nou weer; ik heb nu helemaal geen geld voor een nieuwe!” en woede: “Wáárom doe je dit nou?!” over hem uit. De tranen rollen over zijn wangetjes en ik registreer hoe om op te vreten schattig hij er uitziet.

Hergebruiken die hap

Alvorens weer bakken met geld uit te geven aan onderdelen, mannen die onderdelen komen plaatsen of nog erger, een nieuw apparaat, verzin ik een list. Wij verlijmen die afgebroken stukjes en dan zit die deur weer als gegoten in, op of aan de sponning. Ofzo. Het klinkt in ieder geval goed en ziet er kansrijk uit.

Secondelijm dus

Bij de vader van mijn 3-tal, een nogal klussige koning, haal ik secondelijm. Die van het soort waar dreigementen op staan en doodshoofden. Ik moet hem zweren niets op mijn handen te krijgen en écht voorzichtig te doen. Met een licht megalomane en ‘dat-doe-ik-heus-wel-effe”-achtige attitude, vertel ik hem dat het jammer is dat hij mij na al die jaren -eerst samen en toen apart- nog steeds zó slecht kent. Ik ben tenslotte reuze handig!

Voor wie het gelooft

Een paar uur later giet ik, met de opperste focus op de breuklijn en volledig vertrouwend op mijn hand-oog coördinatie, het hele lijmflesje leeg over mijn hand. De safety-dop blijkt verlijmd te zijn met de hoofddop en dus mee afgedraaid. En dat had ik even niet gecheckt. Want wie, in godsnaam, komt dáár nou op?!

Wat een sukkel

In totale verbijstering staart mijn middelste, die op de grond zit om de te lijmen deur op zijn plaats te houden, mij aan. Ik zie hem denken: “WTF?! Hoezo wist ik niet dat zij zó sukkelig was..?!” Ik vraag hem paniekerig wat te doen. Maar het is al te laat. Het spul gaat niet voor niets prat op de razendsnelle werking.

Even niet ‘zelluf’ dus

Even later is niet de deur van de wasmachine verlijmd maar des te meer de huid van mijn hand. En ben ik de rest van de avond al plukkend, pulkend en aceton deppend, de lijm maar ook het vel van mijn hand aan het verwijderen. En weet ik nu waarom beesten hun poot afknagen als ze hiermee vast zitten in de val. Het wordt mij even zwaar te moede. Ik denk nog maar één ding:

Byebye Mummy-McGyver, Hello Mr. Handyman!

Een Klein Kerstverhaaltje

image

De taxi vóór ons rijdt ineens naar de kant van de weg en staat daar stil. Uit het open raam steekt n hoofd dat paniekerig naar mij roept: “Mám! Zit Diek bij júllie in de auto?!”

Bevreemd en wat wazig kijk ik m’n middelste aan. Nee, natuurlijk niet. Diekie zat gedurende deze tourdag steeds in de ‘mannentaxi’, dus nu ook. Toch?!

Oh Gód!
Wáár is mijn kleine mannetje gebleven?

Mijn door de witte wijn bij de lunch en de uren zon daarvoor, enigszins benevelde brein wordt wakker en draait binnen n nano-seconde op topspeed: Oh nee!! Diek staat nog bij het restaurantje met tandeloze kokkinnen en alleen maar onverstaanbaar Spaans-sprekenden.

Het restaurantje in deze schitterende Reserva, waar witte stranden en het meest heldere water de inwoners van Lima lachend 4 uur doen rijden om er een middagje van te genieten. Las playas más bonitas de Perú!
Het restaurantje waar wij zojuist ceviche hebben gegeten van een vis die een uur daarvoor nog rondzwom, zo vers. Zo goddelijk lekker, dat het totaal niet boeit dat de kokkin nog maar 7 tanden heeft en vreemde nagels. Zalig vooral met een heerlijk glas fris wit. Of twee.

Daar dus staat nu nog mijn kind. Alleen! Al zo’n 10 minuten. Zich waarschijnlijk radeloos afvragend waar z’n broer en zus zijn. En zijn oom en neef. En vooral: zijn móeder.

De taxi-chauffeur maakt kennis met de leeuwin die in deze madre huist en doorkruist de pampa van de Reserva met een U-turn en vervolgens snelheid en gehotsebots, zoals hij waarschijnlijk voorheen niet voor mogelijk had gehouden. Maar één blik in zijn achteruitkijkspiegel verzekert hem van de noodzaak ervan. Ook voor hemzelf.

Vier minuten later sluit ik mijn besnotterde en betraande kereltje in mijn armen. Tussen 3 kokkinnen en een ober zat hij, bewaakt als een prinsje, op een klein stoeltje te staren naar waar eerst de taxi’s stonden en nu niets.

Ik kijk op en dank de mensen die hem onder hun hoede namen. Ze knikken mij toe, de man begrijpend. De vrouwen echter winden er woordeloos geen doekjes om. Met blikken die er niet om liegen vertellen ze mij dat mijn tanden dan misschien mooier zijn maar dat ik hen verder geen knip voor de neus waard ben. En dat als dit prinsje hun prinsje was geweest, zij hem op zijn troontje zouden hebben vastgebonden en geen seconde uit het oog hadden verloren.

Deemoedig en om begrip vragend kijk ik terug. No can do. Het vonnis lijkt geveld. Met een klik van hun tong staan ze op en gaan weer aan het werk. De ober vraagt of ik misschien nog een glaasje wijn wil; tegen de schrik.