Uit mijn dagboek: Ziedende Sidonia en haar Schoolplein-horror

image

Soms word ik wakker en dan blijk ik niet met één verkeerd been uit bed gestapt maar met mijn hele ziel en zaligheid. Vandaag is zo’n dag. En niemand weet waarom. Mijn arme schaapjes: het is een godswonder dat ze van me houden.

Wat ik gisteren nog gezellig gejodel vond is me nu aan alle kanten teveel: “Kóppen dicht aub! Nee, mama vertelt geen leuke verhalen, doe me een lol zeg, het is midden in de nacht en ik heb nog geen koffie gedronken. Jullie weten wat er gebeurt als in deze moeder nog geen koffie zit…! Dus maak alsjeblieft je eigen brood klaar! Néé, het kan me geen bal schelen dat je nog niet zo goed kunt smeren en dus je hele bammetje aan gort trekt. Kruimeltjes zijn ook cake, gewoon meenemen. En Nee! De kaas van de markt is op! Zeur niet zo over kaas van de markt. Verwend gedoe. Eet gewoon wat er is. Hele volksstammen die níets te eten hebben!!!”

En. Zo. Voort.

Terwijl ik met donderwolken boven mijn hoofd het schoolplein opgestampt kom, ternauwernood op tijd en een inmiddels in de contramine geschoten kind aan zijn tengere armpje achter me aan sleurend, komt de Perfecte Moeder op me afgestiefeld. Op hele hoge peep-toe sleehakken (het is tenslotte al 1 dag boven de 20 graden geweest, ergens diep in het Zuiden van Nederland waar ik niet woon en zij ook niet maar je moet je kansen grijpen), haar tred vastberaden en haar gezicht ook.

Strak gelakt en in de make up, haren geföhnd en zo te zien gisteren van extensions en de juiste highlights voorzien; ik zie in de gauwigheid vele tinten grijs, blond, rood en bruinig. Een schitterende outfit die in iedere boardroom zou scoren en of ze daar nou heen moet of niet, zo op school en zeker in de vroege uren maakt het diepe indruk. Op de directeur. Op de juf. En ook op mij.

“Heyyyy haai haai :)))”

‘Ja, hi, alles goed?’ (dafuq wil ze van me?!)

“Heeeeeel goed, dank je, jij ook? Wat zie je er goed uit!! -fluisterend- je moet zo eventjes in de spiegel kijken want je mascara is een klein beetje uitgelopen..”

‘Oh shit. Echt? Getver. Dank’ (Klinkt goed, echt heel eloquent… en ik heb helemaal geen mascara opgedaan; had ik geen tijd voor tussen het chagrijnig zijn, mijn koffie en de kinderen wegjagen).

“Wil jij zo lief zijn volgende week bij het afscheidsontbijt van de juf te helpen? Iedereen maakt wat, maar jouw naam staat nog niet op de lijst, zag ik. Heel fijn als je meedoet. Ook wel leuk voor je zoon als hij wat mee kan nemen…” – knipoog, allerliefste lach, kneepje in mijn schouder-

‘Oh, ja, sorry, ik had nog niet meegekregen dat volgende week een afscheid is. Gaat die juf weg?! Ok, die brief ligt denk ik nog bij zijn vader. Ofzo. Nou ja, maakt niet uit, doe ik. Natuurlijk!!’ (GA uit mijn persoonlijke ruimte, perfect mens! HOEZO weet ik van niets?! WAAROM betrekt ze mijn kind hierin: is hij zielig? Zou hij klágen over ons, of nog erger: over MIJ?!)

In opperste staat van woeste verwarring stamp ik terug naar huis. Ik ga zo hun vader bellen en door de telefoon trekken. En ik ga keihard gillen want ik ben een rotmoeder die alles vergeet en mijn kinderen zijn volgens mij en alle anderen echt heel zielig!!

Thuis kijk ik in de spiegel: terug staart een verwilderde wanhopige die eruit ziet als rijp-voor-opname dankzij de niet goed verwijderde restanten mascara van gisteren.

Moedeloos haal ik mijn schouders op. Is het al tijd voor wijn?”

De uitdaging die een heel andere bleek

mountaineering

Totaal ongeoefend beklim ik in Italië een berg met twee kompanen. Zij trainen voor iets groots en ik ga gewoon mee. Dat vind ik leuk en een hele uitdaging, want zal ik de top wel halen? De werkelijke vraag blijkt een heel andere: hóe overleef ik de nacht?

Boven en naast mij klinkt een concerto grandioso van geronk, gereutel, gezaag en gesnork, af en toe kracht bijgezet door een daverende knal. Ik knijp oren en neus dicht. Niet het klimmen naar een hoogte van 2900-en-nog-wat meter blijkt mijn grootste uitdaging. Nee, het is veel basaler: ik zal alle zeilen bij moeten zetten om deze nacht door te komen, zonder heel gekke dingen te doen.

Regels van een berghut

Na een zware dagtocht zijn we aangekomen bij de ‘Bivacco’ ofwel home of the moutaineers. Een hut van plaatmateriaal met een dak erboven, matrassen, dekens en een tafel. Dat is wat er is. Alles wat je meer had gewenst, had je zelf mee moeten nemen.

Deze bivacco blijkt druk vannacht. Met onze komst zijn we met negen man en in de verte komt nog een eenling aan. Tien is vol. Ik vraag me af wat er gebeurt als straks nog meer mensen aan komen klauteren. Survival of the fittest? Zoek het maar uit en zout maar op terug de berg af, had je maar op tijd moeten komen? Geen idee! Ik ken de mores van zo’n berghut niet. Maar voor de zekerheid leg ik alvast mijn slaapzak uit op een matras.

Gezellige slapies

Een Italiaanse eenling, twee ruwe bergmannen met heavy duty gletsjergear, een gezin met twee kinderen en ik met mijn twee klim-kornuiten. Ieder zorgt voor zich en babbelt ook wat met elkaar. Een groep van groepjes. Een uur geleden kenden we elkaar nog niet en nu zijn we huisgenoten-voor-een-nacht. Gelukkig komt er niemand meer bij; in de bivacco heerst een rustige balans. Als vanzelf ontstaat het onderling gedeeld ritme van eten maken en opeten, opruimen, tanden poetsen (oh nee, dat doen alleen wij en het gezin), ergens ongezien plassen (oh nee, dat doen alleen de moeder van het gezin en ik) en dan om 21.00 uur de slaapzak in want donker en koud. In dit nieuw ontstane gevoel van camaraderie is het lekker cosy tukken.

Well, guess again.

Realiteit bijt

Die cultuur van het bergvolk, daar leer ik wat over, zo in deze nacht. Namelijk dat geldt: “ieder voor zich en God voor jou alleen”. Gesnurk en gewind dus. Gepraat alsof men de enige is, hoofdlampen die aan gaan en het in- en uitlopen van mensen die daarbij keihard klappen met de buitendeur. Uitermate boeiend, zeer lawaaiig en inmiddels mottig warm. Dit gaat niet meer over fysieke grenzen, maar over mijn eigen, heel persoonlijke waarden: die van ruimte, rekening houden met en van beschaafd gedrag. HOE, in hemelsnaam, ga ik deze nacht doorkomen?!

Silencio per favore

Om 02.00 uur zoek ik de weldadige stilte op van de frisse buitenlucht. De kans op een face-to-face ontmoeting met een yeti of ander mysterieus bergwezen voor lief nemend, want ik móet er echt uit. Weg bij hun herrie en mijn neiging om te gaan slaan. Weg bij het gevecht dat ik voer met alleen maar mijzelf.

Onder het stille sterrendak, overweeg ik mij met mijn slaapzak op een steen neer te vleien. Helaas, uit veiligheidsoverwegingen mag dat niet. Ik sleep mezelf maar weer naar binnen, de bivacco in. Dat dit helemaal niemand z’n probleem is behalve dat van mij, is inmiddels net zo helder als het licht van de sterren.

‘Gewoon’

Dus ik zet me schrap maar laat tegelijkertijd alles voor wat het is. En wanneer dat even niet lukt pas ik een van de andere mind-volle technieken toe, die ik wel eens voorbij heb zien komen. Gewoon liggen. Gewoon doorademen.

Uiteindelijk slaap ik slechts van half 5 tot half 8 maar heb ik verder niets raars gedaan. Niemand in zijn neus geknepen of in zijn oor gesist, geen peut met mijn elleboog uitgedeeld noch opstandig met de deur gewapperd. Alhoewel ik daar echt Heel. Veel. Zin in had! Ik heb mezelf in weten te houden tot slechts wat hartgrondig gezucht en het nét iets bruusker omdraaien dan strikt noodzakelijk.

Het is mooi

Ik ben nu klaar voor de afdaling. Doodmoe maar I did it! Voordat ik aan deze bergtocht begon wist ik niet dat het “I did it” déze betekenis zou hebben. Het klimmen naar die top bleek peanuts vergeleken bij de knop van innerlijke zelfregulatie waar ik aan heb moeten draaien. Maar het is me gelukt en mijn primaire neiging om uit pure ergernis gekke dingen te doen, heb ik weten te bedwingen.

Zo, die steek ik mooi in mijn rugzak. En kom nu maar door met je afdaling want deze mountaineer ruikt stal!

 

“Is hij nou mijn stief-váder?” en andere enge vragen bij een nieuwe liefde

IMG_9909

En toen was er nieuwe liefde in mijn leven. Heerlijk maar ook spannend. Beiden komen we met kinderen, exen, ouders en andere aanverwanten. It’s a first voor ons en ook voor hen. En dat maakt dat af en toe enge vragen worden gesteld.

Vragen waarbij mijn mond wel opengaat maar er slechts vage woorden of niet-determineerbare klanken uitkomen. Antwoorden waar niet zo heel veel touw aan vast te knopen valt.

Help!

Waarom vind ik het enge vragen? Omdat ze me eraan herinneren hoe het eerder ook misging en niet alleen ik maar ook anderen daar heel verdrietig van waren. Omdat ik merk dat er derden zijn die niets met onze liefde te maken hebben en wel onlosmakelijk zijn verbonden met onze relatie. Omdat het prima is dat je eígen kinderen soms zien, horen en dus weten dat jij een boze moederheks kunt zijn, maar heel zielig voor andermans kinderen.

En overall omdat het hartstikke kwetsbaar voelt: het managen van andermans verwachtingen wanneer je ze juist zelf probeert níet te hebben en het dealen met andermans angsten als je die van jezelf nog tracht het hoofd te bieden. Ja, wat mij betreft ernstig enge vragen dus:

Mama, wanneer gaan jullie trouwen?

Mijn jongste van 7 mist iemand in een 1-ouder gezin. Slechts één groot mens in huis past niet in zijn utopische plaatje van hoe het ’t beste toeven is. Natuurlijk wil hij dat papa en mama gewoon gezellig samen in hetzelfde huis wonen maar als dat niet kan, dan is de tweede beste oplossing een andere leuke volwassene. Dus wat hem betreft geldt: niet te lang dralen, the more the merrier, vooruit met de geit. Praktische bezwaren doet hij sowieso niet aan en dat zijn moeder enkele mentaal-psychische ‘beertjes’ op haar weg treft, is niet iets om met hem te bespreken. Dus blijf ik hangen in een “Eehmm, tsjaa, nou, haha”-achtig non-antwoord. Ik kom ermee weg maar weet niet voor hoelang dat zal zijn.

Hou je wel het belang van de kinderen goed in de gaten?

Deze vraag is mijn achilleshiel pur sang. Want als ik íets doe in het hele proces van moeder-zijn, scheiden en nieuwe relaties hebben, is het mezelf schuldig voelen naar de kinderen en hen op de eerste plaats zetten. Ik moet eerder uitkijken dat ik mijzelf hierin niet voorbijloop of vergeet, dan dat ik niet über-zorgvuldig handel in het belang van mijn kinderen. Ja, óók als ik verliefd ben. Iedereen die mijn verhalen leest of kent, weet dat en de vraagsteller van deze vraag zou het zéker moeten weten. Het is goed bedoeld en ook vanuit zorg voor het kroost gesteld, desalniettemin ga ik er lichtjes van in steigerstand.

Het is er toch niet wéér een die direct wegvliegt?

Sinds ik hiervan ben bijgekomen, zie ik in dat de vraag voortkomt uit lieve betrokkenheid. De relaties die ik tot nu had, waren lang genoeg om mijn ouders ervan op de hoogte te stellen. Maar hen kennis laten maken met desbetreffende “beau”, daar kwam het niet van. Nu wel. Maar mijn ouders hechten zich ook aan mensen. Een ‘nieuwe’ ontmoeten, betekent voor hen dus dat zij zich weer open zullen stellen en daarmee ook het risico lopen van afscheid nemen. Maar ja, ik doe niet meer aan garanties waar het de zaken van het hart betreft. Dat heb ik geleerd. Dus mijn antwoord is: “Vandaag is het goed. En morgen vast ook.”

Blijft je bij ons slapen?

Natuurlijk blijf ik bij hem slapen. Maar nog niet als zijn kinderen thuis zijn. Het idee van 24/7 meedraaien in een gezin dat niet het mijne is of opstaan en dan met een soort vogelverschrikkershoofd de rest van het huishouden de stuipen op het lijf jagen: ik ben daar niet aan toe! Mijn zelfbewustzijn zou overuren draaien. Ik heb nog even tijd nodig en het ongecompliceerde van ‘just the two of us’. Heel moeilijk om uit te leggen aan kinderen die mij met open armen ontvangen. Het ligt aan mij lieve schatten, alleen aan mij!

Is hij nou mijn stief-váder?

Mijn middelste is degene die het meeste tobt, denkt, voelt en bij anderen stil staat. De blik in zijn ogen zuigt mij mee naar zijn beleving: wat moet hij hier nou écht van vinden? Deze nieuwe man, hoe leuk ook, is die er in plaats van mijn vader? Is hij nu de Man in Huis? En als ik hem leuk vind, pleeg ik dan een vorm van verraad aan mijn papa?

Ik stel hem gerust door te luisteren en te beamen dat er maar één papa is voor hem en dat alles wat hij voelt of denkt goed is. Ondertussen denk ik bij mezelf: ik vind het veel te fijn om alleen te zijn en mijn eigen ding te regelen en doen. Geen afhankelijkheid maar de Vrouw in Huis!

Enge vragen zetten aan tot moedig zijn

Deze vragen dwingen mij naar de toekomst te kijken. Ooit deed ik dat al en kreeg ik het deksel op mijn neus. En nu zie ik wat er gebeurt! Ik ben bang geworden: bang om op te geven wat ik verworven heb, bang om niet geaccepteerd te worden, bang voor -weer- pijn en verdriet. En dus verschans ik me in mijn nieuwe comfortzone en hou ik niet van enge vragen die me daaruit trekken. Maar de andere betrokkenen zetten mij zo terecht aan tot moedig zijn. Voor hen en ook voor mezelf.

Dus, let’s do this. Nieuwe liefde: inderdaad heerlijk en inderdaad heel spannend. Kom maar op met je enge vragen!

 

 

Discipline is ook: stoppen vóórdat je een ongeluk begaat

Avonturier

Het is vakantie. Zij hebben vrij, ik niet. Een ingewikkelde combinatie die de ene dag beter werkt dan de andere. Het einde van de week nadert en we did it maar de rek is er absoluut uit.

Aan mijn voeten onder de tafel waar ik achter mijn laptop vooral in de ochtenduren zit te werken, is een wereld verrezen van helden en boeven, kastelen en kerkers. Een permanent gefluister gaat ermee gepaard en af en toe ineens een harde “Whammm, jij bent dood, zei Thor!” “TRRRRRTTTTTT, Bam, BAM” van machinegeweren en ander wapen arsenaal.

Fijne flow

Ik had het zelf niet verwacht vanwege alle oorlogstuig, maar zijn gespeel heeft een weldadige werking op mijn energie en creativiteit. Waarschijnlijk omdat hij zo in flow is met wat hij doet, dat het mij meeneemt. Ik kan hier eindeloos en heerlijk op werken!

Focus? Net een vent

Als hij maar niets tegen míj zegt. Want dan moet ik schakelen en dat kan ik niet. In ieder geval niet als ik in volle concentratie trainingstrajecten uitwerk, coaching sessies voorbereid of teksten schrijf. Ik weet niet wie ooit geroepen heeft dat vrouwen 6 dingen tegelijk kunnen en of dat echt zo is. Ik behoor in ieder geval niet tot die gelukkige super-soort. Sterker nog, ik ben waarschijnlijk erger dan menig kerel: ik kom pas dan tot het optimale hersenwerk wanneer ik ook echt kan focussen. Het enige voordeel hier is, dat ik me er terdege van bewust ben.

Bro’s will be bro’s

En als nu maar niet zijn grote broer erbij komt, want dan verdwijnt zijn speelflow en verandert de energie van zacht stromend naar die van: wij-zijn-jongens-en-broers-dus-nu-moeten-we-stoeien-maar-weet-je-wat-laten-we-daarbij-Heel-Veel-herrie-maken-en-als-we-dan-toch-bezig-zijn-elkaar-even-in-elkaar-trimmen’.

Kill me

Op zo’n moment is het ogenblikkelijk gedaan met mijn rust en daarmee mogelijkheid te doen wat ik moet doen vanachter mijn computertje. Maar helaas, ik hoor boven al gestommel. Dus ik doe wat voor nu even het beste is: ik stop met werken, vóórdat ik er door hun kabaal toe gedwongen word en zij geconfronteerd met de mommy from hell waarin ik dan weleens verander. Met het einde van deze werkweek nog niet in zicht is de kans daarop toch groot want de rek is er als gezegd uit. Ik doe iedereen een plezier: ik stop.

Teamwork

Op deze manier moeten werken vergt discipline, van ons allemaal. Van mij om zo effectief mogelijk de uren te pakken waarop dit het beste kan. Van hen om zich tegen hun natuur in, in te houden of zich schaars te maken en om niet mijn aandacht te willen. Allemaal even ingewikkeld. En ik ondervind nu dat het ook discipline vergt om tijdig te stoppen; dus vóórdat ik verander in die grote, boze moederheks.

Een avonturier

Het aapje aan mijn voeten heeft direct door dat mijn vibe verschoven is en komt onder de tafel vandaan.

“Mama? Thor wint! Hij heeft het zwaard dat in een vliegtuig kan veranderen en zelf heeft hij de superkracht van de allersterkste!”

“Wat heerlijk liefje, hoe jij die avonturen verzint en maakt. Ik vind het een feest!”

“Já. Daarom word IK dus ook avonturenmaker als ík groot ben…!”

 

Oké. Point taken.

 

 

Waarom alleen zijn héél soms sucks!

IMG_9672

Alleen zijn in een huishouden met drie kinderen valt mij niet zwaar. Sterker nog, het gaat me prima af! Niemand om rekening mee te houden, lekker alles zelluf doen. Maar héél soms … zou het wel fijn zijn, die sterke en handige meneer.

Terwijl ik aan de keukentafel werk en mijn jongste met zijn vriendje naar wasknijpers speurt in het washok, nodig voor een knutselwerk, hoor ik eerst een harde “KRAK”, vervolgens een doffe klap en daarna even niets. Dan klinkt de stem van het vriendje droogjes: “Zó. Die is kapot.”

Brain knows all

Grappig hoe je hersenen dan in een nano-seconde alle mogelijke rampscenario’s afgaan: de ruimte haarscherp projecterend op het netvlies van je brein, alle hoekjes afvinkend samen met de mogelijke geluiden die te horen zouden kunnen zijn. Om uiteindelijk stil te staan bij de enige juiste conclusie: de wasmachine is gemold.

Sloper moest zo nodig springen

En ja hoor. Met een schuldbewust en rood aangelopen hoofd, komt de kleine sloper het hok uit, met de deur van mijn wasapparaat los in zijn hand. Afgebroken. Omdat hij zo nodig ergens af moest springen waar niets te springen valt en bij gebrek aan ruimte dus vol op deze openstaande deur sprong.

Primaire drift

Ik heb zin om hem bij zijn armpjes te pakken en stampvoetend heel hard heen en weer te schudden! In plaats daarvan tetter ik mijn frustratie:  “Néééé! Hoe móet dat nou weer; ik heb nu helemaal geen geld voor een nieuwe!” en woede: “Wáárom doe je dit nou?!” over hem uit. De tranen rollen over zijn wangetjes en ik registreer hoe om op te vreten schattig hij er uitziet.

Hergebruiken die hap

Alvorens weer bakken met geld uit te geven aan onderdelen, mannen die onderdelen komen plaatsen of nog erger, een nieuw apparaat, verzin ik een list. Wij verlijmen die afgebroken stukjes en dan zit die deur weer als gegoten in, op of aan de sponning. Ofzo. Het klinkt in ieder geval goed en ziet er kansrijk uit.

Secondelijm dus

Bij de vader van mijn 3-tal, een nogal klussige koning, haal ik secondelijm. Die van het soort waar dreigementen op staan en doodshoofden. Ik moet hem zweren niets op mijn handen te krijgen en écht voorzichtig te doen. Met een licht megalomane en ‘dat-doe-ik-heus-wel-effe”-achtige attitude, vertel ik hem dat het jammer is dat hij mij na al die jaren -eerst samen en toen apart- nog steeds zó slecht kent. Ik ben tenslotte reuze handig!

Voor wie het gelooft

Een paar uur later giet ik, met de opperste focus op de breuklijn en volledig vertrouwend op mijn hand-oog coördinatie, het hele lijmflesje leeg over mijn hand. De safety-dop blijkt verlijmd te zijn met de hoofddop en dus mee afgedraaid. En dat had ik even niet gecheckt. Want wie, in godsnaam, komt dáár nou op?!

Wat een sukkel

In totale verbijstering staart mijn middelste, die op de grond zit om de te lijmen deur op zijn plaats te houden, mij aan. Ik zie hem denken: “WTF?! Hoezo wist ik niet dat zij zó sukkelig was..?!” Ik vraag hem paniekerig wat te doen. Maar het is al te laat. Het spul gaat niet voor niets prat op de razendsnelle werking.

Even niet ‘zelluf’ dus

Even later is niet de deur van de wasmachine verlijmd maar des te meer de huid van mijn hand. En ben ik de rest van de avond al plukkend, pulkend en aceton deppend, de lijm maar ook het vel van mijn hand aan het verwijderen. En weet ik nu waarom beesten hun poot afknagen als ze hiermee vast zitten in de val. Het wordt mij even zwaar te moede. Ik denk nog maar één ding:

Byebye Mummy-McGyver, Hello Mr. Handyman!

Hee klein meisje met je blonde krullen

schommel

Wat kijk je verdrietig. En een beetje schichtig en beschaamd.

En wat kan ik me dat goed voorstellen. Zou ik ook hebben als ik jou was geweest. Zo klein, ik denk dat je 6 bent of misschien pas 5, tussen twee best grote mensen die zo hard tegen elkaar staan te schreeuwen op straat.

Zijn zij jouw papa en mama?

Ik zie dat jij mij ziet kijken. Heel even kijk je me recht aan en mag ik de diepte zien van jouw lieve oogjes. Dan net zo snel gaat er een gordijn overheen. Dicht gaan ze en weg kijk jij.

Wat zou ik jou graag een aai over je in de wind dansende krullen-bolletje geven.

Je zet een voorzichtig stapje, twijfelend over of je dichter naar het lawaai toe zal gaan of juist liever wat verder er vanaf. Je staat al een beetje op straat. En, oh jee, je struikelt in een ongemakkelijke beweging over je eigen voetje en komt daardoor verder de straat in gevallen.

Ik zie de auto, geef een waarschuwende roep en maak daarbij een zwaaiende beweging met mijn boodschappentas. Alles valt op de grond. De grote mensen stoppen nu even met schreeuwen en je papa pakt jou gelukkig net op tijd bij je arm. Opgelucht haal ik adem. Wat zal jouw mama blij zijn dat je weer veilig naast haar staat.

Maar ik snap het ook als jij nu niet zo goed begrijpt waarom je papa tegen jóu begint te schreeuwen. En daarbij heel hard aan je armpje trekt. Dat doet vast pijn. Ik denk dat hij misschien erg is geschrokken. En ik denk ook dat hij je zometeen heel veel kusjes en knuffeltjes geeft. En lieve woordjes als troost. En anders doet je mama dat zeker. Zij is nu wel ineens weggelopen maar ze komt vast zo terug. Hoop ik.

Eigenlijk wil ik aan je papa vragen of hij stopt met tegen jou te schreeuwen. En je vertellen dat het allemaal heus goed komt. Maar ik weet niet hoe. Ik denk dat ik bang ben dat je papa tegen mij gaat schreeuwen. Dus ik zeg niets. En dat voelt rot. Ik heb er zelfs een beetje buikpijn van.

Ik raap mijn spullen van de grond en doe ze weer in mijn tas. Ik kijk nog even naar je. Jij kijkt niet meer terug.

Wat hoop ik dat iemand jou vandaag nog gaat vertellen dat er heel veel van jou gehouden wordt. Gewoon omdat jij bent wie je bent. Een lief, klein, blond meisje met huppelende krullen.

En nu wil ik graag naar huis. Naar mijn eigen kinderen. Om hen te vertellen hoe ontzettend veel ik van ze hou. Gewoon. Daarom.

Dag meisje.

El condor pasa

ECP

“Slaap lekker, lief mannetje. Nog maar eventjes en dan gaan we op avontuur.’

“Mama? Kom jij nog even hier naast mij liggen? En dan vertel je over toen jullie in Afrika waren. Over die olifanten en die héle vieze wc en de kano die bijna zonk..”

Ik ga naast hem liggen, alweer verkocht door de schittering van griezelend genot. En ik vertel.

Al vertellend dik ik aan dus op het laatst reden wij op de olifanten over de steppe, toegejuicht door de leeuwen. Zonken we maar werden we gered door een lief nijlpaard met een hele grote bek. En was de plee in Afrika nóg viezer dan die toen in de Andes waar ik nu met hen naartoe ga.

Kronkelend van anticipatie en mij 60 keer in de rede vallend met vragen, is het tenslotte genoeg voor mijn kleine vriendje. Vlak voordat hij naar zijn dromenland vertrekt, kijkt hij mij aan met ogen die overlopen van blijdschap.

“Maar mama, weet je? Het allerleukste vind ik dat als we in Peru naar de jungle gaan, dat papa er dan ook is. Dan gaan we met z’n alle-máál!”

Zielstevreden vertrekt hij. En weet ik waar wij het voor doen; het over alle schaduwen heenstappen en ondanks het niet meer samen-zijn, wel nog samen kleine feestjes vieren.

Geluk hoeft niet zo moeilijk te zijn. Het is eigenlijk heel dichtbij.