Lekker knallen

E74795F9-EAEF-4D0C-AB5B-CAE671BCCB9F.jpeg

“En, hoe gaat het met jou, Lex? Lekker aan het knàllen?!”

Ik val stil terwijl ik in mijn hoofd graaf naar een passend, bevestigend antwoord. Ik vind het niet. Ik blokkeer op het woordje ‘knallen’ en mijn weerstand vertaalt zich in een mentale blanco. Zoekend geef ik antwoord:

‘Euhh. Nou. Het gaat goed, ik voel me fijn, heb mooie opdrachten, verheug me elke dag op wat op me ligt te wachten en zet daar met plezier mijn tanden in.’

“Ah wat goed, écht lekker aan het KNALLEN dus!”

Ongeduldige ergernis trekt door mijn lijf. Waarom wil iemand zo graag horen dat er geknáld wordt; is het dan pas Goed ofzo? We ronden ons gesprek af en ik leg mijn telefoon weg.

Ik kauw nog even op wat zojuist gebeurde. Wat was dat en waarom voelde ik het zo sterk? Ineens, helderheid: Zeker, ik heb een grote innerlijke drive en zit hoog in mijn energie. En in combinatie daarmee komt mijn beste performance vanuit een basis van rust en balans. Twee pijlers onder mijn meest autonome kracht. Deze basis heb ik hard bevochten en bevecht ik nog steeds zo vaak. Tegen de verlokkingen van Sneller, Harder, Hoger.

Kalm vs. Knal.

In mijn hoofd popt de herinnering van iemand die zegt: ‘Waarom gedraag jij je als sneltrein als je meer een boemel bent?’

Niet sexy, wel raak. Ik glimlach, adem en kom tot rust.

Was ik er bijna weer ingetrapt.

Premeditatio Malorum – van lijden naar leiden

IMG_0299

“Premeditatio Malorum”. Klinkt een beetje als een Harry Potter-bezwering, vind je niet?

Waarbij je dan met zo’n toverstokje zwaait om vervolgens luid en gedragen “PRRREEE-MEE-DITAAA-TIO MA-LOO-RUMM!!” het universum in te gooien en poef!, voltrekt zich het wonder.

Ja, mooi!

Zo werkt dit alleen niet helemaal.

Stoicijns leven

De Premeditatio Malorum is een oefening uit de Stoïcijnse leer en houdt in dat je nare dingen of problemen in het leven te boven komt, door de geest erop voor te bereiden.

Heel kort: de leer der Stoïcijnen is een van oorsprong Griekse filosofie. Vrij vertaald laat de ware Stoïcijn zich niet leiden door opvlammende emoties. Acceptatie van het moment zoals het zichzelf presenteert geeft kalmte en overzicht en daarmee vrijheid van handelen.

Stille geest

Laat dat nou een van de doelen in mijn leven zijn: het nastreven van zo’n soort vrijheid. Het verkrijgen van een stille geest in plaats van een brein dat te vaak direct in de overlevingsstand gaat en mij daardoor ook nog wel eens op voorhand tegenhoudt te doen wat ik wel graag zou willen doen.

Of bangebroek

Angst voor het emotionele effect, het zogenaamde lijden, weerhoudt mij van bijvoorbeeld:

  • Midden op straat in gezang uitbarsten omdat mijn hart jubelt en ik daar zo’n zin in heb maar wat ik niet doe omdat ik niet kán zingen, iedereen me vast gaat uitlachen en ik voor paal sta.
  • Mijn of onze rugzak pakken en gáán! Het spaargeld bestedend aan allerlei waanzinnige ervaringen, zoals ik dat altijd deed. Maar sinds ik er financieel alleen voor sta, hou ik mijn hand op de knip. Want straks lekt het dak ineens of stort de 200 jaar oude buitenmuur in en dan? De paniek van het dan niet in staat zijn de basis te kunnen fixen, slaat mijn reislust helaas neer.
  • Meer lak hebben aan wat anderen misschien van mij vinden. Bijvoorbeeld met wat ik schrijf. In alle vrijheid woorden geven aan wat in mij opwelt om verteld te worden om daarna gewoon op ‘publish’ te drukken. De grote kans op narrige reacties, aantijgingen en geroddel weerhouden mij ervan. Waarom? Tja; angst voor afwijzing, niet geaccepteerd of uit het nest geduwd worden.

Glibberend naar beneden glijden

Een klein puntje van een grote ijsberg. Waar al die angstige vermoedens vandaan komen is weer een ander verhaal maar bij elkaar is het behoorlijk nederigmakend voor iemand die het leven ‘unbounded’ tegemoet wil treden, vrij van zelfopgelegde grenzen.

Daarom streef ik ernaar mij in mijn keuzes minder te laten leiden door de angst voor pijn, verdriet, onzekerheid of wat dies meer zij. Natuurlijk, die ijsberg van mij is niet meer dan menselijk. Iedereen heeft zo’n berg. Maar ikzelf heb de keuze of ik er de hele dag vanaf glibber of dat ik het ding met ijzers, touwen en een pikhouweel bedwing.

Tools dus

Premeditatio Malorum ís zo’n tool. Je haalt je een vervelende situatie voor de geest die jou zou kunnen overkomen en stelt je voor hoe en wat die situatie emotioneel met jou doet. Dit met enige regelmaat oefenen ontneemt de emotie zijn macht jou te overweldigen op het moment dat de vervelende gebeurtenis zich inderdaad voordoet. Want; been there, done that.

Ga maar eens nare dingen na die jou vaker dan eens zijn overkomen. De tweede, derde of -tigste keer was de emotie waarschijnlijk net iets minder overweldigend dan die eerste ervaring.

Van lijden naar leiden

Let wel: het betekent níet dat je de emotie niet hebt! Het bewerkstelligt dat de emotie jou niet, of in ieder geval een stuk minder, overvalt en meesleurt en dat je mentaal gebalanceerder kunt (over)leven. Wanneer die rotsituatie zich voordoet, ben jij voorbereid en daarmee kalmer in je bovenkamer die vervolgens soepeler kan doorschakelen naar aanvaarden en doorgaan.

En als je weet dat je kunt aanvaarden, dan weet je ook dat je kunt Doen. Zie je het voor je? Magisch!

Tóch een beetje Harry Potter dus.

 

Laat jezelf zien bij een belangrijke auditie: 5 tips van een negenjarige (ook van toepassing op de rest van je leven)

IMG_0002.JPG

Hij mocht zich komen presenteren voor een eventuele kans op eeuwige roem als Najib, zoon van Emilio en Gloria Estefan. En omdat de Nederlandse versie van Emilio de blonde Jim Bakkum is, kan ‘onze’ Najib ook een beetje blond zijn.

Het inschrijfformulier vroeg om eerlijkheid: “Nee, geen danserervaring. Behalve thuis de hele dag. Wij vinden kritiekloos alles geweldig en anders hij zelf in ieder geval; dus aan zelfvertrouwen geen gebrek.” “Type dans? Euh, beetje ballet-acrobaat-karate-beweger (hier was ruimte voor op het stippellijntje).” “Nee, geen andere podium-ervaring als deze noch op handen zijnde.”

Als we niets terughoorden binnen een maand, zat-ie er niet bij. Het leek mij goed de verwachtingen enigszins te managen maar ineens was daar een mail: hij mocht komen auditeren.

Gisteren heeft hij op een echt podium in Amsterdam, ten overstaan van professionele dansers, regisseurs en (criti)casters, zijn beste beentje voorgezet, temidden van 24 andere enthousiast-ambitieuze figuurtjes. Waarvan sommigen al zeer geoefend en bloody goed. Over een week laten ze iets horen en ik manage geen verwachting meer. Waarom niet? Omdat dit is hoe het is: alles of niets. Je bent erbij of je ligt eruit. Alle kinderen weten dat. Ook hij.

En hij heeft besloten dit te accepteren omdat het de pret, spanning en het ervoor gaan niet mag drukken. Sterker nog: het zet hem aan tot éxtra prestatie, zoals hij mij op de terugweg vertelde. In een half uur deelde hij vijf belangrijke lessen met mij, zijn in permanente staat van verwondering verkerende moedertje:

1. “Ik doe gewoon mijn allerbest en verder niets want ik vind dit het leukste wat er is en ik weet toch niet precies waar ze op letten.”

Een onvervalste Own it! Heerlijk, meer kun je niet doen en je geniet in ieder geval maximaal.

2. “Wij weten niet waar zij naar kijken en zij weten ook niet waar wij dènken dat ze naar kijken. Dus probeer ik daar allemaal helemaal niet aan te denken.”

Ehm. Ja, heel goed en verstandig. Want je ziet maar, dat hele ‘denken’ wordt sowieso overgewaardeerd.

3. “Als het even misgaat of je doet een beweging net anders dan aangeleerd, heb je de ruimte om te doen alsof het zo móest.”

Deze snapte ik niet meteen dus hij legde het me uit: omdat straks het publíek ook niet weet hoe de precieze beweging eruit ziet, is het belangrijk dat je met vrolijk stalen smile doorgaat. Belangrijk inzicht: fake it till you make it!

4. “Sommige kinderen die al heel goed konden dansen, konden juist níet zo goed wat we nu moesten leren. Dus toen dacht ik: ‘Hee, nu wordt míjn kans iets groter.'”

Een klein inzichtje in zijn realiteitszin en tegelijkertijd ook ambitie. Gepassioneerde drive gecombineerd met koele calculatie.

5. “De Amerikaanse meneer die belangrijk is voor de keuze, was er ook. Dus toen hij bij mijn groepje keek, heb ik nóg meer mijn allerbest gedaan (en precies díe keer ging het daarom echt heel goed).”

Wederom een blik in zijn strategische benadering. Zo vol vuur de dingen doen met daaronder kennelijk steeds een stroompje van slimme controle.

Vol bewondering en een beetje ontroerd hoorde ik hem aan en ineens raakte mij de heldere zekerheid: Dit mannetje ís er al. En hij is er met zoveel overtuiging dat hij er verder ook wel komt.

Waar dat dan ook zijn mag.

Leider

image

Het is een mooie ochtend, de zon schijnt en voelt direct warm, ondanks het feit dat het al weer later licht wordt en eerder donker.

De regen die twee dagen heeft aangehouden is eindelijk doorgedreven maar liet wel alles kletsnat achter; de straten, tegels, het gras en de blaadjes. Het zonlicht weerkaatst verblindend.

Zij van 93 schuift gebruikmakend van haar stok voorzichtig over de stoep richting straat om over te kunnen steken. Ondanks haar nog scherpe geest en relatief soepele ledematen, maakt het verminderde zicht deze tocht tot een spannende onderneming: nat-gladde blaadjes, een afstap, de schittering en te snelle auto’s. Niet zoveel maar genoeg om zeer op je hoede te moeten zijn voor een veilige overtocht.

Hij van 8, die net nog luidkeels joelend en met wilde bewegingen heen en weer stoof, valt stil terwijl hij de situatie in zich opneemt. Ik zie hem kauwen op het beeld.

Dan loopt hij naar haar toe en geeft haar zijn arm en schoudertje: “Zullen wij samen oversteken? Ik hou jou vast en kijk goed voor jou. Als ik ga voel je dat en kun jij met mij mee.”

Zijn overgrootmoeder slaakt een ontroerde zucht: “Niet lang geleden begeleidde ik jou zo naar de overkant. En nu, nu ben jij míjn leider.”

Trots kijkt hij even om naar mij. Dan legt hij zijn vrije hand ook op haar arm en kwijt zich met overgave van zijn belangrijke taak.

 

Instant geluk, ook als je níet het type ‘happy camper’ bent!

Geluk

#DagvanGeluk, met heuse eigen #. Wij menen het serieus met het geluksconcept. Terecht, want bij mensen die zich gelukkig voelen, is het over het algemeen leuker, vrolijker en inspirerender toeven.

Ik doe dus ook mijn best de geluksmomenten te herkennen, uit te stralen, te voeren en te vieren. Ook al is het voor mij niet vanzelfspekend, want ik ben niet altijd lichtvoetig, gebalanceerd of van het type ‘Happy Camper’. Mijn scores kunnen nogal uitslaan: grote-hoogten-diepe-dalen. Zo godsgelukkig als ik me kan voelen, zo loodzwaar kan ik het ook hebben met mezelf, alles en iedereen om mij heen.

In de jaren heb ik hard gewerkt om de scherpe randen van dat zware of sombere gevoel te verzachten. Zo heb ik leren accepteren dat het gewoon soms zo ís – er is nu eenmaal weinig echt te doen aan hormonale schommelingen bijvoorbeeld – en dat ik er desondanks nog steeds mag zijn. Zelfs als dat betekent verlept, broedend of exploderend als een vulkaan. Ook heb ik geleerd dat de gedachten die dan door mijn hoofd galmen, gewoon niet waar zijn en daarmee direct te relativeren tot nep of verwaarloosbaar. Klinkt simpel, werkt groots.

En toen las ik ineens een vrijwel geheel begrijpelijk artikel over de neuroscience achter happiness en wat blijkt? Het gevoel van geluk is op te wekken, op een manier die ook voor iemand als mijzelf mogelijk is. De crux zit ‘m in het creëren van een aantal goede rituelen:

Pluis je brein uit op zoek naar die dingen waar je dankbaar voor bent

Ja hoor, heb je weer zo’n zeveraar: wat een dooddoener, as if! Ik hoor het menigeen denken. Stiekem dacht ik zelf voorheen ook iets langs die lijn. Maar, nergens te beroerd voor, probeerde ik het toch uit. Nadat ik mezelf even had toegestaan te zwelgen in alle shit en me daar vooral alleen maar slechter door voelde, verving ik vervolgens alle gedachten die opkwamen over wat zuur danwel mislukt aan mijn leven was óf wat anders had moeten zijn, door iets waar ik dankbaar voor ben.

Na deze exercitie voelde ik me een heel stuk beter. Niet alleen voor 5 minuten; het gehele depressieve gevoel was gaan liggen. Het was zelfs moeilijk om iets stoms te bedenken. Want wat blijkt? Met het zoeken naar dankbaarheid in je brein komt een wolk aan ‘serotonine’ vrij: een typisch geluksstofje.

Druk je gevoel uit in simpele woorden

Ik weet niet hoe jij er mee omgaat maar voorheen ging ik vaak heel erg mijn best doen om me niet te voelen zoals ik me in het echt wel voelde: somber, slecht of gewoon moes-kapot. Maar toen las ik dat wanneer je de emotie erkent en met een of twee woorden voor jezelf beschrijft, deze direct vermindert. Dus stel je voor: je zit op de bank jezelf slecht te voelen, geef dan een woord aan dat gevoel: is het angst of boosheid of ben je ongerust? Hoe je het ook noemt, hou het simpel.

Waarom werkt dat? Ik begrijp het zo: het koppelen van een woord aan het gevoel, maakt dat het limbische deel van de hersens (waar vanuit je emoties voortkomen) kalmeert en de emotie daarmee afneemt. Dit is een pindakaas-uitleg voor iets ingewikkelds, maar ik ben dan ook geen neuro-specialist. Ik ben ervaringsdeskundige die niet exact hoeft te weten HOE, maar vooral DAT het werkt.

Neem een besluit

Twijfelen is de hel. Het heeft een upside, dat weet ik, maar het echte, ingebakken twijfelen omdat je het niet fout wil of mag doen van jezelf, dat is geen fijne plek om te zijn. Ik weet daar alles van. Streven naar foutloos, perfectie, heeft de werking van een zee waarin je steeds kunt verdrinken: een plek waar je dus nergens controle over hebt. Terwijl het nemen van een beslissing voelt als controle en dit vervolgens waarmaken – niet omdat je het moet maar omdat je het wíl – als het krijgen van een cadeau.

Komt dat even goed uit; ik word heel gelukkig van cadeautjes!

En tot slot mijn favoriet: omhels, omhels, omhels

Deze was mij al zeer bekend; de heilzame en niet te onderschatten werking van de aanraking. Het uitwisselen van liefde, erkenning en acceptatie krijgen van een ander. Ik ben van nature van het aan-raken, in woord en in daad. Maar er was een tijd dat ik dit stuk van mijzelf kwijt was, zó figuurlijk dat het bijna letterlijk werd. En dat deed pijn. Het is moeilijk te omschrijven maar niet kunnen (aan)raken doet echt pijn.

Gelukkig behoort deze periode tot het verleden en omhels ik mijzelf met grote regelmaat helemaal plat aan mijn liefsten, naasten en iedereen die dat nodig heeft.

Echt. Instant #geluk.

 

Niet denken in je hoofd maar geloven met je líjf!

  • Cristiano

Verliezen van jezelf; ik weet niet hoe het jou vergaat maar mij gebeurt dit nogal eens. Vooral als er een competitief element meespeelt, zoals bijvoorbeeld op de tennisbaan.

Hoe vaak ik niet een potje verlies omdat ik pissig word op mezelf vanwege het niet voldoen aan mijn eigen verwachting, i.c. het spelen zoals ik weet dat ik het kan. Of bijvoorbeeld als ik moet serveren, waarbij ik dan tijdens het opgooien van de bal ineens denk: “Oh jee, daarnet had ik echt een waardeloze servicegame, als ik nou maar niet …”. Je begrijpt: dubbelfout. Bloedje irritant en woest-makend, in de regel ook al niet het soort reacties dat bijdraagt aan een beter resultaat.

Een groepje vriendinnen en ik volgen daarom een training gericht op de Inner Game en zitten op woensdagmiddag in het clubhuis van onze tennisvereniging te luisteren naar de trainster die ons vertelt en laat vertellen over beperkende mechanismen. De mechanismen die ervoor zorgen dat we er zo vaak een potje van maken in plaats van dat we het potje gewoon lekker spelen of beter nog: winnen.

Mijn jongste is met mij meegekomen omdat hij ergens halverwege deze middag naar zijn voetbaltraining moet en ik het anders niet gedraaid krijg. Gelukkig is het voetbalveld om de hoek en met een iPad, een flesje fris en een zakje snoep heb ik zijn medewerking en stilte gekocht.

Terwijl wij onszelf en elkaar opbiechten welke onfrisse gedachten ons van ons spel houden en de bijhorende frustraties en emoties al vertellend bijna voelen, zie ik uit mijn ooghoeken dat mijn kleine baas helemaal niet op zijn iPad speelt. Hij is naar ons aan het luisteren. Snel ga ik na wat ik zojuist ook alweer uit de doeken heb gedaan en of ik daarmee een heel slecht voorbeeld heb gegeven. Tegelijkertijd met mijn hoofd een gebaar naar hem en zijn iPad makend: ga lekker je spelletje doen, vent.

Hij schudt zijn hoofd, staat op, laat zijn snoep, fris en iPad voor wat ze zijn en klimt op mijn schoot: “Ik wil eigenlijk heel graag luisteren, mama.” Ik kijk naar de trainster; zij knikt toeschietelijk. Hij is welkom want feitelijk kun je deze materie niet vroeg genoeg tot je nemen en leren toepassen.

Vervolgens hebben wij het over zaken als ego vs. Zelf, visualisatie, concentratie en flow; het verkrijgen van meesterschap door niet te spelen vanuit je gedachten maar vanuit het weten van je lichaam. En ondanks dat ik mijn 8-jarige niet vergeet op mijn schoot -daar is hij dan net weer te groot voor- ben ik er ook niet erg mee bezig dat hij daadwerkelijk snapt waar het allemaal over gaat.

Na een uurtje theorie is het tijd de baan op te gaan en de technieken toe te passen en eigen te maken. Ik breng hem even snel naar zijn training om de hoek. Terwijl we samen door de regen draven vraag ik hem hoe hij het vond en of hij ook een beetje heeft begrepen waar we het over hadden. Zijn antwoord laat geen enkele twijfel:

“Ja natuurlijk, mama! Het gaat erom dat je niet denkt met je hoofd, maar dat je gelooft in je líjf! Ik snapte dat precies want weet je nog dat ik de vorige voetbalwedstrijd zo goed speelde? Dat kwam omdat ik hetzelfde rugnummer had als Ronaldo. Dus toen geloofde ik dat ik hèm was en daardoor voelde mijn lijf dat ook.”

.. dus.

 

 

 

 

 

 

Alleen maar winnaars

winnaar

Woest gesnuif, geschuifel van slepend dansende voeten, kletsnatte haren, dampende lijven en beukende vuisten. Overal om mij heen raast de rauwe energie van zo’n 600 stampende, klappende en schreeuwende mannen en vrouwen. Testosteron tot aan het plafond en een waas van adrenaline waar je bijna op kunt lopen.

Ik plaats mijn mobieltje tussen mijn ogen en de ring waar het allemaal gebeurt. Op die manier afstand scheppend tussen mijzelf en wat ik eigenlijk liever niet wil zien. Het helpt. Enigszins. Nog steeds zie ik de niet aflatende stroom met klappen die mijn held krijgt. Plus de mokerslagen die hij uitdeelt en die het arme, aardige hoofd van zijn tegenstander naar de grond doen knikken.

“Hee lief. Ik heb me opgegeven voor een Boksgala. Ik ga 5 maanden keihard trainen en dan de ring in. Voor het goede doel. Spannend. Heb nog nooit gebokst!”

Je moet van een uitdaging houden. En je moet als je heel graag iets wil, ook veel kunnen, durven en willen geven.

Dus 5 maanden lang zo’n 6 keer per week traint hij. Langzaam (of eigenlijk razendsnel) zie ik hem veranderen in een lean machine. Tegenslagen wachten hem, met name fysiek. Overbelaste pezen in schouder en duim, dubbel gebroken neus, vette griep en een te laag gewicht.

Wat te doen? Doorgaan natuurlijk! Met zijn dreamteam van onvermoeibare, superbetrokken trainers en fysio bouwt hij ‘rust’momenten in, waarop even niet gesparrt wordt maar alleen getraind. Ik sta erbij en kijk er naar. Vol bewondering. Maar soms ook met een licht gevoel van verwondering:

Waarom wil je dit? Hoe kan het dat je dit volhoudt?

Wanneer hij tot winnaar wordt uitgeroepen en de lucht ingaat op de schouders van zijn trainers, wordt mij een tipje van de sluier rondom dit vraagstuk opgelicht: de enormiteit van hun ontlading en euforie maakt dat ook ik bijna opstijg.

Later legt hij mij uit waar deze drive op is gestoeld:

  • Eén keer in je leven al je grenzen opzoeken en er overheen gaan.
  • Jezelf aanzetten tot een prestatie waarvan je voorheen niet wist en ook nooit had bedacht dat je die zou kunnen neerzetten.
  • Volhouden
  • Het primaire beest in jezelf niet alleen zoeken, maar ook vinden en hem voor één keer helemaal de vrije hand kunnen geven.
  • Jezelf bewijzen dat je inderdaad onder enorme druk kunt presteren.
  • Op heroïsche wijze winnaar zijn.

 

Ik kijk naar hem en gloei van trots. Ik kijk naar zijn opponent en een beladen gevoel van medeleven trekt door mij heen. Dezelfde opoffering, dezelfde lijdensweg, dezelfde behoeften: hoe zou het hém op dit moment vergaan? Ik wil het niet invoelen, het lijkt me afschuwelijk.

Deze strijd in de ring kende genoeg lijnen die symbool kunnen staan voor een heroïsch verhaal. Zo waren deze 3 rondes van 1,5 minuut het verhaal van de underdog die bijna neer ging maar uit zijn as herrees en won. Van de re-invention van twee keurige, brave borsten tot gefocuste vechtmachines. En voor wie dat wil is er ook het verhaal van iemand die van alles verloor maar zijn hoofd niet liet hangen. Zelfleiderschap in optima forma.

Symboliek en heroïek: van oudsher menselijke behoeften. Verhalen die via de overlevering en eigen herinnering tot ons komen en onze oorsprong uitleggen; onze wat, waarom en hoe. Het diepe verlangen de juiste weg te vinden en te gaan. De bewondering voor de leider in wiens kielzog we mogen volgen of de oerdrift om die leider te zíjn.

Hoe het ook zij; onder al die uitdaging en zucht naar het winnaar-zijn, ligt altijd het diepere motief van het over-winnen op jezelf. Een overwinning die veel meer stoelt op het proces, de weg, dan op de uitkomst.

Ik haal opgelucht adem. Gelukkig zijn er in dat opzicht ook hier uiteindelijk alleen maar winnaars.