“Zo van: Whaaaaa!!!”

prikjes

Om 20.30 uur kom ik thuis van een bijeenkomst waar ik speciale ademhalingstechnieken heb geleerd. Als het goed is krijg ik nu veel meer zuurstof binnen bij elke ademteug en ben ik in balans en rustige state of mind.

Oudste past, zoals wel vaker tijdens mijn afwezigheid bij overzichtelijke tijden, op haar twee broertjes. Wat in dit geval zoveel betekent als een patatje met ze halen, filmpje met ze kijken en ze helpen op tijd naar bed te gaan: 20.00 uur voor de jongste en 20.30 uur voor de middelste.

Ik kijk naar binnen en zie het direct: de hele set zit voor de tv. Niemand is omgekleed laat staan klaar voor bed. De patatbordjes liggen naast hen. Met name de oudste staart gehypnotiseerd naar de film. Geen enkel tijdsbesef noch besef van haar omgeving.

Een kleine misvatting van mijn kant: de jongens hebben nog geen vakantie maar zij wel. En in die sferen verkeert ze overduidelijk ook.

Mijn sterk verbeterde ademhaling ten spijt schiet mijn adrenaline omhoog en ik in mijn valkuil: die van irritatie wanneer verwachting en werkelijkheid niet met elkaar matchen omdat ik zelf het stemmetje in mijn achterhoofd heb genegeerd.

“AHHH, nee guys, dat hadden we Ab-So-Luut niet afgesproken. Dit vind ik niet ok! HUP; tv direct uit en mannen: omkleden en naar jullie bed. Het is al Veel. Te. Laat!!”

‘Nou mam, je hoeft niet zo te schreeuwen hoor.’

“Ik schreeuw niet; ik praat har-der omdat ik dit echt heel irritant vind.”

10 minuten later ligt de kleinste fris en fruitig in zijn bed.

“Sorry hoor, mannetje, het was niet echt nodig dat ik meteen zo ongezellig deed.”

‘Ach nou ja, mama, dat geeft niet hoor. Jij moet het gewoon lekker laten gáán..! Dat is goed voor je. Sommige mensen hébben dat gewoon. Weet je wel, zo van: Wháááááá!!!!’

“Haha, wat goed dat jij dat zo kunt zeggen. Van wie heb je dat geleerd?”

‘Nou gewoon. Van jóu.’

Als ik de kamer uitloop vraagt middelste me: “Hoe was eigenlijk je bijeenkomst, mam?”
….

Loop

2 fly

“Als het nu blijft regenen dan moeten we allemaal warme spullen pakken en een paar dingetjes aan de boot regelen maar we gáán slapen hoor, op die boot, no matter what!!”

Met een vastberaden attitude, de juiste mindset en de kracht van de verbeelding kom je ergens. Dat zie ik iedere keer weer en iedere keer weer sta ik ervan versteld dat het écht zo werkt. Die grappige, karaktervolle, chaotische, creatieve dochter van mij bijvoorbeeld, zij verzet hele bergen met deze eigenschappen. En niet zelden op het laatste moment. Want in de tijd eraan voorafgaand heeft ze te veel andere dingen te doen, vindt ze. Of niet. Dan droomt ze wat voor zich uit.

Ik word er altijd plaatsvervangend zenuwachtig van: “Kom op schat, aan de slag, de tijd dringt. Hoe kan ik nu weten wat je precíes allemaal moet doen? Dat weet jij alleen. Niet handig om daar pas om 5 voor 12 over na te denken…!” Of: “Ben je al begonnen en klopt het met je planning? Wat bedoel je: ‘welke planning’?! Ach natuurlijk, alles zit in je hoofd, ik snap het … zucht.”

Natuurlijk snap ik het. Want ik kijk in een spiegel; het is precies hoe ik het leven aanvlieg. Een stijl met rust én vaart, loopings en duikvluchten maar ook af en toe wat turbulentie of een noodlanding. Dus je leert meebewegen, herijken, de route wat verleggen al naar gelang de omstandigheden op dat moment van je vragen.

Maar die vlucht als geheel? Die is van mij.

Ik zie het bij iedereen die wakker wordt en het heft in handen neemt: met de juiste instelling en een enigszins (als niet onbelangrijk criterium) realistische voorstelling van zaken, passen ook de omstandigheden zich uiteindelijk aan. Een krachtig samenspel van jou met je omgeving en van je omgeving met jou; een natuurlijke ‘loop’.

“Het gaat gewoon gebeuren, no matter what.” Wat een heerlijke uitspraak.

En zie, de zon gaat schijnen. Als ik niet beter zou weten zou ik denken: dat is speciáál voor haar.

Voor later ..

Voor later

Brullend ging hij naar zijn bed. Waarom? Omdat zijn oudere broer hem een aantal goedbedoelde maar te kritisch opgeleverde tips had gegeven over hoe hij zijn performance kon verbeteren. Hij had juist daarvoor namelijk in volle overgave een lied ten beste gebracht en ik had dat gefilmd.

Nu, beledigd tot op het bot en heel verdrietig, moest ik hem zweren dat ik absoluut níets met die opnames zou doen. Niet delen en zéker niet online delen. Ze zijn totaal geïndoctrineerd door Youtube en denken dat iedereen alles van iedereen online gooit. Zelfs je eigen moeder. Maar hij hoeft zich geen zorgen te maken, ook ik ben inmiddels doordrongen van alle verhalen dus risico’s daaromtrent en natuurlijk beloofde ik hem dit plechtig met mijn hand op mijn hart.

Toen hij eindelijk uitgesnikt was, zat-ie ineens rechtop en zei:”Ik wíl niet op mijn 18e uit huis. ik wil voor altijd en altijd bij jou blijven wonen!”

Dus ik vertelde hem dat ik dit een heel prima idee vond en dat hij voor altijd en altijd welkom was bij zijn moedertje. En vroeg hem of hij dan, als ik oud, grijs en hulpbehoevend was, wel mijn billen wilde afvegen en mij in bad wilde doen. Net als ik bij hem deed toen hij een baby’tje was.

Hij giechelde bij de gedachte, dacht even na en keek me toen grijnzend aan: “Ja, okay, dat wil ik wel. Mama, als jij heel oud bent, ga ik jou heel goed verzorgen. Dan til ik je overal naar toe, als ik jou dan wél kan dragen. Want nu ben jij véél en veel te zwaar. En dan ga ik jouw lekkere soepjes voor jou maken. Leer jij mij die dan wel even snel?!”

En terwijl hij door fantaseerde en me in die ene adem niet alleen topzwaar en redelijk oud noemde maar ook nog vertelde dat ik best wel vals zing en dat ook mijn was-opvouw kwaliteiten niet noemenswaardig zijn, bedacht ik me dat ik toch maar mooi mijn oude dag had veiliggesteld.

Hierbij teken ik het bewijs op. Voor later. Mocht hij het per ongeluk vergeten…

Byebye stomme sliert!

byebye stomme sliert

“Het is ALLEMAAL MIJN SCHULD!!!”

Dikke tranen rollen over zijn warme wangetjes en dit verdriet snijdt dwars door mijn ziel.

‘Wat is allemaal jouw schuld lieverdje, waarom moet je zo huilen?’

“ALLES is allemaal míjn schuld! Omdat ík zat te schreeuwen aan tafel kon hij niet zijn verhaal vertellen en werd hij boos. En omdat ík niet mijn schoenen aandeed kwam zij wéér veel te laat en was jíj boos. En door mij is de televisie kapot en dat vind ik zo erg want nu kunnen we héél lang geen televisietje kijken. En nu denk ik dat alles door mij komt.”

Ach, dat dappere baasje met de zwaarte van schuld op zijn kleine schoudertjes. Schaamte en schuld: erger wordt het niet. Wat knap dat hij dit op deze manier aan kan geven.

‘Weet je wat wij gaan doen? We gaan die vervelende gedachte nu meteen aan de wind meegeven! Weet jij al hoe dat gaat?’

Grote traanogen met een vraag erin en in de verte een sprankje hoop.

‘Pak maar een zakdoekje en snuit je neus; zachtjes maar niet té zacht, want anders kan ik er niet bij. Goed zo, daar komt het al, net een noedelsliert, zie je dat? Dan neem ik je zakdoekje nu over en trek langzaam alles wat eraan vast zit naar buiten. Zooo … heeeel voorzichtig, beter als t niet breekt.’

Terwijl we samen zachtjes de vervelende gedachte uit zijn hoofd trekken straalt er ineens een glans in zijn natte ogen. Een glans van pure blijdschap en verwondering. Want wij zitten samen in het land van make believe, van verbeelding en verbondenheid. Het land waar álles kan.

Hij zet het raam open en ik wapper de onzichtbare schuld-sliert naar buiten, mee met de wind. Samen zwaaien we het ding gedag. Hij hard giechelend en ik met overstromend hartje. “Bye bye, stomme sliert!!!”

Hij kijkt me samenzweerderig aan. Zonder woorden sluiten we het pact: echt of niet echt, dat maakt niet uit. Dit is mooi, dit is leuk, dit werkt.

Routineus

Mé-lie-té-ren

Net als ik wegzak in een weldadig meditatieve stilte, hoor ik boven een deurklink en sluipende voetjes en gaat het deel van mijn hersenen wat net even rustig was, direct aan de slag. Ik maan het tot stilte. Althans, dat probeer ik maar ook de rest van mij spitst zich op wat komen gaat.

En ja hoor, daar gaat de deur van de woonkamer zachtjes open, zo ook mijn rechteroog. Ik kijk in een voorzichtig lachend gezichtje.

“Goeiemorgen mam. Ben jij aan het mé-lie-té-ren?”

Ik haal mijn in elkaar gevouwen handen los en strek ze naar hem uit. Verheugd komt hij naar me toe en nestelt zich in de kom van mijn kleermakerszit. Zijn handjes in de mijne en zijn lijfje helemaal tegen me aan. Zo hebben we dat al vaker gedaan en ik weet: heel veel fijner wordt het niet, dat ‘melieteren’.

-Het zet niet echt de bedoelde zoden aan de dijk maar een kniesoor die daarover klaagt-

“Hoe lang nog?”
‘Nog 5 minuten en dan ga ik een paar oefeningen doen.’
“Óe-feningen?! Wat voor oefeningen?”
‘Een paar makkelijke, die hebben we al wel eens met z’n allen gedaan: buikspieren, benen en armen. Maar nu even stil, oké?’

…..

Sinds kort volg ik namelijk een ochtendroutine. Het duurt een minuut of 30 en bestaat uit de volgende stappen:
1) Na het opstaan direct je tandenpoetsen en een glas water drinken, dat geeft een fris gevoel in je hoofd
2) 10 minuten mediteren
3) 5 minuten focussen op wat je gaat doen die dag, dus niet het uitbannen van je gedachten maar ze juist extra sturen op wat er die dag voor jou op het programma staat. Een héle goede oefening voor een warrig hoofd.
4) De 7 minute workout; daar zijn apps voor. Één rondje is niet om in shape te komen maar wel om je lichaam in beweging te zetten en de stilte-oefeningen te laten landen.
5) Nog 2 minuten rekken en je bent klaar voor de douche, het ontbijt en de rest van je dag.

Herken je dit bijvoorbeeld: zo’n dag waarop je niet persé (vroeg) hoeft op te staan maar het wel druk hebt voor je gevoel. Blijven liggen vergroot dan de kans dat het hoofd de overhand krijgt, met als risico dat de doezel-exercitie uitmondt in onrustige to-do lijsten (die ikzelf bij de koffie alweer ben vergeten wat leidt tot frustratie) of negatieve gedachten over dingen, jezelf of anderen. Deze 5 stappen routine voorkomt dit. En op al die andere dagen dat je er wel op tijd uit moet en direct haast hebt, ben je het stress-gevoel vóór, vanwege het feit dat de dag met een frisse start bent begonnen die balans en energie geeft.

‘Routine’ klinkt van zichzelf niet leuk want saai maar is bijzonder zinvol.

…..

Terwijl ik in diepe muurzit de 60 seconden probeer te slechten, ligt mijn kleine vriend ergens anders in Plank-stand hardop te tellen. Zijn billetjes gaan alle kanten op en zijn knietjes staan al op de grond. Ik krijg zo de slappe lach dat ik door mijn muurzit heen zak. Als ík daarna in diezelfde Plank hang, lacht hij mij keihard uit. Mijn crunches telt hij hardop verkeerd en bij de squats klapt hij met veel kabaal ter aarde waardoor de andere twee ook wakker worden.

Goed. Daar gaat mijn routine.

Morgen nog maar een kwartiertje eerder op.

Ram Bam

Ram Bam En zo rende familie Mrs. Bean, bestaande uit drie kinderen en hun moeder, door de straat achter hun ontsnapte konijn aan dat de lente en dus de kolder in z’n kop had. De een gierend, de volgende bezorgd, de laatste jagend en moeder Bean genietend, ook nog van de spijker door haar hoofd van de avond ervoor.

Jumpie-Rod, van huis uit rammelaar en nu een je-weet-wel-konijn, had die ochtend besloten zijn geslacht en de afkorting ervan eer aan te doen. Met een stevig aanloopje maakte hij een finale sprong en ramde met zijn zacht aandoende maar kennelijk harde kop, de dekselklep van het hok open. In dezelfde beweging vloog hij het hok uit en de tuin door. Op weg naar de vrijheid.

Moeder Bean die het zag gebeuren, kon niet anders dan vol bewondering het hoofd buigen voor zoveel vindingrijkheid. Kennelijk had Jumpie-Rod geobserveerd hoe de zo op het oog minst kansrijke ontsnappingskant van zijn hok toch kansrijk kon zijn, al die keren dat de Bean-kinderen zich via die kant het hok in hadden gewurmd. Rustig maar met groeiende aandrang had hij gewacht. Tot dat moment.

Terwijl de vlucht door de straten een hilarisch hoogtepunt van de dag dreigde te worden voor familie Mrs. Bean, zag Jumpie-Rod in dat hij, hoewel de wind heerlijk langs zijn oren gierde en hij zijn vastgeroeste lijf eindelijk weer eens in jubelende vrijheid kon strekken, een kapitale fout had gemaakt: hij was zijn vriendin-en-huisgenoot vergeten. Haar bestaan was in de dampen van z’n bronstige hitte voor even aan zijn oog onttrokken geweest. Maar nu, op drift geraakt door de straat, zag datzelfde oog helemaal geen gedroomde velden vol sappige deernen. Slechts huizen, stenen en water.

Alle-keutels-op-een-hoopje, wát een tegenvaller …!

Midden in zijn sprint hield hij halt, draaide zich om en huppelde terug richting tuin waar hij vandaan kwam. Daar aangekomen deed hij met een typische Jumpster-schijnbeweging nog even net alsof hij niet gepakt wilde worden maar moeder Bean die hem, zijn bedoelingen en gemis begreep, greep Jumpie in de nek en herenigde hem met zijn levensmaatje. Dit onder luide aanmoedigingen van de Beantjes in wier ogen zíj op dat moment ook een treetje hoger op de heldinnen-ladder steeg.

En zo was het begin van ook die dag weer een aaneenschakeling van ogenschijnlijk kleine momenten. En op zichzelf staand allemaal van existentiële grootsheid. Zoals zo vele momenten. Op even zovele dagen.

Het leven is mooi. Het leven is goed. En grappig en wonder(lijk)schoon. Voor de goede verstaander op een moment van rust.

Happy Weekend!

Elementary

Elementary“Mama, gaan jullie nu weer bij elkaar wonen en zijn we dan weer sámen? Met z’n alle-maal?”

Grote lang gewimperde ogen kijken mij hoopvol aan.

“Nee liefje, dat gaan we niet.”

Een schaduw trekt over zijn gezicht, waterlanders wellen op en benemen ons even het zicht op elkaar. Ik dwing mezelf hem aan te blijven kijken. Wat ik zie grijpt als een koude klauw naar binnen, om mijn hart dat voelt als steen.

“Máh-ma!! Waaróm niet? Jullie hebben bijna helemaal geen ruzie gemaakt en het was echt superleuk. Dan kunnen we dus toch altijd allemaal samenzijn!!”

“Ik weet dat dat jouw liefste wens is en ik vind het heel erg dat ik die niet kan vervullen. We hebben met elkaar afgesproken dat we, als en zolang het kan, met z’n vijfjes op skivakantie gaan. Tuurlijk, wij willen ook dat zo’n week gezellig is samen. En dat lukt gelukkig. Maar we gaan niet meer met elkaar in één huis wonen. Je moet het maar zo zien dat papa en mama een beetje zijn zoals jullie drie met elkaar, als broer en zus. Dus niet meer als verliefd.”

Dikke, wanhopige tranen nu. Hij knijpt zijn ogen heel hard dicht en schudt zijn hoofdje heen en weer.

“Maar dan kán het juíst!? Wij maken best vaak ruzie maar we gaan toch óók niet allemaal ergens anders wonen!!??”

“Ach mannetje, ik vind het zo erg voor je dat je zo’n verdriet hebt. En ík weet helemaal niet hoe dit voelt want mijn papa en mama zijn wel nog bij elkaar. Maar jouw papa en ik niet meer. En dat blijft zo.”

Hij huilt nog even hartverscheurend hard in mijn armen en gaat dan met rood hoofdje en natte wangen liggen om te slapen. Mijn hart wordt heel warm.

“Gaat het weer een beetje, liefje?”

Zijn verdriet heeft hem uitgeput, hij vertrekt al richting dromenland maar mompelt nog:
“Ja mama. Je weet het toch; ik ben gewoon heel ge-vóelig…”.

Mijn hart wordt vloeibaar, loopt vol en dan over.