Mind over matter

InvincibleDoor de stromende regen en striemende wind rijden we in mijn Japanse koekblik terug naar huis. Sofar heb ik het enorm getroffen met alles wat na de scheiding geregeld moest worden. Tot op het niveau dat ik mijn huis kon kopen zodat het nu helemaal van mij is en niet slechts voor de helft of erger nog, dat ik het had moeten verlaten. Maar dit is toch wel een klein verdrietje; dat ik mijn heerlijk zware en automatisch cruisende Amerikaan moest wegdoen vanwege de financiële onhoudbaarheid ervan: zoop teveel en elke reparatie kostte kapitalen. Maar zeker in dit soort weersomstandigheden en ook als ik verder moet rijden denk ik met weemoed aan mijn grote Amerikaanse vriend, die er niet uitzag volgens ‘de kenners’ waardoor ik ‘m alleen maar nog leuker vond.

Afijn.

M’n allerkleinste vriendje ondertussen, zit achterin zich op geen enkele wijze storend aan het feit dat hij nu in een plastic schuddebakje zit en vertelt me wat hij allemaal heeft gedaan die middag. Ogen op de weg en oren naar achter gespitst hoor ik hem ineens zeggen: “Ik ben zo blij, mama, dat opa toen is weggegaan uit het leger en daarom niet in de oorlog moest. Want anders was hij denk ik wel doodgegaan.”

Ik begrijp helemaal niet waar of over wie hij het heeft en vraag hem welke opa. Op een toon alsof hij het tegen een zwakzinnige heeft legt hij uit dat het opa J. betreft, de vader van zijn vader. Aha, daar heb ik het met mijn voormalige schoonvader nooit over gehad volgens mij maar ik laat hem in de waan dat dit breed gedeelde informatie is: “Ja nóu vent, want anders was jíj er ook niet geweest.” Bemoedigend lachend kijk ik hem via de spiegel aan maar mijn lach verstomd direct wanneer ik zie dat hij als door de bliksem getroffen terugkijkt. Oh jee; ik heb de reikwijdte van zijn begrip in deze duidelijk overschat.

“HÓE-ZOO???!!!! Mama, ik ben toch uit jóu geboren?!!??”

Sussend leg ik hem uit: “Dat klopt maar jouw papa was daar wel ook bij. De helft van jou komt van je papa en de andere helft van mij. En jouw papa komt weer voor de helft van opa J. Dus als opa J. in een oorlog met het leger had moeten vechten en was gestorven, was jouw papa er niet geweest en jij dus ook niet.”

Terwijl mijn stem wegsterft zie ik op zijn gezicht inmiddels een blik van geschokt afgrijzen staan. En ik vrees dat dit voor het eerst is dat ergens in zijn hersentjes het besef doordringt dat er een wereld had kunnen zijn zónder hem erin. En ook dat er een wereld is die doorgaat als hij er niet meer is, ooit.

Ik weet nog zo goed dat ik toen ik 5 was deze zelfde mokerslag kreeg toegediend. Ook – natuurlijk – op een totaal onverwacht moment. En dat ik ontroostbaar heb gebruld in de armen van mijn vader over de onbegrijpelijke oneerlijkheid van die waarheid.

Maar terwijl wij in t donker verder zwabberen over de weg, zie ik mijn jongste een heel ander besluit nemen. Hij besluit dat ík het niet goed heb begrepen, zwakzinnig als ik me immers al had bewezen. Hij legt zijn kin op mijn schouder en plant een liefdevol troostende kus in mijn oor:

“Ach, mah-máá…”

Gedist

We zitten in de auto, zoals al twee jaar elke woensdagmiddag dus is er een ritme: de radio staat lekker hard aan, ik zing mee, zij vinden al kletsend de wereld uit en becommentariëren als nodig tussendoor de muziek.

“Siiinds een dag of 2, Vliiinders in m’n buik” …
“Ze is, ze is van Mij-ie-hij..!!”

Ik jodel vrolijk mee maar achter mij is het ineens erg stil. Bij de volgende uithaal klinkt er een soort braakgeluid en zegt mijn middelste met niet-verholen walging: “Wat ís dit, mam?! Dit is toch geen muziek!”

Ik leg uit dat dit wel degelijk muziek is, die volgens mij “ska” heet. En dat dit een liedje is van een groep die in mijn tijd mega-populair was. Dat iedereen in die tijd zijn of haar kleding ‘pimpte’ met buttons van deze groep die Doe Maar heet. Iedereen behalve ik want ik dweepte niet zo heel erg met anderen en als wel dan toch met een stoere gezond-glanzende sportheld en niet met die popartiesten die er in mijn ogen wat verlept uitzagen. Deze instelling is in al die jaren eigenlijk niet veranderd, bedenk ik me. In mijn herinnering vond ik alleen George Michael prettig smeuïg, maar die lol was er snel vanaf toen hij van de mannen bleek.

IMG_4470

Afijn.

Achter me zijn ze in ieder geval warmgedraaid: “Nou ehhh, daar kun je beter ‘Niet’ achter zetten. Doe Maar NIET!!”

De heren komen niet meer bij. En hoewel ik het ook geestig vind, kan ik er niets aan doen maar moet ik toch meezingen dus zet ik nog even aan met zo’n echte ska-snik.

Lijzig –koeltjes reageert het vriendje van middelste: “Het is écht lelijk, dit soort muziek. Maar die Doe Maar Niet zingt wel nét ietsje beter dan jij, moet ik zeggen.”

..… Tsss ….

Via de achteruitkijkspiegel zie ik mijn zoon als stervende zwaan van de bank glijden door de slappe lach bij zoveel snedige durf. Mijn hart maakt een sprongetje; ik weet nog precíes hoe het voelt; dit ontdekken van jezelf, je slimheid en je humor. Ik wil ook weer even 10 zijn.

I.M. Madiba

madiba 3

‘Mama, wie is die meneer? Hij heeft een lief gezicht want hij lacht en kijkt heel aardig.’

“Dat is Nelson Mandela. Hij was ook een lieve meneer, denk ik. En hij was in ieder geval een heel bijzondere meneer. Hij is overleden.”

‘Ja, want ik zie dat hij al heel oud is. Waaróm is hij dan een bijzondere meneer?’

“Nou, hij heeft heel lang in de gevangenis moeten zitten, omdat hij vond dat alle mensen gelijk zijn en vrij moeten kunnen leven en dat niemand beter is dan de ander. En toen ze hem eindelijk vrij lieten, gaf hij de boze mannen een hand in plaats van een klap.”

‘Écht!!?? Was hij dan niet héél boos op die mannen?’

“Ik denk dat hij dat zeker wel is geweest maar toen hij vrij was vond hij het veel belangrijker om dat te vieren en heel veel andere mensen daarmee te helpen. Daarom is hij bijzonder. Iedereen in de hele wereld kent hem.”

….

‘Mama? Ik wilde hem eigenlijk óók wel kennen.’